WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de
totstandkoming van de Wet belastingen op milieugrondslag noodzakelijk is
de Wet milieubeheer te wijzigen, de in die wet vervatte bepalingen
inzake de heffing en invordering van verbruiksbelastingen van
brandstoffen, geheven naar een milieugrondslag, te laten vervallen,
alsmede enkele andere wetten aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel II
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel III
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IV
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel V
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VI
Het Hoofdstuk Financiële bepalingen van de Wet milieubeheer, zoals
dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze
wet, blijft van toepassing met betrekking tot feiten die leiden tot de
verschuldigdheid of voldoening van de verbruiksbelastingen van
brandstoffen, geheven naar het koolstofgehalte en de energie-inhoud,
alsmede strafbare feiten ter zake, welke hebben plaatsgevonden vóór de
datum met ingang waarvan deze wet in werking is getreden.
Artikel VII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel VIII
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel IX
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel X
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XI
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Artikel XII
Deze wet wordt aangehaald als: Invoeringswet Wet belastingen op
milieugrondslag.
Artikel XIII
1. De artikelen van de Wet belastingen op milieugrondslag
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend
kan worden vastgesteld.
2. In het koninklijk besluit waarin het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel 27, zesde lid, van de Wet belastingen op
milieugrondslag wordt bepaald, zal tevens worden bepaald dat die
bepaling:
a. terugwerkt tot en met het tijdstip waarop de overige onderdelen
van hoofdstuk IV van die wet in werking treden, en
b. vervalt met ingang van 1 januari 1999.
3. De artikelen van deze wet treden in werking op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende
artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met
dien verstande dat artikel XI in werking treedt op een tijdstip dat niet
later valt dan 1 januari 1997.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 23 december 1994
BEATRIX
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de negenentwintigste december 1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager