Nadere regelgeving:
- Subsidiebesluit ministerie van
Buitenlandse Zaken
- Subsidieregeling
ministerie van Buitenlandse Zaken 2006'
WET van 24 december 1998, houdende regels
inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse
Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Kaderwet subsidies
Ministerie van Buitenlandse Zaken)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de totstandkoming van de
derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht het nodig maakt
wettelijke regels op te stellen voor de verstrekking van subsidies door
Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk wij goed
vinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken of Onze
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;
b. Onze Ministers: Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze
Minister voor Ontwikkelingssamenwerking gezamenlijk.
Artikel 2
Onze Minister kan dan wel Onze Ministers kunnen subsidies verstrekken
voor activiteiten welke passen in het beleid ten aanzien van:
a. het bevorderen van de internationale rechtsorde;
b. het bevorderen van vrede en veiligheid;
c. het behartigen van politieke belangen in het buitenland;
d. het bevorderen van ontwikkelings- en transitieprocessen in
andere landen;
e. het behartigen van sociale en culturele belangen in het
buitenland;
f. het voorlichten op het terrein van het buitenlands beleid en
het bevorderen van mondiale bewustwording in Nederland;
g. het bevorderen van onderzoek en advisering ter ondersteuning
van het buitenlands beleid;
h. het lenigen van menselijke noden ten gevolge van crises en
i. het bevorderen van het welzijn van het personeel van het
Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 3
1.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij
ministeriële regeling worden de activiteiten waarvoor subsidie kan
worden verstrekt nader bepaald en worden nadere regels voor die
verstrekking vastgesteld.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij
ministeriële regeling kunnen voorts regels worden vastgesteld met
betrekking tot:
a. de vaststelling van een subsidieplafond;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit
bedrag wordt bepaald;
c. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover;
d. de bevoegdheid om besluiten te nemen over subsidieverlening;
e. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
f. de verplichtingen voor de subsidieontvanger, waaronder de
rapportage over toepassing van de subsidie;
g. de vaststelling van de subsidie;
h. de betaling van de subsidie en de eventuele verlening van
voorschotten;
i. de rapportage over de doeltreffendheid en de effecten van de
verstrekte subsidies in de praktijk en
j. overige onderwerpen die betrekking hebben op de uitvoering
van deze wet.
Artikel 4
1.Deze wet is niet van toepassing op subsidies waarvan de
verstrekking bij afzonderlijke wet is geregeld.
2.Deze wet en afdeling 3.3 tot en met 3.7 en de hoofdstukken 4, 5,
6, 7, 8 en 10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van
toepassing op de verstrekking van financiële middelen aan natuurlijke
personen en rechtspersonen buiten de Europese Unie door een
Nederlandse vertegenwoordiging buiten de Europese Unie namens Onze
Minister dan wel namens Onze Ministers.
Artikel 5
1. Een aanvraag voor een subsidie kan worden afgewezen en een
beschikking inhoudende de verstrekking van een subsidie kan door Onze
Minister dan wel Onze Ministers worden ingetrokken of gewijzigd voor
zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn met volkenrechtelijke
verplichtingen rustend op de staat.
2. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over
onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding
verschuldigd is.
3. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking
of wijziging, bedoeld in het eerste lid.
4. Onze Minister kan dan wel Onze Ministers kunnen in een
beschikking tot subsidieverlening bepalen dat het instellen van
bezwaar en beroep tegen een verleende subsidie schorsende werking
heeft.
Artikel 6
1.Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet
aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij
besluit van Onze Minister dan wel Onze Ministers aangewezen personen.
2.De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in
de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
3.Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
4.De subsidieontvanger is aan een toezichthouder alle medewerking
verschuldigd die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening
van zijn bevoegdheden conform artikel 5:20 van de Algemene wet
bestuursrecht.
Artikel 7
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 8
Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet subsidies Ministerie van
Buitenlandse Zaken.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
's-Gravenhage, 24 december 1998
BEATRIX
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J.J. van Aartsen
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
E.L. Herfkens
Uitgegeven de dertigste december 1998
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|