Nadere regelgeving:
- Algemene Regeling SZW-subsidies
- Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers
- Regeling tegemoetkoming ouders
van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG)
- Subsidieregeling ESF
2007-2013 (herzien)
-
Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW
WET van 19 juni 1997, houdende regels
inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid (Kaderwet SZW-subsidies)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de totstandkoming van de
derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht het wenselijk maakt een
wettelijk kader te scheppen voor de verstrekking van subsidies door de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1.In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid of Onze Minister die belast is met de zorg voor een of
meer onderdelen van het beleid, genoemd in artikel 2.
2.Deze wet is van toepassing op de verstrekking van subsidie door
Onze Minister, behoudens indien die subsidie wordt verstrekt krachtens
een andere wet.
Artikel 2
Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten welke
passen in:
a. het werkgelegenheidsbeleid en het arbeidsmarktbeleid;
b. het arbeidsomstandighedenbeleid;
c. het arbeidsverhoudingenbeleid;
d. het inkomensbeleid;
e. het sociale zekerheidsbeleid;
f. het kinderopvangbeleid.
Artikel 3
1.Onverminderd hoofdstuk 3 van de Financiële-verhoudingswet
kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij
regeling van Onze Minister terzake van de verstrekking van
subsidie regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt
en wie daarvoor in aanmerking komt;
b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit
bedrag wordt bepaald;
c. de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming
daarover;
d. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;
e. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger;
f. de vaststelling van de subsidie;
g. intrekking en wijziging van de subsidieverlening of
-vaststelling;
h. de betaling van de subsidie en het verlenen van
voorschotten;
i. andere criteria voor de verstrekking van subsidie.
2.Verplichtingen als bedoeld in artikel 4:39 van de Algemene
wet bestuursrecht kunnen slechts bij algemene maatregel van
bestuur aan de subsidie worden verbonden.
3.In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet
bestuursrecht is titel 4.2 van die wet van toepassing op subsidies
die worden verstrekt op grond van een algemene maatregel van
bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste
lid, die uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen
die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.
4.Onze Minister kan bij het verwerken van persoonsgegevens in
het kader van subsidieverstrekking op grond van deze wet gebruik
maken van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel
b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer of, bij het
ontbreken daarvan, van het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in
artikel 2, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
met het oog op rapportage over en evaluatie van de besteding van
subsidie.
5.De subsidie-ontvanger vermeldt bij het verstrekken van
persoonsgegevens aan Onze Minister in verband met de besteding van
subsidie het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan,
het sociaal-fiscaalnummer van de persoon op wie de
persoonsgegevens betrekking hebben.
Artikel 4
Onze Minister verstrekt slechts subsidie op grond van een
algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als
bedoeld in artikel 3, tenzij het een subsidie betreft:
a. als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene
wet bestuursrecht of
b. waarvan de voorgenomen verstrekking tevoren is meegedeeld
aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
Artikel 5
Onze Minister stelt een subsidieplafond vast voor de
verschillende activiteiten waarvoor op grond van deze wet subsidie
kan worden verstrekt en bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag
wordt verdeeld, tenzij Onze Minister van Financiën heeft ingestemd
met het achterwege laten daarvan.
Artikel 6
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is
vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel
4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 7
1. Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking tot
subsidieverstrekking op grond van deze wet kan worden ingetrokken
of gewijzigd voorzover subsidieverstrekking in strijd zou zijn
respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de
staat geldende verplichtingen.
2. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over
onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding
verschuldigd is.
3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het
tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij de intrekking
of wijziging anders is bepaald.
4. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de
intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 8
1.Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze
wet aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast
de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen. Van dat
besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de
Staatscourant.
2.Aan subsidies op grond van deze wet is de verplichting
verbonden dat de subsidieontvanger aan een toezichthouder alle
medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de
uitoefening van zijn bevoegdheden.
Artikel 9
Deze wet is, met uitzondering van artikel 3, derde lid, van
overeenkomstige toepassing op spoedeisende, tijdelijke verstrekking
door Onze Minister van aanspraken op financiële middelen, niet
zijnde subsidies, behoudens indien die aanspraak wordt verstrekt
krachtens een andere wet.
Artikel 10
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 11
Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet SZW-subsidies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 19 juni 1997
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de tiende juli 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|