Nadere regelgeving:
- Kaderregeling VWS-subsidies
- Subsidieregeling publieke gezondheid
- Subsidieregeling VWS-subsidies
(verallen)
WET van 12 maart 1998, houdende regels
inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het terrein van de volksgezondheid
(Kaderwet volksgezondheidssubsidies) ¹
1. Redactie: ingevolge artikel
27, onderdeel C, van de Wet
maatschappelijke ondersteuning is de Kaderwet
volksgezondheidssubsidies met ingang van 1 januari 2007 van een
nieuwe citeertitel voorzien, luidende: Kaderwet VWS-subsidies.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de totstandkoming van de
derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht het wenselijk maakt een
wettelijk kader te scheppen voor de verstrekking van subsidies op het
terrein van de volksgezondheid door de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goed
vinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 2
Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten op het
terrein van:
a. de gezondheidsbevordering;
b. de gezondheidsbescherming;
c. de gezondheidszorg;
d. de maatschappelijke zorg, voor zover van landelijke betekenis;
e. de sport, voor zover van landelijke betekenis.
Artikel 3
1.Onverminderd hoofdstuk 3 van de Financiële-verhoudingswet kunnen
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van
Onze Minister de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt
nader worden bepaald alsmede andere criteria voor die verstrekking
worden vastgesteld.
2.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling
van Onze Minister kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking
tot:
a. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit
bedrag wordt bepaald;
b. de aanvraag van de subsidie en de besluitvorming daarover;
c. de voorwaarden waaronder subsidie kan worden verleend;
d. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger;
e. de vaststelling van de subsidie;
f. de intrekking en wijziging van de subsidieverlening of
subsidievaststelling;
g. de betaling van de subsidie en de verlening van
voorschotten;
h. het verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de
subsidie in de praktijk, bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene
wet bestuursrecht.
3.Onze Minister kan de uitvoering van een algemene maatregel van
bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid,
met inbegrip van het nemen van besluiten op grond van deze regels,
delegeren aan andere bestuursorganen.
Artikel 4
Onze Minister verstrekt slechts subsidie op grond van een algemene
maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in
artikel 3, tenzij het een subsidie betreft:
a. als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet
bestuursrecht of
b. waarvan de voorgenomen strekking tevoren schriftelijk is
meegedeeld aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
Artikel 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële
regeling als bedoeld in artikel 3 kan worden voorzien in de vaststelling
van een subsidieplafond en de regeling van de wijze van verdeling.
Artikel 6
1. Een aanvraag kan worden afgewezen en een beschikking tot
subsidieverstrekking op grond van deze wet kan worden ingetrokken of
gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn
respectievelijk in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat
geldende verplichtingen.
2. Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over
onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding
verschuldigd is.
3. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
waarop de subsidie is verstrekt tenzij bij de intrekking of wijziging
anders is bepaald.
4. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking
of wijziging, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7
1.Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet
aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij
besluit van Onze Minister aangewezen personen.
2.De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd
in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
3.Aan de subsidies op grond van deze wet is de verplichting
verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle
medewerking verleent die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de
uitoefening van zijn bevoegdheden.
4.Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 8
[Wijzigt de Welzijnswet 1994]
Artikel 9
[Wijzigt Wet collectieve preventie volksgezondheid]
Artikel 10
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 11
Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet VWS-subsidies.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 12 maart 1998
BEATRIX
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de zevende april 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|