Nadere regelgeving:
- Kiesbesluit
WET van 28 september 1989, houdende
nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe
bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen van de leden van de
Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, alsmede van de
leden van provinciale staten en de gemeenteraden, vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Afdeling I. Algemene bepalingen
Hoofdstuk A. De Kiesraad
Artikel A 1
Er is een Kiesraad, gevestigd te 's-Gravenhage.
Artikel A 2
1. De Kiesraad heeft tot taak de regering en de beide kamers der
Staten-Generaal van advies te dienen in uitvoeringstechnische
aangelegenheden die het kiesrecht of de verkiezingen betreffen.
2. De Kiesraad treedt voorts op als centraal stembureau in de
gevallen waarin de wet dat voorschrijft.
3. De Kiesraad bestaat uit zeven leden.
Artikel A 3 [Vervallen per 01-01-1997]
Artikel A 4 [Vervallen per 01-01-1997]
Artikel A 5 [Vervallen per 01-01-1997]
Artikel A 6 [Vervallen per 01-01-1997]
Artikel A 7 [Vervallen per 01-01-1997]
Artikel A 8 [Vervallen per 01-01-1997]
Artikel A 9 [Vervallen per 01-01-1997]
Afdeling II. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden
Hoofdstuk B. Het kiesrecht
Artikel B 1
1. De leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal worden gekozen
door degenen die op de dag van de kandidaatstelling Nederlander zijn
en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben
bereikt, met uitzondering van degenen die op de dag van de
kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats hebben in Aruba, Curaçao
of Sint Maarten.
2. Deze uitzondering geldt niet voor:
a. de Nederlander die gedurende ten minste tien jaren
ingezetene van Nederland is geweest;
b. de Nederlander die in Nederlandse openbare dienst in Aruba,
Curaçao of Sint Maarten werkzaam is, alsmede zijn Nederlandse
echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel en kinderen,
voor zover dezen met hem een gemeenschappelijke huishouding
voeren.
Artikel B 2
De leden van provinciale staten worden gekozen door degenen die op de
dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de provincie, mits zij
Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien
jaar hebben bereikt.
Artikel B 3
1. De leden van de gemeenteraden worden gekozen door degenen die op
de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van de gemeente en op
de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.
2. Zij die geen onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie
zijn, dienen om kiesgerechtigd te zijn op de dag van de
kandidaatstelling tevens te voldoen aan de vereisten dat:
a. zij rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel
8, onder a, b, d, e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond
van een overeenkomst tussen een internationale organisatie en de
Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in
Nederland, en
b. zij onmiddellijk voorafgaand aan de dag van de
kandidaatstelling gedurende een onafgebroken periode van ten
minste vijf jaren ingezetene van Nederland waren en beschikten
over een verblijfsrecht als bedoeld onder a, dan wel rechtmatig in
Nederland verbleven op grond van artikel 8, onder c, van de
Vreemdelingenwet 2000 dan wel op grond van artikel 3 of artikel 6
van de Wet toelating en uitzetting BES.
3. Niet kiesgerechtigd zijn zij die geen Nederlander zijn en, als
door andere staten uitgezonden leden van diplomatieke of consulaire
vertegenwoordigingen, in Nederland werkzaam zijn, alsmede hun
niet-Nederlandse echtgenoten, geregistreerde partners of
levensgezellen en kinderen, voor zover dezen met hen een
gemeenschappelijke huishouding voeren.
Artikel B 4
1. Onder ingezetenen van Nederland, van de provincie en van de
gemeente verstaat deze wet hen die onderscheidenlijk in Nederland, in
de provincie en in de gemeente werkelijke woonplaats hebben.
2. Zij die als ingezetene met een adres zijn ingeschreven in de
basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente, worden voor de
toepassing van deze wet, behoudens bewijs van het tegendeel, geacht
werkelijke woonplaats te hebben in die gemeente.
Artikel B 5
1. Van het kiesrecht zijn uitgesloten zij die bij onherroepelijke
rechterlijke uitspraak van het kiesrecht zijn ontzet. De uitsluiting
wordt beoordeeld naar de toestand op de dag van de kandidaatstelling.
2. Onze Minister van Justitie draagt zorg, dat van elke
onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bedoeld in het eerste lid
zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan aan de burgemeester van de
gemeente waar de betrokkene in de basisadministratie persoonsgegevens
is ingeschreven of, als het een persoon betreft die niet in een
basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, aan de
burgemeester van de gemeente 's-Gravenhage, met vermelding van naam,
voorletters of voornamen, adres en geboortedatum alsmede van de duur
van de uitsluiting.
3. De burgemeester stelt na ontvangst van de in het tweede lid
bedoelde mededeling betrokkene in kennis van zijn uitsluiting en de
duur daarvan.
Artikel B 6
1. Kiesgerechtigde personen aan wie op de dag van de stemming
rechtmatig hun vrijheid is ontnomen, oefenen hun kiesrecht uit door
bij volmacht te stemmen.
2. Deze beperking geldt niet:
a. voor hen die op de dag van de stemming een zodanige
feitelijke bewegingsvrijheid genieten dat zij in persoon aan de
stemming kunnen deelnemen;
b. voor hen die op grond van het regime van de inrichting
waarin zij verblijven aanspraak hebben op periodiek verlof.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld betreffende het stemmen bij volmacht door de in het eerste lid
bedoelde personen.
Hoofdstuk C. De zittingsduur van de leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, van provinciale staten en van de gemeenteraden
Artikel C 1
1. De leden van de Tweede Kamer worden gekozen voor vier jaren.
2. Zij treden tegelijk af op de donderdag op een door de Voorzitter
van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip in de periode van 10 tot en
met 16 maart of, in een schrikkeljaar, op de donderdag op een door de
Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip in de periode van 9
tot en met 15 maart.
Artikel C 2
1. De leden van de Tweede Kamer, gekozen na ontbinding van de
kamer, treden tegelijk af op een door de Voorzitter van de Tweede
Kamer te bepalen tijdstip op de eerstvolgende donderdag in de in
artikel C 1, tweede lid, bedoelde periode nadat vier jaren zijn
verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau waarin de
uitslag van de verkiezing is bekendgemaakt.
2. Indien deze vier jaren eindigen in een periode, aanvangend met
het in artikel C 1, tweede lid, bedoelde tijdstip en op een door de
Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip eindigend op de
donderdag in de periode van 19 tot en met 25 mei, treden zij af met
ingang van de eerstvolgende donderdag in de in dat lid bedoelde
periode nadat drie jaren zijn verstreken sedert de zitting van het
centraal stembureau.
Artikel C 3
1. Indien het in artikel C 1, tweede lid, of in artikel C 2
bepaalde tijdstip valt in een jaar waarin de verkiezingen van de leden
van provinciale staten onderscheidenlijk de gemeenteraad worden
gehouden, treden de leden van de Tweede Kamer tegelijk af op een door
de Voorzitter van de Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de donderdag
in de periode van 19 tot en met 25 mei.
2. De leden van de Tweede Kamer die zijn gekozen ter vervulling van
de plaatsen van leden die op het in het eerste lid genoemde tijdstip
zijn afgetreden, treden, tenzij zich opnieuw het geval als bedoeld in
het eerste lid voordoet, tegelijk af op een door de Voorzitter van de
Tweede Kamer te bepalen tijdstip op de eerstvolgende donderdag in de
in artikel C 1, tweede lid, bedoelde periode nadat drie jaren zijn
verstreken sedert de zitting van het centraal stembureau waarin de
uitslag van de verkiezing is bekendgemaakt.
Artikel C 4
1. De leden van provinciale staten onderscheidenlijk gemeenteraden
worden gekozen voor vier jaren.
2. Zij treden tegelijk af met ingang van de donderdag in de periode
van 10 tot en met 16 maart of, in een schrikkeljaar met ingang van de
donderdag in de periode van 9 tot en met 15 maart.
Artikel C 5
Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats tot lid is
benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is
benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Hoofdstuk D. De registratie van de kiesgerechtigdheid
Artikel D 1
Burgemeester en wethouders registreren de kiesgerechtigdheid van de
ingezetenen van de gemeente in de gemeentelijke administratie.
Artikel D 2 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel D 3
1. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage registreren voor
elke verkiezing van de Tweede Kamer de kiesgerechtigdheid van personen
die op de dag van kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats buiten
Nederland hebben, indien dezen daartoe een schriftelijk verzoek hebben
ingediend.
2. Het verzoek wordt niet eerder ingediend dan zes maanden voor de
dag van stemming.
3. Het verzoek wordt ingediend bij het hoofd van de consulaire post
waaronder de woonplaats van verzoeker ressorteert, of rechtstreeks bij
burgemeester en wethouders van’s-Gravenhage. Het hoofd van de
consulaire post zendt het verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar
burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.
4. Indien het verzoek wordt gedaan door een persoon als bedoeld in
artikel B 1, tweede lid, onder a, wordt het verzoek ingediend bij de
vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, in Curaçao of in Sint
Maarten, of rechtstreeks bij burgemeester en wethouders van’s-Gravenhage.
De vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, in Curaçao of in Sint
Maarten zendt het verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar
burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.
5. Indien het verzoek wordt gedaan door een persoon als bedoeld in
artikel B 1, tweede lid, onder b, die niet gedurende ten minste tien
jaren zijn werkelijke woonplaats in Nederland heeft gehad, wordt het
verzoek ingediend bij Onze Minister onder wiens ministerie de
werkzaamheden van de betrokken functionaris ressorteren. Deze zendt
het verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar burgemeester en
wethouders van 's-Gravenhage.
6. Indien het verzoek wordt gedaan door een persoon die zijn
werkelijke woonplaats heeft in een land waarmee Nederland geen
diplomatieke betrekkingen onderhoudt, wordt het verzoek ingediend bij
burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage.
7. Het verzoek dient uiterlijk zes weken voor de dag van stemming
te zijn ontvangen door het orgaan waarbij het moet worden ingediend.
8. Burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage beoordelen het
verzoek naar de vermoedelijke toestand op de dag van de
kandidaatstelling. Zij beslissen op het verzoek uiterlijk op de
zevende dag nadat zij dit hebben ontvangen.
9. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de verzoeken, kosteloos, voor de kiezers
verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor de
formulieren een model vastgesteld.
Artikel D 3a
1. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage houden een bestand
bij van personen aan wie voor elke verkiezing van de leden van de
Tweede Kamer zonder een afzonderlijk daartoe strekkend verzoek een
formulier tot registratie van de kiesgerechtigdheid wordt toegezonden.
2. Opname in het bestand geschiedt op verzoek van de desbetreffende
persoon of na een verzoek tot registratie van de kiesgerechtigdheid
voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, ongeacht of dat
verzoek is ingewilligd.
3. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage verwijderen uit het
bestand de geregistreerde gegevens, wanneer:
a. de geregistreerde daarom verzoekt;
b. er geen verzoek tot registratie is ingediend voor de
laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke
gegevens in het bestand geregistreerd worden.
Artikel D 4
Burgemeester en wethouders delen aan een ieder op zijn verzoek
onverwijld mede of hij als kiezer is geregistreerd. Indien de verzoeker
niet als kiezer is geregistreerd, worden hem uiterlijk op de zevende dag
na de ontvangst van het verzoek de redenen daarvan meegedeeld.
Artikel D 5
Een ieder kan schriftelijk aan burgemeester en wethouders om
herziening van de registratie verzoeken op de grond dat hij niet of niet
op de juiste wijze als kiezer is geregistreerd.
Artikel D 6
Burgemeester en wethouders beslissen op het verzoek om herziening
uiterlijk op de zevende dag na de ontvangst en brengen zo nodig de
gemeentelijke administratie hiermee in overeenstemming.
Artikel D 7
Burgemeester en wethouders maken hun beslissing onverwijld aan de
verzoeker bekend.
Artikel D 8
Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage verwijderen de naam van
een persoon die ingevolge artikel D 3, eerste lid, als kiezer is
geregistreerd, uit de registratie, indien aan hen omstandigheden bekend
worden op grond waarvan de desbetreffende persoon niet als kiezer
behoort te zijn geregistreerd. Zij maken de verwijdering onverwijld aan
hem bekend.
Artikel D 9
1. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
toepassing op beschikkingen als bedoeld in de artikelen D 3, achtste
lid, D 6 en D 8.
2. In afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet
bestuursrecht bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of
storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee
weken. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State kan een kortere termijn stellen.
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt
de zaak met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet
bestuursrecht. Afdeling 8.2.4 blijft buiten toepassing. Aan
burgemeester en wethouders wordt terstond een afschrift van het
beroepschrift gezonden.
Artikel D 10
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld betreffende de registratie van de kiesgerechtigdheid.
Hoofdstuk E. Kieskringen en stembureaus
§ 1. De kieskringen
Artikel E 1
1. Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt
Nederland verdeeld in kieskringen, overeenkomstig de bij deze wet
gevoegde tabel.
2. De kieskringen voor de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer, voor zover gelegen in het Europese deel van Nederland, vormen
tevens de kieskringen voor de verkiezing van de leden van provinciale
staten. Provinciale staten kunnen voor de verkiezing van de leden van
provinciale staten deze kieskringen in meer kieskringen verdelen.
3. Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad vormt elke
gemeente één kieskring.
Artikel E 2 [Vervallen per 01-01-2010]
§ 2. De stembureaus
Artikel E 3
1. Burgemeester en wethouders stellen één of meer stembureaus in
de gemeente in.
2. Een stembureau bestaat uit een bij algemene maatregel van
bestuur vast te stellen aantal leden, van wie er één voorzitter is.
Artikel E 4
Burgemeester en wethouders benoemen tijdig voor elke verkiezing de
leden van elk stembureau en een voldoend aantal plaatsvervangende leden.
§ 3. De hoofdstembureaus
Artikel E 5
1. Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt voor
elke kieskring een hoofdstembureau ingesteld. Het is gevestigd in de
gemeente, daartoe aangewezen in de tabel, genoemd in artikel E 1,
eerste lid.
2. Het hoofdstembureau bestaat uit vijf leden, van wie er één
voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter is.
3. Voorzitter is de burgemeester van de gemeente waar het
hoofdstembureau is gevestigd. De plaatsvervangend voorzitter en de
andere leden, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden benoemd en
ontslagen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties.
Artikel E 6
1. Voor de verkiezing van de leden van provinciale staten wordt
voor elke kieskring een hoofdstembureau ingesteld. Het is gevestigd in
de gemeente, daartoe aangewezen door provinciale staten.
2. Het hoofdstembureau bestaat uit vijf leden, van wie er één
voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter is.
3. Voorzitter is de burgemeester van de gemeente waar het
hoofdstembureau is gevestigd. De plaatsvervangend voorzitter en de
andere leden, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden benoemd en
ontslagen door gedeputeerde staten.
Artikel E 7
1. Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad wordt een
hoofdstembureau ingesteld, bestaande uit vijf leden, van wie er één
voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter is.
2. De burgemeester is voorzitter van het hoofdstembureau. De
plaatsvervangend voorzitter en de andere leden, alsmede drie
plaatsvervangende leden, worden door burgemeester en wethouders
benoemd en ontslagen.
Artikel E 8
De in de artikelen E 5, E 6 en E 7 bedoelde benoemingen geschieden
voor vier kalenderjaren. Degene die ter vervulling van een opengevallen
plaats is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens
plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Artikel E 9
Voor het houden van de zittingen van het hoofdstembureau wijzen
burgemeester en wethouders een geschikte ruimte aan.
Artikel E 10
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld
worden omtrent inrichting, samenstelling en werkwijze van het
hoofdstembureau.
§ 4. De centrale stembureaus
Artikel E 11
1. Er is voor de verkiezing van elk vertegenwoordigend orgaan een
centraal stembureau.
2. Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer treedt de
Kiesraad als centraal stembureau op.
3. Voor de verkiezing van de leden van provinciale staten treedt
het hoofdstembureau van de kieskring waarin de gemeente is gelegen
waar de vergadering van de staten wordt gehouden, tevens als centraal
stembureau op.
4. Voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad treedt het
hoofdstembureau tevens als centraal stembureau op.
Hoofdstuk F. Het tijdstip van de kandidaatstelling
Artikel F 1
1. De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de
Tweede Kamer, provinciale staten en de gemeenteraad vindt plaats op de
dinsdag in de periode van 18 tot en met 24 januari.
2. In het geval, bedoeld in artikel C 3, eerste lid, vindt de
kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer
plaats op de dinsdag in de periode van 29 maart tot en met 4 april.
3. Bij koninklijk besluit kan, indien zwaarwichtige redenen verband
houdend met de dag van stemming daartoe nopen, worden bepaald dat de
kandidaatstelling plaatsvindt op de dinsdag, woensdag, donderdag, of
maandag vóór de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde
dag. Het koninklijk besluit wordt bekend gemaakt uiterlijk zes maanden
vóór de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid genoemde dag.
Artikel F 2
In geval van ontbinding van de Tweede Kamer vindt de
kandidaatstelling plaats binnen veertig dagen na de dagtekening van het
koninklijk besluit tot ontbinding, op een bij dat besluit te bepalen
dag.
Hoofdstuk G. De registratie van de aanduiding van een politieke
groepering
Artikel G 1
1. Een politieke groepering die een vereniging is met volledige
rechtsbevoegdheid kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing
van de leden van de Tweede Kamer schriftelijk verzoeken de aanduiding
waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden
vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal
stembureau wordt bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de
drieënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de
daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde registratie moet een
waarborgsom van € 450 dan wel, indien het een groepering betreft die
blijkens de statuten haar zetel heeft in Bonaire, Sint Eustatius of
Saba, een waarborgsom van USD 450 worden betaald aan de Staat. Degene
die de betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Na
inlevering van een geldige kandidatenlijst voor de eerstkomende
verkiezing na de beslissing op het verzoek wordt hem de waarborgsom
teruggegeven.
3. Bij het verzoek worden overgelegd:
a. een afschrift van de notariële akte waarin de statuten van
de vereniging zijn opgenomen;
b. een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld
in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 dan wel artikel 2 van
de Handelsregisterwet 2009 BES;
c. het in het tweede lid bedoelde bewijs van betaling;
d. een verklaring van de politieke groepering, houdende
aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde
bij het centraal stembureau, welke geldt zolang zij niet door een
andere is vervangen.
4. Het centraal stembureau beschikt slechts afwijzend op het
verzoek, indien:
a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;
b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een
reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke
groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond
van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor
verwarring te duchten is;
c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;
d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;
e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die
van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke
uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;
f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is
ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van
een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat
andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde
gronden moet worden afgewezen.
5. De beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt
aan de gemachtigde bekendgemaakt. Van de beslissing wordt mededeling
gedaan in de Staatscourant.
6. Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven
in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze
aanduiding indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van
het eerste lid, alsmede het vierde en vijfde lid zijn op verzoeken tot
wijziging van overeenkomstige toepassing.
7. Het centraal stembureau schrapt de aanduiding in het register en
doet hiervan mededeling in de Staatscourant, wanneer:
a. de politieke groepering heeft opgehouden te bestaan;
b. de politieke groepering een verzoek daartoe heeft gedaan;
c. de politieke groepering als vereniging bij onherroepelijke
rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is
ontbonden;
d. voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.
8. Op de veertiende dag voor de kandidaatstelling voor de
verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, alsmede op de veertigste
dag voor de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van
provinciale staten of van de gemeenteraad, brengt het centraal
stembureau de door hem geregistreerde aanduidingen van politieke
groeperingen, voor zover de registratie daarvan onherroepelijk is,
alsmede de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers ter
openbare kennis in de Staatscourant.
Artikel G 2
1. Een politieke groepering die een vereniging is met volledige
rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal
stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is
geregistreerd, kan aan het centraal stembureau voor de verkiezing van
de leden van provinciale staten schriftelijk verzoeken de aanduiding
waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden
vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal
stembureau wordt bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de
drieënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de
daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde registratie moet een
waarborgsom van € 225 dan wel, indien het een groepering betreft die
blijkens de statuten haar zetel heeft in Bonaire, Sint Eustatius of
Saba, een waarborgsom van USD 225 worden betaald aan de gemeente waar
het centraal stembureau is gevestigd. Degene die de betaling heeft
verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Na inlevering van een geldige
kandidatenlijst voor de eerstkomende verkiezing na de beslissing op
het verzoek wordt hem de waarborgsom teruggegeven.
3. Bij het verzoek worden overgelegd:
a. een afschrift van de notariële akte waarin de statuten van
de vereniging zijn opgenomen;
b. een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld
in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 dan wel artikel 2 van
de Handelsregisterwet 2009 BES;
c. het in het tweede lid bedoelde bewijs van betaling;
d. een verklaring van de politieke groepering, houdende
aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde
bij het centraal stembureau, welke geldt zolang zij niet door een
andere is vervangen.
4. Het centraal stembureau beslist slechts afwijzend op het
verzoek, indien:
a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;
b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een
reeds op de voet van dit artikel of artikel G 1 geregistreerde
aanduiding van een andere politieke groepering of met een
aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een
registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten
is;
c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;
d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;
e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die
van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke
uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;
f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is
ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van
een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat
andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde
gronden moet worden afgewezen.
5. De beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt
aan de gemachtigde bekendgemaakt. Van de beslissing wordt mededeling
gedaan in de Staatscourant.
6. Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven
in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze
aanduiding indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van
het eerste lid, alsmede het vierde en vijfde lid zijn op verzoeken tot
wijziging van overeenkomstige toepassing.
7. Het centraal stembureau schrapt de aanduiding in het register en
doet hiervan mededeling in de Staatscourant, wanneer:
a. de politieke groepering heeft opgehouden te bestaan;
b. de politieke groepering een verzoek daartoe heeft gedaan;
c. de politieke groepering als vereniging bij onherroepelijke
rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is
ontbonden;
d. voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van
provinciale staten geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.
8. Op de veertiende dag voor de kandidaatstelling voor de
verkiezing van de leden van provinciale staten, alsmede op de
veertigste dag vóór de kandidaatstelling voor de verkiezing van de
leden van de gemeenteraad, brengt het centraal stembureau de door hem
geregistreerde aanduidingen van politieke groeperingen, voor zover de
registratie daarvan onherroepelijk is, alsmede de namen van de
gemachtigden en hun plaatsvervangers ter openbare kennis in de
Staatscourant.
Artikel G 3
1. Een politieke groepering die een vereniging is met volledige
rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal
stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer,
onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd, kan aan het
centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de
gemeenteraad schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die
verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te
schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt
bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de drieënveertigste dag voor de
kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten
behandeling.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde registratie moet een
waarborgsom van € 112,50 worden betaald aan de gemeente. Degene die
de betaling heeft verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Na inlevering
van een geldige kandidatenlijst voor de eerstkomende verkiezing na de
beslissing op het verzoek wordt hem de waarborgsom teruggegeven.
3. Bij het verzoek worden overgelegd:
a. een afschrift van de notariële akte waarin de statuten van
de vereniging zijn opgenomen;
b. een bewijs van inschrijving in het handelsregister, bedoeld
in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007 dan wel artikel 2 van
de Handelsregisterwet 2009 BES;
c. het in het tweede lid bedoelde bewijs van betaling;
d. een verklaring van de politieke groepering, houdende
aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde
bij het centraal stembureau, welke geldt zolang zij niet door een
andere is vervangen.
4. Het centraal stembureau beschikt slechts afwijzend op het
verzoek, indien:
a. de aanduiding strijdig is met de openbare orde;
b. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een
reeds op de voet van dit artikel of de artikelen G 1,
onderscheidenlijk G 2, geregistreerde aanduiding van een andere
politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder
op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvangen, en
daardoor verwarring te duchten is;
c. de aanduiding anderszins misleidend is voor de kiezers;
d. de aanduiding meer dan 35 letters of andere tekens bevat;
e. de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met die
van een rechtspersoon die bij onherroepelijke rechterlijke
uitspraak verboden is verklaard en deswege is ontbonden;
f. het verzoek op dezelfde dag bij het centraal stembureau is
ingekomen als een ander verzoek, strekkende tot inschrijving van
een geheel of in hoofdzaak gelijkluidende aanduiding, tenzij dat
andere verzoek reeds op een der onder a tot en met e genoemde
gronden moet worden afgewezen;
5. De beslissing van het centraal stembureau op het verzoek wordt
aan de gemachtigde bekendgemaakt, alsmede ter openbare kennis gebracht
op de in de gemeente gebruikelijke wijze.
6. Een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven
in het register, kan schriftelijk een verzoek tot wijziging van deze
aanduiding indienen bij het centraal stembureau. De laatste volzin van
het eerste lid, alsmede het vierde en vijfde lid zijn op verzoeken tot
wijziging van overeenkomstige toepassing.
7. Het centraal stembureau schrapt de aanduiding in het register en
brengt dit ter openbare kennis op de in de gemeente gebruikelijke
wijze, wanneer:
a. de politieke groepering heeft opgehouden te bestaan;
b. de politieke groepering een verzoek daartoe heeft gedaan;
c. de politieke groepering als vereniging bij onherroepelijke
rechterlijke uitspraak verboden is verklaard en deswege is
ontbonden;
d. voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de
gemeenteraad geen geldige kandidatenlijst is ingeleverd.
Artikel G 4
1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid geldt een
geregistreerde aanduiding die overeenkomstig het bepaalde in het
achtste lid van artikel G 1 of G 2 ter openbare kennis is gebracht,
tevens voor de verkiezing van de leden van provinciale staten en van
de gemeenteraad, onderscheidenlijk voor de verkiezing van de leden van
de gemeenteraad.
2. Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van
provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad, bepaalt, dat de
in het eerste lid bedoelde doorwerking van de registratie voor die
verkiezing niet plaatsvindt, indien de geregistreerde aanduiding
geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van
artikel G 2, onderscheidenlijk artikel G 3, geregistreerde aanduiding
van een andere politieke groepering, en daardoor verwarring te duchten
is.
3. Een beschikking als bedoeld in het tweede lid wordt genomen
uiterlijk op de veertiende dag na de dagtekening van de Staatscourant
waarin de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel G 1, achtste lid,
onderscheidenlijk artikel G 2, achtste lid, is gedaan. De beschikking
wordt terstond aan de gemachtigde van de desbetreffende groepering
bekendgemaakt.
Artikel G 5
1. In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht
wordt een beroepschrift ingevolge die wet tegen:
a. een beschikking als bedoeld in de artikelen G 1 en G 2
ingediend uiterlijk op de zesde dag na de dagtekening van de
Staatscourant waarin de beschikking is opgenomen, dan wel na de
dag waarop de beschikking geacht wordt te zijn geweigerd,
b. een beschikking als bedoeld in artikel G 3 ingediend
uiterlijk op de zesde dag na de dagtekening van de openbare
kennisgeving, bedoeld in het vijfde lid van dat artikel, dan wel
na de dag waarop de beschikking geacht wordt te zijn geweigerd, en
c. een beschikking als bedoeld in artikel G 4 ingediend
uiterlijk op de zesde dag na de dag waarop de beschikking, als
bedoeld in het tweede lid van dat artikel is bekendgemaakt, dan
wel na de dag waarop de beschikking geacht wordt te zijn
geweigerd.
2. Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel G 6
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
betreffende het betalen van waarborgsommen ten behoeve van de
registratie.
2. Bij ministeriële regeling worden modellen vastgesteld voor de
registers waarin de aanduidingen voor politieke groeperingen worden
vermeld, de openbare kennisgevingen inzake de geregistreerde
aanduidingen en de namen van de gemachtigden en hun plaatsvervangers,
alsmede voor de bewijzen van betaling van de waarborgsom.
Hoofdstuk H. De inlevering van de kandidatenlijsten
Artikel H 1
1. Op de dag van de kandidaatstelling kunnen bij de voorzitter van
het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat
bureau, op de secretarie van de gemeente waar dit bureau is gevestigd,
van negen tot vijftien uur, kandidatenlijsten worden ingeleverd. Ten
minste drie weken voor de kandidaatstelling brengt de burgemeester van
elke gemeente dit ter openbare kennis.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de kandidatenlijsten, kosteloos, voor de
kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het
formulier een model vastgesteld.
Artikel H 2
1. Bij een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer,
onderscheidenlijk provinciale staten van een provincie die uit meer
dan één kieskring bestaat, kan, indien in alle kieskringen aan de
verkiezing wordt deelgenomen met kandidatenlijsten waarop meer dan
dertig namen van kandidaten zijn geplaatst en waarvan behoudens ten
hoogste de laatste vijf, de namen dezelfden zijn en in dezelfde
volgorde zijn geplaatst, worden volstaan met inlevering bij één
hoofdstembureau. Voor zover het kandidatenlijsten betreft waarop alle
kandidaten dezelfden zijn en in dezelfde volgorde zijn geplaatst, kan
voor kandidatenlijsten van politieke groeperingen wier aanduiding was
geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden
verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk
provinciale staten, een of meer zetels zijn toegekend, worden volstaan
met inlevering van één lijst bij één hoofdstembureau. Het bepaalde
in de vorige volzinnen is mede van toepassing ten aanzien van
samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen, indien
bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende
vertegenwoordigende orgaan, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen,
hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn
toegekend.
2. De in het eerste lid bedoelde inlevering geschiedt bij het
hoofdstembureau van kieskring 12 ('s-Gravenhage), indien het betreft
een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, en bij het
hoofdstembureau van de kieskring waarin de gemeente is gelegen waar de
vergadering van de staten wordt gehouden, indien het betreft een
verkiezing van de leden van provinciale staten. Voor de toepassing van
de artikelen H 11 en I 10, derde lid, wordt deze inlevering geacht te
hebben plaatsgevonden in alle kieskringen.
Artikel H 3
1. De inlevering van de lijst geschiedt persoonlijk door een
kiezer, bevoegd tot deelneming aan de verkiezing. Indien de inleveraar
niet als kiezer is geregistreerd in de gemeente waar het
hoofdstembureau is gevestigd, legt hij tevens over een verklaring van
burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als kiezer is
geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing. De
voorzitter van het hoofdstembureau of het door deze aangewezen lid van
dat bureau kan verlangen dat de inleveraar van zijn identiteit doet
blijken. De kandidaten kunnen bij de inlevering aanwezig zijn.
2. Aan degene die de lijst inlevert, kan door de gemachtigde,
bedoeld in het derde lid van de artikelen G 1, G 2 of G 3, de
bevoegdheid worden verleend boven de lijst de aanduiding van de
desbetreffende groepering te plaatsen, zoals deze door het centraal
stembureau is geregistreerd. Een verklaring van de gemachtigde waaruit
deze bevoegdheid blijkt, wordt bij de lijst overgelegd.
3. Degene die de lijst inlevert, is bevoegd daarboven een
aanduiding te plaatsen, gevormd door samenvoeging van voor de
desbetreffende verkiezing geregistreerde aanduidingen of afkortingen
daarvan, indien hem daartoe de bevoegdheid is verleend door de
gemachtigden van de onderscheidene groeperingen. Verklaringen van de
gemachtigden waaruit deze bevoegdheid blijkt, worden bij de lijst
overgelegd. Een aldus gevormde aanduiding mag niet meer dan 35 letters
of andere tekens bevatten.
4. Degene die de lijst heeft ingeleverd, ontvangt van de voorzitter
van het hoofdstembureau of van het door deze aangewezen lid van dat
bureau een bewijs daarvan.
5. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de verklaringen met betrekking tot het
plaatsen van aanduidingen van politieke groeperingen boven
kandidatenlijsten, kosteloos, verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële
regeling wordt voor de formulieren een model vastgesteld.
Artikel H 4
1. Bij de lijst worden overgelegd schriftelijke verklaringen van
kiezers dat zij de lijst ondersteunen. Op deze verklaringen worden de
kandidaten op dezelfde wijze en in dezelfde volgorde vermeld als op de
lijst. Bij een verkiezing van de leden van de Tweede Kamer,
provinciale staten onderscheidenlijk een gemeenteraad waarin het
aantal te verdelen zetels in de raad ten minste negenendertig is
bedraagt het aantal over te leggen verklaringen ten minste dertig, bij
een verkiezing van de leden van een gemeenteraad waarin het aantal te
verdelen zetels minder dan negenendertig, doch minimaal negentien is,
bedraagt het aantal over te leggen verklaringen ten minste twintig en
bij een verkiezing van de leden van een gemeenteraad waarin het aantal
te verdelen zetels minder dan negentien is, bedraagt het aantal over
te leggen verklaringen ten minste tien.
2. Verklaringen van ondersteuning kunnen slechts worden afgelegd
door personen die binnen de kieskring waarvoor die lijst geldt, als
kiezer zijn geregistreerd voor de desbetreffende verkiezing.
3. De kiezer die een verklaring van ondersteuning wenst af te
leggen, ondertekent binnen een termijn van zeven dagen voorafgaand aan
of op de dag van de kandidaatstelling deze verklaring ter secretarie
van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, in aanwezigheid
van de burgemeester of een door deze daartoe aangewezen ambtenaar. De
kiezer overhandigt aan de burgemeester of de ambtenaar een document
als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
4. De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar gaat
onverwijld na of de ondertekenaar als kiezer in zijn gemeente is
geregistreerd. Indien hem blijkt dat dit het geval is, tekent hij dit
op de verklaring aan.
5. Een kiezer mag niet meer dan één verklaring van ondersteuning
ondertekenen.
6. Een overgelegde verklaring van ondersteuning kan niet worden
ingetrokken.
7. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de verklaringen van ondersteuning,
kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële
regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
8. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet voor een
kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de aanduiding
daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de
laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende
vertegenwoordigende orgaan een of meer zetels zijn toegekend. De
vorige volzin is mede van toepassing ten aanzien van:
a. samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen,
indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het
desbetreffende orgaan, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen,
hetzij aan tenminste één daarvan, één of meer zetels zijn
toegekend;
b. een nieuwe aanduiding indien twee of meer groeperingen als
één groepering onder een nieuwe naam samen aan de verkiezingen
deelnemen en bij de laatstgehouden verkiezingen van de leden van
het desbetreffende orgaan, aan ieder van de afzonderlijke
groeperingen één of meer zetels zijn toegekend.
Artikel H 5
Op de lijst kunnen een gemachtigde en desgewenst diens
plaatsvervangers worden aangewezen, bevoegd tot het verbinden van de
lijst met andere lijsten tot een lijstencombinatie. Voorts worden op de
lijst een of meer personen vermeld die bij verhindering van de
inleveraar bevoegd zijn tot het herstel van verzuimen, bedoeld in
artikel I 2.
Artikel H 6
1. De namen van de kandidaten worden op de lijsten geplaatst in de
volgorde waarin aan hen de voorkeur wordt gegeven.
2. Op dezelfde lijst mogen de namen van ten hoogste vijftig
kandidaten worden geplaatst. Op dezelfde lijst van een politieke
groepering wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst
waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het
desbetreffende vertegenwoordigend orgaan meer dan vijftien zetels zijn
toegekend, mag een aantal namen worden geplaatst dat ten hoogste
tachtig bedraagt. Het bepaalde in de vorige volzin is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van samenvoeging van
aanduidingen van twee of meer groeperingen.
Artikel H 7
1. De naam van een kandidaat mag niet voorkomen op een lijst,
indien de kandidaat tijdens de zittingsperiode van het orgaan waarvoor
de verkiezing zal plaatshebben, niet de voor het zitting nemen in dat
orgaan vereiste leeftijd zal bereiken.
2. De naam van eenzelfde kandidaat mag niet voorkomen op meer dan
één van de lijsten welke bij eenzelfde hoofdstembureau zijn
ingeleverd.
3. Indien voor de verkiezing van de leden van provinciale staten of
de gemeenteraad op een lijst de naam voorkomt van een kandidaat die
geen ingezetene is van de provincie, onderscheidenlijk de gemeente,
dient bij de lijst te worden overgelegd een door die kandidaat
ondertekende verklaring, waaruit blijkt, dat hij voornemens is zich
bij benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente.
Artikel H 8
De wijze waarop kandidaten op de lijst worden vermeld, wordt geregeld
bij algemene maatregel van bestuur.
Artikel H 9
1. Bij de lijst wordt overgelegd een schriftelijke verklaring van
iedere daarop voorkomende kandidaat dat hij instemt met zijn
kandidaatstelling op deze lijst.
2. Een overgelegde verklaring van instemming kan niet worden
ingetrokken.
3. Bij de lijst wordt van iedere kandidaat die geen zitting heeft
in het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt
gehouden, tevens een kopie van een document als bedoeld in artikel 1
van de Wet op de identificatieplicht overgelegd. Indien van een
dergelijke kandidaat een kopie van een document als bedoeld in artikel
1 van de Wet op de identificatieplicht ontbreekt, wordt de verklaring
van instemming van de betreffende kandidaat geacht te ontbreken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de verklaringen van instemming, kosteloos,
voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt
voor het formulier een model vastgesteld.
5. Indien de kandidaat zich buiten Nederland bevindt, is de
verklaring niet aan enig formulier gebonden.
Artikel H 10
1. De kandidaat wiens woonplaats buiten het Europese deel van
Nederland is gelegen, wijst in de verklaring van instemming tevens een
in het Europese deel van Nederland wonende gemachtigde aan met
vermelding van diens naam, voorletters, woonplaats en adres. Indien de
kandidaat voorkomt op meer dan één lijst, moet in iedere verklaring
dezelfde gemachtigde worden aangewezen. Deze gemachtigde is met
uitsluiting van de kandidaat bevoegd tot de handelingen, bedoeld in de
artikelen V 2, eerste, vierde en vijfde lid, V 3, eerste en derde lid,
en W 2, eerste lid, onder f. Indien de kandidaat woonachtig is in
één van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is de
gemachtigde met uitsluiting van de kandidaat bevoegd tot de
handelingen, bedoeld in de artikelen V 2, eerste, vierde en vijfde
lid, V 3, eerste en tweede lid, en W 2, eerste lid, onder f.
2. De kandidaat is bevoegd de overeenkomstig het eerste lid gegeven
volmacht in te trekken. Hij geeft hiervan schriftelijk kennis aan de
voorzitter van het centraal stembureau, zo nodig met aanwijzing van
een nieuwe gemachtigde.
Artikel H 10a
1. De in het Europese deel van Nederland wonende kandidaat kan in
geval van een verkiezing voor de leden van de Tweede Kamer en van
provinciale staten van een provincie die uit meer dan één kieskring
bestaat, bij de verklaring van instemming tevens een in het Europese
deel van Nederland wonende gemachtigde aanwijzen met vermelding van
diens naam, voorletters, woonplaats en adres. Indien de kandidaat
voorkomt op meer dan één lijst, wordt in iedere verklaring dezelfde
gemachtigde aangewezen. Deze gemachtigde is met uitsluiting van de
kandidaat bevoegd tot de handelingen, bedoeld in de artikelen V 2,
eerste, vierde en vijfde lid, V 3, eerste en tweede lid, en W 2,
eerste lid, onder f.
2. Van de machtiging kan alleen gebruik worden gemaakt, indien dit
gebruik ertoe strekt dat kandidaten van de gezamenlijke lijsten van de
politieke groepering benoemd worden verklaard in de volgorde die voor
de dag van de stemming door de politieke groepering is vastgesteld.
3. In geval van een benoeming voorafgaande aan de eerste samenkomst
van het nieuw gekozen orgaan, kan van de machtiging geen gebruik
worden gemaakt ten aanzien van kandidaten die op de gezamenlijke
lijsten waarop zij voorkomen een aantal stemmen hebben verkregen,
groter dan 25% van de kiesdeler.
4. De politieke groepering deelt de in het tweede lid bedoelde
volgorde uiterlijk twee weken na de kandidaatstelling mee aan het
centraal stembureau. De voorzitter van het centraal stembureau draagt
er zorg voor dat de volgorde zo spoedig mogelijk in de Staatscourant
wordt bekendgemaakt.
5. Artikel H 10, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel H 11
1. Kandidatenlijsten, ingeleverd in verschillende kieskringen,
waarop dezelfde kandidaten in gelijk aantal en in dezelfde volgorde
zijn geplaatst, vormen te zamen een stel gelijkluidende lijsten.
2. Kandidatenlijsten, ingeleverd in verschillende kieskringen,
waarboven dezelfde aanduiding van een politieke groepering is
geplaatst of waarvan de eerste kandidaat dezelfde is, vormen te zamen
een lijstengroep. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van
toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of
meer groeperingen.
Artikel H 12
1. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer, moet voor elke lijstengroep, elk niet van een groep deel
uitmakend stel gelijkluidende lijsten en elke op zichzelf staande
lijst een waarborgsom van € 11 250 dan wel, indien boven de
kandidatenlijst de aanduiding is geplaatst van een groepering die
blijkens de statuten haar zetel heeft in Bonaire, Sint Eustatius of
Saba of, indien het een kandidatenlijst betreft waarboven geen
aanduiding is geplaatst, indien de eerstgenoemde kandidaat ingezetene
is van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een waarborgsom van USD 11 250
worden betaald aan de Staat.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt
niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de
aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij
de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Tweede Kamer een of
meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede
van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee
of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de
leden van de Tweede Kamer, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen,
hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn
toegekend.
3. Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft
verricht, ontvangt voor elke kieskring een bewijs daarvan. Dit bewijs
moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.
4. Indien geen geldige lijst wordt ingeleverd, wordt na de
vaststelling van de uitslag van de verkiezing door de Staat de
waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht.
5. Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het
centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die
de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijstengroep,
het niet van een groep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten of
de op zichzelf staande lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler,
bedoeld in artikel P 5. In dat geval vervalt de waarborgsom aan de
Staat.
Artikel H 13
1. Indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale
staten, moet voor elke lijstengroep, elk niet van een groep deel
uitmakend stel gelijkluidende lijsten en elke op zichzelf staande
lijst een waarborgsom van € 1 125 dan wel, indien boven de
kandidatenlijst de aanduiding is geplaatst van een groepering die
blijkens de statuten haar zetel heeft in Bonaire, Sint Eustatius of
Saba of, indien het een kandidatenlijst betreft waarboven geen
aanduiding is geplaatst, indien de eerstgenoemde kandidaat ingezetene
is van Bonaire, Sint Eustatius of Saba, een waarborgsom van USD 1 125
worden betaald aan de gemeente waar het centraal stembureau is
gevestigd.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt
niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de
aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij
de laatstgehouden verkiezing van de leden van provinciale staten een
of meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is
mede van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van
twee of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van
de leden van provinciale staten, hetzij aan de gezamenlijke
groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer
zetels zijn toegekend.
3. Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft
verricht, ontvangt voor elke kieskring een bewijs daarvan. Dit bewijs
moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.
4. Indien geen geldige lijst wordt ingeleverd, wordt na de
vaststelling van de uitslag van de verkiezing door de gemeente waar
het centraal stembureau is gevestigd de waarborgsom teruggegeven aan
degene die de betaling heeft verricht.
5. Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het
centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die
de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijstengroep,
het niet van een groep deel uitmakende stel gelijkluidende lijsten of
de op zichzelf staande lijst lager is dan 75 procent van de kiesdeler,
bedoeld in artikel P 5, en aan de lijst geen zetel is toegewezen. In
dat geval vervalt de waarborgsom aan de gemeente waar het centraal
stembureau is gevestigd.
Artikel H 14
1. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de
gemeenteraad, moet voor elke lijst een waarborgsom van € 225 worden
betaald aan de gemeente.
2. De in het eerste lid bedoelde verplichting tot betaling geldt
niet voor een kandidatenlijst van een politieke groepering, indien de
aanduiding daarvan was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij
de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad een of
meer zetels zijn toegekend. Het bepaalde in de vorige volzin is mede
van toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee
of meer groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de
leden van de gemeenteraad, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen,
hetzij aan ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn
toegekend.
3. Degene die de in het eerste lid bedoelde betaling heeft
verricht, ontvangt een bewijs daarvan. Dit bewijs moet bij de
indiening van de lijst worden overgelegd.
4. Indien geen geldige lijst wordt ingeleverd, wordt na de
vaststelling van de uitslag van de verkiezing door de gemeente de
waarborgsom teruggegeven aan degene die de betaling heeft verricht.
5. Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing door het
centraal stembureau wordt de waarborgsom teruggegeven aan degene die
de betaling heeft verricht, tenzij het stemcijfer van de lijst lager
is dan 75 procent van de kiesdeler, bedoeld in artikel P 5, en aan de
lijst geen zetel is toegewezen. In dat geval vervalt de waarborgsom
aan de gemeente.
Artikel H 15
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
betreffende het betalen van waarborgsommen ten behoeve van de
kandidatenlijsten. Bij ministeriële regeling worden voor de bewijzen
van betaling van de waarborgsom modellen vastgesteld.
Hoofdstuk I. Het onderzoek, de verbinding, de nummering en de
openbaarmaking van de kandidatenlijsten
§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten
Artikel I 1
1. Op de dag van de kandidaatstelling, om zestien uur, houdt het
hoofdstembureau een zitting tot het onderzoeken van de
kandidatenlijsten.
2. Het hoofdstembureau draagt er zorg voor dat het centraal
stembureau op de dag na de kandidaatstelling afschriften van de
ingeleverde kandidatenlijsten ontvangt.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid, bedoeld in
artikel H 2, draagt het hoofdstembureau er zorg voor dat de overige
hoofdstembureaus op de dag na de kandidaatstelling een afschrift van
de kandidatenlijst ontvangen die voor de desbetreffende kieskring is
ingeleverd.
Artikel I 2
1. Indien bij het onderzoek blijkt van een of meer van de volgende
verzuimen, geeft het hoofdstembureau onverwijld bij aangetekende brief
of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan degene die de lijst
heeft ingeleverd:
a. dat, indien bij de lijst verklaringen van ondersteuning
moeten worden overgelegd, niet ten minste het aantal verklaringen,
genoemd in artikel H 4, eerste lid, is overgelegd, waarbij niet
meetellen de verklaringen die niet aan het bepaalde in artikel H
4, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, voldoen, de
verklaringen waarop niet een aantekening als bedoeld in artikel H
4, vierde lid, voorkomt en de verklaringen van een kiezer die meer
dan één verklaring heeft ondertekend;
b. dat, indien zich het geval voordoet, bedoeld in artikel H 7,
derde lid, de verklaring dat de kandidaat voornemens is zich bij
benoeming te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente,
ontbreekt;
c. dat een kandidaat niet is vermeld overeenkomstig het
bepaalde krachtens artikel H 8;
d. dat ten aanzien van een kandidaat ontbreekt de verklaring
dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op de lijst;
e. dat ten aanzien van een kandidaat die buiten het Europese
deel van Nederland woonplaats heeft in zijn verklaring van
instemming de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;
f. dat, indien ten behoeve van de lijst een waarborgsom moet
worden betaald, het bewijs dat deze betaling is verricht,
ontbreekt;
g. dat de lijst niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer,
bevoegd tot deelneming aan de verkiezing;
h. dat, indien de lijst is ingeleverd door een kiezer die niet
als zodanig is geregistreerd in de gemeente waar het
hoofdstembureau is gevestigd, deze kiezer niet heeft overgelegd
een verklaring van burgemeester en wethouders van de gemeente waar
hij is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming aan de
verkiezing;
i. dat een verklaring, bedoeld in het tweede of derde lid van
artikel H 3, ontbreekt.
2. Uiterlijk op de derde dag na de kandidaatstelling kan degene die
de lijst heeft ingeleverd, het verzuim of de verzuimen, in de
kennisgeving aangeduid, herstellen ter secretarie van de gemeente waar
het hoofdstembureau is gevestigd, op de eerste en tweede dag van negen
tot zeventien uur en op de derde dag van negen tot vijftien uur.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder a, kunnen kiezers
gedurende de verzuimperiode alsnog ondersteuningsverklaringen
afleggen.
4. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder f, kan gedurende
de verzuimperiode de waarborgsom alsnog worden betaald.
5. In het geval, bedoeld in het eerste lid onder g, kan een kiezer
die tot het inleveren van de lijst bevoegd zou zijn geweest, door
persoonlijke verschijning ter secretarie zich alsnog in de plaats van
de onbevoegde inleveraar stellen; hij wordt dan geacht de lijst
persoonlijk te hebben ingeleverd. Het in de vorige volzin bepaalde
vindt overeenkomstige toepassing, indien de verklaring, in het eerste
lid onder h bedoeld, niet alsnog wordt overgelegd.
6. Bij verhindering of ontstentenis van degene die de lijst heeft
ingeleverd, treedt in diens plaats een ingevolge artikel H 5, tweede
volzin, op de lijst vermelde vervanger.
Artikel I 3
1. Onmiddellijk nadat de lijsten door het hoofdstembureau zijn
onderzocht, worden deze en, indien vereist, de verklaringen van
ondersteuning, door de voorzitter ter secretarie van de gemeente waar
het hoofdstembureau is gevestigd, voor een ieder ter inzage gelegd.
2. Op de voet van artikel I 1, derde lid, toegezonden afschriften
van ingeleverde kandidatenlijsten worden ter secretarie van de
gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd ter inzage gelegd,
zodra deze zijn ontvangen.
Artikel I 4
Op de derde dag na de kandidaatstelling beslist het hoofdstembureau
in een openbare zitting die om zestien uur aanvangt, over de geldigheid
van de lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende
kandidaten, alsmede over het handhaven van de daarboven geplaatste
aanduiding van een politieke groepering, en maakt deze beslissingen op
de zitting bekend.
Artikel I 5
Ongeldig is de lijst:
a. die niet op de dag van de kandidaatstelling tussen negen en
vijftien uur bij de voorzitter van het hoofdstembureau of het door
deze aangewezen lid is ingeleverd;
b. waarbij, indien ten behoeve van de lijst een waarborgsom moet
worden betaald, niet gevoegd is het bewijs dat deze betaling is
verricht;
c. waarbij, indien bij de lijst verklaringen van ondersteuning
moeten worden overgelegd, niet ten minste het aantal geldige
verklaringen, genoemd in artikel H 4, eerste lid, is overgelegd;
d. die niet voldoet aan het bij ministeriële regeling
vastgestelde model;
e. die niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer, bevoegd
tot deelneming aan de verkiezing;
f. waarbij, voor zover vereist, niet is overgelegd de verklaring
van burgemeester en wethouders dat de inleveraar als kiezer is
geregistreerd in hun gemeente en bevoegd is aan de verkiezing deel
te nemen;
g. waarop door toepassing van artikel I 6 alle kandidaten zijn
geschrapt.
Artikel I 6
1. Het hoofdstembureau schrapt, in de volgorde in dit lid
aangewezen, van de lijst de naam van de kandidaat:
a. die niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens
artikel H 8;
b. van wie niet is overgelegd de verklaring dat hij instemt met
zijn kandidaatstelling op de lijst;
c. wiens woonplaats buiten het Europese deel van Nederland is
gelegen, indien de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;
d. die tijdens de zittingsperiode van het orgaan waarvoor de
verkiezing zal plaatshebben, niet de voor het zitting nemen in dat
orgaan vereiste leeftijd bereikt;
e. die bij een verkiezing van de leden van provinciale staten
of van de gemeenteraad geen ingezetene is van de provincie,
onderscheidenlijk de gemeente, en ten aanzien van wie de
verklaring dat hij voornemens is zich bij benoeming te vestigen in
de provincie, onderscheidenlijk gemeente, ontbreekt;
f. die heeft verklaard dat hij voornemens is zich bij benoeming
te vestigen in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, en ten
aanzien van wie blijkt dat hij tevens een zodanige verklaring
heeft afgelegd voor de verkiezing van de leden van de staten van
een andere provincie, onderscheidenlijk van de raad van een andere
gemeente;
g. die tenzij het kandidatenlijsten betreft als bedoeld in
artikel H 2, eerste lid, eerste volzin, voorkomt op meer dan één
van de bij het hoofdstembureau ingeleverde lijsten;
h. van wie een uittreksel uit het register van overlijden dan
wel een afschrift van de akte van overlijden is overgelegd;
i. die op de lijst voorkomt na het ten hoogste toegelaten
aantal.
2. Het hoofdstembureau schrapt, in de volgorde in dit lid
aangewezen, de aanduiding van een politieke groepering, indien:
a. een daarop betrekking hebbende verklaring als bedoeld in het
tweede of derde lid van artikel H 3 ontbreekt;
b. de aanduiding geplaatst is boven meer dan één van de bij
het hoofdstembureau ingeleverde lijsten.
3. Indien de aanduiding van een politieke groepering niet in
overeenstemming is met die waaronder zij is geregistreerd, brengt het
hoofdstembureau deze ambtshalve daarmee in overeenstemming.
Artikel I 7
1. Tegen een beschikking als bedoeld in artikel I 4 kan, in
afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, beroep
worden ingesteld door een belanghebbende en iedere kiezer. In
afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt
de termijn voor het indienen van een beroepschrift vier dagen.
2. Artikel D 9 lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doet
uitspraak uiterlijk op de zesde dag nadat het beroepschrift is
ontvangen.
4. Indien de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State strekt tot gegrondverklaring van het beroep, bepaalt
zij dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde
beschikking.
5. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State stelt partijen en de voorzitter van het hoofdstembureau
onverwijld in kennis van de uitspraak.
Artikel I 8
1. Indien beroep is ingesteld tegen een beschikking waarbij het
hoofdstembureau een lijst ongeldig heeft verklaard of de naam van een
kandidaat dan wel de aanduiding van een politieke groepering heeft
geschrapt op grond van een of meer van de verzuimen, vermeld in
artikel I 2, eerste lid, zonder dat het hoofdstembureau tevoren
overeenkomstig het in dat artikel bepaalde kennis heeft gegeven van
het bestaan daarvan aan degene die de lijst heeft ingeleverd, kan deze
het verzuim of de verzuimen alsnog herstellen ter secretarie van de
Raad van State. Artikel I 2, derde tot en met zesde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
2. Indien een verzuim overeenkomstig het eerste lid is hersteld,
houdt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij haar
uitspraak daarmee rekening.
Artikel I 9
1. Zodra de termijn, bedoeld in artikel I 7, eerste lid, is
verstreken zonder dat beroep is ingesteld, of in geval van beroep,
zodra aan het vijfde lid van artikel I 7 toepassing is gegeven, deelt
de voorzitter van het hoofdstembureau onverwijld aan het centraal
stembureau mede, welke geldige lijsten zijn ingeleverd. Hij geeft
daarbij aan welke wijzigingen daarin zijn aangebracht na de dag van de
kandidaatstelling. Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid,
bedoeld in artikel H 2, eerste lid, vindt eenzelfde mededeling plaats
aan de overige hoofdstembureaus.
2. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de
gemeenteraad of van provinciale staten van een provincie die één
kieskring vormt, kan de mededeling aan het centraal stembureau
achterwege blijven. Voor de toepassing van artikel I 17, eerste lid,
wordt zij geacht onverwijld te zijn gedaan.
3. Bij ministeriële regeling wordt voor deze mededeling een model
vastgesteld.
§ 2. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie
Artikel I 10
1. Op de dag van de kandidaatstelling, tussen negen en zeventien
uur, kunnen kandidatenlijsten van verschillende politieke groeperingen
tot een lijstencombinatie worden verbonden door inlevering bij het
centraal stembureau van een daartoe strekkende schriftelijke
gemeenschappelijke verklaring van de op de lijsten vermelde
gemachtigden.
2. Zodanige verbinding kan slechts worden aangebracht tussen
politieke groeperingen waarvan de aanduiding ten behoeve van de
desbetreffende verkiezing is geregistreerd.
3. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer of van provinciale staten van een provincie die uit meer dan
één kieskring bestaat, kan een verbinding voorts slechts worden
aangebracht indien
a. de onderscheidene groeperingen in alle kieskringen een lijst
hebben ingediend en
b. de combinatie betrekking heeft op alle in de onderscheidene
kieskringen vanwege een groepering ingediende lijsten.
4. Het bepaalde in het tweede lid is mede van toepassing ten
aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer
groeperingen, indien de aldus gevormde aanduiding voorkomt op alle
vanwege die groeperingen ingediende lijsten.
5. Bij ministeriële regeling wordt voor de in het eerste lid
bedoelde verklaring een model vastgesteld.
Artikel I 11
Het centraal stembureau beslist over de geldigheid van de
lijstencombinaties in de zitting, bedoeld in artikel I 12, en maakt deze
beslissing op de zitting bekend.
§ 3. De nummering van de kandidatenlijsten
Artikel I 12
Op de tweede dag na de kandidaatstelling nummert het centraal
stembureau in een openbare zitting de kandidatenlijsten, en maakt deze
beslissing op de zitting bekend.
Artikel I 13
Bij de nummering gelden de lijstengroepen alsmede de niet van een
groep deel uitmakende stellen gelijkluidende lijsten als één lijst.
Artikel I 14
1. Eerst worden genummerd de lijsten van politieke groeperingen
wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de
laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende
vertegenwoordigend orgaan een of meer zetels zijn toegekend. Aan deze
lijsten worden de nummers 1 en volgende toegekend in de volgorde van
de bij die verkiezing op de desbetreffende lijsten uitgebrachte
aantallen stemmen, met dien verstande dat aan de lijst van de
groepering met het hoogste aantal stemmen het nummer 1 wordt
toegekend. Bij gelijkheid van het aantal beslist het lot.
2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing
ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer
groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van
het desbetreffende vertegenwoordigende orgaan, hetzij aan de
gezamenlijke groeperingen, hetzij aan ten minste één daarvan, één
of meer zetels zijn toegekend. In het geval waarbij aan ten minste
één van de betrokken groeperingen één of meer zetels zijn
toegekend worden voor de toepassing van het bepaalde in de tweede
volzin van het eerste lid, de op de lijsten uitgebrachte aantallen
stemmen van de groeperingen waaraan die zetels zijn toegekend, bij
elkaar opgeteld.
3. Vervolgens worden, met de nummers volgende op het laatste
krachtens het eerste lid toegekende nummer, genummerd de overige
lijstengroepen en stellen gelijkluidende lijsten waarvan in alle
kieskringen een lijst is ingeleverd, in de volgorde door het lot
aangewezen.
4. Daarna worden, met de nummers volgende op het laatste krachtens
het derde lid toegekende nummer, genummerd de overige lijstengroepen
en stellen gelijkluidende lijsten in de volgorde van het aantal
kieskringen waar een daartoe behorende lijst is ingeleverd, met dien
verstande, dat het eerstvolgende nummer wordt toegekend aan de
lijstengroep of het stel gelijkluidende lijsten waarvan een lijst is
ingeleverd in de meeste kieskringen. Bij een gelijk aantal kieskringen
beslist het lot.
5. Ten slotte worden ten aanzien van iedere kieskring aan de op
zichzelf staande lijsten bij loting toegekend de nummers die nog niet
in enige kieskring aan een andere lijst zijn toegekend.
Artikel I 15
1. Onmiddellijk nadat de nummering heeft plaatsgevonden maakt de
voorzitter openbaar welk nummer aan de onderscheidene lijsten is
toegekend.
2. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer, geschiedt de openbaarmaking in de Staatscourant.
3. Indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale
staten of de gemeenteraad, geschiedt de openbaarmaking op de in de
provincie, onderscheidenlijk de gemeente, gebruikelijke wijze.
Artikel I 16
Een beslissing tot ongeldigverklaring van een kandidatenlijst heeft
geen gevolg ten aanzien van de nummers, toegekend aan de overige
kandidatenlijsten.
§ 4. De openbaarmaking van de kandidatenlijsten
Artikel I 17
1. Nadat van alle hoofdstembureaus de in artikel I 9, eerste lid,
eerste volzin, bedoelde mededeling is ontvangen, maakt de voorzitter
van het centraal stembureau de lijsten zo spoedig mogelijk openbaar.
Daarbij vermeldt hij tevens welke lijsten tot een lijstencombinatie
zijn verbonden.
2. De openbaarmaking geschiedt:
indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer,
door plaatsing van de lijsten naar de kieskringen gerangschikt en met
vermelding van hun nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen
van de politieke groeperingen in de Staatscourant;
indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale
staten of de gemeenteraad, door de van de nummers en, in voorkomend
geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen voorziene lijsten
ter secretarie van de gemeente waar het centraal stembureau is
gevestigd, onderscheidenlijk ter secretarie van de gemeente, voor een
ieder ter inzage te leggen. Van de terinzagelegging geschiedt tegelijk
openbare kennisgeving door de voorzitter van het centraal stembureau.
§ 5. Slotbepaling
Artikel I 18
1. Van de in de artikelen I 1, I 4 en I 12 bedoelde zittingen wordt
proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal wordt voor een ieder ter
inzage gelegd.
2. De bij de in de artikelen I 4 en I 12 bedoelde zittingen
aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren inbrengen. Van deze
bezwaren wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld:
a. de plaats waar de processen-verbaal ter inzage worden
gelegd;
b. de bekendmaking van het tijdstip en de plaats van de
zitting, bedoeld in artikel I 4 onderscheidenlijk I 12.
4. Bij ministeriële regeling worden voor de processen-verbaal
modellen vastgesteld.
5. Terstond na de zitting doet de voorzitter van het
hoofdstembureau een afschrift van het proces-verbaal aan het centraal
stembureau toekomen.
Hoofdstuk J. De stemming
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel J 1
1. De stemming vindt plaats op de drieënveertigste dag na de
kandidaatstelling.
2. De stemming vangt aan om zeven uur dertig en duurt tot
eenentwintig uur.
3. Burgemeester en wethouders kunnen voor stembureaus waar dat
wenselijk is met het oog op de plaats waar de bureaus zitting houden
bepalen dat de stemming in deze stembureaus aanvangt op een eerder of
een later tijdstip dan zeven uur dertig en eindigt op een eerder
tijdstip dan eenentwintig uur. De burgemeester brengt deze tijdstippen
ten minste veertien dagen voor de stemming ter openbare kennis.
4. De stemopneming van de stembureaus, bedoeld in het derde lid,
vindt plaats om eenentwintig uur op een door burgemeester en
wethouders vast te stellen en bekend te maken plaats. De plaats van
stemopneming wordt bekend gemaakt in de openbare kennisgeving, bedoeld
in het derde lid.
5. Een stembureau als bedoeld in het derde lid is, met uitzondering
van een stembureau als bedoeld in artikel J 4a, op de dag van de
stemming ten minste acht uur aaneengesloten geopend.
Artikel J 2
De stemming geschiedt in elke kieskring over de kandidaten wier namen
voorkomen op de voor die kieskring geldig verklaarde kandidatenlijsten.
Artikel J 3 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel J 4
1. Burgemeester en wethouders wijzen voor elk stembureau een
geschikt stemlokaal aan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen
hieromtrent nadere regels worden gesteld. De burgemeester brengt de
adressen van de stemlokalen ter kennis van de kiezer op bij algemene
maatregel van bestuur vast te stellen wijze.
2. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat tenminste 25%
van de in de gemeente aangewezen stemlokalen zodanig zijn gelegen en
zo zijn ingericht dat kiezers met lichamelijke beperkingen zoveel
mogelijk hun stem zelfstandig kunnen uitbrengen.
3. Op verzoek van burgemeester en wethouders stellen de besturen
van bijzondere scholen de daarvoor in aanmerking komende lokalen en
het zich daarin bevindende materiaal voor de inrichting en het gebruik
als stemlokaal beschikbaar, desgewenst tegen vergoeding van de daaruit
voortvloeiende onkosten.
4. De burgemeester draagt zorg voor de inrichting van het
stemlokaal en wijst zo nodig personen aan die het stembureau ten
dienste worden gesteld.
Artikel J 4a
1. Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente mobiele
stembureaus aanwijzen. De burgemeester brengt een dergelijke
aanwijzing ten minste veertien dagen voor de stemming ter openbare
kennis.
2. Burgemeester en wethouders stellen de zittingstijden vast en
onderscheiden plaatsen waar de mobiele stembureaus gedurende de dag
der stemming worden gestationeerd. De tijdstippen en plaatsen worden
bekend gemaakt in de openbare kennisgeving, bedoeld in het eerste lid.
3. Alvorens een stembureau als bedoeld in het eerste lid naar een
andere standplaats vertrekt, wordt de sleuf van de stembus door de
voorzitter van het stembureau in tegenwoordigheid van de aanwezige
kiezers afgesloten en verzegeld. De voorzitter bewaart de sleutel
waarmee de stembus is afgesloten, tijdens het verplaatsen naar de
volgende standplaats. De voorzitter opent na de aankomst van het
mobiele stembureau op de nieuwe standplaats de stembus in
tegenwoordigheid van de aanwezige kiezers.
4. Artikel J 1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel J 5
Behoudens in de gevallen, genoemd in de hoofdstukken K, L en M, neemt
de kiezer aan de stemming deel in een stemlokaal van zijn keuze in de
gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is
geregistreerd.
Artikel J 6
De gemeenteraad kan bepalen dat tegelijk met de stemming in het
stemlokaal een andere, door de gemeenteraad uitgeschreven, stemming
plaatsvindt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden
voorschriften gegeven met het oog op de combinatie van de stemmingen.
§ 2. De oproeping voor de stemming
Artikel J 7
Ten minste veertien dagen voor de stemming ontvangt elke kiezer die
bevoegd is aan de stemming deel te nemen, van de burgemeester van de
gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is
geregistreerd, een stempas. Op de stempas wordt een volgnummer vermeld.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt bij
ministeriële regeling een model vast voor de stempas. Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt tijdig voor de
verkiezing aan de gemeente de informatie nodig voor het produceren van
de stempas.
Artikel J 7a
1. Er is een register van ongeldige stempassen. De burgemeester
stelt de dag voor de stemming in zijn gemeente uit het register een
uittreksel van ongeldige stempassen vast.
2. Ongeldig is de stempas:
a. waarvoor in plaats daarvan door de burgemeester een
kiezerspas of een volmachtbewijs is afgegeven;
b. waarvoor krachtens artikel J 8 een vervangende stempas is
verstrekt;
c. van de kiezer aan wie overeenkomstig hoofdstuk M een
briefstembewijs is verstrekt;
d. van iemand die niet als kiezer behoort te zijn
geregistreerd, dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is
overleden;
e. waarvan is vastgesteld dat deze stempas is ontvreemd of
anderszins onrechtmatig in omloop is.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald
welke gegevens het register, alsmede het uittreksel, bedoeld in het
eerste lid, bevatten.
Artikel J 8
1. Aan de tot deelneming aan de stemming bevoegde kiezer wiens
stempas in het ongerede is geraakt of die geen stempas heeft
ontvangen, wordt op zijn verzoek door de burgemeester een nieuwe
stempas uitgereikt.
2. De kiezer doet hiervoor een schriftelijk of mondeling verzoek
aan de burgemeester.
3. Een verzoek aan de burgemeester als bedoeld in het eerste lid,
dient te zijn ontvangen uiterlijk op de tweede werkdag voor de
stemming. De burgemeester kan in afwijking van de vorige volzin
besluiten dat het verzoek uiterlijk de dag voor de stemming dient te
zijn ontvangen. De burgemeester brengt de verlenging van de termijn
ten minste veertien dagen voor de stemming ter openbare kennis. De
termijn voor het verzoek wordt vermeld op de stempas.
4. De kiezer legt bij zijn verzoek een kopie over van een document
als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
5. Aan de kiezer wiens stempas op grond van artikel J 7a ongeldig
is, wordt geen nieuwe stempas uitgereikt.
Artikel J 9
De burgemeester brengt de kandidatenlijsten ter kennis van de kiezers
op bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen wijze.
Artikel J 10
Iedere werkgever is verplicht te zorgen dat iedere kiezer die bij hem
in dienstbetrekking is, de gelegenheid krijgt zijn stem uit te brengen
voor zover dit niet kan geschieden buiten de vastgestelde arbeidstijd en
mits de kiezer daardoor niet meer dan twee uur verhinderd is zijn arbeid
te verrichten.
§ 3. Het stembureau
Artikel J 11
1. De voorzitter en de leden van het stembureau, alsmede de
personen die het stembureau ten dienste staan, die in een andere
gemeente dan waar zij als kiesgerechtigde zijn geregistreerd aan de
stemming deelnemen, kunnen, indien zij kiesgerechtigd zijn voor het
orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, naar keuze bij dit
stembureau of bij een stembureau binnen de gemeente waar zij als
kiesgerechtigde geregistreerd zijn, aan de stemming deelnemen.
2. Van het uitbrengen van hun stem wordt melding gemaakt in het
proces-verbaal.
3. Dit artikel is niet van toepassing bij een verkiezing van de
leden van de gemeenteraad.
Artikel J 12
1. Gedurende de zitting zijn steeds de voorzitter en twee leden van
het stembureau aanwezig.
2. Het stembureau bepaalt wie als tweede en derde lid van het
stembureau optreden.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het tweede lid en bij
diens ontstentenis het derde lid als voorzitter op.
4. Bij ontstentenis van een lid treedt een door of vanwege
burgemeester en wethouders aan te wijzen plaatsvervangend lid op.
5. Indien geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, verzoekt de
voorzitter een van de in het stemlokaal aanwezige kiezers die hij
daartoe geschikt acht, als zodanig op te treden totdat dit wel het het
geval is.
6. Van de wisselingen in de samenstelling van het stembureau wordt
in het proces-verbaal aantekening gehouden met opgave van de tijd van
de vervanging.
Artikel J 13
Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de
stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
Artikel J 14
De leden van het stembureau geven tijdens de uitoefening van hun
functie geen blijk van hun politieke gezindheid.
§ 4. De inrichting van het stemlokaal
Artikel J 15
Het stemlokaal is zodanig ingericht dat het stemgeheim is
gewaarborgd.
Artikel J 16
1. In het stemlokaal zijn geplaatst een tafel voor het stembureau,
een stembus en een of meer stemhokjes.
2. De toegang tot de stemhokjes moet zichtbaar zijn voor het
publiek.
3. In ieder stemhokje bevindt zich een handleiding voor de kiezer.
Bij ministeriële regeling wordt voor de handleiding een model
vastgesteld.
4. De tafel voor het stembureau is zo geplaatst dat de kiezers de
verrichtingen van het stembureau kunnen gadeslaan.
Artikel J 17
1. Op de tafel voor het stembureau ligt het uittreksel van
ongeldige stempassen. De burgemeester draagt er zorg voor dat elk
stembureau over dit uittreksel beschikt.
2. Ieder stembureau beschikt over de wettelijke voorschriften die
op de stemming betrekking hebben.
Artikel J 18
1. De stembus, vervaardigd volgens bij algemene maatregel van
bestuur te geven voorschriften, staat bij de tafel, binnen het bereik
van het lid van het stembureau dat belast is met de in artikel J 26,
derde lid, bedoelde taak.
2. Tijdig voor de aanvang van de stemming sluit het stembureau de
stembus, na zich ervan overtuigd te hebben dat zij leeg is.
Artikel J 19
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld betreffende de inrichting van het stemlokaal.
§ 5. De stembiljetten
Artikel J 20
1. Op bij de verkiezingen te bezigen stembiljetten kunnen kiezers
een keuze maken uit de kandidaten over wie de stemming moet
geschieden. De stembiljetten zijn voorzien van de handtekening van de
voorzitter van het hoofdstembureau alsmede van de naam van het
vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing geldt en een
aanduiding van de kieskring.
2. Bij ministeriële regeling wordt voor de stembiljetten een model
vastgesteld.
Artikel J 21
1. De burgemeester van de gemeente waar het hoofdstembureau is
gevestigd, draagt zorg dat de stembiljetten alsmede de formulieren
voor de processen-verbaal voor alle tot de kieskring behorende
gemeenten tijdig in gereedheid worden gebracht.
2. Hij zendt in één of meer verzegelde pakken aan de burgemeester
van elke tot de kieskring behorende gemeente tijdig de benodigde
stembiljetten en formulieren voor de procesen-verbaal. Op elk pak
wordt het aantal zich daarin bevindende stembiljetten of formulieren
vermeld.
3. De kosten van het vervaardigen en toezenden van de stembiljetten
en de formulieren worden naar evenredigheid over de gemeenten
verdeeld.
Artikel J 22
1. De burgemeester draagt zorg dat voor de aanvang van de stemming
bij elk stembureau in zijn gemeente de benodigde stembiljetten en
formulieren voor de processen-verbaal aanwezig zijn.
2. De stembiljetten worden aan het stembureau ter beschikking
gesteld in één of meer verzegelde pakken, op elk waarvan het aantal
zich daarin bevindende stembiljetten is vermeld.
Artikel J 23
Het stembureau opent tijdig voor de aanvang van de stemming de pakken
met stembiljetten en stelt het aantal biljetten vast.
§ 6. Het uitbrengen van de stem
Artikel J 24
1. Tot de stemming wordt slechts toegelaten de kiezer die bevoegd
is aan de verkiezing deel te nemen, voor zover:
a. de voorzitter van het stembureau de identiteit van de kiezer
heeft vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht;
b. de kiezer in het bezit is van de hem toegezonden of
ingevolge artikel J 8uitgereikte stempas, dan wel een kiezerspas
of een volmachtbewijs.
2. De in het eerste lid, onder a, bedoelde vaststelling van de
identiteit kan ook geschieden aan de hand van een kopie van het
proces-verbaal dat van een vermissing van het document op ambtseed is
opgemaakt door een opsporingsambtenaar van de politie in het Europese
deel van Nederland of in Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
onderscheidenlijk de politie van Aruba, van Curaçao of van Sint
Maarten, in combinatie met een document van de kiesgerechtigde op
diens naam en voorzien van zijn foto.
Artikel J 25
1. De kiezer overhandigt aan de voorzitter van het stembureau het
in artikel J 24, eerste lid, onder a, genoemde identiteitsdocument, en
de stempas.
2. Indien de voorzitter constateert dat de kiezer niet beschikt
over een geldig identiteitsdocument, wordt de kiezer niet toegelaten
tot de stemming.
3. Indien de kiezer naar het oordeel van de voorzitter over een
geldig identiteitsdocument beschikt, controleert de voorzitter de
echtheid van de stempas.
4. Indien het stembureau constateert dat de stempas niet echt is
neemt de voorzitter de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten
tot de stemming.
5. Indien de stempas echt is, noemt de voorzitter vervolgens
duidelijk verstaanbaar het volgnummer dat vermeld is op de stempas.
6. Het tweede lid van het stembureau gaat na of het volgnummer van
de stempas voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen,
bedoeld in artikel J 7a, tweede volzin. Indien dat het geval is, neemt
het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer
niet toegelaten tot de stemming.
7. Indien het volgnummer van de stempas niet voorkomt in het
uittreksel van ongeldige stempassen, controleert de voorzitter
vervolgens of de gegevens op het identiteitsdocument overeenkomen met
de gegevens op de stempas. Indien de voorzitter constateert dat de
gegevens niet overeenkomen, wordt de kiezer niet toegelaten tot de
stemming.
8. Indien de kiezer beschikt over een geldig identiteitdocument en
een geldige stempas en de identiteit op beide documenten overeenkomt,
neemt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de
kiezer toegelaten tot de stemming.
9. Vervolgens overhandigt de voorzitter aan de kiezer een
stembiljet.
10. De voorzitter houdt aantekening van het aantal kiezers dat niet
tot de stemming is toegelaten, het aantal ingenomen stempassen en het
aantal uitgereikte stembiljetten.
11. De ingevolge dit artikel ingenomen stempassen die niet echt of
ongeldig zijn, worden door het stembureau onbruikbaar gemaakt.
Artikel J 26
1. De kiezer gaat na ontvangst van het stembiljet naar een
stemhokje en stemt aldaar door een wit stipje, geplaatst vóór de
kandidaat van zijn keuze, rood te maken.
2. Hij vouwt vervolgens het stembiljet dicht en gaat daarmee naar
het stembureau.
3. Het derde lid van het stembureau ziet erop toe, dat de kiezer
het stembiljet in de stembus steekt.
Artikel J 27
1. Indien een kiezer zich bij de invulling van zijn stembiljet
vergist, geeft hij dit aan de voorzitter terug. Deze verstrekt hem op
zijn verzoek eenmaal een nieuw biljet.
2. De teruggegeven stembiljetten worden door de voorzitter
onmiddellijk onbruikbaar gemaakt op bij algemene maatregel van bestuur
te regelen wijze.
Artikel J 28
Wanneer aan het stembureau blijkt dat een kiezer wegens zijn
lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, staat het toe dat deze zich laat
bijstaan.
Artikel J 29
Indien een kiezer weigert het stembiljet in de bus te steken, houdt
de voorzitter daarvan aantekening. Indien een stembiljet wordt
teruggegeven, wordt dit door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar
gemaakt op bij algemene maatregel van bestuur te regelen wijze.
Artikel J 30
Zodra de voor de stemming bepaalde tijd verstreken is, wordt dit door
de voorzitter aangekondigd en worden alleen de op dat ogenblik in het
stemlokaal of bij de ingang daarvan aanwezige kiezers nog tot de
stemming toegelaten.
Artikel J 31
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld betreffende de gang van zaken bij de stemming.
§ 7 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel J 32 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel J 33 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel J 34 [Vervallen per 01-01-2010]
§ 8. De orde in het stemlokaal
Artikel J 35
1. Gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt, zijn de
kiezers bevoegd in het stemlokaal te vertoeven, voor zover de orde
daardoor niet wordt verstoord en de voortgang van de zitting niet
wordt belemmerd.
2. De in het stemlokaal aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren
inbrengen, indien de stemming niet overeenkomstig de wet geschiedt.
3. De bezwaren worden in het proces-verbaal van de zitting van het
stembureau vermeld.
Artikel J 36
In het stemlokaal worden geen activiteiten ontplooid die erop gericht
zijn de kiezers in hun keuze te beïnvloeden.
Artikel J 37
De voorzitter is belast met de handhaving van de orde tijdens de
zitting. Hij kan daartoe de burgemeester om bijstand verzoeken.
Artikel J 38
1. Indien zich naar het oordeel van het stembureau omstandigheden
voordoen in of bij het stemlokaal die de behoorlijke voortgang van de
zitting onmogelijk maken, wordt dit door de voorzitter verklaard. De
zitting wordt daarop geschorst. De voorzitter doet hiervan terstond
mededeling aan de burgemeester. De burgemeester bepaalt vervolgens
wanneer en waar de zitting wordt hervat.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden
hieromtrent nadere regels gesteld.
§ 9. Waarnemers
Artikel J 39
1. Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan ter uitvoering van een
verdrag of een internationale afspraak personen toelaten die als
waarnemer getuige mogen zijn van het verloop van de verkiezingen.
2. Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven
gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere
regels worden gesteld omtrent waarneming bij de verkiezingen.
Hoofdstuk K. Het stemmen in een andere gemeente met een kiezerspas
Artikel K 1
Aan de kiezer wordt overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk op
zijn verzoek toegestaan binnen het gebied van het orgaan waarvoor de
verkiezing wordt gehouden, aan de stemming deel te nemen in een
stembureau van zijn keuze in een andere gemeente dan waar hij als kiezer
is geregistreerd.
Artikel K 2
Het in artikel K 1 bepaalde geldt niet voor de kiezer aan wie op zijn
verzoek is toegestaan bij volmacht of per brief te stemmen.
Artikel K 3
1. De kiezer die van de in artikel K 1 bedoelde gelegenheid wenst
gebruik te maken, doet overeenkomstig het bepaalde in artikel K 6
schriftelijk, of overeenkomstig het bepaalde in artikel K 10
mondeling, het verzoek daartoe aan de burgemeester van de gemeente
waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is
geregistreerd.
2. De burgemeester brengt op de dag van de kandidaatstelling ter
openbare kennis dat uiterlijk op de in artikel K 6, eerste lid,
bedoelde dag schriftelijk, en binnen de in artikel K 10, eerste lid,
bedoelde termijn mondeling, een verzoek als in het eerste lid bedoeld
kan worden gedaan.
Artikel K 4
1. Aan de kiezer wordt als bewijs dat aan zijn verzoek is voldaan
een verklaring uitgereikt of verzonden, genaamd kiezerspas.
2. De kiezer aan wie een kiezerspas is uitgereikt of verzonden, kan
uitsluitend met deze pas aan de verkiezing deelnemen.
3. Aan de kiezer wiens kiezerspas in het ongerede is geraakt, wordt
geen nieuwe uitgereikt of verzonden.
Artikel K 5 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel K 6
1. Een schriftelijk verzoek aan de burgemeester als bedoeld in
artikel K 3, eerste lid, kan worden gedaan uiterlijk op de veertiende
dag voor de stemming. Indien de kiezer reeds een stempas heeft
ontvangen, voegt hij deze bij het verzoek.
2. Voor het verzoek wordt gebruik gemaakt van een formulier dat ter
secretarie van elke gemeente kosteloos verkrijgbaar is.
3. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model
vastgesteld.
Artikel K 7
De kiezer die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft,
dient, indien hij in een stembureau van zijn keuze met een kiezerspas
wenst te stemmen, gelijktijdig met het registratieverzoek, bedoeld in
artikel D 3, daartoe een schriftelijk verzoek in bij de burgemeester van
's-Gravenhage. Voor het verzoekschrift wordt gebruik gemaakt van een
formulier dat is opgenomen in het in artikel D 3, negende lid, bedoelde
formulier.
Artikel K 8
1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek wordt door de
burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar een
beslissing genomen.
2. Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien de verzoeker op de
dag van de kandidaatstelling niet als kiezer is geregistreerd, hem
overeenkomstig paragraaf 2 van hoofdstuk L is toegestaan bij volmacht
te stemmen, of hem is toegestaan per brief te stemmen.
3. Indien het verzoek niet in verdere behandeling kan worden
genomen of moet worden afgewezen, wordt de reden hiervan op het
verzoekschrift vermeld, waarna dit onverwijld aan de verzoeker wordt
teruggezonden.
4. Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking
als bedoeld in dit artikel.
Artikel K 9
De beslissing tot inwilliging van het verzoek wordt vermeld op de
stempas van de verzoeker met gebruikmaking van het op die pas daartoe
voorkomend formulier.
Artikel K 10
1. Een mondeling verzoek als bedoeld in artikel K 3, eerste lid,
kan geschieden na ontvangst van de stempas, doch uiterlijk op de
vijfde dag voor de stemming, door de kiezer in persoon ter secretarie
van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer
is geregistreerd.
2. De kiezer legt bij het verzoek de hem ingevolge artikel J 7
toegezonden of ingevolge artikel J 8 uitgereikte stempas over.
3. Op een verzoek als in het eerste lid bedoeld, wordt door de
burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar terstond een
beslissing genomen.
4. Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien de verzoeker op de
dag van de kandidaatstelling niet als kiezer is geregistreerd, hem
overeenkomstig paragraaf 2 van hoofdstuk L is toegestaan bij volmacht
te stemmen of hem is toegestaan per brief te stemmen.
5. De beslissing tot inwilliging van het verzoek wordt op de
stempas vermeld met gebruikmaking van het op die pas daartoe
voorkomend formulier.
Artikel K 11
1. Bij de stemming overhandigt de kiezer de kiezerspas aan de
voorzitter van het stembureau.
2. Het tweede lid van het stembureau houdt door op de kiezerspas
zijn paraaf te plaatsen aantekening dat de kiezer zich heeft
aangemeld.
3. Artikel J 25, tweede tot en met elfde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel K 12 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel K 13 [Vervallen per 01-01-2010]
Hoofdstuk L. Het stemmen bij volmacht
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel L 1
De kiezer die verwacht niet in staat te zullen zijn in persoon aan de
stemming deel te nemen, kan overeenkomstig de bepalingen van dit
hoofdstuk bij volmacht stemmen.
Artikel L 2
1. Een volmacht kan worden verleend hetzij op een schriftelijke
aanvraag overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2, hetzij door
overdracht van de stempas overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3
van dit hoofdstuk.
2. Een schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen kan niet
worden ingediend door de kiezer aan wie een kiezerspas of een
briefstembewijs is verstrekt.
Artikel L 3
De gemachtigde kan een volmachtstem uitsluitend tegelijk met zijn
eigen stem uitbrengen.
Artikel L 4
Een kiezer mag niet meer dan twee aanwijzingen als gemachtigde
aannemen.
Artikel L 5
1. De volmachtgever is niet bevoegd een eenmaal verleende
schriftelijke volmacht in te trekken of na het verlenen van volmacht
in persoon aan de stemming deel te nemen.
2. Een volmacht die is verleend door overdracht van de stempas kan
tot het uitbrengen van een stem door de gemachtigde door de
volmachtgever worden ingetrokken.
3. Een schriftelijke aanvrage om bij volmacht te stemmen kan worden
ingetrokken, zolang daarop niet is beslist.
Artikel L 6
1. Aan de gemachtigde wordt ten bewijze van zijn bevoegdheid een
verklaring verstrekt, genaamd volmachtbewijs.
2. Aan de gemachtigde wiens volmachtbewijs in het ongerede is
geraakt, wordt geen nieuw verstrekt.
§ 2. De schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen
Artikel L 7
De burgemeester brengt op de dag van de kandidaatstelling ter
openbare kennis, dat uiterlijk op de veertiende dag voor de stemming
voor de kiezers gelegenheid bestaat het in artikel L 8 bedoelde
verzoekschrift in te dienen.
Artikel L 8
1. De kiezer die bij volmacht wenst te stemmen, dient uiterlijk op
de veertiende dag voor de stemming daartoe een verzoekschrift in bij
de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de
kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd. Voor dit verzoekschrift
wordt gebruik gemaakt van een formulier, dat ter secretarie van elke
gemeente, kosteloos, verkrijgbaar is. De burgemeester kan ter
voorkoming van misbruik beperkingen stellen aan de
verkrijgbaarstelling. Een daartoe strekkend besluit brengt hij ter
openbare kennis.
2. In zijn verzoekschrift wijst de kiezer een gemachtigde aan. Als
gemachtigde kan slechts optreden degene die op de dag van de
kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd binnen het gebied
waarvoor de verkiezing geldt.
3. Bij het verzoekschrift wordt ingediend een verklaring van de
gemachtigde dat deze bereid is als zodanig op te treden, alsmede,
indien de gemachtigde niet in dezelfde gemeente als kiezer is
geregistreerd als de volmachtgever, een door burgemeester en
wethouders van de gemeente waar de gemachtigde als kiezer is
geregistreerd, afgegeven verklaring, dat de gemachtigde als kiezer is
geregistreerd in hun gemeente en dat de bereidverklaring van de
gemachtigde in overeenstemming is met het bepaalde in artikel L 4.
4. Bij ministeriële regeling worden voor het verzoekschrift en de
verklaring modellen vastgesteld.
5. De in het derde lid bedoelde verklaring van burgemeester en
wethouders van de gemeente waar de gemachtigde als kiezer is
geregistreerd, is niet vereist, indien de volmachtgever zijn
werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft.
Artikel L 9
De kiezer die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft,
dient, indien hij bij volmacht wenst te stemmen, gelijktijdig met het
registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3, daartoe een schriftelijk
verzoek in bij de burgemeester van 's-Gravenhage. Voor het
verzoekschrift wordt gebruik gemaakt van een formulier dat is opgenomen
in het in artikel D 3, negende lid, bedoelde formulier.
Artikel L 10
Het verzoek wordt afgewezen, indien:
a. blijkt dat de kiezer niet zelf de gemachtigde heeft
aangewezen;
b. aan de kiezer die het verzoek heeft ingediend reeds een
kiezerspas of een briefstembewijs is verstrekt;
c. degene die als gemachtigde is aangewezen, de aanwijzing in
strijd met het bepaalde in artikel L 4 heeft aangenomen;
d. degene die als gemachtigde is aangewezen, niet als
kiesgerechtigde is geregistreerd binnen het gebied waarvoor de
verkiezing geldt.
Artikel L 11
1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek doch niet
eerder dan op de dag van de kandidaatstelling wordt door de
burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar een
beslissing genomen.
2. Bij inwilliging wordt een volmachtbewijs opgemaakt. Bij
ministeriële regeling wordt voor dit bewijs een model vastgesteld. De
inwilliging wordt aan de volmachtgever bekendgemaakt.
3. Indien het verzoek niet in verdere behandeling kan worden
genomen of moet worden afgewezen, wordt de beslissing met opgave van
redenen op het verzoekschrift vermeld. Het verzoekschrift wordt dan
aan de verzoeker teruggezonden, terwijl degene die zich bereid heeft
verklaard als gemachtigde op te treden van de beslissing in kennis
wordt gesteld.
4. Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking
als bedoeld in dit artikel.
Artikel L 12
De burgemeester houdt aantekening van de namen van de kiezers die een
aanwijzing als gemachtigde hebben aangenomen.
Artikel L 13
De burgemeester doet het volmachtbewijs aan de gemachtigde toekomen.
§ 3. Het verlenen van volmacht door overdracht van de stempas aan
een andere kiezer
Artikel L 14
1. De kiezer kan een andere kiezer die op de dag van de
kandidaatstelling in dezelfde gemeente als hij als kiezer is
geregistreerd machtigen om voor hem te stemmen in een stembureau
binnen die gemeente.
2. Hij tekent daartoe het formulier dat voorkomt op de stempas en
laat de pas door de gemachtigde mede-ondertekenen.
3. Hij draagt de aldus in een volmachtbewijs omgezette stempas aan
de gemachtigde over.
Artikel L 15 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel L 16 [Vervallen per 01-01-2010]
§ 4. Het stemmen door de gemachtigde
Artikel L 17
1. De gemachtigde overhandigt aan de voorzitter van het stembureau
het volmachtbewijs.
2. Indien het een volmachtbewijs betreft als bedoeld in hoofdstuk
L, paragraaf 3, overhandigt de gemachtigde tevens een kopie van een
identiteitsdocument als bedoeld in artikel J 24, van de volmachtgever.
3. Artikel J 25, tweede tot en met elfde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk M. Het stemmen per brief
§ 1. Algemene bepalingen; briefstembureaus in de gemeente
's-Gravenhage
Artikel M 1
Bij de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt aan de
kiezer die op de dag van de kandidaatstelling zijn werkelijke woonplaats
buiten Nederland heeft, dan wel op de dag der stemming wegens zijn
beroep of werkzaamheden of wegens het beroep of de werkzaamheden van
zijn echtgenoot, geregistreerde partner, levensgezel of ouder, buiten
Nederland zal verblijven, overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk
op zijn verzoek toegestaan per brief te stemmen.
Artikel M 2
1. De aan de kiezer ten bewijze van de voldoening aan zijn verzoek
te verstrekken verklaring draagt de naam van briefstembewijs.
2. Een aan de kiezer verzonden briefstembewijs kan niet door een
nieuw worden vervangen.
3. Aan de kiezer aan wie een briefstembewijs is verstrekt, wordt
geen stempas toegezonden. Hij mag slechts op de in artikel M 7
aangewezen wijze aan de stemming deelnemen.
Artikel M 3
1. De kiezer die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft,
dient, indien hij per brief wenst te stemmen, gelijktijdig met het
registratieverzoek, bedoeld in artikel D 3, daartoe een schriftelijk
verzoek in bij de burgemeester van 's-Gravenhage. De overige kiezers
dienen een zodanig verzoekschrift uiterlijk op de achtentwintigste dag
voor de stemming in bij de burgemeester van de gemeente waar zij als
kiezer zijn geregistreerd. In het verzoekschrift geeft de kiezer een
adres op buiten Nederland waar hij de stukken, bedoeld in artikel M 6,
eerste lid, wenst te ontvangen.
2. Voor het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, eerste
volzin, wordt gebruik gemaakt van een formulier dat is opgenomen in
het in artikel D 3, negende lid, bedoelde formulier.
3. Voor het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, tweede
volzin, wordt gebruik gemaakt van een formulier dat ter secretarie van
elke gemeente, kosteloos, verkrijgbaar is. Bij ministeriële regeling
wordt voor het formulier een model vastgesteld.
Artikel M 4
1. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek wordt door de
burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar een
beslissing genomen.
2. Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien gebleken is dat de
verzoeker niet tot de in artikel M 1 bedoelde kiezers behoort.
3. Indien het verzoek niet in verdere behandeling kan worden
genomen of moet worden afgewezen, wordt de reden daarvan vermeld op
het verzoekschrift, dat daarna onverwijld wordt teruggezonden.
4. Bij inwilliging van het verzoek tekent de burgemeester of de
door hem daartoe aangewezen ambtenaar dit op het verzoekschrift aan.
Indien het een verzoekschrift als bedoeld in artikel M 3, eerste lid,
tweede volzin, betreft en het verzoekschrift afkomstig is van een
persoon die als kiezer in een andere gemeente in Nederland is
geregistreerd dan de gemeente 's-Gravenhage, zendt de burgemeester of
de door hem daartoe aangewezen ambtenaar het ingewilligde
verzoekschrift zo spoedig mogelijk door naar de burgemeester van
's-Gravenhage.
5. Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking
als bedoeld in dit artikel.
Artikel M 5 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel M 6
1. Door de burgemeester van 's-Gravenhage worden vervolgens op bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze zo spoedig mogelijk
aan de kiezer gezonden:
a. een stembiljet;
b. een aan de burgemeester geadresseerde retourenveloppe;
c. het briefstembewijs, bevattende een door de kiezer te
ondertekenen verklaring dat hij het stembiljet persoonlijk heeft
ingevuld;
d. een enveloppe voor het stembiljet;
e. een handleiding voor de kiezer.
2. Bij ministeriële regeling worden voor de stukken, bedoeld in
het eerste lid, onder b, c ,d en e, modellen vastgesteld.
Artikel M 7
1. De kiezer stemt door op het hem toegezonden stembiljet een wit
stipje, geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze, rood te maken.
2. Daarna vouwt hij het stembiljet dicht op zodanige wijze dat de
namen van de kandidaten niet zichtbaar zijn en doet hij het stembiljet
in de enveloppe voor het stembiljet.
3. Hij ondertekent een op het briefstembewijs gestelde verklaring,
dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld.
4. Vervolgens doet hij het briefstembewijs en de enveloppe met het
stembiljet in de bijbehorende retourenveloppe en zendt hij deze
gesloten naar de burgemeester van 's-Gravenhage dan wel naar het hoofd
van de consulaire post waaronder de woon- en verblijfplaats van
verzoeker ressorteert, die voor spoedige doorzending naar de
burgemeester van 's-Gravenhage zorg draagt.
5. De kiezer draagt er zorg voor dat de retourenveloppe voldoende
is gefrankeerd.
Artikel M 8
1. De stukken, bedoeld in artikel M 7, vierde lid, dienen uiterlijk
op de dag der stemming om vijftien uur in het bezit te zijn van de
burgemeester van 's-Gravenhage.
2. De burgemeester draagt er zorg voor dat de tijdig binnengekomen
retourenveloppen die voldoende zijn gefrankeerd, op de dag der
stemming voor eenentwintig uur ongeopend overhandigd worden aan de
voorzitters van de stembureaus, bedoeld in artikel M 9.
3. Op de retourenveloppen die te laat zijn binnengekomen, worden
door de burgemeester de dag en, indien dit de dag van de stemming is,
tevens het uur van binnenkomst aangetekend. Deze retourenveloppen en
de retourenveloppen die niet voldoende zijn gefrankeerd, worden door
de burgemeester ongeopend in een of meer te verzegelen pakken gedaan.
Ook de binnengekomen stembiljetten en briefstembewijzen die niet in de
daarvoor bestemde retourenveloppen zijn teruggezonden, worden door de
burgemeester in een of meer te verzegelen pakken gedaan. Op deze
pakken wordt vermeld het aantal retourenveloppen, onderscheidenlijk
stembiljetten en briefstembewijzen, dat het pak bevat.
4. De burgemeester zorgt dat de verzegelde pakken, bedoeld in het
derde lid, worden vernietigd, nadat het centraal stembureau de uitslag
van de verkiezing heeft vastgesteld en over de toelating van de
gekozenen is beslist. Van de vernietiging wordt proces-verbaal
opgemaakt.
Artikel M 9
1. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage wijzen in hun
gemeente briefstembureaus aan. Deze stembureaus zijn uitsluitend
bestemd voor per brief uit te brengen stemmen. Ten aanzien van deze
stembureaus zijn artikel J 11 en artikel J 16, voor zover dat artikel
betrekking heeft op stemhokjes, niet van toepassing.
2. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van artikel J 1
bepalen, dat deze stembureaus ten behoeve van het verrichten van de
handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en M 11, tevens zitting
houden op dagen gelegen in de periode vanaf de zesendertigste dag tot
en met de tweeënveertigste dag na de kandidaatstelling op door
burgemeester en wethouders te bepalen tijden. In dat geval draagt de
burgemeester er in afwijking van artikel M 8, tweede lid, zorg voor
dat de binnengekomen retourenveloppen die voldoende zijn gefrankeerd,
op deze dagen worden overhandigd aan de voorzitter van de
briefstembureaus.
3. Indien burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage gebruik
hebben gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vangen
deze stembureaus op de dag van stemming eerst met de handelingen
bedoeld in de artikelen M 10 en M 11, aan, nadat het stembureau
overeenkomstig artikel N 16a, eerste lid, de stemopneming heeft
verricht ten aanzien van de stembiljetten die zich bij aanvang van de
dag van stemming in de stembus bevinden.
4. In afwijking van artikel J 1, tweede lid, eindigt de stemming op
de dag der stemming zodra de briefstembureaus de handelingen, bedoeld
in de artikelen M 10 en M 11, ten aanzien van alle tijdig
binnengekomen retourenveloppen hebben beëindigd.
5. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
met betrekking tot de zittingen, bedoeld in het tweede lid, en het
bewaren van de stembescheiden.
6. In plaats van het in artikel J 17, eerste lid, bedoelde
afschrift liggen op de tafel van deze stembureaus de verzoekschriften,
bedoeld in artikel M 4, vierde lid.
Artikel M 10
1. De voorzitter van het stembureau opent de retourenveloppe en
neemt het briefstembewijs en de enveloppe met het stembiljet eruit.
Hij controleert of de verklaring dat de kiezer het stembiljet
persoonlijk heeft ingevuld, is ondertekend en of de daaronder
geplaatste handtekening overeenstemt met de handtekening onder het
verzoekschrift, bedoeld in artikel M 4, vierde lid. Vervolgens
overhandigt hij het briefstembewijs aan het tweede lid van het
stembureau.
2. Het tweede lid van het stembureau houdt, door op het
verzoekschrift zijn paraaf te stellen, aantekening dat de kiezer van
zijn kiesrecht gebruik heeft gemaakt.
3. De voorzitter overhandigt vervolgens de enveloppe met het
stembiljet ongeopend aan het derde lid van het stembureau. Indien het
stembiljet zich niet in de daartoe bestemde enveloppe bevindt,
overhandigt de voorzitter het stembiljet, zonder het in te zien,
dichtgevouwen aan het derde lid van het stembureau.
4. Het derde lid van het stembureau steekt de enveloppe met het
stembiljet in de stembus. Indien het stembiljet zich niet in de
daartoe bestemde enveloppe bevindt, steekt het derde lid van het
stembureau het stembiljet, zonder het in te zien, dichtgevouwen in de
stembus.
Artikel M 11
1. Indien de retourenveloppe niet zowel een geldig briefstembewijs
als een stembiljet, onderscheidenlijk de in artikel M 6, eerste lid,
onder d, bedoelde enveloppe met stembiljet, bevat, dan wel de op het
briefstembewijs gestelde verklaring van de kiezer dat hij het
stembiljet persoonlijk heeft ingevuld, niet door deze is ondertekend,
voegt de voorzitter de aangetroffen bescheiden, zonder het stembiljet
in te zien dan wel zonder de enveloppe met het stembiljet te openen,
wederom in de retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben
verzegeld, terzijde.
2. Indien in een retourenveloppe twee of meer stembiljetten,
onderscheidenlijk enveloppen met stembiljet, zijn gevoegd, doet de
voorzitter alle stembiljetten, onderscheidenlijk enveloppen met
stembiljet en briefstembewijzen, zonder de stembiljetten in te zien
dan wel de enveloppen met stembiljet te openen, wederom in de
retourenveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld,
terzijde.
Artikel M 12
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld met betrekking tot het stemmen per brief.
§ 2. Briefstembureaus buiten Nederland
Artikel M 13
1. Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan in overeenstemming met
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een
land een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland
aanwijzen waar een briefstembureau wordt ingesteld. Van deze
aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. Een briefstembureau kan ook voor kiesgerechtigden die hun
werkelijke woonplaats in een ander land hebben dan het land waarin de
diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland gevestigd
is, worden ingesteld.
3. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
stelt in Aruba, in Curaçao en in Sint Maarten briefstembureaus in bij
de Vertegenwoordiging van Nederland.
4. Onze Minister van Defensie kan in overeenstemming met Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een of meer
militaire missies buiten het Koninkrijk aanwijzen ten behoeve waarvan
aldaar een briefstembureau wordt ingesteld.
5. De leden en plaatsvervangende leden van de in het eerste, derde
en vierde lid bedoelde briefstembureaus worden tijdig voor elke
verkiezing benoemd door Onze Minister van Buitenlandse Zaken,
onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties, onderscheidenlijk Onze Minister van Defensie.
Artikel M 14
De burgemeester van 's-Gravenhage of de door hem daartoe aangewezen
ambtenaar zendt de ingewilligde verzoekschriften, afkomstig van personen
die hun werkelijke woonplaats hebben in een land als bedoeld in artikel
M 13 of daar op de dag der stemming zullen verblijven, zo spoedig
mogelijk per diplomatieke post naar het hoofd van de ingevolge artikel M
13, eerste lid, aangewezen diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
van Nederland in het desbetreffende land dan wel naar de
vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, in Curaçao of in Sint Maarten
dan wel naar de Nederlandse leiding in het inzetgebied van de ingevolge
artikel M 13, vierde lid, aangewezen militaire missie.
Artikel M 15
De kiezer die bij een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging
van Nederland in het buitenland of bij de Vertegenwoordiging van
Nederland in Aruba, in Curaçao of in Sint Maarten of bij een voor een
aangewezen militaire missie ingesteld briefstembureau per brief stemt,
ontvangt van de burgemeester van 's-Gravenhage een retourenveloppe,
geadresseerd aan de voorzitter van het daar gevestigde briefstembureau.
Hij zendt de retourenveloppe, na de in artikel M 7 bedoelde handelingen
te hebben verricht, naar deze voorzitter.
Artikel M 16
1. De in artikel M 8, eerste tot en met derde lid, aan de
burgemeester opgedragen taken worden verricht door het hoofd van de
diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland in het
desbetreffende land danwel door de vertegenwoordiger van Nederland in
Aruba, in Curaçao of in Sint Maarten danwel door de Nederlandse
leiding van de militaire missie.
2. Indien een tijdsverschil met Nederland bestaat, gelden de in
artikel M 8, eerste en tweede lid, genoemde tijdstippen naar
plaatselijke tijd.
Artikel M 17
Voor de zitting van briefstembureaus buiten Nederland kan Onze
Minister van Buitenlandse Zaken danwel Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties danwel Onze Minister van Defensie, een
later aanvangstijdstip bepalen dan het in artikel J 1, tweede lid,
genoemde.
Hoofdstuk N. De stemopneming door het stembureau
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel N 1
1. Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, stelt het
stembureau vast:
a. het aantal kiezers dat zich heeft aangemeld;
b. het aantal uitgereikte stembiljetten;
c. het aantal kiezers dat geweigerd heeft het stembiljet in de
stembus te steken;
d. het aantal teruggegeven en onbruikbaar gemaakte
stembiljetten;
e. het aantal niet gebruikte stembiljetten;
f. het aantal volmachten waarmee een stem is uitgebracht.
2. De aantallen, bedoeld in het eerste lid, worden door de
voorzitter aan de aanwezige kiezers medegedeeld.
Artikel N 2
1. Door het stembureau worden de onder a tot en met d genoemde
documenten in pakken gedaan. Elk pak bevat een gewaarmerkte verklaring
van het stembureau betreffende de aantallen documenten die het
desbetreffende pak bevat. Deze pakken worden vervolgens verzegeld. De
volgende documenten worden op deze wijze ingepakt:
a. de onbruikbaar gemaakte ongeldige stempassen en
volmachtbewijzen en de aantekeningen van het stembureau die hierop
betrekking hebben;
b. de onbruikbaar gemaakte stempassen en volmachtbewijzen die
niet echt zijn en de aantekeningen van het stembureau die hierop
betrekking hebben;
c. de overige stempassen;
d. de overige volmachtbewijzen en de kiezerspassen.
2. Ten slotte worden op overeenkomstige wijze ingepakt:
a. de niet gebruikte stembiljetten;
b. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten.
Artikel N 3
Onmiddellijk na de in artikel N 2 voorgeschreven verzegelingen wordt
de stembus geopend.
Artikel N 4
De stembiljetten worden geteld en hun aantal wordt vergeleken met het
aantal kiezers dat aan de stemming heeft deelgenomen.
Artikel N 5
De leden van het stembureau openen de stembiljetten en voegen deze
lijstgewijze bijeen. Zij kunnen zich bij deze werkzaamheden doen
bijstaan door plaatsvervangende leden en door ambtenaren van de
gemeente, daartoe door burgemeester en wethouders aan te wijzen.
Artikel N 6
1. Het stembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast:
a. het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen;
b. de som van de aantallen stemmen, bedoeld onder a.
2. Daarnaast stelt het stembureau vast:
a. het aantal blanco stemmen;
b. het aantal ongeldige stemmen.
Artikel N 7
1. Blanco is de stem uitgebracht op een stembiljet dat door de
kiezer is ingeleverd zonder dat hij geheel of gedeeltelijk een wit
stipje in een stemvak rood heeft gemaakt en zonder dat hij anderszins
op het stembiljet geschreven of getekend heeft.
2. Ongeldig is de stem uitgebracht op een ander stembiljet dan bij
of krachtens deze wet mag worden gebruikt.
3. Voorts is ongeldig de stem die niet als blanco wordt aangemerkt,
maar waarbij de kiezer op het stembiljet niet, door het geheel of
gedeeltelijk rood maken van het witte stipje in een stemvak, op
ondubbelzinnige wijze heeft kenbaar gemaakt op welke kandidaat hij
zijn stem uitbrengt, of waarbij op het stembiljet bijvoegingen zijn
geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.
Artikel N 8
1. Het stembureau beslist met inachtneming van artikel N 7 over de
geldigheid van het stembiljet.
2. De voorzitter maakt de reden van ongeldigverklaring en van
twijfel over de geldigheid, alsmede de beslissing daaromtrent
onmiddellijk bekend.
3. Indien een van de aanwezige kiezers dit verlangt, moet het
biljet worden getoond. De kiezers kunnen mondeling bezwaren tegen de
genomen beslissing inbrengen.
Artikel N 9
1. Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, deelt de voorzitter
ten aanzien van iedere lijst mede, zowel het aantal op iedere
kandidaat uitgebrachte stemmen als het gezamenlijke aantal
uitgebrachte stemmen. Tevens deelt hij het aantal blanco en het aantal
ongeldige stemmen mede. Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling
bezwaren worden ingebracht.
2. Vervolgens worden de stembiljetten met een blanco stem en de
ongeldig verklaarde stembiljetten in pakken gedaan, die worden
verzegeld. Op deze pakken wordt vermeld:
a. de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau;
b. het aantal stembiljetten dat het pak bevat.
3. Daarop worden de geldige stembiljetten, lijstgewijs
gerangschikt, in een of meer pakken gedaan, die worden verzegeld.
4. Op ieder pak, in het derde lid bedoeld, worden vermeld:
a. de naam van de gemeente en het nummer van het stembureau;
b. het aantal stembiljetten dat het pak bevat, alsmede, indien
de biljetten in meer dan één pak worden gedaan, de nummers van
de lijsten waarop de ingesloten biljetten betrekking hebben.
Artikel N 10
1. Nadat alle werkzaamheden, in artikel N 9 vermeld, zijn
beëindigd, wordt onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt van de
stemming en van de stemopneming. Alle ingebrachte bezwaren worden in
het proces-verbaal vermeld.
2. Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het
stembureau getekend.
3. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een
model vastgesteld.
Artikel N 11
1. Het proces-verbaal wordt met de verzegelde pakken, bedoeld in
artikel N 2, alsmede met die, bedoeld in artikel N 9, door de
voorzitter of een door hem aan te wijzen ander lid van het stembureau
naar de burgemeester of een door deze aan te wijzen ambtenaar
overgebracht.
2. Nadat de burgemeester van alle in zijn gemeente gevestigde
stembureaus het proces-verbaal heeft ontvangen, stelt hij ten aanzien
van iedere kandidaat en iedere lijst vast het aantal stemmen dat in
zijn gemeente op die kandidaat, onderscheidenlijk die lijst, is
uitgebracht.
3. De burgemeester stelt tevens het aantal uitgebrachte blanco
stemmen en het aantal uitgebrachte ongeldige stemmen vast.
4. De burgemeester van ’s-Gravenhage maakt bij de vaststelling,
bedoeld in het tweede en derde lid, apart melding van het aantal
stemmen dat ten aanzien van iedere kandidaat en iedere lijst in de
briefstembureaus op die kandidaat, onderscheidenlijk die lijst, is
uitgebracht.
5. Voor de in het tweede en derde lid bedoelde vaststelling wordt
gebruik gemaakt van een formulier waarvoor bij ministeriële regeling
een model wordt vastgesteld.
Artikel N 12
1. De burgemeester draagt er zorg voor dat de processen-verbaal,
met daarbij gevoegd de opgave van de door hem vastgestelde aantallen
stemmen, onverwijld naar de voorzitter van het hoofdstembureau worden
overgebracht.
2. De burgemeester draagt er zorg voor dat de in artikel N 9
bedoelde verzegelde pakken met stembiljetten op verzoek van de
voorzitter van het centraal stembureau onmiddellijk naar het centraal
stembureau worden overgebracht en dat de niet naar het centraal
stembureau overgebrachte verzegelde pakken worden vernietigd, nadat
het centraal stembureau de uitslag van de verkiezing heeft
bekendgemaakt en over de toelating van de gekozenen is beslist.
3. Indien de officier van justitie of de rechter-commissaris in het
kader van een strafrechtelijk onderzoek een verzoek heeft gedaan tot
overdracht van de in artikel N 2 bedoelde pakken, worden deze pakken
niet vernietigd voordat dit onderzoek is afgerond, of, indien
strafvervolging is ingesteld wegens op grond van de Kieswet, op grond
van de artikelen 125 tot en met 129 van het Wetboek van Strafrecht of
op grond van de artikelen 131 tot en met 135 van het Wetboek van
Strafrecht BES strafbaar gestelde gedragingen, voordat er een
onherroepelijke rechterlijke uitspraak is.
4. Van de vernietiging van de verzegelde pakken wordt
proces-verbaal opgemaakt.
Artikel N 13
De burgemeester is bevoegd de verzegelde pakken met de in artikel N 2
bedoelde bescheiden te openen en, nadat is beslist over de toelating van
de gekozen leden tot het vertegenwoordigend orgaan, deze pakken ten
dienste van een onderzoek naar enig strafbaar feit aan de officier van
justitie over te dragen.
Artikel N 14
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
betreffende de stemopneming in stembureaus waarin op andere wijze dan
door middel van stembiljetten wordt gestemd. Deze regels worden zoveel
mogelijk vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
2. Een wijziging van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in
het eerste lid, treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst. Van de
plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der
Staten-Generaal.
§ 2. Bijzondere bepalingen betreffende de stemopneming door
briefstembureaus
Artikel N 15
Bij een briefstembureau betreft de vaststelling, bedoeld in artikel N
1:
a. het aantal door het stembureau ontvangen retourenveloppen;
b. het aantal ingevolge artikel M 11 terzijde gelegde
retourenveloppen.
Artikel N 16
1. Bij een briefstembureau worden, nadat aan artikel N 1, tweede
lid, toepassing is gegeven, de verzoekschriften, bedoeld in artikel M
4, vierde lid, te zamen met een gewaarmerkte verklaring van het
stembureau betreffende het aantal gestelde parafen, in een pak gedaan,
dat wordt verzegeld. Vervolgens worden op overeenkomstige wijze
ingepakt de retourenveloppen, bedoeld in artikel M 11, alsmede de
ingeleverde briefstembewijzen.
2. Alvorens over te gaan tot de handelingen, bedoeld in artikel N
4, opent de voorzitter van het briefstembureau de enveloppen die zich
in de stembus bevinden. Indien in een enveloppe zich geen of meer dan
één stembiljet bevindt, wordt hiervan een aantekening gemaakt.
Indien zich meer dan één stembiljet in één enveloppe bevindt, doet
de voorzitter van het briefstembureau deze biljetten wederom in de
enveloppe en legt hij deze, na haar te hebben verzegeld, terzijde.
Artikel N 16a
1. Indien burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage gebruik
hebben gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel M 9, tweede lid,
vangen zij in afwijking van artikel N 1 de stemopneming op de dag van
stemming aan om zeven uur dertig ten aanzien van de stembiljetten die
zich op dat moment in de stembus bevinden.
2. Ten behoeve van de handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en
M 11, ten aanzien van de nog niet geopende retourenveloppen wordt de
stemopneming volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen
regels geschorst. Zodra deze handelingen ten aanzien van alle tijdig
binnengekomen retourenveloppen zijn beëindigd, wordt de stemopneming
volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels hervat.
3. Zolang de stemming niet op alle stembureaus in Nederland is
geëindigd, blijft artikel N 9 buiten toepassing. Voorts is een ieder
die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen,
zolang verplicht tot geheimhouding daarvan.
Artikel N 17
1. Indien in een briefstembureau buiten Nederland de stemopneming,
gemeten naar Nederlandse tijd, eerder aanvangt dan in Nederland,
blijft artikel N 9, eerste lid, buiten toepassing.
2. In dat geval draagt het hoofd van de diplomatieke of consulaire
vertegenwoordiging danwel de vertegenwoordiger van Nederland in Aruba,
in Curaçao of in Sint Maarten danwel de Nederlandse leiding van de
militaire missie er zorg voor dat een afschrift van het proces-verbaal
van het briefstembureau vanaf de volgende dag gedurende vier weken bij
de vertegenwoordiging danwel de Nederlandse leiding van de militaire
missie voor een ieder ter inzage ligt.
Artikel N 18
De leden van een briefstembureau buiten Nederland kunnen zich doen
bijstaan door plaatsvervangende leden en door personen, werkzaam op de
diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging danwel op de
Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, in Curaçao of in Sint
Maarten danwel op de militaire basis waar een briefstembureau is
ingesteld, daartoe aan te wijzen door de voorzitter van het
briefstembureau.
Artikel N 19
Bij briefstembureaus buiten Nederland wordt op de in artikel N 9
bedoelde pakken de naam van het land waarin het briefstembureau is
gevestigd, vermeld.
Artikel N 20
1. Het proces-verbaal van een briefstembureau buiten Nederland
wordt met de in artikel N 2 en N 9 bedoelde verzegelde pakken
overgedragen aan het hoofd van de ingevolge artikel M 13, eerste lid,
aangewezen diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging danwel aan de
vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, in Curaçao of in Sint
Maarten danwel aan de Nederlandse leiding van de militaire missie.
2. Deze draagt er zorg voor dat het proces-verbaal terstond per
telefax ter kennis van de burgemeester van 's-Gravenhage wordt
gebracht.
3. Voorts draagt hij er zorg voor dat het proces-verbaal met de in
de artikelen M 8, N 2 en N 16 bedoelde verzegelde pakken zo spoedig
mogelijk per diplomatieke post naar de burgemeester van 's-Gravenhage
worden overgebracht.
Artikel N 21
De vaststelling van de aantallen stemmen, bedoeld in artikel N 11,
tweede en derde lid, vindt door de burgemeester van 's-Gravenhage eerst
plaats nadat hem tevens alle processen-verbaal van de briefstembureaus
buiten Nederland per telefax ter kennis zijn gebracht.
Hoofdstuk O. De taak van het hoofdstembureau betreffende de
vaststelling van de verkiezingsuitslag
Artikel O 1
1. Het hoofdstembureau houdt op de tweede dag na de stemming om
tien uur een openbare zitting.
2. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde tijdens de
zitting.
Artikel O 2
1. Het hoofdstembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast het
aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen en de som van deze
aantallen. Deze som wordt stemcijfer genoemd.
2. Het hoofdstembureau stelt tevens het aantal uitgebrachte blanco
stemmen en het aantal uitgebrachte ongeldige stemmen vast.
3. De voorzitter maakt de aldus verkregen uitkomsten bekend.
4. Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren worden
ingebracht.
Artikel O 3
1. Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt daarvan
onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt. Alle ingebrachte bezwaren
worden in het proces-verbaal vermeld.
2. Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het
hoofdstembureau getekend.
3. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een
model vastgesteld.
4. Indien het de verkiezing betreft van de gemeenteraad of van
provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, maakt
het proces-verbaal deel uit van het proces-verbaal, bedoeld in artikel
P 22.
Artikel O 4
1. Tenzij het de verkiezing betreft van de gemeenteraad of van
provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, doet
de voorzitter terstond een afschrift van het proces-verbaal, bedoeld
in artikel O 3, naar het centraal stembureau overbrengen en doet hij
tegelijkertijd het proces-verbaal ter secretarie van de gemeente waar
het hoofdstembureau is gevestigd, voor een ieder ter inzage leggen. De
terinzagelegging wordt beëindigd, zodra over de toelating van de
benoemden is beslist.
2. De voorzitter doet de processen-verbaal van de stembureaus, de
opgave, bedoeld in artikel N 12, eerste lid, en, tenzij het de
verkiezing betreft van de gemeenteraad of van provinciale staten van
een provincie die één kieskring vormt, een afschrift van het
proces-verbaal van de zitting van het hoofdstembureau terstond
overbrengen aan het orgaan waarvoor de verkiezing plaats heeft.
Artikel O 5
1. De voorzitter van het orgaan waarvoor de verkiezing heeft plaats
gehad, kan de processen-verbaal van de stembureaus en de opgave,
bedoeld in artikel N 12, eerste lid, vernietigen, nadat het centraal
stembureau de uitslag van de verkiezing heeft bekendgemaakt en over de
toelating van de gekozenen is beslist.
2. Van een vernietiging als bedoeld in dit artikel wordt
proces-verbaal opgemaakt.
Artikel O 6
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld betreffende de taak van het hoofdstembureau inzake de
vaststelling van de verkiezingsuitslag.
Hoofdstuk P. De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het
centraal stembureau
§ 1. Algemene bepaling
Artikel P 1
Onmiddellijk nadat de afschriften van de processen-verbaal van alle
hoofdstembureaus zijn ontvangen, gaat het centraal stembureau over tot
het verrichten van de werkzaamheden ter vaststelling en bekendmaking van
de uitslag van de verkiezing. Indien het de verkiezing betreft van de
gemeenteraad of van provinciale staten van een provincie die één
kieskring vormt, gaat het centraal stembureau daartoe onmiddellijk over
nadat de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen O 1 en O 2, zijn
beëindigd.
§ 2. De zetelverdeling
Artikel P 2
1. Een stel gelijkluidende lijsten als bedoeld in artikel H 11,
eerste lid, geldt voor de vaststelling van de uitslag van de
verkiezing als één lijst.
2. Het centraal stembureau telt van deze gelijkluidende lijsten te
zamen de stemcijfers en de aantallen op iedere kandidaat uitgebrachte
stemmen.
Artikel P 3
Een lijstengroep als bedoeld in artikel H 11, tweede lid, geldt voor
het bepalen van het aantal daaraan toe te wijzen zetels als één lijst
met een stemcijfer gelijk aan de som van de stemcijfers van de lijsten
waaruit de groep bestaat.
Artikel P 4
1. Een lijstencombinatie als bedoeld in artikel I 10 geldt voor het
bepalen van het aantal daaraan toe te wijzen zetels als één lijst,
met een stemcijfer gelijk aan de som van de stemcijfers van de lijsten
waaruit die combinatie bestaat.
2. Een lijstencombinatie wordt slechts in aanmerking genomen,
indien aan ten minste twee van de verbonden lijsten een zetel zou zijn
toegewezen, indien geen lijstencombinaties zouden zijn gevormd.
Verbonden lijsten die zelfstandig geen zetel zouden hebben verworven,
worden geacht geen deel uit te maken van de lijstencombinatie.
Artikel P 5
1. Het centraal stembureau deelt de som van de stemcijfers van alle
lijsten door het aantal te verdelen zetels.
2. Het aldus verkregen quotiënt wordt kiesdeler genoemd.
Artikel P 6
Zoveel maal als de kiesdeler is begrepen in het stemcijfer van een
lijst wordt aan die lijst een zetel toegewezen.
Artikel P 7
1. De overblijvende zetels, die restzetels worden genoemd, worden,
indien het aantal te verdelen zetels negentien of meer bedraagt,
achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten die na toewijzing van de
zetel het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegewezen zetel
hebben. Indien gemiddelden gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
2. Indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer, komen bij deze toewijzing niet in aanmerking lijsten waarvan
het stemcijfer lager is dan de kiesdeler.
Artikel P 8
1. De restzetels worden, indien het aantal te verdelen zetels
minder dan negentien bedraagt, achtereenvolgens toegewezen aan de
lijsten waarvan de stemcijfers bij deling door de kiesdeler de
grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen
overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot.
Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
2. Bij deze toewijzing komen niet in aanmerking lijsten met een
stemcijfer dat lager is dan 75% van de kiesdeler.
3. Wanneer alle lijsten die daarvoor in aanmerking komen een
restzetel hebben ontvangen en er nog zetels te verdelen blijven,
worden deze zetels toegewezen volgens het stelsel van de grootste
gemiddelden als bedoeld in artikel P 7, eerste lid, met dien
verstande, dat bij deze toewijzing aan geen van de lijsten meer dan
één zetel wordt toegewezen.
Artikel P 9
Indien aan een lijst die de volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, een aantal zetels is
toegewezen, kleiner dan de volstrekte meerderheid van het aantal toe te
wijzen zetels, wordt aan die lijst alsnog één zetel toegewezen en
vervalt daartegenover één zetel, toegewezen aan de lijst die voor het
kleinste gemiddelde of het kleinste overschot een zetel heeft verworven.
Indien twee of meer lijsten voor hetzelfde kleinste gemiddelde of
hetzelfde kleinste overschot een zetel hebben verworven, beslist het
lot.
Artikel P 10
Indien bij de toepassing van de vorige bepalingen aan een lijst meer
zetels zouden moeten worden toegewezen dan er kandidaten zijn, gaan de
overblijvende zetel of zetels door voortgezette toepassing van die
bepalingen over op één of meer van de overige lijsten, waarop
kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.
Artikel P 11
1. De verdeling van de aan een lijstencombinatie toegewezen zetels
over de lijsten welke zijn gecombineerd, geschiedt als volgt.
2. Het centraal stembureau deelt het stemcijfer van de
lijstencombinatie door het aantal aan de lijstencombinatie toegewezen
zetels.
3. Het aldus verkregen quotiënt wordt combinatiekiesdeler genoemd.
4. Zoveel maal als de combinatiekiesdeler is begrepen in het
stemcijfer van elk van de lijsten waaruit de combinatie bestaat, wordt
aan die lijst een van de aan de combinatie toegewezen zetels
toegewezen.
5. De restzetels worden achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten
van de combinatie waarvan de stemcijfers bij deling door de
combinatiekiesdeler de grootste overschotten hebben. Hierbij worden
lijsten die geen overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het
kleinste overschot. Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig
het lot.
Artikel P 12
1. De verdeling van de aan een lijstengroep toegewezen zetels over
de lijsten waaruit de groep bestaat, geschiedt als volgt.
2. Het centraal stembureau deelt het stemcijfer van de lijstengroep
door het aantal aan de groep toegewezen zetels.
3. Het aldus verkregen quotiënt wordt groepskiesdeler genoemd.
4. Zoveel maal als de groepskiesdeler is begrepen in het stemcijfer
van elk van de lijsten waaruit de groep bestaat, wordt aan die lijst
een van de aan de groep toegewezen zetels toegewezen.
5. De restzetels worden achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten
van de groep waarvan de stemcijfers bij deling door de groepskiesdeler
de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen
overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot.
Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
Artikel P 13
1. Indien bij de toepassing van artikel P 11 of artikel P 12 aan
een lijst meer zetels zouden moeten worden toegewezen dan er
kandidaten zijn, gaan de overblijvende zetel of zetels door
voortgezette toepassing van dat artikel over op een van de andere
lijsten van de combinatie, onderscheidenlijk van de groep, waarop
kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.
2. Zijn er na toepassing van het eerste lid nog zetels toe te
wijzen, dan worden deze toegewezen volgens het stelsel van de grootste
gemiddelden als bedoeld in artikel P 7, eerste lid.
Artikel P 14
De in de voorgaande artikelen bedoelde lotingen vinden plaats in de
in artikel P 20 bedoelde zitting van het centraal stembureau.
§ 3. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten
Artikel P 15
1. In de volgorde van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen zijn
gekozen die kandidaten die op de gezamenlijke lijsten waarop zij
voorkomen, een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan 25% van de
kiesdeler, voor zover aan de lijstengroep, het niet van een
lijstengroep deel uitmakend stel gelijkluidende lijsten of de op
zichzelf staande lijst voldoende zetels zijn toegewezen. Indien
aantallen gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
2. Indien het aantal bij de verkiezing te verdelen zetels minder
dan negentien bedraagt, wordt bij de toepassing van het eerste lid
niet 25% van de kiesdeler, maar de helft van de kiesdeler in
aanmerking genomen.
Artikel P 16
1. Betreft het een lijstengroep, dan geldt, indien een aldus
gekozen kandidaat op meer dan één lijst of stel gelijkluidende
lijsten is vermeld, die kandidaat als gekozen op de lijst of het stel
gelijkluidende lijsten waarop het grootste aantal stemmen op hem is
uitgebracht; voor zover aan die lijst of dat stel gelijkluidende
lijsten voldoende zetels zijn toegewezen. Voor zover aantallen gelijk
zijn, geldt hij als gekozen op de lijst, ingeleverd in de kieskring
met het laagste nummer, dan wel op het stel gelijkluidende lijsten
waartoe de lijst behoort, ingeleverd in de kieskring met het laagste
nummer.
2. Indien aan geen van de lijsten of stellen gelijkluidende lijsten
waarop de gekozen kandidaat is vermeld, voldoende zetels zijn
toegewezen, wordt aan hem niettemin een zetel toegewezen op de lijst
of het stel gelijkluidende lijsten waarop hij het grootste aantal
stemmen heeft verkregen, en vervalt daartegenover de zetel die met
toepassing van artikel P 12 of P 13 het laatst was toegewezen aan een
van de lijsten of stellen gelijkluidende lijsten van de groep.
Artikel P 17
De zetels, toegewezen aan de al dan niet van een lijstengroep deel
uitmakende lijsten of stellen gelijkluidende lijsten, die na toepassing
van de artikelen P 15 en P 16 nog niet aan een kandidaat zijn
toegewezen, worden aan de nog niet gekozen kandidaten van de
desbetreffende lijsten of stellen gelijkluidende lijsten toegewezen in
de volgorde van de lijst.
Artikel P 18
1. Betreft het een lijstengroep dan geldt, indien een kandidaat met
toepassing van artikel P 17 op meer dan één lijst of stel
gelijkluidende lijsten van de lijstengroep gekozen is, die kandidaat
als gekozen op de lijst of het stel gelijkluidende lijsten waarop het
grootste aantal stemmen op hem is uitgebracht. Voor zover aantallen
gelijk zijn, geldt hij als gekozen op de lijst, ingeleverd in de
kieskring met het laagste nummer, dan wel op het stel gelijkluidende
lijsten waartoe de lijst behoort, ingeleverd in de kieskring met het
laagste nummer.
2. De aan een lijst of stel gelijkluidende lijsten toegewezen
zetels die na toepassing van het eerste lid nog niet aan een kandidaat
zijn toegewezen, worden aan de nog niet gekozen kandidaten van de
desbetreffende lijst of het desbetreffende stel gelijkluidende lijsten
toegewezen in de volgorde van de lijst.
3. Indien na toepassing van het tweede lid opnieuw een kandidaat op
meer dan één lijst of stel gelijkluidende lijsten is gekozen, wordt
de procedure, bedoeld in het eerste en tweede lid, zo lang herhaald,
totdat alle aan de lijsten of stellen gelijkluidende lijsten
toegewezen zetels aan kandidaten zijn toegewezen.
Artikel P 18a [Vervallen per 01-12-2008]
Artikel P 19
1. Het centraal stembureau rangschikt ten aanzien van iedere lijst
of ieder stel gelijkluidende lijsten de daarop voorkomende kandidaten
zodanig, dat bovenaan komen te staan de kandidaten aan wie een zetel
is toegewezen met toepassing van artikel P 15, in de volgorde waarin
de zetels zijn toegewezen.
2. Vervolgens worden, in de volgorde van de aantallen op hen
uitgebrachte stemmen, gerangschikt de op de lijst of het stel
gelijkluidende lijsten voorkomende kandidaten die op de gezamenlijke
lijsten waarop zij voorkomen een aantal stemmen hebben verkregen,
groter dan 25% van de kiesdeler onderscheidenlijk groter dan de helft
van de kiesdeler, doch die niet met toepassing van artikel P 15,
eerste onderscheidenlijk tweede lid, zijn gekozen verklaard. Indien
aantallen gelijk zijn, beslist de volgorde van de lijst.
3. Tenslotte worden, in de volgorde van de lijst, gerangschikt de
overige op de lijst of het stel gelijkluidende lijsten voorkomende
kandidaten.
4. Bij de rangschikking blijft artikel P 18 buiten toepassing.
5. Behoudens ten aanzien van de verkiezing van de leden van de
gemeenteraden met negen of elf leden, blijft de rangschikking
achterwege, voor zover het lijsten of stellen gelijkluidende lijsten
betreft waarop geen kandidaten gekozen zijn verklaard en die niet deel
uitmaken van een lijstencombinatie of lijstengroep waaraan één of
meer zetels zijn toegekend.
Artikel P 19a
Indien een kandidaat is overleden, wordt deze bij de toepassing van
deze paragraaf buiten beschouwing gelaten.
§ 4. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag
Artikel P 20
1. Het centraal stembureau stelt de uitslag van de verkiezingen zo
spoedig mogelijk vast. Het centraal stembureau stelt tevens het aantal
uitgebrachte blanco stemmen en het aantal uitgebrachte ongeldige
stemmen vast. De vaststelling en bekendmaking geschieden in een
openbare zitting van het centraal stembureau.
2. Dag en uur van de zitting worden door de voorzitter van het
centraal stembureau tijdig bekend gemaakt. De wijze van bekendmaking
wordt geregeld bij algemene maatregel van bestuur.
3. De aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren inbrengen.
4. De voorzitter van het centraal stembureau is belast met de
handhaving van de orde tijdens de zitting.
Artikel P 21
1. Het centraal stembureau kan op de in artikel P 20 bedoelde
zitting, voordat de uitslag van de verkiezing bekend wordt gemaakt,
hetzij ambtshalve, hetzij naar aanleiding van een met opgave van
redenen gedaan verzoek van een of meer kiezers, tot een nieuwe
opneming van stembiljetten, zowel uit alle als uit een of meer
stembureaus, besluiten, indien een ernstig vermoeden bestaat dat door
een of meer stembureaus bij de stemopneming zodanige fouten zijn
gemaakt dat zij van invloed op de zetelverdeling kunnen zijn. De
burgemeester die de desbetreffende stembiljetten onder zich heeft,
doet deze op verzoek van het centraal stembureau onverwijld naar het
centraal stembureau overbrengen.
2. Na ontvangst van de stembiljetten gaat het centraal stembureau
onmiddellijk tot de opneming over. Het is bevoegd daartoe de
verzegelde pakken te openen en de inhoud te vergelijken met de
processen-verbaal van de stembureaus.
3. Bij deze opneming zijn de artikelen N 5, N 8 en N 9 van
overeenkomstige toepassing.
Artikel P 22
1. Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt daarvan
aanstonds proces-verbaal opgemaakt. In dit proces-verbaal worden de
uitslag van de verkiezing, alsmede alle ingebrachte bezwaren vermeld.
2. Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het
centraal stembureau getekend.
3. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een
model vastgesteld.
Artikel P 23
1. De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag van
de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer zo spoedig mogelijk
openbaar door plaatsing van een afschrift van het proces-verbaal in de
Staatscourant.
2. De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag van
de verkiezing van de leden van provinciale staten en van de
gemeenteraad zo spoedig mogelijk openbaar door een afschrift van het
proces-verbaal voor een ieder ter inzage te leggen ter provinciale
griffie, onderscheidenlijk ter gemeentesecretarie. Van de
terinzagelegging wordt tegelijk openbare kennisgeving gedaan door de
commissaris van de Koning, onderscheidenlijk de burgemeester. De
terinzagelegging wordt beëindigd, zodra over de toelating van de
gekozen leden is beslist.
Artikel P 24
De voorzitter van het centraal stembureau doet een afschrift van het
proces-verbaal toekomen aan het orgaan waarvoor de verkiezing plaats
heeft gevonden.
Artikel P 25
De voorzitter van het centraal stembureau draagt zorg voor de
bewaring van de verzegelde pakken met stembiljetten die op grond van het
eerste lid van artikel P 21 naar het centraal stembureau zijn
overgebracht.
Hij vernietigt deze pakken, nadat over de toelating van de benoemden
is beslist. Van deze vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.
Afdeling III. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal
Hoofdstuk Q. Algemene bepalingen
Artikel Q 1
1. De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van
provinciale staten.
2. De leden van provinciale staten komen per provincie in
vergadering bijeen tot het uitbrengen van hun stem.
Artikel Q 2
1. De leden van de Eerste Kamer worden gekozen voor vier jaren.
2. Zij treden tegelijk af met ingang van de dinsdag in de periode
van 7 tot en met 13 juni in het jaar waarin de leden van provinciale
staten worden gekozen.
3. Indien de eerste samenkomst van de na een ontbinding gekozen
Eerste Kamer valt voor het tijdstip waarop de zittingsduur van de
ontbonden kamer zou zijn geëindigd, treden de leden van de nieuw
gekozen kamer tegelijk op dat tijdstip af.
Artikel Q 3
Degene die ter vervulling van een opengevallen plaats tot lid van de
Eerste Kamer is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in
wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
Artikel Q 4
De kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Eerste
Kamer vindt plaats op de dinsdag in de periode van 19 tot en met 25
april.
Artikel Q 5
In geval van ontbinding van de Eerste Kamer vindt de
kandidaatstelling plaats binnen veertig dagen na de dagtekening van het
koninklijk besluit tot ontbinding, op een bij dat besluit te bepalen
dag.
Artikel Q 6
1. De registratie van een aanduiding van een politieke groepering
voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, als bedoeld in
artikel G 1, geldt tevens voor de verkiezing van de leden van de
Eerste Kamer.
2. Een politieke groepering die een vereniging is met volledige
rechtsbevoegdheid, waarvan de aanduiding niet is geregistreerd voor de
verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, kan aan het centraal
stembureau voor de verkiezingen van de leden van de Eerste Kamer
schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezingen
op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een
register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden.
Verzoeken, ontvangen na de drieënveertigste dag voor de
kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten
behandeling.
3. Het tweede tot en met zevende lid van artikel G 1 zijn van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing
van het zevende lid, onder d, in plaats van «de Tweede Kamer» wordt
gelezen «de Eerste Kamer».
4. Behalve op de in artikel G 1, vierde lid, genoemde gronden wordt
op een verzoek om registratie van de aanduiding van een politieke
groepering ten behoeve van de verkiezingen van de leden van de Eerste
Kamer afwijzend beschikt, indien de aanduiding geheel of in hoofdzaak
overeenstemt met een aanduiding van een andere politieke groepering
die reeds ten behoeve van de verkiezingen van de leden van de Tweede
Kamer is geregistreerd, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder of
op dezelfde dag ten behoeve van de verkiezing van de leden van de
Tweede Kamer een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor
verwarring te duchten is.
Hoofdstuk R. De inlevering van de kandidatenlijsten
Artikel R 1
1. Op de dag van de kandidaatstelling kunnen bij de voorzitter van
het centraal stembureau, bedoeld in artikel S 1, eerste lid, of het
door deze aan te wijzen lid van dat bureau, van negen tot zeventien
uur, kandidatenlijsten door persoonlijke overhandiging worden
ingeleverd.
2. Op de kandidatenlijst wordt vermeld voor welke provincie of
provincies zij wordt ingeleverd.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de kandidatenlijsten, kosteloos, voor de
leden van provinciale staten verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële
regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
Artikel R 2
1. Bij de lijst wordt overgelegd een schriftelijke verklaring van
ten minste één lid van provinciale staten van iedere provincie
waarvoor de lijst wordt ingeleverd dat hij de lijst ondersteunt. Op
deze verklaring worden de kandidaten op dezelfde wijze en in dezelfde
volgorde vermeld als op de lijst.
2. Een lid van provinciale staten mag niet meer dan één
verklaring van ondersteuning ondertekenen.
3. Een overgelegde verklaring van ondersteuning kan niet worden
ingetrokken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de verklaring van ondersteuning,
kosteloos, voor de leden van provinciale staten verkrijgbaar zijn. Bij
ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
Artikel R 3
Op de lijst worden een of meer personen vermeld die bij verhindering
van de inleveraar bevoegd zijn tot het herstel van verzuimen, bedoeld in
artikel S 1, derde lid.
Artikel R 4
1. De namen van de kandidaten worden op de lijsten geplaatst in de
volgorde waarin aan hen de voorkeur wordt gegeven.
2. Op dezelfde lijst mogen de namen van ten hoogste vijftig
kandidaten worden geplaatst. Op dezelfde lijst van een politieke
groepering wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst
waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het
desbetreffende vertegenwoordigend orgaan meer dan vijftien zetels zijn
toegekend, mag een aantal namen worden geplaatst dat ten hoogste
tachtig zetels bedraagt. Het bepaalde in de vorige volzin is van
overeenkomstige toepassing ten aanzien van samenvoeging van
aanduidingen van twee of meer groeperingen.
Artikel R 5
De naam van een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één van de
lijsten die voor eenzelfde provincie zijn ingeleverd.
Artikel R 6
De wijze waarop kandidaten op de lijst worden vermeld, wordt geregeld
bij algemene maatregel van bestuur.
Artikel R 7
1. De gemachtigde, bedoeld in artikel G 1, derde lid, onder d,
onderscheidenlijk artikel Q 6, derde lid, in samenhang met artikel G
1, derde lid, onder d, kan aan degene die de kandidatenlijst inlevert
de bevoegdheid verlenen boven de lijst de aanduiding van de
desbetreffende groepering te plaatsen, zoals die door het centraal
stembureau is geregistreerd. Een verklaring van de gemachtigde waaruit
deze bevoegdheid blijkt, wordt bij de lijst overgelegd.
2. Degene die de lijst inlevert, is bevoegd daarboven een
aanduiding te plaatsen, gevormd door samenvoeging van door het
centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Eerste
Kamer of van de Tweede Kamer geregistreerde aanduidingen of
afkortingen daarvan, indien hem daartoe de bevoegdheid is verleend
door de gemachtigden van de onderscheidene groeperingen. Verklaringen
van de gemachtigden waaruit deze bevoegdheid blijkt, worden bij de
lijst overgelegd. Een aldus gevormde aanduiding mag niet meer dan 35
letters of andere tekens bevatten.
3. De voorzitter van het centraal stembureau of het door deze
aangewezen lid van dat bureau stelt een bewijs van ontvangst ter hand
aan degene die de lijst inlevert en legt de bij hem ingeleverde
lijsten onverwijld voor een ieder ter inzage.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de verklaringen met betrekking tot het
plaatsen van aanduidingen van politieke groeperingen boven
kandidatenlijsten, kosteloos, verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële
regeling wordt voor de formulieren een model vastgesteld.
Artikel R 8
1. Bij de lijst wordt overgelegd een schriftelijke verklaring van
iedere daarop voorkomende kandidaat dat hij instemt met zijn
kandidaatstelling op deze lijst voor de provincie of provincies
waarvoor deze lijst is ingeleverd.
2. Een overgelegde verklaring van instemming kan niet worden
ingetrokken.
3. Bij de lijst wordt van iedere kandidaat die geen zitting in de
Eerste Kamer heeft, tevens een kopie van een document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht overgelegd. Indien van
een dergelijke kandidaat een kopie van een document als bedoeld in
artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ontbreekt, wordt de
verklaring van instemming van de betreffende kandidaat geacht te
ontbreken.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de verklaringen van instemming, kosteloos,
verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier
een model vastgesteld.
5. Indien de kandidaat zich buiten Nederland bevindt, is de
verklaring niet aan enig formulier gebonden.
Artikel R 9
1. De kandidaat wiens woonplaats buiten het Europese deel van
Nederland is gelegen, wijst in de verklaring van instemming tevens een
in het Europese deel van Nederland wonende gemachtigde aan met
vermelding van diens naam, voorletters, woonplaats en adres. Indien de
kandidaat meer dan één verklaring ondertekent, moet in iedere
verklaring dezelfde gemachtigde worden aangewezen. Deze gemachtigde is
met uitsluiting van de kandidaat bevoegd tot de handelingen, bedoeld
in de artikelen V 2, eerste, vierde en vijfde lid, V 3, eerste en
derde lid, en W 2, eerste lid, onder f.
2. De kandidaat is bevoegd de overeenkomstig het eerste lid gegeven
volmacht in te trekken. Hij geeft hiervan schriftelijk kennis aan de
voorzitter van het centraal stembureau, zo nodig met aanwijzing van
een nieuwe gemachtigde.
Artikel R 9a
1. De in het Europese deel van Nederland wonende kandidaat kan bij
de verklaring van instemming tevens een in het Europese deel van
Nederland wonende gemachtigde aanwijzen met vermelding van diens naam,
voorletters, woonplaats en adres. Indien de kandidaat meer dan één
verklaring ondertekent, wordt in iedere verklaring dezelfde
gemachtigde aangewezen. Deze gemachtigde is met uitsluiting van de
kandidaat bevoegd tot de handelingen, bedoeld in de artikelen V 2,
eerste, vierde en vijfde lid, V 3, eerste en tweede lid, en W 2,
eerste lid, onder f.
2. Van de machtiging kan alleen gebruik worden gemaakt, indien dit
gebruik ertoe strekt dat kandidaten van de gezamenlijke lijsten van de
politieke groepering benoemd worden verklaard in de volgorde die voor
de dag van de stemming door de politieke groepering is vastgesteld.
3. In geval van een benoeming voorafgaande aan de eerste samenkomst
van het nieuw gekozen orgaan, kan van de machtiging geen gebruik
worden gemaakt ten aanzien van kandidaten die op de gezamenlijke
lijsten waarop zij voorkomen een aantal stemmen hebben verkregen,
groter dan of gelijk aan de kiesdeler.
4. De politieke groepering deelt de in het tweede lid bedoelde
volgorde uiterlijk twee weken na de kandidaatstelling mee aan het
centraal stembureau. De voorzitter van het centraal stembureau draagt
er zorg voor dat de volgorde zo spoedig mogelijk in de Staatscourant
wordt bekendgemaakt.
5. Artikel R 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel R 10
1. Kandidatenlijsten, ingeleverd voor verschillende provincies,
waarop dezelfde kandidaten in gelijk aantal en in dezelfde volgorde
zijn geplaatst, vormen te zamen een stel gelijkluidende lijsten.
2. Kandidatenlijsten, ingeleverd voor verschillende provincies,
waarboven dezelfde aanduiding van een politieke groepering is
geplaatst of waarvan de eerste kandidaat dezelfde is, vormen te zamen
een lijstengroep. Het bepaalde in de vorige volzin is mede van
toepassing ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of
meer groeperingen.
Artikel R 11 [Vervallen per 01-01-2011]
Hoofdstuk S. Het onderzoek, de nummering en de openbaarmaking van de
kandidatenlijsten
§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten
Artikel S 1
1. Er is voor de verkiezing van de leden van de Eerste Kamer een
centraal stembureau. De Kiesraad treedt als zodanig op.
2. Het centraal stembureau houdt een zitting tot het onderzoeken
van de kandidatenlijsten.
3. Indien bij het onderzoek blijkt van een of meer van de volgende
verzuimen, geeft het centraal stembureau onverwijld bij aangetekende
brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan degene die de
lijst heeft ingeleverd:
a. dat voor een of meer provincies niet een verklaring als
bedoeld in artikel R 2, eerste lid, is overgelegd, waarbij buiten
beschouwing blijven de verklaringen van een lid van provinciale
staten dat meer dan één verklaring heeft ondertekend;
b. dat een kandidaat niet is vermeld overeenkomstig het
bepaalde krachtens artikel R 6;
c. dat ten aanzien van een kandidaat ontbreekt de verklaring
dat hij instemt met zijn kandidaatstelling op de lijst voor de
provincie of provincies waarvoor deze lijst is ingeleverd;
d. dat ten aanzien van een kandidaat die buiten het Europese
deel van Nederland woonplaats heeft, in zijn verklaring van
instemming de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;
e. dat een verklaring, bedoeld in artikel R 7, ontbreekt.
4. Uiterlijk op de derde dag na de zitting, bedoeld in het tweede
lid, kan degene die de lijst heeft ingeleverd, het verzuim of de
verzuimen, in de kennisgeving aangeduid, herstellen bij het centraal
stembureau van negen tot zeventien uur.
5. Bij verhindering of ontstentenis van degene die de lijst heeft
ingeleverd, treedt in diens plaats een ingevolge artikel R 3 op de
lijst vermelde vervanger.
Artikel S 2
1. Uiterlijk op de tiende dag na de kandidaatstelling beslist het
centraal stembureau in een openbare zitting over de geldigheid van de
lijsten voor iedere provincie waarvoor zij zijn ingeleverd en over het
handhaven van de daarop voorkomende kandidaten, alsmede over het
handhaven van de daarboven geplaatste aanduiding van een politieke
groepering.
2. De voorzitter van het centraal stembureau kondigt vooraf dag en
uur van de zitting in de Staatscourant aan.
Artikel S 3
Voor een provincie is ongeldig de lijst:
a. die niet op de dag van de kandidaatstelling tussen negen en
zeventien uur bij de voorzitter van het centraal stembureau of het
door deze aangewezen lid van dat bureau door persoonlijke
overhandiging is ingeleverd;
b. waarbij niet is overgelegd een verklaring als bedoeld in
artikel R 2, eerste lid, van een lid van provinciale staten van deze
provincie, waarbij buiten beschouwing blijven de verklaringen van
een lid van provinciale staten dat meer dan één verklaring heeft
ondertekend;
c. die niet voldoet aan het bij ministeriële regeling
vastgestelde model;
d. waarop door toepassing van artikel S 4 alle kandidaten zijn
geschrapt.
Artikel S 4
1. Het centraal stembureau schrapt, in de volgorde in dit lid
aangewezen, van de lijst voor een provincie de naam van de kandidaat:
a. die niet is vermeld overeenkomstig het bepaalde krachtens
artikel R 6;
b. van wie niet is overgelegd de verklaring dat hij instemt met
zijn kandidaatstelling op de lijst voor deze provincie;
c. wiens woonplaats buiten het Europese deel van Nederland is
gelegen, indien de aanwijzing van een gemachtigde ontbreekt;
d. die voorkomt op meer dan één van de voor deze provincie
ingeleverde lijsten;
e. van wie een uittreksel uit het register van overlijden dan
wel een afschrift van de akte van overlijden is overgelegd;
f. die op de lijst voorkomt na het ten hoogste toegelaten
aantal.
2. Het centraal stembureau schrapt, in de volgorde in dit lid
aangewezen, de aanduiding van een politieke groepering van de lijst
voor een provincie, indien:
a. een daarop betrekking hebbende verklaring als bedoeld in
artikel R 7 ontbreekt;
b. de aanduiding geplaatst is boven meer dan één van de bij
het centraal stembureau ingeleverde lijsten voor deze provincie.
3. Indien de aanduiding van een politieke groepering niet in
overeenstemming is met die waaronder zij is geregistreerd, brengt het
centraal stembureau deze ambtshalve daarmee in overeenstemming.
Artikel S 5
1. Tegen een beschikking als bedoeld in artikel S 2 kan, in
afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht, beroep
worden ingesteld door een belanghebbende en iedere kiezer.
2. Artikel I 7, eerste lid, tweede volzin, en tweede tot en met
vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State stelt partijen en de voorzitter van het centraal stembureau
onverwijld in kennis van de uitspraak.
Artikel S 6
1. Indien beroep is ingesteld tegen een beschikking waarbij het
centraal stembureau een lijst voor een provincie ongeldig heeft
verklaard of de naam van een kandidaat dan wel de aanduiding van een
politieke groepering heeft geschrapt op grond van een of meer der
verzuimen, vermeld in artikel S 1, derde lid, zonder dat het centraal
stembureau tevoren overeenkomstig het in dat artikel bepaalde kennis
heeft gegeven van het bestaan daarvan aan degene die de lijst heeft
ingeleverd, kan deze het verzuim of de verzuimen alsnog herstellen ter
secretarie van de Raad van State. Artikel S 1, vijfde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
2. Indien een verzuim overeenkomstig het eerste lid is hersteld,
houdt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij haar
uitspraak daarmee rekening.
Artikel S 7
1. Van de in de artikelen S 1 en S 2 bedoelde zittingen wordt
proces-verbaal opgemaakt.
2. De bij de in artikel S 2 bedoelde zitting aanwezige personen
kunnen mondeling bezwaren inbrengen. Van deze bezwaren wordt in het
proces-verbaal melding gemaakt.
3. Bij ministeriële regeling worden voor deze processen-verbaal
modellen vastgesteld.
§ 2 [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel S 8 [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel S 9 [Vervallen per 01-01-2011]
§ 3. De nummering van de kandidatenlijsten
Artikel S 10
In de zitting, bedoeld in artikel S 2, nummert het centraal
stembureau de kandidatenlijsten.
Artikel S 11
Bij de nummering gelden de lijstengroepen alsmede de niet van een
groep deel uitmakende stellen gelijkluidende lijsten als één lijst.
Artikel S 12
1. Eerst worden genummerd de lijsten van politieke groeperingen
wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de
laatstgehouden verkiezing van de leden van de Eerste Kamer een of meer
zetels zijn toegekend. Aan deze lijsten worden de nummers 1 en
volgende toegekend in de volgorde van de stemcijfers van de
desbetreffende lijsten bij die verkiezing, met dien verstande dat aan
de lijst van de groepering met het hoogste stemcijfer het nummer 1
wordt toegekend. Bij gelijkheid van het aantal beslist het lot.
2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing
ten aanzien van samenvoeging van aanduidingen van twee of meer
groeperingen, indien bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van
de Eerste Kamer, hetzij aan de gezamenlijke groeperingen, hetzij aan
ten minste één daarvan, één of meer zetels zijn toegekend. In het
geval dat aan ten minste één van de groeperingen één of meer
zetels zijn toegekend worden voor de toepassing van het bepaalde in de
tweede volzin van het eerste lid, de op de lijsten uitgebrachte
aantallen stemmen van de groeperingen waaraan die zetels zijn
toegekend, bij elkaar opgeteld.
3. Vervolgens worden, met de nummers volgende op het laatste
krachtens het eerste lid toegekende nummer, genummerd de overige
lijstengroepen en stellen gelijkluidende lijsten waarvan voor alle
provincies een lijst is ingeleverd, in de volgorde door het lot
aangewezen.
4. Dienen er na toepassing van het derde lid nog lijsten te worden
genummerd, dan vindt deze nummering plaats met overeenkomstige
toepassing van artikel I 14, vierde en vijfde lid.
Artikel S 13
Nadat onherroepelijk is beslist over de geldigheid van de ingeleverde
lijsten, maakt de voorzitter van het centraal stembureau de lijsten
uiterlijk op de zevende dag voor de stemming openbaar door plaatsing van
de lijsten naar de provincies gerangschikt en met vermelding van hun
nummers en eventuele letters en, in voorkomend geval, de aanduidingen
van de politieke groeperingen in de Staatscourant.
Artikel S 14
Een beslissing in beroep tot ongeldigverklaring van een
kandidatenlijst heeft geen gevolg ten aanzien van de nummers, toegekend
aan de overige kandidatenlijsten.
Hoofdstuk T. De stemming en de stemopneming
Artikel T 1
1. De stemming vindt plaats op de vierendertigste dag na de
kandidaatstelling.
2. De stemming vindt plaats om vijftien uur (Europees-Nederlandse
tijd).
Artikel T 2
1. Op het bij de verkiezing te bezigen stembiljet zijn aan de ene
zijde gedrukt de lijsten van kandidaten over wie de stemming moet
geschieden, en aan de andere zijde de naam van de provincie en de
handtekening van de voorzitter van de staten.
2. Bij ministeriële regeling wordt voor het stembiljet een model
vastgesteld.
3. De voorzitter draagt zorg dat het benodigde aantal stembiljetten
vóór de aanvang van de stemming in de vergadering aanwezig is.
Artikel T 3
De voorzitter benoemt uit de statenvergadering drie leden, die met
hem als voorzitter het stembureau vormen.
Artikel T 4
1. Een statenlid brengt zijn stem uit door een wit stipje,
geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze, rood te maken.
2. Aan een statenlid wordt op zijn verzoek toegestaan bij volmacht
te stemmen. Het lid dat van deze bevoegdheid gebruik wenst te maken,
doet daarvan voor de aanvang van de zitting van de staten waarin de
stemming zal worden gehouden, schriftelijk aan de voorzitter
mededeling, onder aanwijzing van een lid van de staten dat bereid is
als gemachtigde op te treden. Een statenlid mag niet meer dan één
aanwijzing als gemachtigde aannemen. Bij ministeriële regeling wordt
voor deze mededeling een model vastgesteld.
Artikel T 5
Na het uitbrengen van zijn stem levert het statenlid het stembiljet
dichtgevouwen bij de voorzitter in.
Artikel T 6
1. De voorzitter deelt mee hoeveel stembiljetten zijn ingeleverd.
2. De stemming is nietig, indien dit aantal groter is dan het
aantal in de vergadering aanwezige leden, vermeerderd met het aantal
aanwezige leden die als gemachtigde aan de stemming mogen deelnemen.
3. In dit geval vernietigt de voorzitter de ingeleverde
stembiljetten en heeft een nieuwe stemming plaats.
Artikel T 7
1. De voorzitter opent de stembiljetten.
2. Vervolgens deelt hij ten aanzien van elk stembiljet mee voor
welke lijst en welke kandidaat het geldt. Indien sprake is van een
blanco of ongeldige stem maakt hij hiervan tevens melding.
3. Nadat een van de leden van het stembureau het stembiljet heeft
nagezien, houden de beide andere leden aantekening van iedere
uitgebrachte stem.
Artikel T 8
1. Blanco is de stem uitgebracht op een stembiljet dat door de
kiezer is ingeleverd zonder dat hij geheel of gedeeltelijk een wit
stipje in een stemvak rood heeft gemaakt en zonder dat hij anderszins
op het stembiljet geschreven of getekend heeft.
2. Ongeldig is de stem uitgebracht op een ander stembiljet dan bij
of krachtens deze wet mag worden gebruikt.
3. Voorts is ongeldig de stem die niet als blanco wordt aangemerkt,
maar waarbij de kiezer op het stembiljet niet, door het geheel of
gedeeltelijk rood maken van het witte stipje in een stemvak, op
ondubbelzinnige wijze heeft kenbaar gemaakt op welke kandidaat hij
zijn stem uitbrengt, of waarbij op het stembiljet bijvoegingen zijn
geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.
Artikel T 9
In geval van twijfel over de geldigheid van een stembiljet beslist de
vergadering. Bij staken van stemmen beslist de voorzitter.
Artikel T 10
1. Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, deelt de voorzitter
ten aanzien van iedere lijst mede, zowel het aantal op iedere
kandidaat uitgebrachte stemmen als het gezamenlijke aantal
uitgebrachte stemmen, dat stemcijfer wordt genoemd. Tevens deelt hij
het aantal blanco en het aantal ongeldige stemmen mede.
2. Vervolgens worden de stembiljetten met een blanco stem en de
ongeldig verklaarde stembiljetten in pakken gedaan, die worden
verzegeld. Op deze pakken wordt vermeld:
a. de naam van de provincie;
b. het aantal stembiljetten dat het pak bevat.
3. Daarop worden de geldige stembiljetten, lijstgewijs
gerangschikt, in een pak gedaan, dat wordt verzegeld. Op dit pak
worden vermeld;
a. de naam van de provincie;
b. het aantal stembiljetten dat het pak bevat.
Artikel T 11
1. Nadat alle werkzaamheden, in artikel T 10 vermeld, zijn
beëindigd, wordt onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt van de
stemming en van de stemopneming.
2. Het proces-verbaal wordt door de voorzitter en alle leden van
het stembureau getekend.
3. Het proces-verbaal wordt met de verzegelde pakken, bedoeld in
artikel T 10, onverwijld na afloop van de stemming overgebracht naar
de voorzitter van het centraal stembureau.
4. Bij ministeriële regeling wordt voor het proces-verbaal een
model vastgesteld.
Hoofdstuk U. De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het
centraal stembureau
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel U 1
Onmiddellijk nadat de processen-verbaal zijn ontvangen, gaat het
centraal stembureau over tot het verrichten van de werkzaamheden ter
vaststelling en bekendmaking van de uitslag van de verkiezing.
Artikel U 2
1. Elke stem geldt, naar gelang van de provincie waar zij is
uitgebracht, voor een aantal stemmen, gelijk aan het getal dat
verkregen wordt door het inwonertal van de provincie te delen door het
honderdvoud van het aantal leden waaruit provinciale staten bestaan.
Het quotiënt wordt daarna afgerond tot een geheel getal, naar boven,
indien een breuk 1/2 of meer, en naar beneden, indien een breuk minder
dan 1/2 bedraagt. Dit getal wordt de stemwaarde genoemd.
2. Als het inwonertal van een provincie geldt het inwonertal dat
door het Centraal Bureau voor de Statistiek overeenkomstig het derde
onderscheidenlijk het vierde lid is gepubliceerd.
3. Ten behoeve van de uitvoering van het eerste lid publiceert het
Centraal Bureau voor de Statistiek uiterlijk drie weken voor de dag
van kandidaatstelling in de Staatscourant de inwonertallen van de
provincies per 1 januari van het jaar, waarin de verkiezing
plaatsvindt.
4. Indien in geval van ontbinding van de Eerste Kamer de
inwonertallen van de provincies per 1 januari van het jaar, waarin de
verkiezing plaatsvindt, drie weken voor de kandidaatstelling nog niet
kunnen worden gepubliceerd, worden in plaats daarvan de inwonertallen
van de provincies per de eerste dag van de vierde maand voorafgaande
aan de maand waarin de kandidaatstelling plaatsvindt, gepubliceerd.
5. Het centraal stembureau stelt de stemwaarden overeenkomstig dit
artikel vast en maakt deze voor de dag van stemming openbaar door
publicatie in de Staatscourant.
§ 2. De zetelverdeling
Artikel U 3
Ten aanzien van iedere provincie vermenigvuldigt het centraal
stembureau de aantallen op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen en de
stemcijfers van de lijsten met de voor die provincie geldende
stemwaarde. Voor de vaststelling van de uitslag van de verkiezing gelden
de aldus verkregen produkten als de aantallen op ieder kandidaat
uitgebrachte stemmen, onderscheidenlijk de stemcijfers van de lijsten.
Artikel U 4
1. Een stel gelijkluidende lijsten als bedoeld in artikel R 10,
eerste lid, geldt voor de vaststelling van de uitslag van de
verkiezing als één lijst.
2. Het centraal stembureau telt van deze gelijkluidende lijsten te
zamen de stemcijfers en de aantallen op iedere kandidaat uitgebrachte
stemmen.
Artikel U 5
Een lijstengroep als bedoeld in artikel R 10, tweede lid, geldt voor
het bepalen van het aantal daaraan toe te wijzen zetels als één lijst,
met een stemcijfer gelijk aan de som van de stemcijfers van de lijsten
waaruit de groep bestaat.
Artikel U 6 [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel U 7
1. Het centraal stembureau deelt de som van de stemcijfers van alle
lijsten door het aantal te verdelen zetels.
2. Het aldus verkregen quotiënt wordt kiesdeler genoemd.
Artikel U 8
Zoveel maal als de kiesdeler is begrepen in het stemcijfer van een
lijst wordt aan die lijst een zetel toegewezen.
Artikel U 9
De overblijvende zetels, die restzetels worden genoemd, worden
achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten die na toewijzing van de
zetels het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegewezen zetel
hebben. Indien gemiddelden gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
Artikel U 10
Indien bij de toepassing van de vorige bepalingen aan een lijst meer
zetels zouden moeten worden toegewezen dan er kandidaten zijn, gaan de
overblijvende zetel of zetels door voortgezette toepassing van die
bepalingen over op één of meer van de overige lijsten waarop
kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.
Artikel U 11 [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel U 12
1. De verdeling van de aan een lijstengroep toegewezen zetels over
de lijsten waaruit de groep bestaat, geschiedt als volgt.
2. Het centraal stembureau deelt het stemcijfer van de lijstengroep
door het aantal aan de groep toegewezen zetels.
3. Het aldus verkregen quotiënt wordt groepskiesdeler genoemd.
4. Zoveel maal als de groepskiesdeler is begrepen in het stemcijfer
van elk van de lijsten waaruit de groep bestaat, wordt aan die lijst
een van de aan de groep toegewezen zetels toegewezen.
5. De restzetels worden achtereenvolgens toegewezen aan de lijsten
van de groep waarvan de stemcijfers bij deling door de groepskiesdeler
de grootste overschotten hebben. Hierbij worden lijsten die geen
overschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot.
Indien overschotten gelijk zijn, beslist zo nodig het lot.
Artikel U 13
1. Indien bij de toepassing van artikel U 12 aan een lijst meer
zetels zouden moeten worden toegewezen dan er kandidaten zijn, gaan de
overblijvende zetel of zetels door voorgezette toepassing van dat
artikel over op een van de andere lijsten van de groep, waarop
kandidaten voorkomen aan wie geen zetel is toegewezen.
2. Zijn er na toepassing van het eerste lid nog zetels toe te
wijzen, dan worden deze toegewezen volgens het stelsel van de grootste
gemiddelden als bedoeld in artikel U 9.
Artikel U 14
De in de voorgaande artikelen bedoelde lotingen vinden plaats in de
in artikel U 16 bedoelde zitting van het centraal stembureau.
§ 3. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten
Artikel U 15
1. Gekozen zijn de kandidaten van de lijst, daartoe aangewezen door
overeenkomstige toepassing van de artikelen P 15 tot en met P 18 en P
19a.
2. De rangschikking van de kandidaten geschiedt overeenkomstig het
bepaalde in artikel P 19, met dien verstande dat voor artikel P 19,
vijfde lid wordt gelezen: «De rangschikking blijft achterwege, voor
zover het lijsten of stellen gelijkluidende lijsten betreft waarop
geen kandidaten gekozen zijn verklaard en die niet deel uitmaken van
een lijstengroep waaraan één of meer zetels zijn toegekend.»
3. In afwijking van de artikelen P 15, eerste lid, en P 19, tweede
lid, zijn gekozen onderscheidenlijk worden gerangschikt in de volgorde
van de aantallen op hen uitgebrachte stemmen, de kandidaten die op de
gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen een aantal stemmen hebben
verkregen dat groter is dan of gelijk is aan de kiesdeler.
§ 4. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag
Artikel U 16
1. Het centraal stembureau stelt de uitslag van de verkiezingen zo
spoedig mogelijk vast. De vaststelling en bekendmaking geschieden in
een openbare zitting van het centraal stembureau. De artikelen P 20,
tweede tot en met vierde lid, en P 22 zijn van toepassing.
2. De voorzitter van het centraal stembureau maakt de uitslag van
de verkiezing zo spoedig mogelijk openbaar door plaatsing van een
afschrift van het proces-verbaal van de zitting in de Staatscourant.
3. De voorzitter van het centraal stembureau doet een afschrift van
het proces-verbaal toekomen aan de Eerste Kamer.
Artikel U 17
Het centraal stembureau kan, hetzij ambtshalve, hetzij naar
aanleiding van een met opgave van redenen gedaan verzoek van een of meer
leden van de staten van een provincie, tot een nieuwe opneming van
stembiljetten uit een of meer provincies overgaan.
Artikel U 18
1. Zodra de uitslag van de verkiezing is vastgesteld, worden de
geopende verzegelde pakken, nadat alle stembiljetten weer daarin zijn
gedaan, opnieuw verzegeld.
2. Het proces-verbaal, bedoeld in artikel U 16, en de verzegelde
pakken blijven berusten onder het centraal stembureau. Zodra over de
toelating van de gekozenen is beslist, worden de verzegelde pakken
vernietigd. Van deze vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.
Afdeling IV. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap
van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, provinciale
staten en de gemeenteraad
Hoofdstuk V. Het begin van het lidmaatschap
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel V 1
1. De voorzitter van het centraal stembureau geeft de benoemde
schriftelijk kennis van zijn benoeming. De brief, houdende deze
kennisgeving, wordt uiterlijk de dag na de vaststelling van de uitslag
van de verkiezingen of na de benoemdverklaring tegen gedagtekend
ontvangstbewijs uitgereikt of aangetekend verzonden. Aan benoemde
leden van de Tweede Kamer respectievelijk de Eerste Kamer wordt de
brief binnen deze termijn tegen gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt
of aangetekend verzonden door de voorzitter van de Tweede Kamer
respectievelijk de Eerste Kamer der Staten-Generaal. De voorzitter van
het centraal stembureau overhandigt de brief hiertoe onverwijld na de
vaststelling van de uitslag of de benoemdverklaring aan de voorzitter
van de Tweede Kamer respectievelijk de Eerste Kamer der
Staten-Generaal.
2. Indien de benoemde een gemachtigde heeft aangewezen, geschiedt
de toezending of uitreiking aan die gemachtigde.
3. De voorzitter geeft tegelijkertijd schriftelijk kennis van de
benoeming aan het vertegenwoordigend orgaan. Deze kennisgeving strekt
de benoemde tot geloofsbrief.
Artikel V 2
1. De benoemde draagt er zorg voor dat uiterlijk op de tiende of,
bij een benoeming in een na de eerste samenkomst van het nieuw gekozen
orgaan opengevallen plaats, de achtentwintigste dag na de dagtekening
van de kennisgeving van benoeming het vertegenwoordigend orgaan van
hem, onderscheidenlijk van de gemachtigde, bij brief mededeling
ontvangt dat hij de benoeming aanneemt.
2. Is binnen die tijd de mededeling niet ontvangen, dan wordt hij
geacht de benoeming niet aan te nemen.
3. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan deelt aan de
voorzitter van het centraal stembureau onverwijld mede, dat de
benoemde de benoeming heeft aangenomen, dan wel dat hij geacht wordt
de benoeming niet aan te nemen.
4. Indien de benoemde de benoeming niet aanneemt, doet hij of zijn
gemachtigde daarvan binnen de in het eerste lid bedoelde termijn bij
brief mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau. Deze
geeft hiervan kennis aan het vertegenwoordigend orgaan.
5. Zolang nog niet, tot toelating van de benoemde is besloten, kan
deze, onderscheidenlijk zijn gemachtigde, bij brief aan het
vertegenwoordigend orgaan mededelen dat hij op de aanneming van de
benoeming terugkomt. Hij wordt dan geacht de benoeming niet te hebben
aangenomen. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft van
de ontvangst van deze mededeling onverwijld kennis aan de voorzitter
van het centraal stembureau.
Artikel V 3
1. Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt, legt
de benoemde, onderscheidenlijk zijn gemachtigde, aan het
vertegenwoordigend orgaan een door hem ondertekende verklaring over,
vermeldende alle openbare betrekkingen die de benoemde bekleedt.
2. Tenzij de benoemde op het tijdstip van benoeming reeds lid van
het vertegenwoordigend orgaan was, legt hij tevens een gewaarmerkt
afschrift van gegevens uit de basisadministratie persoonsgegevens van
de gemeente waar hij als ingezetene is ingeschreven over, waaruit zijn
woonplaats, datum en plaats van de geboorte, alsmede, indien het
betreft een benoeming tot lid van de Tweede of Eerste Kamer of
provinciale staten, zijn Nederlanderschap blijken.
3. De gemachtigde van de benoemde die buiten Nederland woonplaats
heeft, legt in plaats van het afschrift, bedoeld in het tweede lid,
een uittreksel uit de geboorteregisters over, waaruit datum en plaats
van de geboorte van de benoemde blijken, alsmede een bewijs van
Nederlanderschap betreffende de benoemde.
4. Indien een tot lid van de gemeenteraad benoemde persoon geen
onderdaan is van een lid-staat van de Europese Unie, legt hij een
gewaarmerkt afschrift van gegevens uit de basisadministratie
persoonsgegevens van de gemeente waar hij als ingezetene is
ingeschreven over, waaruit blijkt of hij voldoet aan de vereisten,
bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet.
Artikel V 4
1. Het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing is
geschied, onderzoekt de geloofsbrief onverwijld en beslist of de
benoemde als lid van dat orgaan wordt toegelaten. Daarbij gaat het na,
of de benoemde aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet en geen
met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, en beslist het
de geschillen welke met betrekking tot de geloofsbrief of de
verkiezing zelf rijzen. Indien de benoemde voor de eerste samenkomst
van het nieuw gekozen orgaan de voor het lidmaatschap vereiste
leeftijd zal hebben bereikt, wordt daarmee bij het nemen van de
beslissing rekening gehouden. De wijze waarop het onderzoek van de
geloofsbrieven van de leden van de Tweede, onderscheidenlijk van de
Eerste Kamer geschiedt, wordt geregeld in het reglement van orde van
de desbetreffende kamer.
2. Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de
geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen.
3. Betreft het de toelating van degene die is benoemd in een
tussentijds opengevallen plaats, dan strekt het onderzoek zich niet
uit tot punten die het verloop van de verkiezing of de vaststelling
van de uitslag betreffen.
4. Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan
het vertegenwoordigend orgaan tot een nieuwe opneming van
stembiljetten, zowel uit alle als uit een of meer stembureaus of
provincies, besluiten. De burgemeester die de desbetreffende
stembiljetten onder zich heeft, onderscheidenlijk de voorzitter van
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Eerste
Kamer, doet deze op verzoek van het vertegenwoordigend orgaan
onverwijld naar dat orgaan overbrengen. Na ontvangst van de
stembiljetten gaat het vertegenwoordigend orgaan onmiddellijk tot de
opneming over. Het is bevoegd daartoe de verzegelde pakken te openen
en de inhoud te vergelijken met de processen-verbaal van de
stembureaus. Bij deze opneming zijn de artikelen N 5, N 8 en N 9 van
overeenkomstige toepassing.
5. Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, is het
vertegenwoordigend orgaan tevens bevoegd de verzegelde pakken, bedoeld
in artikel N 2, te openen. De burgemeester die de desbetreffende
pakken onder zich heeft, doet deze op verzoek van het
vertegenwoordigend orgaan onverwijld naar dat orgaan overbrengen. Na
beëindiging van het onderzoek worden de bescheiden uit de geopende
pakken opnieuw ingepakt en verzegeld op de in artikel N 2
voorgeschreven wijze.
Artikel V 5
De ongeldigheid van de stemming in één of meer stembureaus of
provincies of een onjuistheid in de vaststelling van de uitslag van de
verkiezing staat niet in de weg aan de toelating van de leden, op wier
verkiezing de ongeldigheid of onjuistheid geen invloed kan hebben gehad,
en, in geval van ongeldigheid van de stemming, de nieuwe stemming geen
invloed kan hebben.
Artikel V 6
1. Indien het orgaan waarvoor de benoeming is geschied, besluit tot
niet-toelating van één of meer leden wegens de ongeldigheid van de
stemming in één of meer stembureaus of provincies geeft de
voorzitter daarvan onverwijld kennis aan Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, indien het betreft een
verkiezing van de leden van de Tweede of Eerste Kamer, aan
gedeputeerde staten, indien het betreft een verkiezing van de leden
van de staten van een provincie en aan burgemeester en wethouders,
indien het betreft een verkiezing van de leden van de gemeenteraad.
2. Uiterlijk op de dertigste dag nadat deze kennisgeving is
ontvangen, vindt in de in het eerste lid bedoelde stembureaus,
onderscheidenlijk provincies, een nieuwe stemming plaats en wordt de
uitslag van de verkiezing opnieuw vastgesteld. De dag van de stemming
wordt, indien het betreft een verkiezing van de leden van de Tweede of
Eerste Kamer, vastgesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties, indien het betreft een verkiezing van de leden
van de staten van een provincie, door gedeputeerde staten, en indien
het betreft een verkiezing van de leden van de gemeenteraad, door
burgemeester en wethouders.
3. Bij deze vaststelling blijft degene die reeds als lid is
toegelaten, gekozen verklaard, ook indien mocht blijken dat dit ten
onrechte is geschied. Tegenover hem valt dan af de kandidaat die,
indien de toegelatene niet gekozen was verklaard, gekozen zou zijn.
Artikel V 7
1. Aan de inartikel V 6 bedoelde stemming zijn de kiezers bevoegd
deel te nemen wier namen voorkomen op de geldige stempassen,
kiezerspassen, volmachtbewijzen en briefstembewijzen, die zijn
ingeleverd bij de ongeldig verklaarde stemming, met uitzondering van
personen waarvan na de ongeldig verklaarde stemming blijkt dat zij ten
onrechte als kiezer waren geregistreerd.
2. Indien de in artikel V 6 bedoelde stemming alle stembureaus in
een gemeente betreft zijn in afwijking van het eerste lid:
a. bevoegd deel te nemen aan de nieuwe stemming: de personen
die met het oog op de stemming, bedoeld in artikel V 6, als kiezer
waren geregistreerd in de gemeente onder toevoeging van de
personen ten aanzien van wie na de ongeldig verklaarde stemming
blijkt dat zij ten onrechte niet als kiezer in de gemeente waren
geregistreerd en de kiezers wier namen voorkomen op de geldige
kiezerspassen en volmachtbewijzen, die zijn ingeleverd bij de
ongeldig verklaarde stemming in de gemeente;
b. niet bevoegd deel te nemen aan de nieuwe stemming:
1°. de kiesgerechtigden aan wie een kiezerspas,
volmachtbewijs of briefstembewijs is verstrekt;
2°. de personen ten aanzien van wie na de ongeldig
verklaarde stemming blijkt dat zij ten onrechte als kiezer in
de gemeente waren geregistreerd.
Artikel V 8
Indien het orgaan waarvoor de benoeming is geschied, heeft besloten
om één of meer van de benoemde leden wegens de onjuistheid van de
vaststelling van de uitslag van de verkiezing niet toe te laten, wordt
daarvan door de voorzitter onverwijld kennis gegeven aan het centraal
stembureau.
Artikel V 9
1. Uiterlijk op de veertiende dag nadat de kennisgeving, bedoeld in
artikel V 8, is ontvangen, houdt het centraal stembureau een openbare
zitting en stelt het met inachtneming van de in artikel V 8 bedoelde
beslissing de uitslag van de verkiezing voor zover nodig opnieuw vast,
en maakt deze op de zitting bekend.
2. De artikelen P 20 en P 22 tot en met P 24 vinden overeenkomstige
toepassing.
3. Het onderzoek van de geloofsbrief van de aldus nieuw gekozen
verklaarde strekt zich niet uit tot punten, die het verloop van de
verkiezing raken.
Artikel V 10
Indien het orgaan waarvoor de benoeming is geschied, heeft besloten
de benoemde niet als lid toe te laten op de grond dat hij niet voldoet
aan de vereisten voor het lidmaatschap, dat hij een met het lidmaatschap
onverenigbare betrekking vervult of dat de benoemdverklaring van de
voorzitter van het centraal stembureau in strijd is met het bepaalde in
hoofdstuk W geeft de voorzitter van dat orgaan daarvan onverwijld kennis
aan de voorzitter van het centraal stembureau.
Artikel V 11
Het lidmaatschap van een tot lid van een vertegenwoordigend orgaan
benoemde vangt aan zodra de beschikking omtrent zijn toelating aan de
benoemde bekend is gemaakt.
§ 2. Bijzondere bepalingen betreffende het begin van het
lidmaatschap van provinciale staten en de gemeenteraad.
Artikel V 12
De beslissing betreffende de toelating van de tot lid van provinciale
staten onderscheidenlijk van de gemeenteraad benoemden wordt onverwijld
genomen.
Artikel V 13
1. Elke beslissing betreffende de toelating van de tot lid van
provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad, benoemden,
wordt door de voorzitter van provinciale staten, onderscheidenlijk de
voorzitter van de gemeenteraad, terstond aan de benoemde
bekendgemaakt.
2. Aan de niet-toegelatene worden de redenen van de beslissing
meegedeeld.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien door
provinciale staten, onderscheidenlijk de gemeenteraad, wegens
herhaalde staking van stemmen of wegens staking van stemmen in een
voltallige vergadering over een voorstel omtrent toelating geen
beslissing is genomen.
Artikel V 14 [Vervallen per 07-03-2002]
Artikel V 15
1. Indien op het tijdstip van periodieke aftreding van de leden van
provinciale staten, onderscheidenlijk van de gemeenteraad, niet de
goedkeuring van de geloofsbrieven van meer dan de helft van het
wettelijk voorgeschreven aantal leden onherroepelijk is geworden,
houden de leden van provinciale staten, onderscheidenlijk van de
gemeenteraad, zitting, totdat zulks is geschied. Gedurende deze tijd
oefenen de bij de verkiezing gekozen leden hun functie niet uit.
2. Een plaats die openvalt na het tijdstip van periodieke
aftreding, wordt vervuld op dezelfde wijze, als zou zijn geschied,
indien zij voor dat tijdstip zou zijn opengevallen.
Artikel V 16 [Vervallen per 07-03-2002]
Hoofdstuk W. De opvolging
Artikel W 1
1. Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een
verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, verklaart
de voorzitter van het centraal stembureau bij een met redenen omkleed
besluit, uiterlijk op de veertiende dag nadat dit te zijner kennis is
gekomen, benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat die in de
volgorde, bedoeld in artikel P 19, het hoogst is geplaatst op de lijst
waarop degene die moet worden opgevolgd, is gekozen. Indien het lid in
wiens plaats moet worden voorzien, ontslag heeft genomen met ingang
van een bepaald tijdstip, vangt de termijn, bedoeld in de eerste
volzin, aan op dat tijdstip.
2. Indien een plaats openvalt die door toepassing van artikel P 16,
tweede lid, was vervuld, verklaart de voorzitter van het centraal
stembureau, in afwijking van het eerste lid, benoemd de daarvoor in
aanmerking komende kandidaat op de lijst waaraan ingevolge artikel
P16, tweede lid , een zetel was onthouden.
3. Indien de lijst, bedoeld in het eerste lid, deel uitmaakt van
een lijstengroep en op een of meer andere lijsten of stellen
gelijkluidende lijsten van die groep kandidaten voorkomen die op de
gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen, een aantal stemmen hebben
verkregen groter dan 25% van de kiesdeler, doch die niet met
toepassing van artikel P 15 zijn gekozen, verklaart de voorzitter van
het centraal stembureau, in afwijking van het eerste lid, benoemd
diegene van deze kandidaten op wie het grootste aantal stemmen is
uitgebracht.
4. Indien het de opvolging van een lid van de Eerste Kamer of van
een lid van een gemeenteraad met minder dan negentien zetels betreft
wordt bij de toepassing van het derde lid niet 25% van de kiesdeler,
maar de helft van de kiesdeler in aanmerking genomen.
5. Indien een plaats openvalt die door toepassing van het derde lid
was vervuld en dat lid niet opnieuw moet worden toegepast, verklaart
de voorzitter van het centraal stembureau benoemd de daarvoor in
aanmerking komende kandidaat op de lijst waaraan ingevolge het derde
lid een zetel was onthouden.
6. Bij ministeriële regeling wordt een model vastgesteld voor het
besluit van de voorzitter van het centraal stembureau ter benoeming
van een lid van een vertegenwoordigend orgaan, noodzakelijk geworden
door:
a. het niet-aannemen van de benoeming door een kandidaat;
b. het niet-toelaten als lid van een kandidaat, of
c. het openvallen van een plaats in dat orgaan.
Artikel W 2
1. Bij de toepassing van artikel W 1 wordt buiten rekening gelaten
de kandidaat:
a. die is overleden;
b. aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
bevalling of ziekte;
c. wiens vacature vervuld wordt;
d. die in de vacature benoemd is verklaard, maar schriftelijk
verklaard heeft of geacht wordt de benoeming niet aan te nemen, de
in artikel V 3 genoemde stukken niet tijdig heeft ingezonden of
bij besluit niet tot het vertegenwoordigend orgaan is toegelaten;
e. die lid is van het vertegenwoordigend orgaan of als zodanig
benoemd is verklaard, terwijl over zijn toelating als lid nog niet
is beslist, tenzij hij is benoemd tot vervanger voor de plaats die
is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld
in paragraaf 3 van hoofdstuk X;
f. van wie door de voorzitter van het centraal stembureau een
schriftelijke verklaring is ontvangen dat hij niet voor benoeming
in aanmerking wenst te komen;
g. die lid was van het vertegenwoordigend orgaan, terwijl ook
ten aanzien van deze kandidaat ter kennis van de voorzitter van
het centraal stembureau is gekomen dat in zijn opengevallen plaats
moet worden voorzien;
h. die, indien het de verkiezing van provinciale staten
onderscheidenlijk de gemeenteraad betreft, niet benoembaar is
ingevolge het bepaalde in artikel 12 van de Provinciewet
onderscheidenlijk artikel 11 van de Gemeentewet.
2. Een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder f, kan
worden ingetrokken.
3. Bij ministeriële regeling wordt een model vastgesteld voor de
verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder f.
Artikel W 3
1. Indien bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk
geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst
waarop degene is gekozen die moet worden opgevolgd, en deze lijst te
zamen met één of meer andere lijsten een lijstengroep,
onderscheidenlijk een lijstencombinatie, vormt, gaat de zetel door
toepassing van artikel P 13, onderscheidenlijk artikel U 13, over op
één van die andere lijsten. De kandidaat van deze lijst die naar de
volgorde, vastgesteld overeenkomstig artikel P 19, onderscheidenlijk
artikel U 15, voor benoeming in aanmerking komt, wordt benoemd
verklaard. Komt ook op deze lijst geen kandidaat meer voor benoeming
in aanmerking, dan wordt de plaats aan een andere van de groep,
onderscheidenlijk de combinatie, deel uitmakende lijst toegekend door
verdere toepassing van het in dit lid bepaalde, en zo vervolgens.
2. Bij de toepassing van het eerste lid komen het eerst in
aanmerking de lijsten die te zamen met de desbetreffende lijst een
lijstengroep vormen en vervolgens de lijsten die met die lijst tot een
lijstencombinatie zijn verbonden.
Artikel W 4
1. Indien bij opvolging van leden van een gemeenteraad met negen of
elf leden geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de
lijst, waarop degene is gekozen die moet worden opgevolgd, of op de
lijsten die met deze lijst een lijstengroep of lijstencombinatie
vormen, wordt door toepassing van artikel P 10 beslist aan welke van
de andere lijsten de plaats zal worden toegekend. De kandidaat die op
de lijst waaraan de plaats wordt toegekend, naar de volgorde,
vastgesteld overeenkomstig artikel P 19, voor benoeming in aanmerking
komt, wordt benoemd verklaard.
2. Indien bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk op
geen van de lijsten een kandidaat meer voor benoeming in aanmerking
komt, beslist het centraal stembureau dat geen opvolger kan worden
benoemd. Bij ministeriële regeling wordt voor het besluit een model
vastgesteld.
Artikel W 5
1. Indien de toepassing van artikel W 3 of artikel W 4 tot een
beslissing door het lot aanleiding geeft, zal de loting plaats hebben
in een zitting van het centraal stembureau.
2. Op de in het eerste lid bedoelde zitting vinden de artikelen P
20 en P 22 overeenkomstige toepassing.
Artikel W 6
Indien de voorzitter van een centraal stembureau op dezelfde dag
kennis krijgt van het openvallen van meer dan één plaats in een
vertegenwoordigend orgaan en als gevolg hiervan een kandidaat op meer
dan één lijst benoemd zou moeten worden verklaard, wordt deze benoemd
met overeenkomstige toepassing van artikel P 18.
Artikel W 7
1. Iedere benoeming die met toepassing van de bepalingen van dit
hoofdstuk geschiedt, wordt terstond bekendgemaakt in de Staatscourant
of, indien het betreft de benoeming van een lid van provinciale staten
of de gemeenteraad, op de in de provincie, onderscheidenlijk de
gemeente, gebruikelijke wijze.
2. De voorzitter van het centraal stembureau doet een afschrift van
het benoemingsbesluit toekomen aan het vertegenwoordigend orgaan.
Artikel W 8
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld betreffende de voorziening in opengevallen plaatsen in
vertegenwoordigende organen.
Hoofdstuk X. Beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke
vervanging als lid
§ 1. Algemene bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap
Artikel X 1
1. Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een
vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap
niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare
betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.
2. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan
onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.
3. Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het
overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is
opengevallen.
Artikel X 2
1. Een lid van een vertegenwoordigend orgaan, tot wiens toelating
is besloten, kan te allen tijde zijn ontslag nemen. Ontslagneming met
terugwerkende kracht is niet mogelijk.
2. Hij bericht dit schriftelijk aan de voorzitter van het
vertegenwoordigend orgaan. Deze geeft hiervan onverwijld kennis aan de
voorzitter van het centraal stembureau.
3. Op een ingediend ontslag kan niet worden teruggekomen.
§ 2. Bijzondere bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap
Artikel X 3
1. Wanneer een lid van de Tweede of van de Eerste Kamer wordt
benoemd in een ambt als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de
Grondwet, houdt zijn lidmaatschap van de Kamer van rechtswege op.
2. Wanneer een lid van de Tweede of van de Eerste Kamer komt te
verkeren in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel
X 1, anders dan op grond van het voorgaande lid, geeft hij hiervan
kennis aan de kamer, met vermelding van de reden.
3. Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van de
kamer van oordeel is, dat een lid van de kamer verkeert in een van de
gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, waarschuwt hij de
belanghebbende schriftelijk.
4. Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de
dagtekening van de in het derde lid bedoelde waarschuwing aan het
oordeel van de kamer te onderwerpen.
Artikel X 4
1. Wanneer een lid van provinciale staten komt te verkeren in een
van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, geeft hij
hiervan kennis aan de staten, met vermelding van de reden.
2. Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van
provinciale staten van oordeel is, dat een lid van provinciale staten
verkeert in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel
X 1, waarschuwt hij de belanghebbende schriftelijk.
3. Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de
dagtekening van de in het tweede lid bedoelde waarschuwing aan het
oordeel van provinciale staten te onderwerpen.
Artikel X 5
1. Wanneer een lid van de gemeenteraad komt te verkeren in een van
de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, geeft hij
hiervan kennis aan de raad, met vermelding van de reden.
2. Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van de
raad van oordeel is, dat een lid van de gemeenteraad verkeert in een
van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, waarschuwt
hij de belanghebbende schriftelijk.
3. Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de
dagtekening van de in het tweede lid bedoelde waarschuwing aan het
oordeel van de raad te onderwerpen.
Artikel X 6
Leden van provinciale staten en van de gemeenteraad die hun ontslag
hebben ingezonden, behouden, ook indien zij ontslag hebben genomen met
ingang van een bepaald tijdstip, hun lidmaatschap, totdat de goedkeuring
van de geloofsbrieven van hun opvolgers onherroepelijk is geworden of
totdat het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan
worden benoemd.
Artikel X 7
1. Het lid van provinciale staten dat in strijd met artikel 15 van
de Provinciewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door
de voorzitter van provinciale staten. De voorzitter onderwerpt de zaak
aan het oordeel van provinciale staten in hun eerstvolgende
vergadering.
2. Provinciale staten kunnen, na de geschorste in de gelegenheid te
hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap
vervallen verklaren. Indien zij daartoe geen aanleiding vinden, heffen
zij de schorsing op.
3. Provinciale staten kunnen ook ambtshalve het lid dat in strijd
met artikel 15 van de Provinciewet handelt, na hem in de gelegenheid
te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap
vervallen verklaren.
4. Van de beslissing van provinciale staten, bedoeld in het tweede
en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende mededeling gedaan.
5. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring,
wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien
beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de
vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van
provinciale staten gedurende deze periode in zijn betrekking
geschorst.
6. Indien een lid van provinciale staten op grond van dit artikel
onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de
commissaris van de Koning daarvan mededeling aan de voorzitter van het
centraal stembureau.
Artikel X 8
1. Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste
lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden
geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter
onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende
vergadering.
2. De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben
gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap
vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft
hij de schorsing op.
3. De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15,
eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te
hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap
vervallen verklaren.
4. Van de beslissing van de raad, bedoeld in het tweede en derde
lid, wordt terstond aan de belanghebbende mededeling gedaan.
5. De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring,
wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien
beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de
vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de
raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst.
6. Indien een lid van de raad op grond van dit artikel
onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de
burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal
stembureau.
Artikel X 9
Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een besluit als
bedoeld in artikel X 4, derde lid, X 5, derde lid, X 7, vierde lid en X
8, vierde lid.
§ 3. Beëindiging van het lidmaatschap en vervanging wegens
zwangerschap en bevalling of ziekte
Artikel X 10
1. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een
lid van dat orgaan dat is toegelaten op diens verzoek tijdelijk
ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde
dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de
vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een door het lid
overgelegde verklaring van een arts of verloskundige. Aan het verzoek,
bedoeld in de eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip
waarop het verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien
weken voor het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.
2. De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een
lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid
wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en
blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de
uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen
hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking
van de beslissing op het verzoek. Aan het verzoek, bedoeld in de
eerste volzin, wordt niet voldaan, indien het tijdstip waarop het
verzoek wordt gedaan ligt binnen een periode van zestien weken voor
het einde van de zittingsduur als bedoeld in hoofdstuk C.
3. Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag als
bedoeld in het eerste lid of tweede lid is verleend, herleeft van
rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken
sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag.
4. Aan een lid van een vertegenwoordigend orgaan wordt ten hoogste
drie maal per zittingsperiode tijdelijk ontslag als bedoeld in het
eerste of het tweede lid verleend.
Artikel X 11
1. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan beslist op een
verzoek tot tijdelijk ontslag als bedoeld inartikel X 10, eerste of
tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag
na indiening van het verzoek.
2. De beslissing op het verzoek tot tijdelijk ontslag geschiedt in
overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige,
bedoeld in artikel X 10, eerste of tweede lid.
3. Een beslissing tot tijdelijk ontslag bevat de dag van ingang van
het ontslag.
4. De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft van een
beslissing tot tijdelijk ontslag onverwijld kennis aan de voorzitter
van het centraal stembureau.
Artikel X 12
1. De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger
voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk
ontslag als bedoeld in deze paragraaf. De hoofdstukken Ven W zijn van
toepassing, met dien verstande dat in afwijking vanartikel V 2, eerste
lid, de benoeming uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de
kennisgeving van benoeming wordt aangenomen.
2. Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met
ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag
van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de mogelijkheid dat
het vervangende lidmaatschap ingevolge deze wet op een eerder tijdstip
eindigt.
3. Indien de vervanger van het lid van een vertegenwoordigend
orgaan aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en
bevalling of ziekte, voortijdig ontslag neemt, dan wel wordt benoemd
tot lid van het vertegenwoordigend orgaan voor een plaats die is
opengevallen anders dan als gevolg van een tijdelijk ontslag, benoemt
de voorzitter van het centraal stembureau een nieuwe tijdelijke
vervanger voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag.
4. Artikel X 6 is niet van toepassing op een vervanger.
Afdeling V. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement
Hoofdstuk Y. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel Y 1
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. de Akte: de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van
de leden van het Europees Parlement (Brussel, 20 september 1976, Trb.
1976, 175);
b. lid van het Europees Parlement: een in Nederland gekozen lid
van het Europees Parlement.
§ 2. De verkiezing
Artikel Y 2
De leden van het Europees Parlement worden, voor zover deze afdeling
niet anders bepaalt, gekozen met overeenkomstige toepassing van de bij
of krachtens afdeling II gestelde bepalingen inzake de verkiezing van de
leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met inachtneming van de
Akte.
Artikel Y 3
De leden van het Europees Parlement worden gekozen door:
a. degenen die op de dag van de kandidaatstelling Nederlander
zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar
hebben bereikt en niet zijn uitgesloten van het kiesrecht;
b. de niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lid-staten
van de Europese Unie, mits zij:
1°. op de dag van de kandidaatstelling hun werkelijke
woonplaats hebben in het Europese deel van Nederland,
2°. op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar
hebben bereikt, en
3°. niet zijn uitgesloten van het kiesrecht, hetzij in
Nederland, hetzij in de lid-staat waarvan zij onderdaan zijn.
Artikel Y 4
Lid van het Europees Parlement kunnen zijn:
a. zij die voldoen aan de vereisten die in artikel 56 van de
Grondwet voor het lidmaatschap van de Staten-Generaal worden
gesteld;
b. de niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lid-staten
van de Europese Unie, mits zij:
1°. hun werkelijke woonplaats hebben in het Europese deel
van Nederland,
2°. de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, en
3°. niet zijn uitgesloten van het recht om gekozen te
worden, hetzij in Nederland, hetzij in de lid-staat waarvan zij
onderdaan zijn.
Artikel Y 5
1. De leden van het Europees Parlement worden gekozen voor een
periode van vijf jaren, behoudens de mogelijkheid van een verlenging
of verkorting van deze periode als gevolg van een verschuiving van de
verkiezingsperiode ingevolge artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van
de Akte.
2. Deze periode begint bij de opening van de eerste zitting na
iedere verkiezing.
Artikel Y 5a
De Nederlander die op de dag van de kandidaatstelling zijn werkelijke
woonplaats heeft in Aruba, Curaçao of Sint Maarten dient het verzoek
tot registratie, bedoeld in artikel D 3, eerste lid, in bij de
vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao of Sint Maarten of
bij burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage.
Artikel Y 6
1. Nederlanders die werkelijke woonplaats hebben in een andere
lid-staat, kunnen in Nederland slechts als kiezer voor de verkiezing
van de leden van het Europees Parlement worden geregistreerd, als zij
hebben verklaard niet tevens in die andere lid-staat aan de verkiezing
te zullen deelnemen.
2. De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt gelijktijdig
ingediend met het in artikel D 3, eerste lid, bedoelde verzoek. Zij
maakt deel uit van het in artikel D 3, negende lid, bedoelde
formulier. Bij ministeriële regeling wordt de formulering van de
verklaring vastgesteld.
3. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage wijzen een verzoek
als bedoeld in artikel D 3, eerste lid, af indien zij van de
desbetreffende lid-staat bericht hebben ontvangen dat de verzoeker in
die lid-staat als kiezer is geregistreerd.
Artikel Y 7 [Vervallen per 22-01-1999]
Artikel Y 8
1. De stemming voor de verkiezing van de leden van het Europees
Parlement vindt plaats op de donderdag, gelegen in de daarvoor
ingevolge artikel 11, eerste en tweede lid, van de Akte bepaalde
periode.
2. De kandidaatstelling vindt plaats op de drieënveertigste dag
voor de stemming.
Artikel Y 9
1. De Kiesraad treedt op als centraal stembureau.
2. Waar in de hoofdstukken H en I sprake is van het
hoofdstembureau, treedt daarvoor in de plaats het centraal stembureau.
Artikel Y 10
Behalve op de in artikel G 1, vierde lid, genoemde gronden wordt op
een verzoek om registratie van de aanduiding van een politieke
groepering ten behoeve van de verkiezing van de leden van het Europees
Parlement afwijzend beschikt, indien de aanduiding geheel of in
hoofdzaak overeenstemt met een aanduiding van een andere politieke
groepering die reeds ten behoeve van de verkiezing van de leden van de
Tweede Kamer is geregistreerd, of met een aanduiding waarvoor reeds
eerder ten behoeve van die verkiezing een registratieverzoek is
ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is.
Artikel Y 11
Artikel G 1, achtste lid, blijft buiten toepassing.
Artikel Y 12
De kandidatenlijsten gelden voor het gehele land. De inlevering van
de lijsten geschiedt bij het centraal stembureau bij de voorzitter van
het centraal stembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat
bureau.
Artikel Y 13
1. Bij de lijst wordt van iedere daarop voorkomende kandidaat naast
de in artikel H 9 bedoelde verklaring van instemming een schriftelijke
verklaring overgelegd dat hij niet in een andere lid-staat kandidaat
voor het lidmaatschap van het Europees Parlement zal zijn.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer de formulieren voor de in het eerste lid bedoelde verklaring,
kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële
regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.
Artikel Y 14
In afwijking van artikel H 3, eerste lid, tweede volzin, legt elke
inleveraar van een lijst een verklaring over van burgemeester en
wethouders van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd, dat hij
bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing.
Artikel Y 15
1. In afwijking van artikel I 2, eerste lid, onder h, wordt als
verzuim aangemerkt dat de lijst is ingeleverd door een kiezer die niet
heeft overgelegd een verklaring van burgemeester en wethouders van de
gemeente waar hij is geregistreerd, dat hij bevoegd is tot deelneming
aan de verkiezing. Als verzuim wordt mede aangemerkt dat ten aanzien
van een kandidaat de verklaring, bedoeld in artikel Y 13, eerste lid,
ontbreekt.
2. Het herstellen van verzuimen geschiedt ten kantore van het
centraal stembureau.
3. Artikel I 2, vijfde lid, eerste volzin, vindt overeenkomstige
toepassing, indien de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde
verklaring niet alsnog wordt overgelegd.
Artikel Y 16
Onmiddellijk nadat de lijsten door het centraal stembureau zijn
onderzocht, worden deze en, indien vereist, de in artikel H 4 bedoelde
verklaringen van ondersteuning door de voorzitter bij het centraal
stembureau voor een ieder ter inzage gelegd.
Artikel Y 17
Het centraal stembureau schrapt van de lijst in de eerste plaats de
naam van de kandidaat van wie de verklaring, bedoeld in artikel Y 13,
eerste lid, niet is overgelegd.
Artikel Y 18
Artikel I 9 blijft buiten toepassing.
Artikel Y 19
1. Op de dag van de kandidaatstelling, tussen negen en zeventien
uur, kunnen kandidatenlijsten van verschillende politieke groeperingen
tot een lijstencombinatie worden verbonden door inlevering bij het
centraal stembureau van een daartoe strekkende schriftelijke
gemeenschappelijke verklaring van de op de lijsten vermelde
gemachtigden. Bij ministeriële regeling wordt voor deze verklaring
een model vastgesteld.
2. Een lijst kan niet deel uitmaken van meer dan één
lijstencombinatie. Heeft een gemachtigde meer dan één verklaring
betreffende dezelfde lijst ondertekend, dan is zijn ondertekening
onder alle verklaringen ongeldig.
Artikel Y 20 [Vervallen per 01-03-2004]
Artikel Y 21 [Vervallen per 01-03-2004]
Artikel Y 22
Voor de toepassing van artikel N 12, hoofdstuk O en artikel P 1
treden de hoofdstembureaus voor de verkiezing van de leden van de Tweede
Kamer op als hoofdstembureaus voor de verkiezing van de leden van het
Europees Parlement.
Artikel Y 23
Waar in de artikelen O 4, tweede lid, en O 5, eerste lid, sprake is
van het orgaan waarvoor de verkiezing plaats heeft, onderscheidenlijk
heeft plaats gehad, treedt daarvoor de Tweede Kamer in de plaats.
Artikel Y 23a
Voor de toepassing van de artikelen P 15 en P 19, tweede lid, wordt
voor «25% van de kiesdeler» gelezen: 10% van de kiesdeler.
Artikel Y 24
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor zover nodig
voorschriften worden gegeven die afwijken van krachtens afdeling II bij
algemene maatregel van bestuur gestelde bepalingen.
§ 3. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap
Artikel Y 25
1. De Tweede Kamer onderzoekt zo spoedig mogelijk of de benoemde op
grond van de nationale bepalingen als lid van het Europees Parlement
kan worden toegelaten.
2. De artikelen V 1 tot en met V 10 zijn daarbij van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in deze
artikelen sprake is van het vertegenwoordigend orgaan of het orgaan
waarvoor de benoeming is geschied, daarvoor de Tweede Kamer in de
plaats treedt.
Artikel Y 26
De voorzitter van de Tweede Kamer geeft van de uitkomst van het
onderzoek onverwijld kennis aan de voorzitter van het Europees Parlement
en aan de benoemde. Indien de Tweede Kamer heeft besloten dat de
benoemde op grond van de nationale bepalingen als lid van het Europees
Parlement kan worden toegelaten, zendt de voorzitter van de Tweede Kamer
aan de voorzitter van het Europees Parlement tevens de geloofsbrief van
de benoemde toe.
Artikel Y 27
Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een
verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, geschiedt
dit met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk W, met dien verstande
dat voor de toepassing van artikel W 1, derde lid, voor «25% van de
kiesdeler» wordt gelezen: 10% van de kiesdeler.
Artikel Y 28
Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van het
Europees Parlement een van de in artikel Y 4 bedoelde vereisten voor het
lidmaatschap niet bezit of een ingevolge de nationale bepalingen met het
lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.
De voorzitter van de Tweede Kamer geeft hiervan onverwijld kennis aan de
voorzitter van het Europees Parlement en aan de voorzitter van het
centraal stembureau.
Artikel Y 29
1. Wanneer een lid van het Europees Parlement komt te verkeren in
een van de gevallen, genoemd in artikel Y 28, geeft hij hiervan kennis
aan de voorzitter van de Tweede Kamer, met vermelding van de reden.
2. Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van de
Tweede Kamer van oordeel is dat een lid van het Europees Parlement
verkeert in een van de gevallen, genoemd in artikel Y 28, waarschuwt
hij de belanghebbende schriftelijk.
3. Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de
dagtekening van de in het tweede lid bedoelde waarschuwing aan het
oordeel van de Tweede Kamer te onderwerpen.
Artikel Y 30
Indien de voorzitter van de Tweede Kamer een bericht ontvangt van de
voorzitter van het Europees Parlement dat het lidmaatschap van een lid
van het Europees Parlement is beëindigd wegens ontslag, overlijden of
het vervullen van een ingevolge de Akte onverenigbare functie, geeft hij
hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.
Artikel Y 30a [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Tijdelijk ontslag van een lid van het Europees Parlement wegens
zwangerschap en bevalling of ziekte geschiedt met overeenkomstige
toepassing van de artikelen X 10 en X 11, met dien verstande dat:
a. in artikel X 10, eerste en tweede lid, voor«voorzitter van
een vertegenwoordigend orgaan» wordt gelezen: voorzitter van de
Tweede Kamer;
b. in artikel X 11, eerste en vierde lid, voor«voorzitter van
het vertegenwoordigend orgaan» wordt gelezen: voorzitter van de
Tweede Kamer;
c. de voorzitter van de Tweede Kamer van de beslissing tot
tijdelijk ontslag onverwijld kennis geeft aan de voorzitter van het
Europees Parlement.
Artikel Y 30b [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger
voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk
ontslag als bedoeld in artikel Y 30a. De artikelen Y 25 tot en met Y
27 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Op de vervanger is artikel X 12, tweede en derde lid, van
overeenkomstige toepassing.
§ 4. Bijzondere bepalingen betreffende deelneming aan de
verkiezingen door niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere
lid-staten van de Europese Unie
Artikel Y 31
De kiesgerechtigde niet-Nederlander die onderdaan is van een andere
lid-staat van de Europese Unie die zijn werkelijke woonplaats in het
Europese deel van Nederland heeft, neemt aan de verkiezing deel hetzij
in het Europese deel van Nederland, hetzij in de lid-staat waarvan hij
onderdaan is.
Artikel Y 32
1. Burgemeester en wethouders registreren de kiesgerechtigdheid van
de in artikel Y 3, onder b, bedoelde personen die ingezetene zijn van
de gemeente in de gemeentelijke administratie, indien zij daartoe een
schriftelijk verzoek hebben ingediend.
2. Bij het verzoek vermeldt verzoeker zijn adres van verblijf en,
voor zover van toepassing, de plaats in de lid-staat waarvan hij
onderdaan is, waar hij het laatst als kiezer was geregistreerd. Bij
het verzoek legt verzoeker een kopie over van een document als bedoeld
in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Voorts verklaart
hij dat hij in de lid-staat waarvan hij onderdaan is, niet van het
kiesrecht is uitgesloten en dat hij het kiesrecht uitsluitend in
Nederland zal uitoefenen.
3. Verzoeken die worden ontvangen na de dag van de
kandidaatstelling blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten
beschouwing.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en
wanneer het formulier voor het verzoek, kosteloos, voor de kiezers
verkrijgbaar is. Van het formulier maken de verklaringen, bedoeld in
het tweede lid, deel uit. Bij ministeriële regeling wordt voor het
formulier een model vastgesteld.
5. Burgemeester en wethouders zenden aan de niet-Nederlander, die
de nationaliteit van een andere lid-staat van de Europese Unie heeft,
en die zich van buiten het Europese deel van Nederland vestigt in de
gemeente, een formulier toe waarmee hij registratie van zijn
kiesgerechtigdheid kan verzoeken.
6. Burgemeester en wethouders beslissen op het verzoek uiterlijk op
de zevende dag nadat zij het verzoek hebben ontvangen en maken de
beslissing onverwijld aan de verzoeker bekend.
7. Indien burgemeester en wethouders van een andere lid-staat
bericht hebben ontvangen dat een niet-Nederlander die onderdaan is van
die lid-staat aldaar van het kiesrecht is uitgesloten, registreren zij
de kiesgerechtigdheid van betrokkene niet.
8. Nadat het verzoek om registratie is ingewilligd, delen
burgemeester en wethouders aan de door de desbetreffende lid-staat
aangewezen autoriteit mede, dat betrokkene in Nederland als kiezer is
geregistreerd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen
nadere regels worden gesteld omtrent de wijze en het tijdstip waarop
deze mededeling dient te geschieden.
9. Ten minste zes weken voor de kandidaatstelling brengt de
burgemeester de mogelijkheid van registratie voor niet-Nederlanders
die onderdanen zijn van andere lid-staten ter openbare kennis.
10. Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een
beschikking als bedoeld in dit artikel.
Artikel Y 33
1. De kiesgerechtigdheid van de niet-Nederlander die onderdaan is
van een andere lidstaat blijft geregistreerd zolang betrokkene
ingezetene is van een Nederlandse gemeente of totdat de registratie
van de kiesgerechtigdheid van betrokkene is geschrapt.
2. Burgemeester en wethouders schrappen de registratie van de
kiesgerechtigdheid van de als kiezer geregistreerde niet-Nederlander
die onderdaan is van een andere lid-staat in de gemeentelijke
administratie:
a. op verzoek van betrokkene;
b. indien aan hen omstandigheden bekend worden op grond waarvan
de desbetreffende persoon niet als kiezer behoort te zijn
geregistreerd.
3. Burgemeester en wethouders doen van een schrapping van de
registratie van de kiesgerechtigdheid onverwijld mededeling aan
betrokkene en aan de door de desbetreffende lid-staat aangewezen
autoriteit waarvan betrokkene onderdaan is.
4. Artikel D 9 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking
als bedoeld in dit artikel.
Artikel Y 33a
Burgemeester en wethouders schrappen de registratie van de
kiesgerechtigdheid als bedoeld in artikel Y 32, eerste lid, indien
betrokkene het Nederlanderschap verkrijgt.
Artikel Y 34
In de in artikel H 1 bedoelde openbare kennisgeving wordt tevens
melding gemaakt van de mogelijkheid van kandidaatstelling
niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lid-staten.
Artikel Y 35
1. De kandidaat die onderdaan is van een andere lid-staat en niet
tevens de Nederlandse nationaliteit heeft, vermeldt op de in artikel Y
13 bedoelde verklaring tevens zijn nationaliteit en de plaats in die
lid-staat waar hij het laatst als kiezer was ingeschreven.
2. Bij de lijst wordt van iedere daarop voorkomende kandidaat die
onderdaan is van een andere lid-staat en niet tevens de Nederlandse
nationaliteit heeft een schriftelijke verklaring van de daartoe
bevoegde autoriteiten uit die lid-staat overgelegd dat hij, voor zover
de autoriteiten bekend is, in die lid-staat niet is uitgesloten van
het recht om te worden gekozen.
3. In aanvulling op artikel I 2, eerste lid, wordt het ontbreken
van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, tevens als verzuim
aangemerkt.
Artikel Y 35a
Het centraal stembureau schrapt van de lijst de kandidaat van wie de
verklaring, bedoeld in artikel Y 35, tweede lid, niet is overgelegd.
Artikel Y 36
Het centraal stembureau stelt door tussenkomst van Onze Minister van
Buitenlandse Zaken de andere lid-staten in kennis van de namen van hun
onderdanen, die niet tevens de Nederlandse nationaliteit hebben en die
op de geldige kandidatenlijsten voorkomen.
Artikel Y 37 [Vervallen per 22-01-1999]
Artikel Y 38
Een Nederlander die werkelijke woonplaats heeft in een andere
lid-staat, kan ten behoeve van de kandidaatstelling in die lid-staat
Onze Minister van Justitie verzoeken hem een verklaring te verstrekken,
inhoudende dat hij in Nederland niet is uitgesloten van het recht om
gekozen te worden.
§ 5. Slotbepaling
Artikel Y 39
Bij ministeriële regeling kunnen krachtens de afdelingen II en IV
vastgestelde modellen die ingevolge bepalingen van deze afdeling van
overeenkomstige toepassing worden verklaard voor de verkiezing van de
leden van het Europees Parlement, voor deze verkiezing nader worden
vastgesteld.
Afdeling Va. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius
en Saba
Hoofdstuk Ya. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, van de eilandsraden, van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal en van het Europees Parlement in Bonaire, Sint Eustatius
en Saba
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel Ya 1
Deze wet en de daarop berustende bepalingen is mede van toepassing in
Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met inachtneming van het in deze
afdeling bepaalde.
Artikel Ya 2
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of
Saba;
b. het Gemeenschappelijk Hof: het Gemeenschappelijk Hof van
Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.
Artikel Ya 3
1. Voor de toepassing van de bij of krachtens deze wet gestelde
bepalingen in Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt, voor zover deze
afdeling niet anders bepaalt, telkens in die bepalingen gelezen in
plaats van:
a. «de gemeente»: het openbaar lichaam;
b. «de burgemeester»: de gezaghebber;
c. «burgemeester en wethouders»: het bestuurscollege;
d. «de gemeenteraad»: de eilandsraad;
e. «de secretarie van de gemeente»: het bestuurskantoor.
2. Indien uitsluitend de gemeente, de burgemeester of burgemeester
en wethouders van ’s-Gravenhage wordt bedoeld, geldt het eerste lid,
onder a tot en met c, niet.
Artikel Ya 3a
In de artikelen J 8, vierde lid, en J 24, eerste lid, onder a, wordt
voor de toepassing in Bonaire, Sint Eustatius en Saba in plaats van
«een identificatiemiddel als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
identificatieplicht» dan wel «een document als bedoeld in artikel 1
van de Wet op de identificatieplicht»gelezen: een document als bedoeld
in artikel 2 van de Wet op de identificatieplicht BES.
§ 2. De verkiezing van de leden van de Tweede Kamer
Artikel Ya 4
1. Op de dag van de kandidaatstelling kunnen bij de gezaghebbers
van Sint Eustatius en Saba op het bestuurskantoor, van negen tot
vijftien uur, kandidatenlijsten worden ingeleverd voor kieskring 20
(Bonaire). In de in artikel H 1 bedoelde openbare kennisgeving wordt
door de gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba tevens melding gemaakt
van deze mogelijkheid.
2. Voor de toepassing van artikel H 3, eerste en vierde lid, treden
de gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba in dat geval in de plaats
van de voorzitter van het hoofdstembureau.
3. De inleveraar doet bij de inlevering blijk van zijn identiteit
door middel van een document als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de
identificatieplicht BES.
4. De gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba beoordelen van elke
kandidatenlijst die bij hen wordt ingeleverd en de op grond van
deartikelen H 3, H 4, H 9 en H 12 bij de kandidatenlijsten overgelegde
stukken, de authenticiteit en leggen hun bevindingen vast in een
begeleidingsverklaring. Bij ministeriële regeling wordt voor de
begeleidingsverklaring een model vastgesteld.
5. De gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba dragen er zorg voor
dat de kandidatenlijsten, de bij de kandidatenlijsten overgelegde
stukken en de begeleidingsverklaringen langs elektronische weg
uiterlijk op de dag van de kandidaatstelling om vijftien uur dertig
ter kennis worden gebracht van het hoofdstembureau. De gezaghebbers
maken van deze stukken gewaarmerkte afschriften en bewaren deze totdat
de beslissing van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel I 4,
onherroepelijk is geworden.
6. Voorts dragen zij er zorg voor dat de kandidatenlijsten met de
daarbij overgelegde stukken in een pak worden gedaan, dat wordt
verzegeld. Het verzegelde pak wordt zo spoedig mogelijk per post naar
het hoofdstembureau overgebracht.
Artikel Ya 5
Verklaringen van ondersteuning van een lijst die wordt ingeleverd in
Sint Eustatius of Saba, die worden afgelegd in Bonaire, kunnen tevens
door een persoon die ingevolge artikel H 5 op de lijst is vermeld en die
bevoegd is tot het herstel van verzuimen, op de dag van de
kandidaatstelling, van negen tot vijftien uur, worden ingeleverd bij het
hoofdstembureau van kieskring 20 (Bonaire).
Artikel Ya 6
1. Indien het hoofdstembureau een of meer verzuimen als bedoeld in
artikel I 2heeft geconstateerd ten aanzien van een lijst die in Sint
Eustatius of Saba is ingeleverd, geeft het, in afwijking van artikel I
2, eerste lid, onverwijld langs elektronische weg kennis hiervan aan
de gezaghebber van dat openbaar lichaam.
2. De gezaghebber geeft van de verzuimen onverwijld bij
aangetekende brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan
degene die de lijst heeft ingeleverd.
3. Onverminderdartikel I 2, tweede, vijfde en zesde lid, kan degene
die de lijst in Sint Eustatius of Saba heeft ingeleverd het verzuim of
de verzuimen, in de kennisgeving aangeduid, herstellen op het
bestuurskantoor aldaar.
4. De gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba beoordelen van de ter
herstel van de geconstateerde verzuimen ingeleverde stukken, de
authenticiteit en leggen hun bevindingen vast in een
begeleidingsverklaring. Bij ministeriële regeling wordt voor de
begeleidingsverklaring een model vastgesteld.
5. De gezaghebbers dragen er zorg voor dat de ter herstel van de
verzuimen ingeleverde stukken en de begeleidingsverklaring terstond
langs elektronische weg ter kennis van het hoofdstembureau worden
gebracht. De gezaghebbers maken van deze stukken gewaarmerkte
afschriften en bewaren deze totdat de beslissing van het
hoofdstembureau, bedoeld inartikel I 4, onherroepelijk is geworden.
6. Voorts dragen zij er zorg voor dat de stukken in een pak worden
gedaan, dat wordt verzegeld. Het verzegelde pak wordt zo spoedig
mogelijk per post naar het hoofdstembureau overgebracht.
Artikel Ya 7
1. De voorzitter van het hoofdstembureau van kieskring 20 (Bonaire)
draagt er zorg voor dat afschriften van de kandidatenlijsten en,
indien vereist, verklaringen van ondersteuning onmiddellijk na het
onderzoek van de lijsten langs elektronische weg worden verzonden aan
de gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba.
2. De op de voet van artikel I 1, derde lid, toegezonden
afschriften van ingeleverde kandidatenlijsten, worden door de
voorzitter van het hoofdstembureau zodra deze zijn ontvangen eveneens
langs elektronische weg verzonden aan de gezaghebbers van Sint
Eustatius en Saba.
3. De gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba leggen de stukken,
bedoeld in het eerste en tweede lid, op het bestuurskantoor voor een
ieder ter inzage, zodra deze zijn ontvangen.
Artikel Ya 8
Artikel I 5, aanhef en onder a, is niet van toepassing indien een
lijst op de dag van de kandidaatstelling tussen negen en vijftien uur
bij de gezaghebbers van Sint Eustatius of Saba op het bestuurskantoor is
ingeleverd.
Artikel Ya 9
1. De gemeenschappelijke verklaring, bedoeld in artikel I 10,
eerste lid, kan tevens worden ingeleverd bij de gezaghebbers van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba op het bestuurskantoor.
2. De gezaghebber beoordeelt de authenticiteit van de
gemeenschappelijke verklaring en legt zijn bevindingen vast in een
begeleidingsverklaring. Bij ministeriële regeling wordt voor de
begeleidingsverklaring een model vastgesteld.
3. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de gemeenschappelijke
verklaring en de begeleidingsverklaring langs elektronische weg
uiterlijk op de dag na de kandidaatstelling om zeventien uur (Europees-Nederlandse
tijd) ter kennis worden gebracht van het centraal stembureau. De
gezaghebber maakt van deze stukken gewaarmerkte afschriften en bewaart
deze totdat de beslissing van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel
I 4, onherroepelijk is geworden.
4. Voorts draagt hij er zorg voor dat de gemeenschappelijke
verklaring zo spoedig mogelijk per post naar het centraal stembureau
wordt overgebracht.
Artikel Ya 10
De voorzitter van het hoofdstembureau van kieskring 20 (Bonaire)
brengt het proces-verbaal, bedoeld in artikel I 18, vijfde lid, langs
elektronische weg terstond na de zitting ter kennis van het centraal
stembureau.
Artikel Ya 11
1. De gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba dragen er zorg voor
dat de inartikel N 12, eerste lid, genoemde processen-verbaal en de
opgave van de door hen vastgestelde aantallen stemmen langs
elektronische weg onverwijld na de vaststelling ter kennis worden
gebracht van de voorzitter van het hoofdstembureau. De gezaghebbers
maken van deze stukken gewaarmerkte afschriften en bewaren deze totdat
het centraal stembureau de uitslag van de verkiezing heeft
bekendgemaakt en over de toelating van de gekozenen is beslist.
2. Voorts dragen zij er zorg voor dat de stukken, bedoeld in het
eerste lid, zo spoedig mogelijk per post naar het hoofdstembureau
worden overgebracht.
Artikel Ya 12
1. De voorzitter van het hoofdstembureau van kieskring 20 (Bonaire)
draagt er zorg voor dat het proces-verbaal, bedoeld in artikel O 3,
langs elektronische weg terstond nadat de leden het proces-verbaal
hebben getekend, ter kennis wordt gebracht van het centraal
stembureau.
2. De voorzitter van het hoofdstembureau doet tevens het
proces-verbaal, bedoeld in artikel O 3, langs elektronische weg aan de
gezaghebbers van Sint Eustatius en Saba toekomen.
3. De gezaghebbers leggen het afschrift van het proces-verbaal op
het bestuurskantoor voor een ieder ter inzage, zodra dit is ontvangen.
4. De voorzitter van het hoofdstembureau draagt er ten slotte zorg
voor dat de stukken genoemd in artikel O 4, tweede lid, langs
elektronische weg terstond ter kennis worden gebracht van de Tweede
Kamer en zo spoedig mogelijk tevens per post worden overgebracht.
§ 3. De verkiezing van de leden van de eilandsraad, het begin van en
de veranderingen in het lidmaatschap van de eilandsraad en de
beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid
Artikel Ya 13
De bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen betreffende de
verkiezing van de leden van de gemeenteraden, betreffende het begin van
en de veranderingen in het lidmaatschap van de gemeenteraad en
betreffende de beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke
vervanging als lid, zijn, voor zover deze afdeling niet anders bepaalt,
van overeenkomstige toepassing op de eilandsraden.
Artikel Ya 14
De leden van de eilandsraden worden gekozen door degenen die op de
dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn van het openbaar lichaam,
mits zij Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van
achttien jaar hebben bereikt.
Artikel Ya 15
De politieke groepering die een verzoek tot registratie van de
aanduiding als bedoeld in artikel G 3indient bij het centraal stembureau
voor de verkiezing van de leden van de eilandsraad betaalt aan het
openbaar lichaam een waarborgsom van USD 112,50.
Artikel Ya 16
In de artikelen H 10, eerste lid, I 2, eerste lid, onderdeel e, en I
6, eerste lid, onderdeel c, wordt in plaats van«het Europese deel van
Nederland» telkens gelezen: het openbaar lichaam waar hij zich
kandidaat stelt.
Artikel Ya 17
Voor elke kandidatenlijst die wordt ingeleverd in een van de openbare
lichamen, wordt aan dat openbaar lichaam een waarborgsom betaald van USD
225.
Artikel Ya 18
[vervallen]
Artikel Ya 19
De benoemde die woonachtig is in het openbaar lichaam waar hij zich
kandidaat stelt of de gemachtigde van de benoemde die buiten het
openbaar lichaam waar hij zich kandidaat stelt maar binnen Nederland
woonplaats heeft, legt het afschrift van gegevens uit de
basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in artikel V 3, tweede lid,
over, waaruit tevens het Nederlanderschap van de benoemde blijkt.
Artikel Ya 20
Voor de toepassing van artikel W 2, eerste lid, onderdeel h, wordt in
plaats van «artikel 11 van de Gemeentewet» gelezen: artikel 12 van de
Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel Ya 21
Voor de toepassing van artikel X 8, eerste en derde lid, wordt in
plaats van «artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet» gelezen:
artikel 16, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.
§ 4. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der
Staten-Generaal [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel Ya 22 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. De leden van de Eerste Kamer worden in de openbare lichamen
gekozen door de leden van de eilandsraden. Bonaire, Sint Eustatius en
Saba worden voor deze verkiezing tezamen beschouwd als een provincie.
2. De leden van de eilandsraden komen per openbaar lichaam in
vergadering bijeen tot het uitbrengen van hun stem.
3. De bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen betreffende de
verkiezing van de leden van de Eerste Kamer zijn, voor zover deze
afdeling niet anders bepaalt, van overeenkomstige toepassing op de
verkiezing van deze leden door de leden van de eilandsraden, met dien
verstande dat telkens in die bepalingen mede wordt gelezen in plaats
van:
a. «de provincie»: de openbare lichamen tezamen;
b. «provinciale staten» en «staten»: de eilandsraad;
c. «de commissaris van de Koning»: de gezaghebber;
d. «gedeputeerde staten»: het bestuurscollege;
e. «de provinciale griffie»: het bestuurskantoor;
f. «statenlid»: eilandsraadslid;
g. «statenvergadering»:vergadering van de eilandsraad.
Artikel Ya 23 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. De gemeenschappelijke verklaring, bedoeld in artikel S 8, eerste
lid, kan tevens op de dag van de kandidaatstelling, van negen tot
zeventien uur, worden ingeleverd bij de gezaghebbers van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba op het bestuurskantoor.
2. De gezaghebber beoordeelt de authenticiteit van de
gemeenschappelijke verklaring en legt zijn bevindingen vast in een
begeleidingsverklaring. Bij ministeriële regeling wordt voor de
begeleidingsverklaring een model vastgesteld.
3. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de gemeenschappelijke
verklaring en de begeleidingsverklaring langs elektronische weg
uiterlijk op de dag na de dag van de kandidaatstelling om zeventien
uur (Europees-Nederlandse tijd) ter kennis worden gebracht van het
centraal stembureau. De gezaghebber maakt van deze stukken
gewaarmerkte afschriften en bewaart deze totdat de beslissing van het
centraal stembureau, bedoeld in artikel S 2, onherroepelijk is
geworden.
4. Voorts draagt hij er zorg voor dat de gemeenschappelijke
verklaring zo spoedig mogelijk per post naar het centraal stembureau
wordt overgebracht.
Artikel Ya 24 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. De gezaghebber beoordeelt van elke kandidatenlijst die bij hem
wordt ingeleverd en de op grond van de artikelen R 7 en R 8 bij de
kandidatenlijsten overgelegde stukken, de authenticiteit, en legt zijn
bevindingen vast in een begeleidingsverklaring. Bij ministeriële
regeling wordt voor de begeleidingsverklaring een model vastgesteld.
2. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de kandidatenlijsten
langs elektronische weg uiterlijk op de dag van de kandidaatstelling
om achttien uur ter kennis worden gebracht van de gezaghebbers van de
andere openbare lichamen.
3. De gezaghebber doet de hem op grond van het vorige lid
toegezonden kandidatenlijsten tevens onverwijld voor een ieder ter
inzage leggen op het bestuurskantoor.
4. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de bij hem ingeleverde
kandidatenlijsten, de bij de kandidatenlijsten overgelegde stukken en
de begeleidingsverklaringen langs elektronische weg uiterlijk op de
tweede dag na de kandidaatstelling ter kennis worden gebracht van de
voorzitter van het centraal stembureau. De gezaghebber maakt van deze
stukken gewaarmerkte afschriften en bewaart deze totdat de beslissing
van het centraal stembureau, bedoeld in artikel S 2, onherroepelijk is
geworden.
5. Voorts draagt hij er zorg voor dat het verzegelde pak met de
lijsten, bedoeld in artikel R 11, tweede lid, nadat de handelingen
bedoeld in dat artikel zijn verricht, onverwijld per post naar de
voorzitter van het centraal stembureau wordt overgebracht.
Artikel Ya 25 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. Indien het centraal stembureau een of meer verzuimen als bedoeld
in artikel S 1, derde lid, heeft geconstateerd ten aanzien van een
lijst die in een openbaar lichaam is ingeleverd, geeft het, in
afwijking van artikel S 1, derde lid, onverwijld langs elektronische
weg kennis hiervan aan de gezaghebber van dat openbaar lichaam.
2. De gezaghebber geeft van de verzuimen onverwijld bij
aangetekende brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan
degene die de lijst heeft ingeleverd.
3. Onverminderdartikel S 1, vierde en vijfde lid, kan degene die de
lijst heeft ingeleverd uiterlijk op de derde dag na de zitting van het
centraal stembureau, het verzuim of de verzuimen, in de kennisgeving
aangeduid, herstellen op het bestuurskantoor van negen tot zeventien
uur.
4. De gezaghebber beoordeelt van de ter herstel van de
geconstateerde verzuimen ingeleverde stukken, de authenticiteit en
legt zijn bevindingen vast in een begeleidingsverklaring. Bij
ministeriële regeling wordt voor de begeleidingsverklaring een model
vastgesteld.
5. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de ter herstel van de
verzuimen ingeleverde stukken en de begeleidingsverklaring terstond
langs elektronische weg ter kennis van het centraal stembureau worden
gebracht. De gezaghebber maakt van deze stukken gewaarmerkte
afschriften en bewaart deze totdat de beslissing van het centraal
stembureau, bedoeld in artikel S 2, onherroepelijk is geworden.
6. Voorts draagt hij er zorg voor dat de stukken in een pak worden
gedaan, dat wordt verzegeld. Het verzegelde pak wordt zo spoedig
mogelijk per post naar het centraal stembureau overgebracht.
Artikel Ya 26 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De stemming en de stemopneming vinden per eilandsraad plaats.
Artikel Ya 27 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Op de pakken met de stembiljetten met een blanco stem, met de
ongeldig verklaarde stembiljetten en met de geldige stembiljetten, als
bedoeld in artikel T 10, tweede en derde lid, wordt de naam van het
openbaar lichaam vermeld.
Artikel Ya 28 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. De voorzitter van het stembureau in een openbaar lichaam draagt
er zorg voor dat een afschrift van het proces-verbaal van de stemming
en van de stemopneming, bedoeld in artikel T 11, onverwijld na afloop
van de stemming langs elektronische weg ter kennis wordt gebracht van
het centraal stembureau. De voorzitter maakt van het proces-verbaal
een gewaarmerkt afschrift en bewaart deze totdat het centraal
stembureau de uitslag van de verkiezing heeft bekendgemaakt en over de
toelating van de gekozenen is beslist.
2. Voorts draagt hij er zorg voor dat het proces-verbaal en de
verzegelde pakken zo spoedig mogelijk per post naar de voorzitter van
het centraal stembureau worden overgebracht.
Artikel Ya 29 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. In afwijking van artikel U 2, eerste lid, eerste volzin, geldt
een stem uitgebracht in een openbaar lichaam voor een aantal stemmen
gelijk aan het getal dat wordt verkregen door het inwonertal van dat
openbaar lichaam te delen door het honderdvoud van het aantal leden
waaruit de eilandsraad van dat openbaar lichaam bestaat.
2. Als het inwonertal van een openbaar lichaam geldt het inwonertal
dat door het Centraal Bureau voor de Statistiek overeenkomstig het
derde lid is gepubliceerd.
3. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert op dezelfde
wijze als bepaald in artikel U 2, derde en vierde lid, de
inwonertallen van de openbare lichamen.
4. Het centraal stembureau maakt de stemwaarden die overeenkomstig
dit artikel in samenhang met artikel U 2 zijn vastgesteld,
gelijktijdig en op dezelfde wijze openbaar als bepaald in artikel U 2,
vijfde lid.
Artikel Ya 30 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
In afwijking van artikel U 3vermenigvuldigt het centraal stembureau
ten aanzien van elk openbaar lichaam de aantallen op iedere kandidaat
uitgebrachte stemmen en de stemcijfers van de lijsten met de voor dat
openbaar lichaam geldende stemwaarde en telt per lijst tezamen de aldus
verkregen aantallen op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen
onderscheidenlijk de stemcijfers.
Artikel Ya 31 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Voor de toepassing van artikel U 17wordt onder «provincies» mede
verstaan: openbare lichamen.
§ 5. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement
Artikel Ya 32
1. Op de werkdag vóór de dag van de kandidaatstelling kunnen bij
de gezaghebber op het bestuurskantoor, van negen tot vijftien uur
kandidatenlijsten worden ingeleverd. In de in artikel H 1 bedoelde
openbare kennisgeving wordt door de gezaghebber tevens melding gemaakt
van deze mogelijkheid.
2. Voor de toepassing van artikel H 3, eerste en vierde lid, in
samenhang metartikel Y 9, tweede lid, treedt de gezaghebber in de
plaats van de voorzitter van het centraal stembureau.
3. In afwijking van artikel H 4, derde lid, ondertekent de kiezer,
die als zodanig is geregistreerd in een openbaar lichaam en die een
verklaring wenst af te leggen dat hij een kandidatenlijst ondersteunt
die wordt ingeleverd in één van de openbare lichamen, deze
verklaring binnen een termijn van zeven dagen voorafgaand aan of op de
dag van inlevering, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin.
4. De gezaghebber beoordeelt van elke kandidatenlijst en de op
grond van deartikelen H 3, H 4, H 9, H 12, Y 13 en Y 14 bij de
kandidatenlijsten overgelegde stukken, de authenticiteit en legt zijn
bevindingen vast in een begeleidingsverklaring. Bij ministeriële
regeling wordt voor de begeleidingsverklaring een model vastgesteld.
5. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de kandidatenlijsten, de
bij de kandidatenlijsten overgelegde stukken en de
begeleidingsverklaringen langs elektronische weg uiterlijk op de dag
van de kandidaatstelling om vijftien uur (Europees-Nederlandse tijd)
ter kennis worden gebracht van de voorzitter van het centraal
stembureau. De gezaghebber maakt van deze stukken gewaarmerkte
afschriften en bewaart deze totdat de beslissing van het centraal
stembureau, bedoeld in artikel I 4, onherroepelijk is geworden.
6. Voorts draagt hij er zorg voor dat de kandidatenlijsten met de
daarbij overgelegde stukken in een pak worden gedaan, dat wordt
verzegeld. Het verzegelde pak wordt zo spoedig mogelijk per post naar
het centraal stembureau overgebracht.
Artikel Ya 33
Verklaringen van ondersteuning van een lijst die wordt ingeleverd in
een openbaar lichaam, die worden afgelegd in het Europese deel van
Nederland, kunnen tevens door een persoon die ingevolge artikel H 5 op
de lijst is vermeld en die bevoegd is tot het herstel van verzuimen, op
de dag van de kandidaatstelling, van negen tot vijftien uur, worden
ingeleverd bij de voorzitter van het centraal stembureau of bij het door
deze aan te wijzen lid van dat bureau.
Artikel Ya 34
1. Indien het centraal stembureau een of meer verzuimen als bedoeld
in artikel I 2, eerste lid, in samenhang met artikel Y 15, eerste lid,
heeft geconstateerd ten aanzien van een lijst die in een openbaar
lichaam is ingeleverd, geeft het, in afwijking van artikel I 2, eerste
lid, onverwijld langs elektronische weg kennis hiervan aan de
gezaghebber van dat openbaar lichaam.
2. De gezaghebber geeft van de verzuimen onverwijld bij
aangetekende brief of tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan
degene die de lijst heeft ingeleverd.
3. Onverminderdartikel I 2, tweede, vijfde en zesde lid, in
samenhang met artikel Y 15, tweede en derde lid, kan degene die de
lijst heeft ingeleverd uiterlijk op de tweede dag na de dag van de
kandidaatstelling, het verzuim of de verzuimen, in de kennisgeving
aangeduid, herstellen op het bestuurskantoor, op de dag van de
kandidaatstelling van tien tot zeventien uur en op de eerste en de
tweede dag van negen tot zeventien uur.
4. De gezaghebber beoordeelt van de ter herstel van de
geconstateerde verzuimen ingeleverde stukken, de authenticiteit en
legt zijn bevindingen vast in een begeleidingsverklaring. Bij
ministeriële regeling wordt voor de begeleidingsverklaring een model
vastgesteld.
5. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de ter herstel van de
verzuimen ingeleverde stukken en de begeleidingsverklaring terstond
langs elektronische weg ter kennis van het centraal stembureau worden
gebracht. De gezaghebber maakt van deze stukken gewaarmerkte
afschriften en bewaart deze totdat de beslissing van het centraal
stembureau, bedoeld in artikel I 4, onherroepelijk is geworden.
6. Voorts draagt hij er zorg voor dat de stukken in een pak worden
gedaan, dat wordt verzegeld. Het verzegelde pak wordt zo spoedig
mogelijk per post naar het centraal stembureau overgebracht.
Artikel Ya 35
1. De voorzitter van het centraal stembureau draagt er zorg voor
dat de kandidatenlijsten en, indien vereist, verklaringen van
ondersteuning onmiddellijk na het onderzoek van de lijsten langs
elektronische weg worden verzonden aan de gezaghebber.
2. De gezaghebber legt de stukken, bedoeld in het eerste lid, op
het bestuurskantoor voor een ieder ter inzage, zodra deze zijn
ontvangen.
Artikel Ya 36
Artikel I 5, aanhef en onder a, is niet van toepassing indien een
lijst op de werkdag vóór de dag van de kandidaatstelling tussen negen
en vijftien uur bij de gezaghebber op het bestuurskantoor is ingeleverd.
Artikel Ya 37
1. De gemeenschappelijke verklaring, bedoeld in artikel Y 19,
eerste lid, in samenhang met artikel I 10, eerste lid, kan tevens op
de werkdag vóór de dag van de kandidaatstelling, van negen tot
zeventien uur, worden ingeleverd bij de gezaghebbers van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba op het bestuurskantoor.
2. De gezaghebber beoordeelt de authenticiteit van de
gemeenschappelijke verklaring en legt zijn bevindingen vast in een
begeleidingsverklaring. Bij ministeriële regeling wordt voor de
begeleidingsverklaring een model vastgesteld.
3. De gezaghebber draagt er zorg voor dat de gemeenschappelijke
verklaring en de begeleidingsverklaring langs elektronische weg
uiterlijk op de dag van de kandidaatstelling om zeventien uur (Europees-Nederlandse
tijd) ter kennis worden gebracht van het centraal stembureau. De
gezaghebber maakt van deze stukken gewaarmerkte afschriften en bewaart
deze totdat de beslissing van het centraal stembureau, bedoeld in
artikel I 4, onherroepelijk is geworden.
4. Voorts draagt hij er zorg voor dat de gemeenschappelijke
verklaring zo spoedig mogelijk per post naar het centraal stembureau
wordt overgebracht.
Artikel Ya 38
1. Deartikelen Ya 11 en Ya 12 zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Voor de toepassing van artikel Ya 11 en Ya 12 treedt het
hoofdstembureau van kieskring 20 (Bonaire) op als hoofdstembureau voor
de verkiezing van het Europees Parlement.
Artikel Ya 39
De artikelen Y 32, Y 33 en Y 33a zijn niet van toepassing.
§ 6. Bestuursrecht, beroeps- en overgangsbepalingen
Artikel Ya 40
1. Het bestuursorgaan zendt geschriften tot behandeling waarvan
kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is, onverwijld door naar
dat orgaan, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender.
2. Het bestuurorgaan zendt geschriften die niet voor hem bestemd
zijn en die ook niet worden doorgezonden, zo spoedig mogelijk terug
aan de afzender.
Artikel Ya 41
Degene die een verzoek indient als bedoeld inartikel D 5, verschaft
de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig
zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
Artikel Ya 42
1. In afwijking van artikel 7 van de Wet administratieve
rechtspraak BES wordt het beroep tegen een beschikking van het
bestuurscollege als bedoeld in artikel D 6, een beschikking van de
gezaghebber of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in
de artikelen K 8, eerste lid, L 11, eerste lid, en M 4, eerste lid, en
tegen een beschikking van de eilandsraad als bedoeld in de artikelen X
5, derde lid, en X 8, vierde lid, ingesteld bij het Gemeenschappelijk
Hof.
2. Op het beroep zijn de hoofdstukken 3 en 6, met uitzondering van
§ 1 en § 3, van de Wet administratieve rechtspraak BES van
overeenkomstige toepassing.
3. De artikelen 54 en 55 van de Wet administratieve rechtspraak BES
zijn niet van toepassing.
4. In afwijking van artikel 17, vijfde lid, van de Wet
administratieve rechtspraak BES bedraagt de termijn binnen welke de
bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te
vinden, twee weken. De president van het Gemeenschappelijk Hof kan een
kortere termijn stellen.
5. Het Gemeenschappelijk Hof behandelt de zaak met overeenkomstige
toepassing van § 2 van hoofdstuk 6 van de Wet administratieve
rechtspraak BES. Aan het bestuursorgaan wordt terstond een afschrift
van het beroepschrift toegezonden.
Artikel Ya 43
1. In afwijking van artikel 7 van de Wet administratieve
rechtspraak BES wordt het beroep tegen een beschikking op grond van de
artikelen G 1,Q 6 en Y 2, in samenhang met artikel G 1, die is gericht
op een politieke groepering die blijkens de statuten haar zetel heeft
in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, ingesteld bij het
Gemeenschappelijk Hof.
2. Deartikelen G 5, eerste lid, aanhef en onder a, en Ya 42, tweede
tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel Ya 44
1. Tegen een beschikking op grond van de artikelen I 4, S 2 en Y 2
in samenhang met artikel I 4 van deze wet die betreft:
a. een kandidatenlijst waarboven bij de inlevering van de lijst
een aanduiding is geplaatst van een politieke groepering die
blijkens de statuten haar zetel heeft in Bonaire, Sint Eustatius
of Saba, of
b. een kandidatenlijst waarboven geen aanduiding is geplaatst
maar waarvan de eerstgenoemde kandidaat ingezetene is van Bonaire,
Sint Eustatius of Saba, kan door een belanghebbende, in afwijking
van artikel 7 Wet administratieve rechtspraak BES, en iedere
kiezer uitsluitend beroep worden ingesteld bij het
Gemeenschappelijk Hof.
2. Deartikelen I 7, derde tot en met vijfde lid, I 8 en Ya 42,
tweede tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel Ya 45
Tegen een beschikking op grond van de artikelen G 2, G 4 of I 4 die
wordt genomen in het kader van de verkiezing van de leden van
provinciale staten, kan uitsluitend beroep worden ingesteld bij de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel Ya 46
1. In afwijking van artikel 7 van de Wet administratieve
rechtspraak BES wordt het beroep tegen een beschikking op grond van de
artikelen G 3 ofG 4 die wordt genomen in het kader van de verkiezing
van de leden van de eilandsraad, ingesteld bij het Gemeenschappelijk
Hof.
2. Tegen een beschikking op grond van artikel I 4 die wordt genomen
in het kader van de verkiezing van de leden van de eilandsraad, kan
door een belanghebbende, in afwijking van artikel 7 van de Wet
administratieve rechtspraak BES, en iedere kiezer uitsluitend beroep
worden ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof.
3. Artikel G 5, eerste lid, aanhef en onderdelen b en c, is van
overeenkomstige toepassing indien het betreft een beschikking op grond
van artikel G 3of G 4.
4. Deartikelen I 7, derde tot en met vijfde lid, en I 8 zijn van
overeenkomstige toepassing indien het betreft een beschikking op grond
van artikel I 4.
5. Artikel Ya 42, tweede tot en met vijfde lid, is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel Ya 47
[vervallen]
Artikel Ya 48
1. In het ingevolge artikel G 3, eerste lid, in samenhang met
artikel Ya 13 door het centraal stembureau voor de leden van de
eilandsraad bij te houden register van aanduidingen schrijft het
centraal stembureau ambtshalve als aanduiding in, de aanduiding van de
politieke groepering die een vereniging is met volledige
rechtsbevoegdheid en wier aanduiding was geplaatst boven een
kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden
van de eilandsraad van de voormalige eilandgebieden Bonaire, Sint
Eustatius of Saba een of meer zetels zijn toegekend.
2. Indien de aanduiding van een politieke groepering als bedoeld in
het eerste lid, geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een op de voet
van artikel G 1 geregistreerde aanduiding van een andere politieke
groepering en daardoor verwarring te duchten is, neemt het centraal
stembureau voor de verkiezing van de leden van de eilandsraad een
beschikking als bedoeld in artikel G 4, tweede lid, dat de doorwerking
van de op grond van artikel G 1 geregistreerde aanduiding niet
plaatsvindt.
Artikel Ya 49
1. Indien binnen een termijn van twee maanden na inwerkingtreding
van de wet van 17 mei 2010 tot wijziging van de Kieswet in verband met
de nieuwe staatsrechtelijke positie van Bonaire, Sint Eustatius en
Saba als openbaar lichaam binnen Nederland (Stb. 347) de
kandidaatstelling plaatsvindt voor de verkiezing van de leden van de
eilandsraad, geldt voor die verkiezing het volgende.
2. De kennisgeving die heeft plaatsgevonden op grond van artikel G
1, achtste lid, voor de verkiezing van de leden van provinciale
staten, geldt tevens voor de verkiezing van de leden van de
eilandsraad.
3. In afwijking van de artikelen G 3, G 4 en G 5 gelden voor de
verkiezing van de leden van de eilandsraad de volgende tijdstippen:
a. in afwijking van artikel G 3, eerste en zesde lid, in
samenhang metartikel Ya 13, kunnen verzoeken tot registratie of
tot wijziging van de registratie van aanduidingen van politieke
groeperingen worden ingediend tot uiterlijk de vijftiende dag voor
de dag van de kandidaatstelling;
b. de beslissing van het centraal stembureau op een verzoek,
bedoeld in onderdeel a, wordt genomen binnen drie dagen en
terstond aan de gemachtigde bekendgemaakt, alsmede terstond ter
openbare kennis gebracht op de in het openbaar lichaam
gebruikelijke wijze;
c. een beschikking als bedoeld in artikel Ya 48, tweede lid, in
samenhang metartikel G 4, tweede lid, wordt genomen uiterlijk op
de twaalfde dag voor de dag van de kandidaatstelling;
d. in afwijking van artikel G 5, eerste lid, onder b en c, in
samenhang metartikel Ya 46, wordt een beroepschrift tegen:
1°. een beschikking als bedoeld in onderdeel b ingediend
uiterlijk op de derde dag na de dagtekening van de openbare
kennisgeving, bedoeld in artikel G 3, vijfde lid, dan wel na
de dag waarop de beschikking wordt geacht te zijn geweigerd;
2°. een beschikking als bedoeld in onderdeel c ingediend
uiterlijk op de derde dag na de dag waarop die beschikking is
bekendgemaakt, dan wel na de dag waarop de beschikking geacht
wordt te zijn geweigerd;
e. het Gemeenschappelijk Hof doet uitspraak uiterlijk op de
zevende dag nadat het beroepschrift is ontvangen en indien de
uitspraak strekt tot gegrondverklaring van het beroep, bepaalt hij
dat zijn uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde
beschikking. De president van het Gemeenschappelijk Hof stelt
partijen en het centraal stembureau onverwijld in kennis van de
uitspraak.
Artikel Ya 50
Bij de kandidaatstelling voor de eerste verkiezing van de leden van
de eilandsraad na inwerkingtreding van de wet van 17 mei 2010 tot
wijziging van de Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke
positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen
Nederland (Stb. 347), wordt voor de toepassing van de artikelen H 4,
achtste lid, H 14, tweede lid, en I 14, eerste en tweede lid, voor «de
laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad», dan wel
voor «de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende
vertegenwoordigend(e) orgaan» gelezen: de laatstgehouden verkiezing van
de leden van de eilandsraad van de voormalige eilandgebieden Bonaire,
Sint Eustatius of Saba.
Artikel Ya 51
1. Artikel Ya 47 en dit artikel vervallen vijf jaar na
inwerkingtreding van de wet van 17 mei 2010 tot wijziging van de
Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland
(Stb. 347).
2. Deartikelen Ya 48, Ya 49 en Ya 50 vervallen vier jaar na
inwerkingtreding van de wet van 17 mei 2010 tot wijziging van de
Kieswet in verband met de nieuwe staatsrechtelijke positie van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba als openbaar lichaam binnen Nederland
(Stb. 347).
Afdeling VI. Straf-, slot- en overgangsbepalingen
Hoofdstuk Z. Straf-, slot- en overgangsbepalingen
§ 1. Strafbepalingen
Artikel Z 1
Degene die stembiljetten, stempassen, kiezerspassen, volmachtbewijzen
of briefstembewijzen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt
en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van
de vierde categorie.
Artikel Z 2
Degene die opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door
anderen doet gebruiken stembiljetten, stempassen, kiezerspassen,
volmachtbewijzen of briefstembewijzen, die hij zelf heeft nagemaakt of
vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij ze ontving,
bekend was, of deze, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst te
gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van
de vierde categorie.
Artikel Z 3
Degene die stembiljetten, stempassen, kiezerspassen, volmachtbewijzen
of briefstembewijzen voorhanden heeft met het oogmerk deze
wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van
de vierde categorie.
Artikel Z 4
1. Degene die bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer
omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete
van de derde categorie.
2. Degene die bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer
omkoopt dan wel anderszins daartoe dwingt om een verklaring als
bedoeld in artikel H 4, eerste lid, af te leggen ter ondersteuning van
een lijst, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes
maanden of geldboete van de derde categorie.
3. Met dezelfde straf wordt gestraft de kiezer die zich door gift
of belofte tot het bij volmacht stemmen of het afleggen van een
ondersteuningsverklaring laat omkopen.
Artikel Z 5
1. Bij veroordeling wegens een van de in de artikelen Z 1 tot en
met Z 4 omschreven misdrijven kan ontzetting van de in artikel 28,
eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht dan
wel, indien de ontzetting wordt uitgesproken door de strafrechter in
Bonaire, Sint Eustatius of Saba, artikel 32, onder 1°, 2° en 4°,
van het Wetboek van Strafrecht BES vermelde rechten worden
uitgesproken.
2. Bij veroordeling tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar
wegens een van de in de artikelen Z 1 tot en met Z 3 omschreven
misdrijven, kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder
3°, van het Wetboek van Strafrecht dan wel, indien de ontzetting
wordt uitgesproken door de strafrechter in Bonaire, Sint Eustatius of
Saba, artikel 32, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht BES
vermelde recht worden uitgesproken.
Artikel Z 6
Degene die bij een verkiezing als gemachtigde stemt voor een persoon,
wetende dat deze overleden is, wordt gestraft met hechtenis van ten
hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
Artikel Z 7 [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel Z 8
Degene die stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk
benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun stempas, bestemd
voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze pas af te geven,
wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van
de derde categorie.
Artikel Z 8a
De onderdaan van een lid-staat van de Europese Gemeenschappen die
zowel in Nederland als in een andere lid-staat aan een stemming voor de
verkiezing van de leden van het Europees Parlement deelneemt, wordt
gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
tweede categorie.
Artikel Z 9
De werkgever die de hem bij artikel J 10 opgelegde verplichting niet
nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of
geldboete van de tweede categorie.
Artikel Z 10
De voorzitter, de leden en de opgeroepen plaatsvervangende leden van
het stembureau die gedurende de zitting buiten noodzaak afwezig zijn
zonder dat in vervanging is voorzien, worden gestraft met geldboete van
de eerste categorie.
Artikel Z 11
De in de artikelen Z 1 tot en met Z 4 bedoelde strafbare feiten
worden als misdrijven beschouwd en de in de artikelen Z 6 tot en met Z
10 bedoelde strafbare feiten als overtredingen.
§ 2. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel Z 12
1. Wanneer bij of krachtens deze wet voorgeschreven verrichtingen
op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zouden vallen,
treedt de eerstvolgende dag, geen zaterdag, zondag of algemeen erkende
feestdag zijnde, daarvoor in de plaats. Deze bepaling is mede van
toepassing op het tegelijk aftreden van de leden van
vertegenwoordigende organen.
2. Het eerste lid geldt ook voor verrichtingen waarvoor de
wettelijke termijn wordt bepaald door terugrekening vanaf een tijdstip
of een gebeurtenis.
3. Voor zover de bepaling van de tijd voor die verrichtingen aan
het openbaar gezag is opgedragen, worden daarvoor geen zaterdagen,
zondagen of algemeen erkende feestdagen aangewezen.
4. Onder algemeen erkende feestdagen worden verstaan de in artikel
3 van de Algemene termijnenwet (Stb. 1964, 314) als zodanig genoemde
en de bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dagen.
Artikel Z 13
De bij deze wet gevoegde tabel maakt deel uit van deze wet.
Artikel Z 14 [Vervallen per 11-05-2005]
Artikel Z 15 [Vervallen per 11-05-2005]
Artikel Z 16 [Vervallen per 11-05-2005]
Artikel Z 17 [Vervallen per 11-05-2005]
Artikel Z 18 [Vervallen per 11-05-2005]
Artikel Z 19 [Vervallen per 11-05-2005]
Artikel Z 20
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
2. Voor de bekendmaking van deze wet stelt Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nummering van de
artikelen, paragrafen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en
brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen,
paragrafen en hoofdstukken met de nieuwe nummering in overeenstemming.
Artikel Z 21
Deze wet kan worden aangehaald als Kieswet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 28 september 1989
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
D.IJ.W. de Graaff-Nauta
Uitgegeven de negentiende oktober 1989
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
Tabel bedoeld in artikel E 1, eerste
lid, van de Kieswet
|
Nummer van de
kieskring |
Gebied waarover
de kieskring zich uitstrekt |
Gemeente waar
het hoofdstembureau is gevestigd |
|
1. |
De provincie Groningen |
Groningen |
|
2. |
De provincie Fryslân |
Leeuwarden |
|
3. |
De provincie Drenthe |
Assen |
|
4. |
De provincie Overijssel |
Zwolle |
|
5. |
De provincie Flevoland |
Lelystad |
|
6. |
De gemeenten Beuningen, Buren,
Culemborg, Druten, Geldermalsen, Groesbeek, Heumen, Lingewaal,
Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Neder-Betuwe, Neerijnen,
Nijmegen, Tiel, Ubbergen, West Maas en Waal, Wijchen,
Zaltbommel. |
Nijmegen |
|
7. |
De gemeenten van de provincie
Gelderland die niet tot kieskring 6 behoren. |
Arnhem |
|
8. |
De provincie Utrecht |
Utrecht |
|
9. |
De gemeente Amsterdam |
Amsterdam |
|
10. |
De gemeenten Aalsmeer,
Amstelveen, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Bussum, Diemen,
Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnewoude, Haarlemmermeer,
Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden,
Naarden, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Weesp, Wijdemeren,
Zandvoort. |
Haarlem |
|
11. |
De gemeenten van de provincie
Noord-Holland die niet tot de kieskringen 9 of 10 behoren. |
Den Helder |
|
12. |
De gemeente 's-Gravenhage |
's-Gravenhage |
|
13. |
De gemeente Rotterdam |
Rotterdam |
|
14. |
De gemeenten Alblasserdam,
Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle,
Cromstrijen, Delft, Dordrecht, Giessenlanden,
Goeree-Overflakkee, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam,
Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam,
Maassluis, Midden-Delfland, Molenwaard, Oud-Beijerland,
Papendrecht, Ridderkerk, Rozenburg, Rijswijk, Schiedam,
Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westland,
Westvoorne, Zederik, Zwijndrecht. |
Dordrecht |
|
15. |
De gemeenten van de provincie
Zuid-Holland die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren. |
Leiden |
|
16. |
De provincie Zeeland |
Middelburg |
|
17. |
De gemeenten Aalburg,
Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen,
Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle,
Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk,
Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg,
Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert. |
Tilburg |
|
18. |
De gemeenten van de provincie
Noord-Brabant die niet tot kieskring 17 behoren. |
's-Hertogenbosch |
|
19. |
De provincie Limburg. |
Maastricht |
|
20. |
De openbare lichamen Bonaire,
Sint Eustatius en Saba. |
Bonaire |
|