WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is Onze
Minister van Financiën te machtigen in 1988 schatkistpapier uit te
geven en te belenen en geldleningen ten laste van de Staat der
Nederlanden aan te gaan;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd in 1988 schatkistpapier
uit te geven en te belenen en geldleningen ten laste van de Staat der
Nederlanden aan te gaan ter voorziening in de financieringsbehoefte van
de Staat alsmede uit monetaire overwegingen.
Artikel 2
De looptijd van de geldleningen zal ten hoogste vijftig jaar zijn.
Artikel 3
Onze Minister van Financiën stelt met inachtneming van het bepaalde
in de Wet schatkistpapier (Stb. 1976, 110) en deze wet de
voorwaarden vast, waarop schatkistpapier wordt uitgegeven en beleend en
geldleningen ten laste van de Staat der Nederlanden worden aangegaan.
Artikel 4
1. Onze Minister van Financiën kan ter zake van geldleningen
welke door middel van openbare inschrijvingen worden aangegaan, aan
bankiers, makelaars in effecten en commissionairs in effecten over het
nominale bedrag, toegewezen op de door hun tussenkomst gedane
inschrijvingen, waarvoor het verschuldigde is gestort, een provisie
toekennen van ten hoogste 1/2% (een half ten honderd).
2. Onze Minister van Financiën kan aan bemiddelaars in
onderhandse geldleningen over het nominale bedrag van door hun
tussenkomst tot stand gekomen onderhandse geldleningen een provisie
toekennen van ten hoogste 1/8% (een achtste ten honderd).
Artikel 5
Het recht tot opvordering van een hoofdsom van de overeenkomstig deze
wet aangegane vaste schuld, welke aflosbaar is gesteld, verjaart tien
jaar na de eerste dag, waarop die hoofdsom aflosbaar is.
Artikel 6
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1988; zij kan
worden aangehaald als: Leningwet 1988.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 18 december 1987
BEATRIX
De Minister van Financiën,
H.O.C.R. Ruding
Uitgegeven de achtentwintigste december 1987
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes