Nadere regelgeving:
- Regeling
Les- en cursusgeldwet'
- Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000
WET van 7 juli 1987 tot uitbreiding van
de lesgeldregeling tot de groep 16- tot 18-jarigen, vervanging van en
intrekking van de Lesgeldwet voor boven 17-jarigen alsmede intrekking
van de School- en cursusgeldwet 1972
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de
toestand van ’s Rijks financiën alsmede in verband met ontwikkelingen
op het gebied van de studiefinanciering wenselijk is over te gaan tot
uitbreiding van de lesgeldregeling tot de groep van 16- tot 18-jarigen
en voorts de Lesgeldwet voor boven 17-jarigen (Stb. 1986, 250) te
vervangen en genoemde wet alsmede de School- en cursusgeldwet 1972 (Stb.
1983, 360) in te trekken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, voor zover niet
anders bepaald, verstaan onder:
a. bevoegd gezag: het orgaan dat als zodanig wordt aangeduid in
de wettelijke regeling op grond waarvan de desbetreffende school of
cursus wordt bekostigd;
b. leerling: degene die is toegelaten tot het onderwijs aan een
school of cursus als bedoeld in artikel 2;
c. cursusjaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli
daaraanvolgend;
d. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap en, voor wat betreft het landbouwonderwijs, Onze Minister
van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
e. dagschool: een instelling als bedoeld in 1.1.1, onderdeel b,
van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft een
opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs;
f. cursus:
1°. een cursus in de zin van de Wet op het voortgezet
onderwijs;
2°. onderwijs aan een inrichting voor voortgezet onderwijs
als bedoeld in artikel 61 van de Wet op het voortgezet
onderwijs, voor zover het geen volledig onderwijs betreft;
3°. een op grond van de Experimentenwet onderwijs uit de
openbare kas bekostigde cursus, voor zover het voortgezet
onderwijs betreft;
4°. een beroepsopleiding, een opleiding voortgezet algemeen
volwassenenonderwijs, of een opleiding Nederlands als tweede
taal, anders dan bedoeld onder e, die aan een instelling als
bedoeld in 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs ten laste van ’s Rijks kas wordt verzorgd;
g. onderwijsnummer: het door Onze Minister uitgegeven
persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van
overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt;
h. [vervallen;]
i. [vervallen;]
j. [vervallen;]
k. school: een dagschool, als bedoeld in deze wet.
Artikel 2. Heffing les- en cursusgeld
Ter zake van het volgen van het uit de openbare kas bekostigde
voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, onderwijs aan opleidingen
Nederlands als tweede taal, dan wel beroepsonderwijs aan scholen en
cursussen wordt lesgeld of cursusgeld geheven met inachtneming van de
bepalingen van deze wet. Ter zake van het volgen van onderwijs in het
kader van contractactiviteiten wordt geen lesgeld of cursusgeld volgens
de bepalingen van deze wet geheven.
Hoofdstuk II. Lesgeld
Artikel 3. Lesgeldplicht
1. Lesgeld is verschuldigd ter zake van het door een leerling die
op de eerste dag van het desbetreffende cursusjaar de leeftijd van 18
jaren heeft bereikt, volgen van uit de openbare kas bekostigd
onderwijs - daaronder begrepen de van het onderwijs deel uitmakende
praktijktijd - aan een dagschool.
2. Het lesgeld is door de leerling verschuldigd per cursusjaar en
wordt voldaan aan Onze Minister.
Artikel 3a [Vervallen per 21-12-2005]
Artikel 4. Inschrijvingsplicht
1.Een leerling die op de eerste dag van een cursusjaar de leeftijd
van 18 jaren heeft bereikt, dient zich om in dat cursusjaar onderwijs
te kunnen volgen, te laten inschrijven.
2.De inschrijving geschiedt door of namens het bevoegd gezag. Aan
de desbetreffende leerling wordt een bewijs van inschrijving
verstrekt.
3.De leerling wordt ingeschreven voor het gehele cursusjaar, voor
zover niet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur anders is
bepaald.
4.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere
regels gesteld met betrekking tot de inschrijving.
Artikel 5. Inschrijving en lesgeldbedrag
1. Tot de inschrijving wordt niet overgegaan dan nadat het bewijs
is overgelegd dat het lesgeld wordt voldaan aan Onze Minister, met
inachtneming van het bepaalde krachtens het vierde lid.
2. Het lesgeld bedraagt naar de maatstaf van 1 augustus 2004 €936,–
[Red: per 01-08-2012: €1.065,–] . Dit bedrag wordt jaarlijks
geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex. Het bedrag
wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, waarin tevens wordt
bepaald wat onder de consumentenprijsindex wordt verstaan. Het bedrag
wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal. Deze regeling
wordt vastgesteld voor 1 oktober voorafgaand aan het cursusjaar waarop
de herziening van het lesgeld betrekking heeft.
3. De indexering wordt bepaald door de procentuele wijziging die
het indexcijfer van de consumentenprijs over de maand april,
voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van de
maand april van het daaraan voorafgaande jaar.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels
gesteld met betrekking tot de voldoening en de vrijstelling,
vermindering en terugbetaling van het lesgeld, alsmede met betrekking
tot de te verstrekken gegevens, waaronder het burgerservicenummer of
onderwijsnummer.
Artikel 5a. Gebruik burgerservicenummer of onderwijsnummer
Onze Minister gebruikt het burgerservicenummer of onderwijsnummer van
de leerling ter zake van de uitvoering van deze wet als
registratienummer slechts:
a. in het verkeer met de leerling op wie het nummer betrekking
heeft;
b. in contacten met personen en instanties voor zover deze zelf
gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer of
onderwijsnummer in een persoonsregistratie;
c. teneinde de gegevens van de leerling te vergelijken met de
gegevens die over hem zijn opgenomen in het basisregister onderwijs,
bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht,
voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze wet.
Artikel 5b. Verstrekken van gegevens aan minister
Onze Minister kan aan onze minister ten behoeve van de bekostiging
van instellingen gegevens verstrekken over het in artikel 5, eerste lid,
bedoelde bewijs voor zover het personen betreft die zijn opgenomen in
het basisregister onderwijs.
Hoofdstuk III. Cursusgeld
Artikel 6. Algemene bepaling en nadere regeling cursusgeld
1.Cursusgeld is verschuldigd ter zake van het volgen van uit de
openbare kas bekostigd onderwijs aan cursussen.
2.Degene die tot het onderwijs aan een cursus is toegelaten, dient
zich om in een bepaald cursusjaar onderwijs te kunnen volgen, te laten
inschrijven.
3.Tot de inschrijving wordt niet overgegaan dan nadat het bewijs is
overgelegd dat het verschuldigde cursusgeld is of zal worden voldaan.
4.Het in het eerste lid bedoelde cursusgeld, alsmede de heffing en
de voldoening daarvan, en de in het tweede lid bedoelde inschrijving
worden geregeld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
5.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen
voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de vrijstelling,
vermindering en terugbetaling van het cursusgeld.
6.In aanvulling op het derde lid wordt niet overgegaan tot
inschrijving als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs, dan nadat een meerderjarige leerling die
niet zelf het cursusgeld voldoet, schriftelijk heeft verklaard dat hij
ermee instemt dat een in die verklaring vermelde derde namens hem het
cursusgeld voldoet.
7.De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het vierde lid,
wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel
treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn
verstreken, en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de
wens wordt te kennen gegeven tot overleg over de maatregel. Het
bepaalde in de vorige twee volzinnen blijft buiten toepassing, indien
het ontwerp van de maatregel voordien aan de Kamer is voorgelegd en
door of namens de Kamer te kennen is gegeven dat aan overlegging van
de maatregel geen behoefte bestaat.
Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen
Artikel 7. Toezicht
1.Het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet
bepaalde is opgedragen aan Onze minister.
Artikel 8. Inhouding vergoeding
Indien het bevoegd gezag van een bijzondere of een gemeentelijke
school of cursus de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften niet
nakomt, kan Onze minister besluiten dat de vergoeding uit de openbare
kas geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden.
Artikel 9. Schadevergoeding
1. Degene die op de eerste dag van het cursusjaar de leeftijd van
18 jaren heeft bereikt en uit de openbare kas bekostigd onderwijs
volgt aan een dagschool, maar niet is ingeschreven, is deswege aan
Onze Minister een schadevergoeding verschuldigd gelijk aan het voor
het desbetreffende cursusjaar verschuldigde bedrag aan lesgeld.
2. Degene die uit de openbare kas bekostigd onderwijs volgt aan een
cursus, maar niet is ingeschreven, is deswege aan Onze Minister een
schadevergoeding verschuldigd gelijk aan het voor het desbetreffende
cursusjaar ten hoogste verschuldigde bedrag voor het volgen van het
onderwijs aan de desbetreffende cursus.
Artikel 9a. Invordering en dwangbevel
Onze Minister vaardigt een dwangbevel uit aan de nalatige, indien het
bij of krachtens deze wet verschuldigde lesgeld geheel of gedeeltelijk
niet tijdig is voldaan.
Artikel 9b. Hardheidsclausule
Onze Minister kan voor bepaalde gevallen de wet buiten toepassing
laten of daarvan afwijken voorzover toepassing gelet op het belang dat
deze wet beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van
overwegende aard.
Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 10. Vaststelling lesgeld cursusjaar 1987-1988
Het bedrag van het lesgeld, bedoeld in artikel 5, tweede lid, wordt
voor het cursusjaar 1987-1988 vastgesteld op f 1030. De derde volzin van
het derde lid van genoemd artikel vindt voor het eerst toepassing met
betrekking tot het cursusjaar 1988-1989.
Artikel 11. Intrekking Lesgeldwet voor boven 17-jarigen in het
voortgezet onderwijs
1.De Lesgeldwet voor boven 17-jarigen in het voortgezet onderwijs
(Stb. 1986, 250) wordt ingetrokken.
2.Het bepaalde bij of krachtens die wet blijft van toepassing voor
zover het betreft lesgeld verschuldigd dan wel voldaan met betrekking
tot het cursusjaar 1986-1987.
3.Het Uitvoeringsbesluit Lesgeldwet (Stb. 1986, 421) strekt met
ingang van de datum, bedoeld in artikel 21, eerste lid, tot uitvoering
van de artikelen 4, derde en vierde lid, en 5, vierde lid, totdat
bedoelde maatregelen krachtens deze wet zijn vastgesteld.
Artikel 12. Intrekking School- en cursusgeldwet 1972
1.De School- en cursusgeldwet 1972 (Stb. 1983, 360) wordt
ingetrokken.
2.Het bepaalde bij of krachtens die wet blijft van toepassing met
betrekking tot de heffing en invordering van school- en cursusgelden
over schoolgeldjaren onderscheidenlijk cursusjaren voorafgaand aan het
cursusjaar waarop deze wet voor het eerst van toepassing is.
3.Het Besluit cursusgeld voortgezet onderwijs (Stb. 1985, 431)
strekt met ingang van de datum, bedoeld in artikel 21, eerste lid, tot
uitvoering van artikel 6, vierde lid, totdat bedoelde maatregelen
krachtens deze wet zijn vastgesteld.
Artikel 13
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 14
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 15
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 16
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 17 [Vervallen per 01-08-1988]
Artikel 18 [Vervallen per 01-01-1990]
Artikel 19 [Vervallen per 01-08-1988]
Artikel 20 [Vervallen per 01-08-2001]
Artikel 21. Inwerkingtreding
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst, en vindt voor het
eerst toepassing met betrekking tot het cursusjaar dat in 1987
aanvangt.
2. De artikelen 17 en 19 vervallen met ingang van 1 augustus 1988.
3. Artikel 18 vervalt met ingang van 1 januari 1990.
Artikel 22. Citeertitel
Deze wet kan worden aangehaald als: Les- en cursusgeldwet.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 7 juli 1987
BEATRIX
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
W.J. Deetman
De Minister van Landbouw en Visserij,
G.J.M. Braks
Uitgegeven de drieëntwintigste juli 1987
De Minister van Justitie a.i.,
C.P. van Dijk
|