Nadere regelgeving:
- Opiumwetbesluit
- Uitvoeringsregeling Opiumwet
WET van 12 mei 1928 tot
vaststelling van bepalingen betreffende het opium en andere
verdoovende middelen
WIJ WILHELMINA,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen,
die deze zullen zien, of hooren lezen, salut! doen te
weten:
Alzoo
Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is,
de bepalingen betreffende het opium en andere verdoovende
middelen in overeenstemming te brengen met de bepalingen
van het op 19 Februari 1925 te Genθve tusschen Nederland
en andere Staten gesloten internationale opiumverdrag;
Zoo is het, dat
Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk
Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1.In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. substantie: stof van
menselijke, dierlijke, plantaardige of chemische oorsprong,
daaronder begrepen dieren, planten, delen van dieren of
planten, alsmede micro-organismen;
c. preparaat: een vast of
vloeibaar mengsel van substanties;
d. middel: substantie of
preparaat;
e. Enkelvoudig Verdrag: het op
30 maart 1961 te New York tot stand gekomen Enkelvoudig
Verdrag inzake verdovende middelen (Trb. 1963, 81), zoals
gewijzigd bij het op 25 maart 1972 te Genθve tot stand
gekomen Protocol tot wijziging van dat verdrag (Trb. 1987,
90);
f. Psychotrope Stoffen Verdrag:
het op 21 februari 1971 te Wenen tot stand gekomen Verdrag
inzake psychotrope stoffen (Trb. 1989, 129);
g. Gemeenschappelijk optreden:
het Gemeenschappelijk Optreden nr. 97/396/JBZ van 16 juni 1997
vastgesteld door de Raad van de Europese Unie op basis van
artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,
betreffende de informatie-uitwisseling, risicoanalyse en
controle van nieuwe synthetische drugs (PbEG L 167).
2.Voor toepassing van deze wet en
de daarop berustende bepalingen worden de zouten van de
substanties met die substanties gelijkgesteld.
3.Voor de toepassing van deze wet
wordt onder vervaardigen begrepen raffineren en omzetten.
4.Onder binnen het grondgebied van
Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, is
begrepen: het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de
voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen
zijn en elke op het verder vervoer, de opslag, de aflevering,
ontvangst of overdracht gerichte handeling, met betrekking tot die
middelen, die binnen het grondgebied van Nederland zijn gebracht,
of tot de voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of
geborgen zijn.
5.Onder buiten het grondgebied van
Nederland brengen van middelen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, is
begrepen: het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de
voorwerpen of goederen, waarin die middelen verpakt of geborgen
zijn en het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten
vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden, het ten uitvoer dan wel
ten wederuitvoer aangeven, daaronder begrepen het in kennis
stellen van de wederuitvoer, in de zin van verordening (EEG) nr.
2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober
1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L
302) of het in, op of aan een naar het buitenland bestemd vaar-,
voer- of luchtvaartuig aanwezig hebben van die middelen, of van
die voorwerpen of goederen.
Artikel 2
Het is verboden een middel als
bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen
krachtens artikel 3a, vijfde lid:
A. binnen of buiten het
grondgebied van Nederland te brengen;
B. te telen te bereiden, te
bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te
verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.
Artikel 3
Het is verboden een middel als
bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen
krachtens artikel 3a, vijfde lid:
A. binnen of buiten het
grondgebied van Nederland te brengen;
B. te telen, te bereiden, te
bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te
verstrekken of te vervoeren;
C. aanwezig te hebben;
D. te vervaardigen.
Artikel 3a
1. Bij algemene maatregel van
bestuur worden aan de bij deze wet behorende lijst I of lijst II
middelen toegevoegd indien deze onder de werking van het
Enkelvoudig Verdrag of het Psychotrope Stoffen Verdrag worden
gebracht of uit hoofde van de uit het Gemeenschappelijk optreden
voortvloeiende verplichting onder de werking van deze wet dienen
te worden gebracht. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen van
lijst I of II middelen worden geschrapt indien deze aan de werking
van de in de eerste volzin bedoelde verdragen worden onttrokken
dan wel indien de in die volzin bedoelde verplichting uit hoofde
van het Gemeenschappelijk optreden komt te vervallen.
2. Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen aan lijst I of lijst II middelen worden toegevoegd
indien is gebleken dat deze het bewustzijn van de mens
beοnvloeden en bij gebruik door de mens kunnen leiden tot schade
aan zijn gezondheid en schade voor de samenleving.
3. Bij algemene maatregel van
bestuur worden middelen die krachtens het tweede lid zijn
toegevoegd, van lijst I of lijst II geschrapt indien is gebleken
dat zij de in het tweede lid bedoelde eigenschappen niet of niet
meer bezitten.
4. Een algemene maatregel van
bestuur als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt niet
vastgesteld dan nadat vier weken zijn verstreken nadat het ontwerp
van de maatregel is overgelegd aan de beide Kamers der
Staten-Generaal en binnen die termijn niet door of namens een van
beide Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in het
ontwerp van de maatregel geregelde onderwerp wordt geregeld bij
wet.
5. Indien naar het oordeel van Onze
Minister handelingen als bedoeld in artikel 2 of 3 ten aanzien van
een middel onverwijld moeten worden verboden en de totstandkoming
van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste
of tweede lid niet kan worden afgewacht, kan het middel daartoe
bij ministeriλle regeling worden aangewezen. Onze Minister draagt
ervoor zorg dat tegelijk met de vaststelling van deze
ministeriλle regeling het ontwerp van een algemene maatregel van
bestuur met dezelfde inhoud ter beoordeling aan de ministerraad
wordt aangeboden. De ministeriλle regeling blijft, behoudens
eerdere intrekking, van kracht totdat de algemene maatregel van
bestuur waarbij het betreffende middel wordt aangewezen in werking
treedt, doch uiterlijk tot een jaar na het inwerkingtreden van de
regeling.
Artikel 3b
1. Elke openbaarmaking, welke er
kennelijk op is gericht de verkoop, aflevering of verstrekking van
een middel als bedoeld in artikel 2 of artikel 3 te bevorderen, is
verboden.
2. Het in het eerste lid vervatte
verbod geldt niet ter zake van openbaarmaking in het kader van
medische of wetenschappelijke voorlichting.
Artikel 3c
1. Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen middelen en toepassingen worden aangewezen waarvoor
een in artikel 2 of 3 omschreven verbod geheel of ten dele niet
geldt.
2. Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen met betrekking tot middelen als bedoeld in lijst I
of II regels worden gesteld om naleving van de bepalingen van het
Enkelvoudig Verdrag of het Psychotrope Stoffen Verdrag te
verzekeren of om misbruik van die middelen te voorkomen.
Artikel 4
1. Het is verboden een middel als
bedoeld in lijst I of II voor te schrijven op recept, tenzij het
middel daartoe, in het belang van de volksgezondheid, is
aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Bij de maatregel
kunnen voorschriften worden gesteld ter zake van het recept en het
doel waarvoor een middel wordt voorgeschreven.
Een krachtens de eerste volzin
vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in
werking dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin hij is geplaatst.
Van de plaatsing wordt onverwijld
mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. In het
belang van de volksgezondheid kan, in afwijking van de eerste
volzin, bij ministeriλle regeling een middel worden aangewezen
dat mag worden voorgeschreven op recept, zolang het middel tevens
is aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid.
2. Het bestellen van een middel als
bedoeld in lijst I of II, door:
a. beroepsbeoefenaren als
bedoeld in artikel 5, eerste lid,
b. instellingen en personen als
bedoeld in artikel 5, tweede lid en derde lid, en
c. houders van een ontheffing
als bedoeld in artikel 6,
geschiedt met inachtneming van bij
ministeriλle regeling vastgestelde voorschriften.
3. Het is verboden ter verkrijging
van enig middel, in lijst I en II bedoeld:
a. een vals of vervalst recept
aan te bieden;
b. een recept aan te bieden,
waarin een andere naam of een ander adres is vermeld dan de
naam of het adres van degene te wiens behoeve het recept is
voorgeschreven.
Artikel 5
1. Bij algemene maatregel van
bestuur worden voorschriften gesteld ter zake van het afleveren
van krachtens artikel 4 aangewezen middelen. Onverminderd deze
algemene maatregel van bestuur, is het verbod op het bereiden,
bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren
of aanwezig hebben van een middel bedoeld in lijst I of II, niet
van toepassing op:
a. apothekers en
apotheekhoudende artsen indien zij krachtens artikel 4, eerste
lid, aangewezen middelen voor geneeskundige doeleinden
bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,
verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben en deze
werkzaamheden geschieden binnen de normale beroepsuitoefening;
b. dierenartsen, indien zij de
krachtens artikel 4 aangewezen middelen voor diergeneeskundige
doeleinden verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of
aanwezig hebben.
2. De verboden inzake het
verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van middelen als bedoeld
in lijst I of II, zijn voorts niet van toepassing op daartoe bij
algemene maatregel van bestuur aangewezen instellingen en op hen
die de desbetreffende middelen in de aanwezige hoeveelheid tot
uitoefening van de geneeskunst, de tandheelkunde of de
diergeneeskunde, dan wel voor eigen geneeskundig gebruik behoeven
of krachtens wettelijk voorschrift in voorraad moeten hebben en
langs wettige weg hebben verkregen.
3. Voorts kunnen, indien een
noodtoestand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de
Coφrdinatiewet uitzonderingstoestanden is afgekondigd, bij
koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, andere
instellingen of personen dan die, bedoeld in het eerste en tweede
lid, worden aangewezen voor wie de verboden inzake het
verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van middelen als bedoeld
in lijst I of II, niet van toepassing zijn. Deze aanwijzing kan
worden beperkt tot bepaalde gebieden en bepaalde middelen. Voorts
kunnen aan de aanwijzing nadere voorschriften worden verbonden. De
aanwijzing vervalt van rechtswege indien de noodtoestand wordt
beλindigd, en kan voorts worden ingetrokken bij koninklijk
besluit, op voordracht van Onze Minister.
4. De verboden inzake het vervoeren
of aanwezig hebben zijn bovendien niet van toepassing op hen die
de middelen vervoeren of daartoe aanwezig hebben in opdracht van
degene die tot zodanig vervoer bevoegd is.
Artikel 6
1. Onze Minister kan, met
inachtneming van artikel 8i, eerste lid, ontheffing verlenen van
een verbod als bedoeld in artikel 2 of 3. Hij kan voorts een
ontheffing verlengen, wijzigen, aanvullen of intrekken.
2. Een ontheffing of een verlenging
daarvan wordt verleend voor ten hoogste vijf jaren, met dien
verstande dat een ontheffing van een verbod als bedoeld in artikel
2, onder A, of artikel 3, onder A, wordt verleend per geval en
voor ten hoogste zes maanden.
3. Onze Minister stelt de aanvrager
van een ontheffing of van een verlenging daarvan binnen drie
maanden na ontvangst van de aanvraag in kennis van zijn
beslissing.
Artikel 7
1. Voor de behandeling van een
aanvraag voor een ontheffing of een wijziging, aanvulling of
verlenging daarvan, kan een vergoeding worden geheven. Voor de
behandeling van een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in
artikel 8i, tweede lid, is geen vergoeding verschuldigd.
2. Voor een ontheffing kan
jaarlijks een vergoeding worden geheven. Het eerste lid, tweede
volzin, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de
jaarlijkse vergoeding.
3. De hoogte van de vergoedingen,
bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt bij ministeriλle
regeling vastgesteld en kan per categorie van ontheffing
verschillend worden vastgesteld. Indien een ontheffing voor een
periode korter dan een jaar geldt, wordt de vergoeding, bedoeld in
het tweede lid, naar evenredigheid op een lager bedrag
vastgesteld.
Artikel 7a [Vervallen per 17-03-2003]
Artikel 8
1. Een ontheffing kan slechts
worden verleend of verlengd indien de aanvrager ten genoegen van
Onze Minister heeft aangetoond:
a. dat daarmee het belang van
de volksgezondheid of dat van de gezondheid van dieren wordt
gediend;
b. deze nodig te hebben voor
het verrichten van wetenschappelijk of analytisch-chemisch
onderzoek dan wel voor instructieve doeleinden, voor zover het
belang van de volksgezondheid zich hier niet tegen verzet, of
deze nodig te hebben voor het
verrichten van een handeling als bedoeld in artikel 2 of 3
krachtens een overeenkomst met:
1. een ander aan wie
krachtens artikel 6, eerste lid, een ontheffing is
verleend;
2. een apotheker of
apotheekhoudende arts;
3. een dierenarts;
4. een instelling of
persoon, aangewezen krachtens artikel 5, tweede of derde
lid;
5. een houder van een in
een ander land verleende vergunning of ontheffing om de
desbetreffende middelen in dat land in te voeren, voor
zover het belang van de volksgezondheid zich hier niet
tegen verzet.
2. Een ontheffing kan voorts worden
verleend of verlengd indien de aanvrager deze nodig heeft voor het
telen van cannabis krachtens een overeenkomst met Onze Minister.
Artikel 8a
1. Aan een ontheffing kunnen
voorschriften worden verbonden om naleving van de bepalingen van
het Enkelvoudig Verdrag en het Psychotrope Stoffen Verdrag en de
bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften te verzekeren, of
om misbruik van een middel als bedoeld in lijst I of II te
voorkomen.
2. In de ontheffing wordt ten
minste vermeld:
a. voor welke van de verboden,
bedoeld in artikel 2 of 3 zij wordt verleend;
b. voor welke doeleinden zij
wordt verleend;
c. op welk perceel of in welke
lokaliteit de desbetreffende handelingen mogen plaatsvinden;
d. de wijze van opslag;
e. de wijze van beveiliging;
f. de manier waarop de
voorraadadministratie is ingericht.
Artikel 8b
Een ontheffing of een verlenging
daarvan wordt geweigerd indien de aanvrager ingevolge een
onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is
gesteld dan wel zijn goederen onder bewind zijn gesteld.
Artikel 8c
1. Een ontheffing of een verlenging
daarvan kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden,
bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
2. Met het oog op toepassing van
het eerste lid, kan het Bureau bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in
artikel 8 van de in het eerste lid genoemde wet, om een advies als
bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Artikel 8d
Een ontheffing wordt ingetrokken:
a. op aanvraag van de houder van
de ontheffing;
b. indien het belang van de
volksgezondheid dit vordert;
c. indien naar het oordeel van
Onze Minister de doeleinden waarvoor de ontheffing is verleend
niet meer gerealiseerd kunnen worden;
d. indien een krachtens artikel
7, tweede lid, verschuldigde vergoeding niet binnen 30 dagen na
heffing is voldaan en evenmin gevolg is gegeven aan de aanmaning
van Onze Minister, gedaan na afloop van die termijn, om alsnog
binnen acht dagen te betalen.
Artikel 8e
1. Een ontheffing kan worden
ingetrokken:
a. indien de houder van de
ontheffing handelt in strijd met een bij of krachtens deze wet
gesteld voorschrift;
b. in het geval en onder de
voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
2. Met het oog op toepassing van
het eerste lid, onder b, kan het Bureau bevordering
integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de in het
eerste lid, onder b, genoemde wet, om een advies als bedoeld in
artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Artikel 8f
1. Degene wiens ontheffing wordt
ingetrokken ontdoet zich van de middelen waarop de ontheffing
betrekking heeft, gedurende het tijdvak, gelegen tussen de
mededeling van de intrekking en de laatste dag waarop de
ontheffing geldt. Hij ontdoet zich van die middelen hetzij door
vernietiging, hetzij door overdracht aan personen, rechtspersonen
daaronder begrepen, die bevoegd zijn tot het verrichten van
handelingen als bedoeld in artikel 2 of 3.
2. In afwijking van het eerste lid,
ontdoet de houder van een ontheffing voor de teelt van hennep zich
van de middelen waarop de ontheffing betrekking heeft, hetzij door
vernietiging van die middelen, hetzij door overdracht daarvan aan
Onze Minister.
Artikel 8g
Een ontheffing vervalt:
a. door het overlijden van de
houder;
b. indien ingevolge een
onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak de houder van de
ontheffing onder curatele is gesteld dan wel zijn goederen onder
bewind zijn gesteld;
c. indien de rechtspersoon aan
wie de ontheffing is verleend, wordt ontbonden, fuseert en niet
de verkrijgende rechtspersoon is, of wordt gesplitst.
Artikel 8h
Onze Minister draagt ervoor zorg dat:
a. in Nederland voldoende hennep
wordt geteeld voor wetenschappelijk onderzoek naar de
geneeskundige toepassing van hennep, hasjiesj en hennepolie of
voor de productie van geneesmiddelen;
b. de geteelde hennep, bedoeld
onder a, wordt gebruikt voor een onder a genoemd doel.
Artikel 8i
1. Onze Minister verleent niet meer
ontheffingen van het verbod tot teelt van hennep dan nodig is voor
de in artikel 8h bedoelde doeleinden en voor de veredeling van
hennep.
2. Een ontheffing van het verbod op
het telen van hennep dan wel tot het verwerken, bewerken of
vervoeren van hennep, hasjiesj en hennepolie voor de in artikel 8h
genoemde doeleinden, wordt slechts verleend aan degene met wie
Onze Minister ter zake een overeenkomst tot het verrichten van
zodanige handelingen aangaat.
3. Een overeenkomst als bedoeld in
het tweede lid eindigt van rechtswege met ingang van de datum
waarop de aan de wederpartij verleende ontheffing wordt
ingetrokken of vervalt.
4. In een overeenkomst als bedoeld
in het tweede lid, wordt in elk geval bepaald dat de wederpartij
van Onze Minister de geteelde hennep binnen vier maanden na het
oogsten uitsluitend aan hem verkoopt en aflevert en de overtollige
hennep vernietigt.
5. Onze Minister is met uitsluiting
van anderen bevoegd hennep, hasjiesj en hennepolie:
a. binnen of buiten het
grondgebied van Nederland te brengen;
b. te verkopen en af te
leveren;
c. aanwezig te hebben, met
uitzondering van de voorraden die worden beheerd door degenen
die ontheffing hebben deze middelen te telen, te bewerken of
te verwerken.
6. Het vijfde lid is niet van
toepassing voor zover toepassingen van hennep, hasjiesj of
hennepolie krachtens artikel 3c, eerste lid, zijn aangewezen.
Artikel 8j
Met het toezicht op de naleving van
het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van
het Staatstoezicht op de volksgezondheid.
Artikel 8k
Met het opsporen van de in deze wet
strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de bij of krachtens artikel
141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast
de ambtenaren, bedoeld in artikel 8j, en de ambtenaren van de
rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane.
Artikel 9
1. De opsporingsambtenaren hebben,
voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak
nodig is, toegang:
a. tot de vervoermiddelen, met
inbegrip van woongedeelten, waarvan hun bekend is, of waarvan
redelijkerwijze door hen kan worden vermoed, dat daarmede
ingevoerd of vervoerd worden of dat daarin, daarop of daaraan
bewaard worden of aanwezig zijn middelen als bedoeld in lijst
I of II;
b. tot de plaatsen, waar een
overtreding van deze wet gepleegd wordt of waar
redelijkerwijze vermoed kan worden, dat zodanige overtreding
gepleegd wordt.
2. Zij zijn bevoegd een persoon,
verdacht van een bij deze wet als misdrijf strafbaar gesteld feit,
bij het bestaan van ernstige bezwaren tegen deze, aan de kleding
te onderzoeken.
3. Zij zijn te allen tijde bevoegd
tot inbeslagneming van daarvoor vatbare voorwerpen. Zij kunnen
daartoe hun uitlevering vorderen.
4. De officier van justitie of de
hulpofficier van justitie voor wie de verdachte wordt geleid of
die zelf de verdachte heeft aangehouden is bevoegd een persoon die
zojuist binnen het grondgebied van Nederland is binnengekomen of
die op het punt staat dit grondgebied te verlaten, en die is
aangehouden terzake van een bij deze wet als misdrijf strafbaar
gesteld feit, een vordering te geven tot medewerking aan een
urineonderzoek, gericht op het aantonen van de aanwezigheid in het
lichaam van middelen als bedoeld in lijst I of II.
Artikel 9a
Onze Minister is bevoegd een
bestuurlijke boete van ten hoogste 33 500, op te leggen ter
zake van een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of
krachtens artikel 3c, 4, eerste of tweede lid, of 5, eerste lid.
Artikel 10
1. Hij die handelt in strijd met:
a. een in artikel 2, het in
artikel 3b, eerste lid, of een in artikel 4, derde lid,
gegeven verbod;
b. een krachtens artikel 3c,
tweede lid, of artikel 4, eerste of tweede lid, gegeven
voorschrift;
c. een krachtens artikel 8a,
eerste lid, aan een ontheffing verbonden voorschrift;
wordt gestraft met hechtenis van
ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
2. Hij die opzettelijk handelt in
strijd met het in artikel 3b, eerste lid, of het in artikel 4,
derde lid, gegeven verbod, wordt gestraft met gevangenisstraf van
ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Hij die opzettelijk handelt in
strijd met het in artikel 2 onder C, gegeven verbod wordt gestraft
met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de
vijfde categorie.
4. Hij die opzettelijk handelt in
strijd met het in artikel 2 onder B of D, gegeven verbod, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of
geldboete van de vijfde categorie.
5. Hij die opzettelijk handelt in
strijd met een in artikel 2 onder A, gegeven verbod, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of
geldboete van de vijfde categorie.
6. Indien het feit, bedoeld in het
tweede, derde onderscheidenlijk vijfde lid, betrekking heeft op
een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, wordt
gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde
categorie opgelegd.
Artikel 10a
1. Hij die om een feit, bedoeld in
het vierde of vijfde lid van artikel 10, voor te bereiden of te
bevorderen:
1°. een ander tracht te
bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen
of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe
gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
2°. zich of een ander
gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat
feit tracht te verschaffen,
3°. voorwerpen,
vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen
voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om
te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit,
wordt gestraft met gevangenisstraf
van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Niet strafbaar is hij die de in
het eerste lid omschreven feiten begaat met betrekking tot het
binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een
geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik.
Artikel 11
1. Hij die handelt in strijd met
een in artikel 3 gegeven verbod, wordt gestraft met hechtenis van
ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
2. Hij die opzettelijk handelt in
strijd met een in artikel 3 onder B, C of D, gegeven verbod, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of
geldboete van de vierde categorie.
3. Hij die in de uitoefening van
een beroep of bedrijf opzettelijk handelt in strijd met een in
artikel 3, onder B, gegeven verbod, wordt gestraft met
gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de
vijfde categorie.
4. Hij die opzettelijk handelt in
strijd met een in artikel 3 onder A, gegeven verbod, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of
geldboete van de vijfde categorie.
5. Indien een feit als bedoeld in
het tweede of vierde lid, betrekking heeft op een grote
hoeveelheid van een middel, wordt gevangenisstraf van ten hoogste
zes jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. Onder
grote hoeveelheid wordt verstaan een hoeveelheid die meer bedraagt
dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van
een middel.
6. Het tweede lid is niet van
toepassing, indien het feit betrekking heeft op een hoeveelheid
van hennep of hasjiesj van ten hoogste 30 gram.
7. Het tweede en vierde lid zijn
niet van toepassing, indien het feit betrekking heeft op een
geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik, van de in lijst
II vermelde middelen, met uitzondering van hennep en hasjiesj.
Artikel 11a
1.Deelneming aan een organisatie
die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in
artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, of 11,
derde, vierde en vijfde lid, wordt gestraft met gevangenisstraf
van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2.Artikel 140, derde en vierde lid,
van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
Indien de waarde van de zaken waarmee
of met betrekking tot welke de feiten, strafbaar gesteld in de
artikelen 10, eerste tot en met vijfde lid, 10a, eerste lid, 11,
tweede tot en met vijfde lid, en 11a zijn begaan, of die geheel of
gedeeltelijk door middel van die feiten zijn verkregen, hoger is dan
het vierde gedeelte van het maximum van de geldboete op die feiten
gesteld, kan, ook indien het feit door een natuurlijke persoon is
begaan, een geldboete van de naast hogere categorie worden opgelegd.
Artikel 13
1. De in artikel 10, eerste lid, en
artikel 11, eerste lid, strafbaar gestelde feiten zijn
overtredingen.
2. De in de artikelen 10, tweede
tot en met zesde lid, 10a, eerste lid, 11, tweede tot en met
vijfde lid, en 11a strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
3. De Nederlandse strafwet is
toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt
aan:
a. een der in artikel 10a,
eerste lid, strafbaar gestelde feiten voorzover die zijn
gepleegd om het in artikel 10, vijfde lid, strafbaar gestelde
feit voor te bereiden of te bevorderen, dan wel
b. poging tot of deelneming aan
het in artikel 10, vijfde lid, strafbaar gestelde feit.
Artikel 13a
Onverminderd het bepaalde in de
artikelen 33 tot en met 35 en 36b tot en met 36d van het Wetboek van
Strafrecht worden de in lijst I of II bedoelde middelen verbeurd of
aan het verkeer onttrokken verklaard.
Artikel 13b
1. De burgemeester is bevoegd tot
oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of
lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen
behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt
verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
2. Het eerste lid is niet van
toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het
eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de
artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de
diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen,
tandartsen of dierenartsen.
Artikel 14
Deze wet kan worden aangehaald onder
de titel "Opiumwet".
Artikel 15
Deze wet treedt in werking met ingang
van een door Ons te bepalen dag.
Op dat tijdstip vervalt de wet van 4
oktober 1919, Stb. nr. 592, houdende vaststelling van
bepalingen, betreffende het opium en andere verdovende middelen,
zoals deze wet gewijzigd is bij de wet van 29 juni 1925, Stb.
nr. 308.
Lasten en
bevelen, dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele
Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie
zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven ten Paleize het Loo, den 12den Mei 1928
WILHELMINA
De Minister van Arbeid, Handel
en Nijverheid,
J.R.
Slotemaker de Bruine
De Minister van
Binnenlandsche Zaken en Landbouw,
J.B.
Kan
De Minister van Financiλn,
De
Geer
De Minister van Waterstaat,
H. v.
d. Vegte
Uitgegeven den een en
dertigsten Mei 1928
De Minister van Justitie,
J.
Donner
Lijst I
|
International
Non-proprietary Name (INN) 1 |
andere
benamingen |
nadere
omschrijving |
|
acetorfine |
|
|
|
|
acetyl-alfa-methylfentanyl |
N-[1-(alfa-methylfenethyl)-4-piperidyl]-acetanilide |
|
|
acetyldihydrocodeοne |
4,5-epoxy-3-methoxy-N-methylmorfinan-6-yl-acetaat |
|
acetylmethadol |
|
|
|
alfacetylmethadol |
|
|
|
alfameprodine |
|
|
|
alfamethadol |
|
|
| |
alfa-methylfentanyl |
N-[1(alfa-methylfenethyl)-4-piperidyl]propionanilide |
| |
alfa-methylthiofentanyl |
N-[1-[1-methyl-2-(2-thienyl)ethyl]-4-piperidyl]propionanilide |
|
alfaprodine |
|
|
|
alfentanil |
|
|
|
allylprodine |
|
|
|
amfetamine |
|
|
|
amineptine |
|
7-[(10,11-dihydro-5H-dibenzo[a,d]cyclohepten-5-yl)amino]heptanoic
acid |
|
anileridine |
|
|
|
benzethidine |
|
|
|
|
benzylmorfine |
3-benzoyloxy-4,5-epoxy-N-methyl-7-morfineen-6-ol |
|
betacetylmethadol |
|
|
|
|
beta-hydroxy-3-methylfentanyl |
N-[1-(beta-hydroxyfenethyl)-3-methyl-4-piperidyl]propionanilide |
|
|
beta-hydroxyfentanyl |
N-[1-(beta-hydroxyfenethyl)-4-piperidyl]-propionanilide |
|
betameprodine |
|
|
|
betamethadol |
|
|
|
betaprodine |
|
|
|
bezitramide |
|
|
|
|
bolkaf |
alle delen van de plant Papaver
somniferum L. na het oogsten, met uitzondering van het zaad |
|
brolamfetamine |
|
|
|
cathinon |
|
|
| |
2C-B |
4-bromo-2,5-dimethoxyfenetylamine |
|
|
2C-I |
2,5-dimethoxy-4-iodofenethylamine |
|
|
2C-T-2 |
2,5-dimethoxy-4-ethylthiofenethylamine |
|
|
2C-T-7 |
2,5-dimethoxy-4-(n)-propylthiofenethylamine |
|
clonitazeen |
|
|
|
|
cocablad |
bladeren van planten van het
geslacht Erythroxylon |
|
|
cocaοne |
(-)-3-beta-benzoyloxytropaan-2-beta-carbonzure
methylester |
|
|
codeοne |
4,5-epoxy-3-methoxy-N-methyl-7-morfineen-6-ol |
|
codoxim |
|
|
|
|
concentraat van bolkaf |
het materiaal dat wordt
verkregen door bolkaf te onderwerpen aan een behandeling ter
concentratie van zijn alkaloοden |
|
desomorfine |
|
|
|
dexamfetamine |
|
|
|
dextromoramide |
|
|
|
dextropropoxyfeen |
|
|
|
diampromide |
|
|
|
diλthylthiambuteen |
|
|
|
|
N,N-diλthyltryptamine, DET |
3-[2-(diethylamino)ethyl]indol |
|
difenoxine |
|
|
|
difenoxylaat |
|
|
|
dihydrocodeοne |
|
|
|
|
dihydroethorfine |
7,8-dihydro-7-alfa-[1-(R)-hydroxy-
1-methylbutyl]-6,14-endo-ethano-tetrahydro-oripavine |
|
|
dihydromorfine |
4,5-epoxy-N-methylmorfinan-3,6-diol |
|
dimefeptanol |
|
|
|
dimenoxadol |
|
|
|
|
2,5-dimethoxyamfetamine, DMA |
(±)-2,5-dimethoxy-alfa-methylfenethylamine |
|
|
2,5-dimethoxy-4-ethylamfetamine,
DOET |
(±)-4-ethyl-2,5-dimethoxy-alfa-methylfenethylamine |
|
|
2,5-dimethoxy-4-methamfetamine,
STP, DOM |
2,5-dimethoxy-alfa,4-dimethylfenethylamine |
|
dimethylthiambuteen |
|
|
|
|
N,N-dimethyltryptamine, DMT |
3-[2-(dimethylamino)ethyl]indol |
|
dioxafetylbutiraat |
|
|
|
dipipanon |
|
|
|
|
DMHP |
3-(1,2-dimethylheptyl)-7,8,9,10-tetrahydro-6,6,9-trimethyl-6H-dibenzo[b,d]pyran-1-ol |
|
drotebanol |
|
|
|
|
ecgonine |
3-hydroxy-2-tropaancarbonzuur |
|
|
N-ethyl-3,4-methyleendioxy-amfetamine,
N-ethyl-MDA |
(±)-N-ethyl-alfa-methyl-3,4-(methyleen-dioxy)fenethylamine |
|
ethylmethylthiambuteen |
|
|
|
|
ethylmorfine |
4,5-epoxy-3-ethoxy-N-methyl-7-morfineen-6-ol |
|
eticyclidine |
|
|
|
etonitazeen |
|
|
|
etorfine |
|
|
|
etoxeridine |
|
|
|
etryptamine |
|
|
|
fenadoxon |
|
|
|
fenampromide |
|
|
|
fenazocine |
|
|
|
fencyclidine |
|
|
|
fenetylline |
|
|
|
fenmetrazine |
|
|
|
fenomorfan |
|
|
|
fenoperidine |
|
|
|
fentanyl |
|
|
|
folcodine |
|
|
|
|
furethidine |
1-(2-tetrahydrofurfuryloxyethyl)-4-fenyl-piperidine-4-carbonzure
ethylester |
|
|
hennepolie |
concentraat van planten van het
geslacht Cannabis (hennep) verkregen door extractie van hennep
of hasjiesj, al dan niet vermengd met olie |
|
|
heroοne, diamorfine |
4,5-epoxy-17-methylmorfinan-3,6-diyl-diacetaat |
|
hydrocodon |
|
|
|
hydromorfinol |
|
|
|
hydromorfon |
|
|
|
|
N-hydroxymethyleen-dioxy-amfetamine,
N-hydroxyMDA |
(±)-N-[alfa-methyl-3,4-(methyleendioxy)-fenethyl]hydroxylamine |
|
hydroxypethidine |
|
|
|
isomethadon |
|
|
|
ketobemidon |
|
|
|
levamfetamine |
|
|
|
levofenacylmorfan |
|
|
|
|
levomethamfetamine |
(-)-N,alfa-dimethylfenethylamine |
|
levomethorfan |
|
|
|
levomoramide |
|
|
|
levorfanol |
|
|
|
lysergide |
|
|
|
mecloqualon |
|
|
|
|
mescaline |
3,4,5-trimethoxyfenethylamine |
|
metamfetamine |
|
|
|
metamfetamine racemaat |
|
|
|
metazocine |
|
|
|
methadon |
|
|
|
|
methadon-tussenproduct |
4-cyano-2-dimethylamino-4,4-difenylbutaan |
|
methaqualon |
|
|
|
|
methcathinon |
(2-methylamino)-1-fenylpropaan-1-on |
|
|
2-methoxy-4,5-methyleendioxyamfetamine,
MMDA |
2-methoxy-alfa-methyl-4,5-(methyleendioxy)-
fenethylamine |
|
|
4-methylaminorex |
(±)-cis-2-amino-4-methyl-5-fenyl-2-oxazoline |
|
methyldesorfine |
|
|
|
methyldihydromorfine |
|
|
|
|
3,4-methyleendioxymethamfetamine,
MDMA |
(±)-N,alfa-dimethyl-3,4-(methyleendioxy)-fenethylamine |
|
methylfenidaat |
|
|
|
|
3-methylfentanyl |
N-(3-methyl-1-fenethyl-4-piperidyl)propion-anilide |
|
|
MPPP |
1-methyl-4-fenyl-4-piperidinol
propionaat (ester) |
|
|
4-methylthioamfetamine, 4-MTA |
4-methylthio-alfa-methylfenethylamine |
|
|
3-methylthiofentanyl |
N-[3-methyl-1-[2-(2-thienyl)ethyl]-4-piperidyl]propionanilide |
|
metopon |
|
|
|
|
moramide-tussenproduct |
2-methyl-3-morfolino-1,1-difenylpropaan-carbonzuur |
|
morferidine |
|
|
|
|
morfine |
4,5-epoxy-N-methyl-7-morfineen-3,6-diol |
|
|
morfine-methobromide |
4,5-epoxy-N-methyl-7-morfineen-3,6-diol
methylbromide |
|
|
morfine-N-oxide |
4,5-epoxy-3,6-dihydroxy-N-methyl-7-morfine |
|
myrofine |
|
|
|
nicocodine |
|
|
|
nicodicodine |
|
|
|
nicomorfine |
|
|
|
noracymethadol |
|
|
|
norcodeοne |
|
|
|
norlevorfanol |
|
|
|
normethadon |
|
|
|
normorfine |
|
|
|
norpipanon |
|
|
|
|
opium |
het gestremde melksap,
verkregen van de plant Papaver somniferum L. |
|
oripavine |
3-O-demethylthebaine |
6,7,8,14-tetradehydro-4,5-alpha-epoxy-6-methoxy-17-methylmorphinan-3-ol» |
|
oxycodon |
|
|
|
oxymorfon |
|
|
|
|
para-fluorfentanyl |
4'-fluoro-N-(1-fenethyl-4-piperidyl)propion-anilide |
|
|
parahexyl |
3-hexyl-7,8,9,10-tetrahydro-6,6,9-trimethyl-6H-
dibenzo[b,d]pyran-1-ol |
|
|
para-methoxyamfetamine, PMA |
p-methoxy-alfa-methylfenethylamine |
| |
para-methoxymethamfetamine,
PMMA |
N-methyl-1-(4-methoxyfenyl)-2-aminopropaan |
| |
PEPAP |
1-fenethyl-4-fenyl-4-piperidinolacetaat
(ester) |
|
pethidine |
|
|
|
|
pethidine-tussenproduct A |
4-cyano-1-methyl-4-phenylpiperidine |
|
|
pethidine-tussenproduct B |
4-fenylpiperidine-4-carbonzure
ethylester |
|
|
pethidine-tussenproduct C |
1-methyl-4-fenylpiperidine-4-carbonzuur |
|
piminodine |
|
|
|
piritramide |
|
|
|
proheptazine |
|
|
|
properidine |
|
|
|
propiram |
|
|
|
|
psilocine |
3-[2-(dimethylamino)ethyl]indol-4-ol |
|
psilocybine |
|
|
|
racemethorfan |
|
|
|
racemoramide |
|
|
|
racemorfan |
|
|
|
remifentanil |
|
|
|
rolicyclidine |
|
|
|
secobarbital |
|
|
|
sufentanil |
|
|
|
tenamfetamine |
|
|
|
tenocyclidine |
|
|
|
|
tetrahydrocannabinol |
(6aR,10aR)-6a,7,8,10a-tetrahydro-6,6,9-trimethyl-3-pentyl-6H-dibenzo[b,d]pyran-1-ol |
|
thebacon |
|
|
|
|
thebaοne |
4,5-epoxy-3,6-dimethoxy-N-methyl-6,8-morfine |
|
|
thiofentanyl |
N-[1-[2-(2-thienyl)ethyl]-4-piperidyl]propion-
anilide |
|
tilidine |
|
|
|
|
TMA-2 |
2,4,5-trimethoxyamfetamine |
|
trimeperidine |
|
|
|
|
3,4,5-trimethoxyamfetamine, TMA |
(±)-3,4,5-trimethoxy-alfa-methylfenethylamine |
|
zipeprol |
|
|
de esters en derivaten van ecgonine,
die kunnen worden omgezet in ecgonine en cocaοne;
de mono- en di-alkylamide-, de
pyrrolidine- en morfolinederivaten van lyserginezuur, en de daarvan
door invoering van methyl-, acetyl- of halogeengroepen verkregen
middelen;
vijfwaardige stikstof-gesubstitueerde
morfinederivaten, waaronder begrepen morfine-N-oxide-derivaten,
zoals codeοne-N-oxide;
de isomeren en stereoisomeren van
tetrahydrocannabinol;
de ethers, esters en enantiomeren van
de bovengenoemde substanties, met uitzondering van dextromethorfan (INN)
als enantiomeer van levomethorfan en racemethorfan, en met
uitzondering van dextrorfanol (INN) als enantiomeer van levorfanol
en racemorfan;
preparaten die ιιn of meer van de
bovengenoemde substanties bevatten.
Lijst II
|
International
Non-proprietary Name (INN) |
andere
benamingen |
nadere
omschrijving |
|
allobarbital |
|
|
|
alprazolam |
|
|
|
amobarbital |
|
|
|
amfepramon |
|
|
|
aminorex |
|
|
|
barbital |
|
|
|
benzfetamine |
|
|
|
bromazepam |
|
|
|
brotizolam |
|
2-bromo-4-(o-chlorofenyl)-9-methyl-6H-thieno(3,2-f)
-s-triazolo(4,3-a)(1,4)diazepine.
|
|
buprenorfine |
|
|
|
butalbital |
|
|
|
bzp |
1-benzylpiperazine |
1-benzyl-1,4-diazacyclohexaan |
|
camazepam |
|
|
|
cathine |
|
|
|
chlordiazepoxide |
|
|
|
clobazam |
|
|
|
clonazepam |
|
|
|
clorazepaat |
|
|
|
clotiazepam |
|
|
|
cloxazolam |
|
|
|
cyclobarbital |
|
|
|
delorazepam |
|
|
|
diazepam |
|
|
|
estazolam |
|
|
|
ethchlorvynol |
|
|
|
ethinamaat |
|
|
|
ethylloflazepaat |
|
|
|
ethylamfetamine |
|
|
|
fencamfamine |
|
|
|
fendimetrazine |
|
|
|
fenobarbital |
|
|
|
fenproporex |
|
|
|
fentermine |
|
|
|
fludiazepam |
|
|
|
flunitrazepam |
|
|
|
flurazepam |
|
|
|
gluthethimide |
|
|
|
halazepam |
|
|
|
haloxazolam |
|
|
|
|
hasjiesj |
een gebruikelijk vast mengsel
van de afgescheiden hars verkregen van planten van het
geslacht Cannabis (hennep), met plantaardige elementen van
deze planten |
|
|
hennep |
elk deel van de plant van het
geslacht Cannabis (hennep), waaraan de hars niet is
onttrokken, met uitzondering van de zaden |
| |
|
4-hydroxyboterzuur |
|
ketazolam |
|
|
|
lefetamine |
|
|
|
loprazolam |
|
|
|
lorazepam |
|
|
|
lormetazepam |
|
|
|
mazindol |
|
|
|
medazepam |
|
|
|
mefenorex |
|
|
|
meprobamaat |
|
|
|
mesocarb |
|
|
|
methylfenobarbital |
|
|
|
methyprylon |
|
|
|
midazolam |
|
|
|
nimetazepam |
|
|
|
nitrazepam |
|
|
|
nordazepam |
|
|
|
oxazepam |
|
|
|
oxazolam |
|
|
|
pemoline |
|
|
|
pentazocine |
|
|
|
pentobarbital |
|
|
|
pinazepam |
|
|
|
pipradrol |
|
|
|
prazepam |
|
|
|
pyrovaleron |
|
|
|
secbutabarbital |
|
|
|
temazepam |
|
|
|
tetrazepam |
|
|
|
triazolam |
|
|
|
vinylbital |
|
|
|
zolpidem |
|
|
Paddos
A: paddenstoelen die van nature de
stof psilocine of psilocybine bevatten:
|
agrocybe farinacea |
|
|
conocybe cyanopus |
blauwvoetbreeksteeltje |
|
conocybe kuehneriana |
grasbreeksteeltje |
|
conocybe siligineoides |
|
|
conocybe smithii |
|
|
copelandia affinis |
|
|
copelandia anomala |
|
|
copelandia bispora |
|
|
copelandia cambodginiensis |
|
|
copelandia chlorocystis |
|
|
copelandia cyanescens |
|
|
copelandia lentisporus |
|
|
copelandia mexicana |
|
|
copelandia tirunelveliensis |
|
|
copelandia tropica |
|
|
copelandia tropicalis |
|
|
copelandia westii |
|
|
galerina steglichii |
|
|
gerronema fibula |
|
|
gerronema solidipes |
|
|
gymnopilus aeruginosus |
|
|
gymnopilus braendlei |
|
|
gymnopilus intermedius |
|
|
gymnopilus lateritius |
|
|
gymnopilus liquiritiae |
|
|
gymnopilus luteofolius |
|
|
gymnopilus luteoviridis |
|
|
gymnopilus luteus |
|
|
gymnopilus purpuratus |
|
|
gymnopilus sapineus |
dennevlamhoed |
|
gymnopilus spectabilis |
|
|
gymnopilus subpurpuratus |
|
|
gymnopilus validipes |
|
|
gymnopilus viridans |
|
|
hypholoma gigaspora |
|
|
hypholoma guzmanii |
|
|
hypholoma naematoliformis |
|
|
hypholoma neocaledonica |
|
|
hypholoma popperianum |
|
|
hypholoma rhombispora |
|
|
inocybe aeruginascens |
groenverkleurende vezelkop |
|
inocybe coelestium |
|
|
inocybe corydalina corydalina |
groenige perevezelkop |
|
inocybe corydalina
erinaceomorpha |
schubbige perevezelkop |
|
inocybe haemacta |
blozende stinkvezelkop |
|
inocybe tricolor |
|
|
mycena cyanorrhiza |
blauwvoetmycena |
|
panaeolina foenisecii |
gazonvlekplaat |
|
panaeolina rhombisperma |
|
|
panaeolina sagarae |
|
|
panaeolina microsperma |
|
|
panaeolus africanus |
|
|
panaeolus ater |
zwartbruine vlekplaat |
|
panaeolus castaneifolius |
|
|
panaeolus fimicola |
grauwe vlekplaat |
|
panaeolus microsporus |
|
|
panaeolus moellerianus |
|
|
panaeolus olivaceus |
|
|
panaeolus papilionaceus |
witte vlekplaat |
|
panaeolus retirugis |
geaderde vlekplaat |
|
panaeolus rubricaulis |
|
|
panaeolus sphinctrinus |
franjevlekplaat |
|
panaeolus subbalteatus |
gezoneerde vlekplaat |
|
panaeolus venezolanus |
|
|
pluteus atricapillus |
|
|
pluteus cyanopus |
blauwvoethertezwam |
|
pluteus glaucus |
|
|
pluteus nigriviridis |
|
|
pluteus salicinus |
grauwgroene hertezwam |
|
pluteus villosus |
|
|
psilocybe acutipilea |
|
|
psilocybe
angustipleurocystidiata |
|
|
psilocybe antioquensis |
|
|
psilocybe aquamarina |
|
|
psilocybe argentipes |
|
|
psilocybe armandii |
|
|
psilocybe aucklandii |
|
|
psilocybe australiana |
|
|
psilocybe aztecorum |
|
|
psilocybe aztecorum bonetii |
|
|
psilocybe azurescens |
|
|
psilocybe baeocystis |
|
|
psilocybe banderiliensis |
|
|
psilocybe barrerae |
|
|
psilocybe bohemica |
|
|
psilocybe brasiliensis |
|
|
psilocybe brunneocystidiata |
|
|
psilocybe caeruleoannulata |
|
|
psilocybe caerulescens |
|
|
psilocybe caerulescens
ombrophila |
|
|
psilocybe caerulipes |
|
|
psilocybe carbonaria |
|
|
psilocybe chiapanensis |
|
|
psilocybe collybioides |
|
|
psilocybe columbiana |
|
|
psilocybe coprinifacies |
|
|
psilocybe cordispora |
|
|
psilocybe cubensis |
|
|
psilocybe cyanescens |
|
|
psilocybe cyanofibrillosa |
|
|
psilocybe dumontii |
|
|
psilocybe eucalypta |
|
|
psilocybe fagicola |
|
|
psilocybe fagicola
mesocystidiata |
|
|
psilocybe farinacea |
|
|
psilocybe fimetaria |
|
|
psilocybe fuliginosa |
|
|
psilocybe furtadoana |
|
|
psilocybe galindoi |
|
|
psilocybe goniospora |
|
|
psilocybe graveolens |
|
|
psilocybe guatapensis |
|
|
psilocybe guilartensis |
|
|
psilocybe heimii |
|
|
psilocybe heliconiae |
|
|
psilocybe herrerae |
|
|
psilocybe hispanica |
|
|
psilocybe hoogshagenii
hoogshagenii |
|
|
psilocybe hoogshagenii convexa |
|
|
psilocybe inconspicua |
|
|
psilocybe indica |
|
|
psilocybe isabelae |
|
|
psilocybe jacobsii |
|
|
psilocybe jaliscana |
|
|
psilocybe kumaenorum |
|
|
psilocybe laurae |
|
|
psilocybe lazoi |
|
|
psilocybe liniformans |
|
|
psilocybe liniformans americana |
|
|
psilocybe mairei |
|
|
psilocybe makarorae |
|
|
psilocybe mammillata |
|
|
psilocybe meridensis |
|
|
psilocybe mexicana |
|
|
psilocybe moseri |
|
|
psilocybe muliercula |
|
|
psilocybe natalensis |
|
|
psilocybe natarajanii |
|
|
psilocybe ochreata |
|
|
psilocybe papuana |
|
|
psilocybe paulensis |
|
|
psilocybe pelliculosa |
|
|
psilocybe pericystis |
|
|
psilocybe pintonii |
|
|
psilocybe pleurocystidiosa |
|
|
psilocybe plutonia |
|
|
psilocybe portoricensis |
|
|
psilocybe pseudoaztecorum |
|
|
psilocybe puberula |
|
|
psilocybe quebecensis |
|
|
psilocybe ramulosa |
|
|
psilocybe rostrata |
|
|
psilocybe rzedowskii |
|
|
psilocybe samuiensis |
|
|
psilocybe sanctorum |
|
|
psilocybe schultesii |
|
|
psilocybe semilanceata |
puntig kaalkopje |
|
psilocybe septentrionalis |
|
|
psilocybe serbica |
|
|
psilocybe sierrae |
|
|
psilocybe silvatica |
|
|
psilocybe singerii |
|
|
psilocybe strictipes |
|
|
psilocybe stuntzii |
|
|
psilocybe subacutipilea |
|
|
psilocybe subaeruginascens |
|
|
psilocybe subaeruginosa |
|
|
psilocybe subcaerulipes |
|
|
psilocybe subcubensis |
|
|
psilocybe subtropicalis |
|
|
psilocybe subyungensis |
|
|
psilocybe subzapotecorum |
|
|
psilocybe tampanensis |
|
|
psilocybe tasmaniana |
|
|
psilocybe uruguayensis |
|
|
psilocybe uxpanapensis |
|
|
psilocybe venenata |
|
|
psilocybe veraecrucis |
|
|
psilocybe villarrealii |
|
|
psilocybe wassoniorum |
|
|
psilocybe weilii |
|
|
psilocybe weldenii |
|
|
psilocybe wrightii |
|
|
psilocybe xalapensis |
|
|
psilocybe yungensis |
|
|
psilocybe zapotecorum |
|
B: paddenstoelen die van nature
muscimol en iboteenzuur bevatten:
|
amanita muscaria muscaria |
vliegenzwam |
|
amanita pantherina |
panteramaniet |
Preparaten die ιιn of meer van de
bovengenoemde substanties bevatten, met uitzondering van hennepolie.
Voetnoot:
1. De
door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgestelde generieke benaming.
|