Nadere regelgeving:
- Regeling afkoop landinrichtingsrente c.a.
(vervallen)
- Regeling
herverkaveling
- Regeling
inrichting landelijk gebied
WET van 24 maart 1977, houdende regelen
met betrekking tot de reconstructie van Midden-Delfland
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen
te stellen met betrekking tot de reconstructie van Midden-Delfland;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Afdeling 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
Deze wet verstaat onder:
"provinciale staten": provinciale staten van Zuid-Holland;
"gedeputeerde staten": gedeputeerde staten van
Zuid-Holland;
"Centrale Cultuurtechnische Commissie": de commissie,
bedoeld in artikel 3 van de Ruilverkavelingswet 1954;
"Natuurwetenschappelijke Commissie": de
Natuurwetenschappelijke Commissie van de Natuurbeschermingsraad,
ingesteld bij besluit van 25 oktober 1968 (Stcrt. 1968, 227);
"Coördinatiecommissie Openluchtrecreatie": de commissie
ingesteld bij beschikking van 9 januari 1975, Directie Natuurbehoud en
Openluchtrecreatie, nr. 40805 (Stcrt. 1975, 22);
"reconstructie-commissie": de commissie, genoemd in artikel
3;
"rechtbank": de arrondissements-rechtbank te Rotterdam;
"eigenaar": hij, die eigenaar is van in Midden-Delfland
gelegen onroerende zaken, en hij aan wie een recht van opstal, erfpacht,
vruchtgebruik, gebruik of bewoning toebehoort, waaraan een in
Midden-Delfland gelegen onroerende zaak is onderworpen, met dien
verstande, dat onder het recht van opstal niet wordt begrepen dat recht
voor zover het betreft het leggen en houden van leidingen in, op of
boven de onroerende zaak van een ander;
"rechthebbende": eigenaar en hij aan wie een niet onder de
omschrijving van eigenaar genoemd beperkt recht toebehoort, waaraan een
in Midden-Delfland gelegen onroerende zaak is onderworpen, hij aan wie
met betrekking tot zulk een zaak een recht van huur toebehoort of hij
aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht als bedoeld in
artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek toebehoort;
"Midden-Delfland": het gebied Midden-Delfland zoals dit in
hoofdlijnen is aangegeven op de bij deze wet behorende kaart en door Ons
nader zal worden vastgesteld;
"landbouw": akkerbouw, weidegrond, veehouderij,
pluimveehouderij, tuinbouw en bosbouw;
"openbare registers": de openbare registers, bedoeld in
afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Afdeling 2. Doelstelling
Artikel 2
Ter bevordering van een goede ruimtelijke ordening en in verband
daarmede ter behartiging van de belangen van de landbouw, van natuur en
landschap en van de openluchtrecreatie in Midden-Delfland, vindt aldaar
een reconstructie plaats op de voet van het bepaalde in deze wet.
Afdeling 3. Organieke bepalingen
Artikel 3
1.Er is een reconstructie-commissie, die belast is met de leiding
en de uitvoering van de reconstructie van Midden-Delfland.
2.De commissie bestaat uit ten hoogste vijftien leden. Onze
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
benoemt in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat en van Financiën
de voorzitter en de overige leden en, zo nodig, plaatsvervangende
leden van de commissie. Alvorens tot benoeming wordt overgegaan,
worden gedeputeerde staten gehoord.
3.De reconstructiecommissie stelt, al dan niet uit haar midden,
subcommissies in met betrekking tot de drie hoofdsectoren landbouw,
natuur en landschap en recreatie; met betrekking tot andere aspecten
is zij bevoegd zodanige subcommissies in te stellen. Een hiertoe
strekkend besluit behoeft de goedkeuring van Onze in het tweede lid
genoemde Ministers.
4.Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer kan in overeenstemming met Onze in het tweede lid
genoemde Ministers adviserende leden van de commissie benoemen. Het
bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers wijst
in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij een ingenieur van het kadaster en een of meer
plaatsvervangers aan, die de commissie bijstaan. In overeenstemming
met Onze in het tweede lid genoemde Ministers benoemt Onze Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de secretaris en zonodig
deskundigen.
5.Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer stelt in overeenstemming met Onze in het tweede lid
genoemde Ministers een instructie voor de commissie vast.
Artikel 4
1.Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer zendt bericht van de benoeming van de
reconstructie-commissie aan gedeputeerde staten en aan de rechtbank.
2.De rechtbank benoemt binnen dertig dagen na ontvangst van dit
bericht een rechter-commissaris en doet hiervan mededeling aan
gedeputeerde staten en aan de reconstructie-commissie.
Hoofdstuk II. Onteigening ten algemenen nutte
Artikel 5
Het algemeen nut vordert de onteigening ten name van de Staat van
onroerende zaken en rechten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de
onteigeningswet in het gedeelte van Midden-Delfland, dat op de bij deze
wet behorende kaart met een gele kleur in hoofdlijnen is aangegeven,
zulks ten behoeve van de reconstructie van genoemd gebied.
Artikel 6
De vordering tot onteigening van hetgeen niet in der minne is
verkregen, moet worden ingesteld binnen twee jaar na de dagtekening van
de Staatscourant, waarin Ons besluit, bedoeld in artikel 14 der
Onteigeningswet, is bekendgemaakt.
Artikel 7
1.Artikel 12, laatste lid, van de Onteigeningswet is niet van
toepassing.
2.Voor de toepassing van deze wet:
a. wordt in artikel 12, onder 1e, van de Onteigeningswet in
plaats van de woorden "een uitgewerkt plan met uitvoerige
kaarten van het werk" gelezen: een globaal plan met een of
meer kaarten, aangevende de aard, de omvang en de strekking van de
noodzakelijk geachte werkzaamheden of ontwikkelingen;
b. wordt artikel 23, onder 3e, van de Onteigeningswet als volgt
gelezen: een mede door de burgemeester afgegeven bewijs, dat het
globale plan met de daarbij behorende kaarten en de
grondtekeningen overeenkomstig artikel 12 op de secretarie der
gemeenten ter inzage hebben gelegen;
c. wordt artikel 25, onder 4e, van de Onteigeningswet als volgt
gelezen: wanneer het globale plan met de daarbij behorende kaarten
en de grondtekeningen niet overeenkomstig artikel 12 op de
secretarieën der gemeenten ter inzage hebben gelegen.
Artikel 8
Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is belast met de
uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
Hoofdstuk III. De reconstructie
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 9
1.Nadat het plan van voorzieningen of een gedeelte daarvan
overeenkomstig het bepaalde in artikel 44 is vastgesteld mogen
eigenaren en gebruiksgerechtigden van de in dat plan of gedeelte
daarvan begrepen onroerende zaken geen handelingen verrichten, noch
die handelingen, welke door een normale bedrijfsvoering worden
geëist, achterwege laten, indien daardoor de waarde van die
onroerende zaken zou veranderen, tenzij hun daartoe door de
reconstructie-commissie toestemming is verleend.
2.Overtreding van het bepaalde in het vorige lid wordt gestraft met
een geldboete van de tweede categorie.
3.Het strafbaar feit wordt als een overtreding beschouwd.
Artikel 10
Waardevermeerdering, ontstaan, nadat het plan van voorzieningen of
een gedeelte hiervan is vastgesteld, behoeft niet te worden vergoed,
tenzij deze waardevermeerdering het gevolg is van handelingen, waarvoor
de reconstructie-commissie toestemming heeft verleend.
Artikel 11
Indien en voor zover voor de doeleinden van de reconstructie
beperkingen aan de uitoefening van de landbouw worden gesteld, kan op
voorstel van de reconstructie-commissie Onze Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij volgens door hem in overeenstemming met Onze
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te
stellen regelen subsidie verlenen.
Artikel 12
1. Wanneer de reconstructie-commissie het ten behoeve van de
reconstructie nodig acht, dat iemands grond wordt betreden of daarop
gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moeten
zowel de eigenaren als de gebruiksgerechtigden van die grond dit
gedogen.
2. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder
bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid bedoelde
gedoogplicht.
3. De schade, welke uit de toepassing van het eerste lid mocht
voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Bij geschil over het
bedrag der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij en
nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te
verdedigen, door de kantonrechter bepaald zonder hoger beroep.
Artikel 13
Aan een werknemer wordt door de reconstructie-commissie uit ’s
Rijks kas een geldelijke bijdrage verleend in door Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te bepalen gevallen en volgens door
hem te stellen regelen, indien het bedrijf waarin de werknemer werkzaam
is, ten gevolge van de toepassing van hoofdstuk II of artikel 18 wordt
beëindigd.
Afdeling 2. Bepalingen omtrent het recht van de eigenaar
Artikel 14
1.Geen wijziging wordt gebracht in het recht van de eigenaar en in
de gebruikstoestand ten aanzien van:
a. begraafplaatsen, crematoria en bewaarplaatsen als bedoeld in
onderscheidenlijk de artikelen 23, 49 en 60, eerste lid, onder c,
van de Wet op de lijkbezorging;
b. gesloten begraafplaatsen dan wel graven of grafkelders als
bedoeld in artikel 85 van de Wet op de lijkbezorging, binnen de
termijnen en anders dan op de wijze, omschreven in artikel 46,
tweede lid en derde lid, van die wet.
2.Zonder toestemming van Onze Minister van Defensie wordt geen
wijziging gebracht in de rechten en de gebruikstoestand ten aanzien
van onroerende zaken, welke een militaire bestemming hebben.
3.Behoudens de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II wordt
zonder toestemming van de eigenaar geen wijziging gebracht in diens
recht ten aanzien van:
a. gebouwen,
b. parken,
c. gedenktekenen met bijbehorende terreinen,
d. onroerende zaken van rechtspersonen, die bevordering van
natuurschoon ten doel hebben of die deze zaken in stand houden om
hun natuurwetenschappelijke waarde, indien en zolang zij als
zodanig door Ons zijn erkend ingevolge artikel 9, derde lid, onder
e, van de Ruilverkavelingswet 1954.
4.De reconstructie-commissie kan onder goedkeuring van gedeputeerde
staten afwijken van het bepaalde in het derde lid in het belang van de
totstandkoming van een doelmatige reconstructie.
Artikel 15
1.Behoudens de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II heeft
iedere eigenaar aanspraak op het verkrijgen van een recht van dezelfde
aard, als hij had op in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken, op
de voet van het in de volgende leden bepaalde.
2.De totale waarde van alle in Midden-Delfland gelegen onroerende
zaken wordt tot een maximum van vijf procent verminderd met de waarde
der onroerende zaken, opgenomen in het plan van wegen en waterlopen en
in het landschapsplan.
3.De aan een eigenaar toe te delen waarde in kavels staat tot de na
toepassing van het tweede lid verkregen totale waarde, als de waarde
van zijn in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken tot de waarde van
alle in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken.
4.Van de bepaling van het derde lid mag worden afgeweken, indien
zij de totstandkoming van een behoorlijke reconstructie in de weg zou
staan. Deze afwijking mag, tegen de wil van de eigenaar of van degene,
die op de onroerende zaak een recht van hypotheek of van grondrente
heeft, niet meer bedragen dan vijf ten honderd van de waarde, waarop
de eigenaar ingevolge het derde lid aanspraak heeft.
Artikel 16
Onder waarde wordt in artikel 15 verstaan, de waarde bedoeld in
artikel 49, eerste lid, zoals deze op grond van de schatting is komen
vast te staan. Indien evenwel ten gevolge van de in artikel 46 genoemde
werkzaamheden een waardeverandering ontstaat, kan de
reconstructie-commissie hiermede bij de toedeling rekening houden. Op
verzoek van de eigenaar vindt echter verrekening in geld plaats op
grondslag van die waarde-verandering, voor zover het belang van de
reconstructie zich hiertegen niet verzet.
Artikel 17
Het verschil tussen de waarde der van de eigenaar in Midden-Delfland
gelegen onroerende zaken en de waarde van de hem toegedeelde onroerende
zaken, zoals deze overeenkomstig artikel 92 is vastgesteld, wordt in
geld verrekend.
Artikel 18
1.De eigenaar, die zulks vóór een door Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te bepalen tijdstip schriftelijk
aan de reconstructie-commissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van
het bepaalde in artikel 15, algehele vergoeding in geld.
2.De reconstructie-commissie maakt het in het eerste lid bedoelde
tijdstip bekend in de Staatscourant, in ten minste twee nieuwsbladen,
die in de streek worden verspreid, en in de gemeenten op de aldaar
gebruikelijke wijze.
3.Zodra de lijst van rechthebbenden te zijnen aanzien vaststaat
ontvangt de in het eerste lid bedoelde eigenaar, die schriftelijk
afstand heeft gedaan van het gebruik van de hem toebehorende
onroerende zaak, op zijn verzoek een voorschot op de algehele
vergoeding in geld.
4.Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de eigenaar
door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de
reconstructie-commissie.
5.De reconstructie-commissie is bevoegd te bepalen, dat een
eigenaar, in afwijking van het bepaalde in artikel 15 algehele
vergoeding in geld zal ontvangen, wanneer de waarde van de hem in
Midden-Delfland gelegen onroerende zaken zo gering is, dat de
toepassing van artikel 15 zou leiden tot de vorming van een niet
behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij
het verkrijgen van een zodanige kavel.
Artikel 19
Elke kavel moet zó worden gevormd, dat hij:
1. uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk
daaraan belendt;
2. zo nodig en mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke afwatering
en watervoorziening heeft.
Afdeling 3. Bepalingen omtrent pacht
Artikel 20
1.Behoudens de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II van
deze wet heeft iedere pachter van in Midden-Delfland gelegen
onroerende zaken recht op het in pacht verkrijgen van een waarde in
kavels naar dezelfde maatstaven als in artikel 15 voor de toedeling in
eigendom bepaald.
2.De reconstructie-commissie kan een bestaande pachtverhouding
opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan
een verpachter een pachter uit de in het eerste lid bedoelde pachters
kan worden toegewezen.
3.De reconstructie-commissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een
nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal
gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de
wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij
draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en
de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde
aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden
ontlenen.
4.Het bepaalde in artikel 18 is ten aanzien van de pachter van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
1.Op het recht, als bedoeld in het eerste lid van artikel 20, kan
de pachter slechts aanspraak maken, indien de pachtovereenkomst aan de
reconstructie-commissie ter registratie is ingezonden.
2.De inzending ter registratie dient plaats te vinden binnen dertig
dagen na een door de reconstructie-commissie te bepalen tijdstip, of,
indien de pachtovereenkomst na deze dag is aangegaan, binnen dertig
dagen na het aangaan van de overeenkomst, doch uiterlijk tot een door
de reconstructie-commissie vast te stellen tijdstip. Deze tijdstippen
worden ter openbare kennis gebracht in ten minste twee nieuwsbladen,
die in de streek verspreid worden, en in de gemeenten op de aldaar
gebruikelijke wijze.
3.Van de registratie wordt door de reconstructie-commissie een
bewijs afgegeven.
Artikel 22
1.De reconstructie-commissie zendt aan de wederpartij van degene,
die een pachtovereenkomst ter registratie heeft ingezonden, bij
aangetekende brief bericht van de inzending ter registratie.
2.De wederpartij kan zijn bezwaren tegen de registratie binnen
veertien dagen na de dagtekening van de in het vorige lid bedoelde
brief schriftelijk aan de reconstructie-commissie kenbaar maken.
Artikel 23
1.Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel
22 bezwaren zijn kenbaar gemaakt, stelt de reconstructie-commissie
onder vastlegging van die bezwaren bij aangetekende brief partijen
ervan in kennis, dat binnen dertig dagen na de dagtekening van deze
brief bij de reconstructie-commissie dient te worden ingezonden,
hetzij een door beide partijen ondertekende akte, waaruit blijkt, dat
overeenstemming is verkregen, hetzij een gewaarmerkt afschrift van het
verzoekschrift, waarbij de meest gerede partij de beslissing van de
pachtkamer van de rechtbank heeft ingeroepen. De waarmerking van het
afschrift geschiedt door de griffier van de rechtbank.
2.Indien de reconstructie-commissie bevindt, dat met betrekking tot
de ter registratie ingezonden pachtovereenkomst artikel 318, eerste
lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet in acht is genomen
draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de
beslissing van de grondkamer in te roepen en binnen dertig dagen na de
dagtekening van deze brief een door de secretaris van de grondkamer
gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden.
3.Indien de reconstructie-commissie bevindt, dat met betrekking tot
de ter registratie ingezonden pachtovereenkomst artikel 317, eerste
lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet in acht genomen is,
draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de
beslissing van de pachtkamer van de rechtbank in te roepen en binnen
dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de griffier van
de rechtbank gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te
zenden.
4.Indien aan het bepaalde in de vorige leden geen gevolg is
gegeven, is de reconstructie-commissie bevoegd met het bestaan der
pachtovereenkomst geen rekening te houden.
5.De grondkamer en de pachtkamer van de rechtbank en in beroep de
Centrale Grondkamer en de pachtkamer van het Gerechtshof te Arnhem
behandelen de verzoeken en vorderingen bedoeld in deze wet vóór alle
andere zaken.
Artikel 24
De reconstructie-commissie deelt binnen veertien dagen, nadat het
plan van toedeling is komen vast te staan, aan de grondkamer mede, welke
pachtverhoudingen gehandhaafd, welke opgeheven en welke opnieuw
gevestigd zijn, onder vermelding van de namen en woonplaatsen van
partijen in de pachtverhoudingen, de onroerende zaken, waarop deze
betrekking hebben, en de bepalingen op grond van artikel 20 inzake de
duur en de verlengbaarheid der uit de gevestigde pachtverhoudingen
voorvloeiende pachtovereenkomsten.
Artikel 25
1.De grondkamer ontwerpt de pachtovereenkomsten, welke uit de
gevestigde pachtverhoudingen voortvloeien en neemt daarin op de in het
derde lid van artikel 20 bedoelde bepalingen.
2.Indien ingevolge het bepaalde in artikel 20 een overeenkomst,
geldende voor kortere dan de wettelijke duur, verlengbaar zal zijn,
doet de grondkamer daarvan blijken door een op de ontwerp-overeenkomst
gestelde en door haar ondertekende verklaring.
3.De grondkamer zendt de ontwerp-pachtovereenkomsten aan hen, die
daarbij partij zullen zijn en stelt hen in de gelegenheid binnen
dertig dagen na de toezending de ondertekende overeenkomst aan de
grondkamer te doen toekomen. Betrokkenen kunnen de door hen
overeengekomen pachtprijs alsmede bijzondere bepalingen in de
overeenkomst opnemen.
4.Op de in het vorige lid bedoelde pachtovereenkomsten vinden de
bepalingen van de titel 7.5 van het Burgerlijk Wetboek toepassing, met
dien verstande, dat de grondkamer niet treedt in de beoordeling van de
bepalingen der overeenkomst, welke voortvloeien uit de
pachtverhouding, zoals deze door het plan van toedeling is komen vast
te staan.
Artikel 26
Indien partijen niet binnen de in het derde lid van artikel 25
gestelde termijn tot inzending van de getekende pachtovereenkomst bij de
grondkamer zijn overgegaan, maakt de grondkamer een akte in drievoud op,
gelijkluidend aan de aan partijen gezonden ontwerp-pachtovereenkomst, en
bepaalt daarin de pachtprijs. De grondkamer ondertekent de akte en zendt
een exemplaar daarvan bij aangetekende brief aan ieder der partijen toe.
Artikel 27
1.De akte heeft dezelfde kracht als een tussen partijen gesloten,
door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst.
2.Het opmaken en ondertekenen van de akte is een beschikking van de
grondkamer, waartegen partijen beroep kunnen instellen. Het beroep
moet worden ingesteld binnen dertig dagen na de verzending van de in
artikel 26 bedoelde aangetekende brief.
3.De Centrale Grondkamer, beslissende op een beroep als bedoeld in
het tweede lid, kan de akte wijzigen, met uitzondering van bepalingen,
welke voortvloeien uit de pachtverhouding, zoals deze door het plan
van toedeling is komen vast te staan.
Artikel 28
1.Partijen in een gehandhaafde pachtverhouding, zenden, indien de
pachtovereenkomst ten gevolge van de reconstructie gewijzigd of door
een nieuwe vervangen moet worden, binnen dertig dagen, nadat het plan
van toedeling is komen vast te staan, een desbetreffende overeenkomst
ter goedkeuring bij de grondkamer in.
2.De nieuwe overeenkomst eindigt op hetzelfde tijdstip als waarop
de overeenkomst, waarvoor zij in de plaats treedt, zou zijn
geëindigd. Indien laatstbedoelde overeenkomst voor de wettelijke duur
gold, tekent de grondkamer op de nieuwe overeenkomst aan, dat deze
verlengbaar zal zijn.
3.Indien aan het bepaalde, in het eerste lid niet is voldaan,
vinden op verzoek van de meest gerede partij de artikelen 26 en 27
overeenkomstige toepassing.
Artikel 29
1.Alle pachtovereenkomsten, welke ingevolge de bepalingen van deze
afdeling tot stand komen, treden van rechtswege in werking op het
tijdstip, waarop de in artikel 89 bedoelde akte in de openbare
registers wordt ingeschreven. Op hetzelfde tijdstip eindigen de
pachtovereenkomsten, voor welke de eerstgenoemde pachtovereenkomsten
in de plaats treden.
2.Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing
ten aanzien van de rechtsverhoudingen, geregeld bij een akte als
bedoeld in artikel 26.
Afdeling 4. Bepalingen omtrent andere rechten
Artikel 30
1.De beperkte rechten, het recht van huur en de lasten welke met
betrekking tot de onroerende zaken, gelegen in Midden-Delfland,
bestaan, worden geregeld of opgeheven onder regeling van de geldelijke
gevolgen daarvan.
2.In het belang der reconstructie kunnen beperkte rechten worden
gevestigd.
3.De hypotheken gaan met behoud van haar rang over op de kavels of
gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak,
waarop zij rusten, worden toegedeeld. In de gevallen, voorzien in
artikel 18, oefenen de hypotheekhouder en degene, die op de zaak een
recht van grondrente had, hun rechten uit op de wijze, als omschreven
in artikel 43 van de Onteigeningswet.
4.Conservatoire en executoriale beslagen gaan over de op de kavels
of gedeelten van kavels, welke in de plaats van de onroerende zaak,
waarop zij gelegd zijn, worden toegedeeld, alsmede op de geldsommen,
welke in de plaats van kavels of ter zake van onderbedeling worden
toegekend.
Afdeling 5. Het reconstructieprogramma
Artikel 31
Voor Midden-Delfland wordt een reconstructieprogramma vastgesteld,
inhoudende de uitgangspunten voor de reconstructie, bedoeld in artikel
2, een omschrijving van de voor de verwezenlijking van die reconstructie
aan te wenden middelen, alsmede de uitgangspunten voor een verdeling van
de kosten van de reconstructie.
Artikel 32
1.De reconstructie-commissie stelt een voorontwerp voor het
reconstructieprogramma voorlopig vast en maakt dit alom in
Midden-Delfland bekend onder vermelding van het adres, alwaar ter zake
inlichtingen kunnen worden ingewonnen.
2.De reconstructie-commissie verschaft gedurende ten minste drie
maanden nadien gelegenheid zienswijzen en denkbeelden over het
voorontwerp naar voren te brengen en daarover zowel onderling als met
vertegenwoordigers van de reconstructie-commissie van gedachten te
wisselen. Van dit overleg en de uitkomsten daarvan wordt een rapport
opgemaakt.
3.Het rapport wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking,
bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een
overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en
een uiteenzetting, in hoeverre daarmede al dan niet rekening is
gehouden bij de vaststelling van het in het volgende lid bedoelde
voorontwerp van het reconstructieprogramma.
4.De reconstructie-commissie stelt het voorontwerp voor het
reconstructieprogramma vast en zendt het met het in het vorige lid
bedoelde rapport aan gedeputeerde staten.
Artikel 33
1.Gedeputeerde staten leggen het voorontwerp van het
reconstructieprogramma met het rapport gedurende een maand ter
kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter
secretarie van de gemeenten in Midden-Delfland.
2.Gedeputeerde staten doen van de tervisielegging tevoren openbare
kennisgeving in de Nederlandse
Staatscourant, in tenminste twee
nieuwsbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op
de aldaar gebruikelijke wijze.
Artikel 34
1.Binnen veertien dagen na de laatste dag waarop de in artikel 33,
eerste lid, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan een ieder
schriftelijk bedenkingen naar voren brengen bij provinciale staten.
2.Deze bevoegdheid wordt in de kennisgeving, bedoeld in artikel 33,
tweede lid, vermeld.
Artikel 35
1.Provinciale staten stellen binnen vier maanden na het verstrijken
van de in het eerste lid van het vorige artikel bedoelde termijn het
reconstructieprogramma in ontwerp vast, waarbij zij zodanig acht slaan
op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen.
Indien provinciale staten voornemens zijn af te wijken van het
voorontwerp, winnen zij advies in van de reconstructie-commissie.
Provinciale staten leggen hun standpunt ten aanzien van de naar voren
gebrachte bedenkingen in een rapport vast.
2.Gedeputeerde staten zenden het door provinciale staten in ontwerp
vastgestelde reconstructieprogramma met het in artikel 32, derde lid,
bedoelde rapport en de in artikel 34, eerste lid, bedoelde bedenkingen
alsmede het in het vorige lid bedoelde rapport onverwijld aan Onze
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 36
1.Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij stellen,
gehoord in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en
Waterstaat en van Financiën het reconstructieprogramma vast binnen
zes maanden nadat Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer het vastgestelde ontwerp met de bijlagen
heeft ontvangen. Voor zover Onze Ministers bij de vaststelling
afwijken van het ontwerp zoals dit door provinciale staten is
vastgesteld, vermeldt de motivering van hun besluit in ieder geval de
redenen daarvoor. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer doet hiervan schriftelijk mededeling aan
gedeputeerde staten uiterlijk veertien dagen nadat het in dit lid
bedoelde besluit is genomen.
2.Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer deelt het standpunt van Onze, in het vorige lid bedoelde,
Ministers naar aanleiding van de naar voren gebrachte bedenkingen en
het in het eerste lid van artikel 35 bedoelde rapport schriftelijk aan
degenen die bedenkingen naar voren hebben gebracht mede uiterlijk
veertien dagen nadat het in dat lid bedoelde besluit is genomen.
3.Het reconstructieprogramma ligt ter provinciale griffie en ter
secretarie van de gemeenten in Midden-Delfland, voor een ieder ter
kosteloze inzage. Gedeputeerde staten doen van de terinzagelegging
tevoren openbare kennisgeving in de Nederlandse Staatscourant, in ten
minste twee nieuwsbladen die in de streek worden verspreid en in de
gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.
Artikel 37
Het reconstructieprogramma kan worden gewijzigd. De artikelen 32-36
zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 38
Het reconstructieprogramma dient als grondslag voor het plan van
voorzieningen. Een overeenkomstig de artikelen 32-36 in gang gezette
procedure tot wijziging van het reconstructieprogramma ontneemt aan het
tot dan toe geldende programma, voorzover niet tot voorwerp van
wijziging gemaakt, niet de betekenis van grondslag voor het plan van
voorzieningen.
Afdeling 6. Het plan van voorzieningen en de uitvoering van werken
Artikel 39
1.Voor Midden-Delfland wordt een plan van voorzieningen
vastgesteld.
2.Het plan van voorzieningen bevat de te treffen voorzieningen, die
kunnen bestaan in:
a. wijzigingen in het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en
kaden met de daartoe behorende kunstwerken;
b. de landschappelijke verzorging en de veiligstelling en
ontwikkeling van natuurgebieden;
c. de aanleg van utiliteitswerken;
d. de uitvoering van werken ten behoeve van de recreatie en van
andere werken in het belang van de reconstructie.
3.Door of namens Onze in artikel 3, tweede lid, genoemde Ministers
kan worden bepaald, dat door of namens hen aangewezen voorzieningen
van openbaar belang slechts in het plan van voorzieningen worden
opgenomen, indien tussen de reconstructie-commissie en het betreffende
openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke
bijdrage van het lichaam in de kosten van de uitvoering van het plan
van voorzieningen.
Artikel 40
De reconstructie-commissie stelt een ontwerp voor het plan van
voorzieningen of een gedeelte hiervan vast en onderwerpt dit, vergezeld
door een kaart, waarop de te treffen voorzieningen zo nauwkeurig
mogelijk zijn aangegeven, aan de instemming van Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel 41
1.Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij beslist
binnen zes maanden omtrent zijn instemming met het ontwerp.
2.Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij brengt de
beslissing ter kennis van de reconstructie-commissie.
3.De reconstructie-commissie zendt het ontwerp waarmee is ingestemd
met de kaart aan gedeputeerde staten.
Artikel 42
1.Gedeputeerde staten leggen het goedgekeurde ontwerp, bedoeld in
het derde lid van het vorige artikel, en de kaart gedurende een maand
ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en
ter secretarie van de gemeenten in Midden-Delfland.
2.Gedeputeerde staten doen van de tervisielegging tevoren openbare
kennisgeving in de Staatscourant, in ten minste twee nieuwsbladen, die
in de streek worden verspreid, en in de gemeenten op de aldaar
gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennisgeving bij aangetekende
brief aan de bekende belanghebbenden.
3.Op het niet ontvangen van de bijzondere kennisgeving kan geen
beroep worden gedaan.
Artikel 43
1.Binnen veertien dagen na de laatste dag, waarop de in artikel 42,
eerste lid, bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan een ieder
zijn bedenkingen schriftelijk bij gedeputeerde staten naar voren
brengen.
2.Deze bevoegdheid wordt in de kennisgeving bedoeld in artikel 42
vermeld.
Artikel 44
1.Gedeputeerde staten stellen het plan van voorzieningen of een
gedeelte hiervan binnen drie maanden vast, waarbij zij zodanig acht
slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten
doen. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het
ontwerp, bedoeld in het derde lid van artikel 41, winnen zij advies in
bij de Centrale Cultuurtechnische Commissie, de
Natuurwetenschappelijke Commissie en de Coördinatiecommissie
Openluchtrecreatie. Vaststelling in afwijking van dit advies geschiedt
niet dan nadat Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
daarin heeft toegestemd. De toestemming kan worden onthouden wegens
strijd met het recht of het algemeen belang.
2.Het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan ligt,
vergezeld door de kaart, ter provinciale griffie en ter secretarie van
de gemeenten in Midden-Delfland, voor een ieder ter kosteloze inzage.
Gedeputeerde staten doen van de terinzagelegging tevoren openbare
kennisgeving in de Nederlandse Staatscourant, in ten minste twee
nieuwsbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op
de aldaar gebruikelijke wijze.
Artikel 45
Het plan van voorzieningen of een gedeelte hiervan kan worden
gewijzigd. De artikelen 40-44 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 46
1.Zodra gedeputeerde staten het plan van voorzieningen of een
gedeelte hiervan hebben vastgesteld, kan de reconstructie-commissie de
uitvoering hiervan ter hand nemen.
2.Gedeputeerde staten kunnen, in overeenstemming met de
reconstructie-commissie bepalen, dat met name genoemde werken worden
uitgevoerd door de door hen aan te wijzen openbare lichamen of andere
rechtspersonen.
3.Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas
worden gekapt; zoden, aarde, grind en andere specie kunnen aan de
terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd.
4.Gronden kunnen worden drooggelegd, ontgonnen, herontgonnen,
begreppeld of gedraineerd, tijdelijk geëxploiteerd en tijdelijk in
gebruik gegeven, in welk laatste geval de ter zake van pacht geldende
wettelijke bepalingen niet toepasselijk zijn.
5.De bepalingen van de Ontgrondingenwet zijn niet van toepassing op
de uitvoering van het plan van voorzieningen.
6.Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd
of herbouwd, indien naar het oordeel der reconstructie-commissie het
belang der reconstructie zulks vordert.
7.De schade, welke een rechtstreeks gevolg is van het in het eerste
tot en met het vierde lid en het in het zesde lid bepaalde, wordt door
het Rijk vergoed. Aan de belanghebbende wordt op zijn verzoek een
voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het
voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de
rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de reconstructie-commissie.
8.De eigenaren en gebruikers zijn verplicht te gedogen, dat het in
het eerste tot en met het vierde lid en het in het zesde lid bepaalde
wordt uitgevoerd en dat daartoe hun terreinen worden betreden.
9.Indien nodig, wordt de tussenkomst ingeroepen van de burgemeester
of van de kantonrechter op wiens bevel de uitvoering en het betreden
van de terreinen, als bedoeld in het vorig lid, desnoods met behulp
van de sterke arm, worden mogelijk gemaakt.
Afdeling 7. De vaststelling van de rechten en van de schatting
Artikel 47
De reconstructie-commissie stelt een zo volledig mogelijke lijst
samen van de rechthebbenden met de vermelding van de aard en de omvang
van ieders recht.
Artikel 48
1.De reconstructie-commissie benoemt de schatters, die onder haar
leiding de in Midden-Delfland gelegen onroerende zaken zullen
schatten.
2.De reconstructie-commissie verdeelt het werk der schatters; dezen
treden steeds in oneven getale op.
Artikel 49
1.De Centrale Cultuurtechnische Commissie ontwerpt een stelsel van
classificatie van de grond en bepaalt van elke klasse de waarde per
hectare, welke als grondslag voor de toedeling zal dienen. Zij bepaalt
tevens de grondslagen voor de bepaling van de verandering in waarde
als gevolg van de reconstructie. Andere dan agrarische factoren
blijven bij de schatting buiten beschouwing.
2.De Centrale Cultuurtechnische Commissie maakt van deze
verrichtingen een proces-verbaal van classificatie op.
3.De schatters delen de grond aan de hand van het proces-verbaal
van classificatie in klassen in.
Artikel 50
1.De door de reconstructie-commissie samengestelde lijst van
rechthebbenden, het in artikel 49, tweede lid, bedoelde
proces-verbaal, een register van uitkomsten der schattingen en een
kaart, waarop de klassegrenzen staan aangegeven, worden, na instemming
daarmee door de Centrale Cultuurtechnische Commissie, door de
reconstructie-commissie gedurende een maand ter kosteloze inzage van
een ieder neergelegd op een door de reconstructie-commissie te bepalen
plaats.
2.Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving op de wijze
in artikel 42 voorgeschreven, alsmede bijzondere kennisgeving bij
aangetekende brief aan de bekende belanghebbenden.
3.Op het niet-ontvangen van de bijzondere kennisgeving kan geen
beroep worden gedaan.
4.De lijst van rechthebbenden wordt in haar geheel of in uittreksel
tegen betaling der kosten verkrijgbaar gesteld.
Artikel 51
1.Binnen veertien dagen na de laatste dag, waarop de in artikel 50
bedoelde stukken ter inzage hebben gelegen, kan iedere belanghebbende
zijn bezwaren tegen de toekenning en omschrijving van rechten op de
lijst van rechthebbenden en tegen de schatting schriftelijk bij de
reconstructie-commissie indienen.
2.Deze bevoegdheid wordt in de kennisgevingen bedoeld in artikel 50
vermeld.
3.Na verloop van de in het eerste lid bepaalde termijn kunnen
slechts zij als rechthebbenden worden erkend die voorkomen op de lijst
van rechthebbenden of die tegen de daarop voorkomende toekenning of
omschrijving van rechten bezwaren hebben ingediend of hun
rechtverkrijgenden.
Artikel 52
1.Voor zover daartegen binnen de termijn en op de wijze in het
vorig artikel bepaald, geen bezwaren zijn ingediend, staan de rechten,
zoals zij op de lijst van rechthebbenden zijn omschreven en toegekend,
en de uitkomsten van de schattingen vast. Daarvan maakt de
reconstructie-commissie proces-verbaal op.
2.Afschrift van de aldus vastgestelde lijst van rechthebbenden
zendt zij aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het
kadaster en de openbare registers.
Artikel 53
1.De reconstructie-commissie onderzoekt de tijdig ingediende
bezwaren en tracht daaromtrent overeenstemming te bereiken.
2.Voor zover overeenstemming wordt verkregen, vinden de bepalingen
van het vorige artikel overeenkomstige toepassing.
Artikel 54
Voor zover geen overeenstemming wordt verkregen, of voor zover de
reconstructie-commissie van oordeel is, dat de bezwaren niet tijdig zijn
ingediend maakt zij omtrent die bezwaren en het daaromtrent verhandelde
proces-verbaal op.
Artikel 55
De reconstructie-commissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift
van de lijst van rechthebbenden en van de krachtens de artikelen 52, 53
en 54 opgemaakte processen-verbaal aan de rechter-commissaris.
Artikel 56
1.Indien de rechter-commissaris een proces-verbaal als bedoeld in
artikel 55 ontvangt, bepaalt hij terstond tijd en plaats der
bijeenkomst, waarop de belanghebbenden bij de in het proces-verbaal
vermelde bezwaren voor hem kunnen verschijnen. Hij doet hiervan
mededeling aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie en aan de
reconstructie-commissie.
2.Zij die de bezwaren hebben ingediend en de op de lijst van
rechthebbenden voorkomende, bekende belanghebbenden bij die bezwaren
worden door de rechter-commissaris bij aangetekende brief opgeroepen
om in persoon of bij schriftelijk gemachtigde de bijeenkomst bij te
wonen.
3.In de oproeping wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg door
de wet aan het niet bijwonen der bijeenkomst en aan het vaststellen
van de lijst van rechthebbenden verbonden.
4.De bijeenkomst wordt niet gehouden dan nadat ten minste veertien
dagen na het verzenden der oproepingen zijn verstreken.
5.Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden
gedaan.
Artikel 57
1.Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder
voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de
griffier der rechtbank.
2.De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van de
Centrale Cultuurtechnische Commissie, één of meer vertegenwoordigers
van de reconstructie-commissie, door de aan deze toegevoegde ingenieur
van het kadaster of diens plaatsvervanger.
3.Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen,
verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere
oproeping zal worden gezonden.
4.Tijdens de bijeenkomst worden eerst de toekenningen en de
vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van
het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de
rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op, waarvan hij
afschrift zendt aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie.
5.Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op de
bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld,
worden geacht hun bezwaren te hebben ingetrokken.
6.Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die
binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief,
gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de
bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid
van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen
termijn aan deze aannemelijk maken.
Artikel 58
1.Voor zover omtrent de toekenning, de aard en de omvang der
rechten overeenstemming is verkregen, dan wel het in het vijfde lid
van het vorige artikel bedoelde geval zich voordoet, staan de rechten
vast. De rechter-commissaris zendt een afschrift van de aldus
vastgestelde lijst van rechthebbenden aan het desbetreffende kantoor
van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.
2.Partijen, tussen wie geen overeenstemming is verkregen, worden
voor zover haar geschil niet reeds aanhangig is, door de
rechter-commissaris naar een door hem te bepalen zitting van de
rechtbank verwezen. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding.
Artikel 59
1.Voor zover overeenstemming wordt verkregen omtrent de
schattingen, staan deze vast.
2.Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de
rechter-commissaris de zaak naar een nader te bepalen zitting van de
rechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding.
3.De rechtbank behandelt de zaken betreffende de toekenning en de
vaststelling van de rechten en de schattingen vóór elke andere met
uitzondering van die betreffende onteigening.
Artikel 60
1.Ten dage dienende geven zij, wier zaken ingevolge het bepaalde in
artikel 58, tweede lid, verwezen zijn, de gronden hunner beweringen en
de middelen tot staving daarvan op bij conclusie, door een advocaat
getekend. Afschrift der conclusie wordt ter terechtzitting aan de
advocaat der wederpartij gegeven.
2.Op een uiterlijk veertien dagen hierna te stellen, door de
rechtbank te bepalen dag kunnen partijen haar conclusies bij pleidooi
door een advocaat doen toelichten.
Artikel 61
1.Uiterlijk dertig dagen na de dienende dag of, indien één dag
voor pleidooi wordt vastgesteld, na de daarvoor bepaalde dag doet de
rechtbank uitspraak.
2.Tegen de uitspraak is geen verzet noch enige andere voorziening
dan die in cassatie toegelaten.
Artikel 62
1.De cassatie wordt ingesteld binnen dertig dagen te rekenen van de
dag, waarop het vonnis is uitgesproken.
2.Zij geschiedt door een verklaring ter griffie van de rechtbank,
die het vonnis heeft gewezen.
3.Deze verklaring wordt binnen veertien dagen met een ontwikkeling
van de gronden der cassatie aan de tegenpartij betekend en gaat
vergezeld van dagvaarding tegen de eerstvolgende, voor de behandeling
van burgerlijke zaken bestemde, terechtzitting na de in het volgende
lid bepaalde termijn.
4.De tegenpartij is bevoegd te antwoorden binnen veertien dagen na
de betekening ingevolge het vorige lid.
5.In de genoemde terechtzitting nemen de partijen haar conclusies,
desverkiezende bij pleidooi, mits in dezelfde terechtzitting, nader te
ontwikkelen.
6.Het Openbaar Ministerie neemt zijn conclusie uiterlijk veertien
dagen na de terechtzitting.
7.Uiterlijk zes weken na de terechtzitting doet de Hoge Raad
uitspraak.
Artikel 63
Zodra omtrent alle geschillen over de rechten betreffende de in
Midden-Delfland gelegen onroerende zaken onherroepelijk is beslist,
wordt de lijst van rechthebbenden door de rechtbank gesloten.
Artikel 64
Nadat alle rechten betreffende de bij de reconstructie betrokken
onroerende zaken vaststaan, worden zij met wie geen overeenstemming
omtrent de schattingen is verkregen, alsmede de Centrale
Cultuurtechnische Commissie, de reconstructie-commissie en de aan deze
toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger
opgeroepen om te verschijnen op een door de rechtbank bepaalde zitting.
Artikel 65
1.Ten dage dienende lichten zij, met wie geen overeenstemming is
verkregen, hun standpunt hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk
gemachtigde, mondeling toe.
2.De rechtbank hoort de vertegenwoordigers der Centrale
Cultuurtechnische Commissie en der reconstructie-commissie en de aan
deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
3.Uiterlijk dertig dagen na het in het tweede lid genoemde verhoor
doet de rechtbank uitspraak.
4.Indien deze uitspraak van invloed is op de uitkomsten van andere
schattingen, is de rechtbank bevoegd die uitkomsten te wijzigen.
5.Het register van de uitkomsten der schattingen wordt door de
rechtbank gesloten.
Artikel 66
Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch enige andere
voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de
procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich, in het belang der wet, in
cassatie te voorzien.
Artikel 67
1.Voor een geding, voortvloeiende uit een verwijzing door de
rechter-commissaris, als bedoeld in artikel 58, tweede lid, en in
artikel 59, tweede lid, is alleen door de belanghebbende, met wie geen
overeenstemming is verkregen, vast recht als bedoeld in de Wet
tarieven in burgerlijke zaken verschuldigd.
2.De kosten van het geding als bedoeld in het eerste lid, komen ten
laste van de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is
verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld; ten laste van het
Rijk indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe
termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten
geheel of voor een deel compenseren.
Artikel 68
Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van de uitkomsten
der schattingen zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan
kennis aan de Centrale Cultuurtechnische Commissie en aan de
reconstructie-commissie; hij zendt een afschrift van de lijst van
rechthebbenden aan de reconstructie-commissie en aan het desbetreffende
kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.
Afdeling 8. Openstelling voor het openbaar verkeer van wegen;
eigendom, beheer en onderhoud van wegen, waterlopen, dijken, kaden en
kunstwerken; eigendom van onroerende zaken, van belang voor de
landschappelijke verzorging
Artikel 69
1.De reconstructie-commissie brengt het plan van wegen en
waterlopen en het landschapsplan in kaart.
2.Het plan van wegen en waterlopen bevat het stelsel van wegen,
waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken zoals
dat na uitvoering van het plan van voorzieningen en overeenkomstig de
door de reconstructie-commissie vastgestelde afmetingen in
Midden-Delfland aanwezig zal zijn.
3.Het landschapsplan bevat de kavels die voor de landschappelijke
verzorging van belang zijn.
4.De reconstructie-commissie doet de plannen aan de Centrale
Cultuurtechnische Commissie toekomen, die deze in hun geheel of bij
gedeelten zendt aan gedeputeerde staten, vergezeld door haar advies en
door een voorstel over de toewijzing in eigendom, beheer en onderhoud.
Artikel 70
Gedeputeerde staten stellen het plan van wegen en waterlopen en het
landschapsplan geheel of bij gedeelten vast en zenden aan de
belanghebbende openbare lichamen, aan de Centrale Cultuurtechnische
Commissie en aan de reconstructie-commissie een afschrift van hun
besluiten met de daarbij behorende kaarten.
Artikel 71
Wegen met de daartoe behorende kunstwerken welke voorheen voor het
openbaar verkeer waren opengesteld en niet in het plan van wegen en
waterlopen worden opgenomen, worden in afwijking van het bepaalde in de
artikelen 8 en 9 van de Wegenwet door het enkele feit van de
niet-opneming aan het openbaar verkeer onttrokken. Aan wegen met de
daartoe behorende kunstwerken, welke in het plan van wegen en waterlopen
worden opgenomen maar die voorheen niet voor het openbaar verkeer waren
opengesteld, wordt in afwijking van het bepaalde in de artikelen 4 en 5
van de Wegenwet door het enkele feit van de opneming de bestemming van
openbare weg gegeven.
Artikel 72
1.Gedeputeerde staten wijzen de eigendom van de in het plan van
wegen en waterlopen opgenomen wegen en waterlopen met de daartoe
behorende kunstwerken en het beheer en het onderhoud van de in het
plan opgenomen wegen toe aan de naar hun oordeel daarvoor in
aanmerking komende openbare lichamen.
2.Gedeputeerde staten regelen het beheer en het onderhoud van de in
het plan opgenomen waterlopen, dijken en kaden met de daartoe
behorende kunstwerken.
3.Gedeputeerde staten wijzen de eigendom van de in het
landschapsplan opgenomen onroerende zaken toe aan de naar hun oordeel
daarvoor in aanmerking komende openbare lichamen.
4.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen
gedeputeerde staten de eigendom, het beheer en het onderhoud toewijzen
aan een rechtspersoon, niet zijnde een openbaar lichaam, voor zover
deze ook vóór het in werking treden van deze wet, de eigendom, het
beheer en het onderhoud had.
5.Alvorens te besluiten horen gedeputeerde staten de in het eerste
en derde lid bedoelde openbare lichamen en de in het vierde lid
bedoelde rechtspersonen.
6.De eigendom, het beheer en het onderhoud kunnen niet aan het Rijk
worden toegewezen of onttrokken dan nadat Onze betrokken Minister
daarin heeft toegestemd. De toestemming kan worden onthouden wegens
strijd met het recht of het algemeen belang.
Artikel 73
1.Gedeputeerde staten doen van een besluit als bedoeld in artikel
72, eerste, tweede of derde lid, mededeling door toezending van een
afschrift ervan aan de Centrale Landinrichtings-Commissie en aan de
reconstructiecommissie.
2.Tegen een besluit als bedoeld in artikel 72, eerste, tweede of
derde lid, kunnen uitsluitend belanghebbende openbare lichamen beroep
instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
3.Gedeputeerde staten doen van de uitspraak in beroep mededeling
door toezending van een afschrift ervan aan de Centrale
Landinrichtings-commissie en aan de reconstructie-commissie en, indien
de in artikel 89 bedoelde akte van toedeling is ingeschreven in de
openbare registers en door de uitspraak in beroep de eigendom aan een
ander openbaar lichaam of rechtspersoon wordt toegewezen dan in die
akte is vermeld, ter inschrijving in de openbare registers aan het
desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare
registers. Door inschrijving van de uitspraak in beroep in de openbare
registers wordt de in die uitspraak omschreven eigendom verkregen door
de in die uitspraak genoemde openbare lichamen.
Artikel 74
Voor zover het openbaar lichaam voorheen niet was belast met het
beheer en het onderhoud van wegen, waterlopen en kaden met de daartoe
behorende kunstwerken gaan in afwijking van het bepaalde in de artikelen
1 en 2 van de Waterstaatswet 1900 en de artikelen 18a , 19 en 20 van de
Wegenwet het beheer en het onderhoud over door het enkele feit van de
aanwijzing in beheer en onderhoud.
Artikel 75
1.Wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende kunstwerken,
die zijn opgenomen in het plan van wegen en waterlopen, worden met
ingang van de datum van het in artikel 70 bedoelde besluit beschouwd
als in eigendom, beheer en onderhoud aan de provincie Zuid-Holland toe
te komen, zolang gedeputeerde staten nog geen besluit hebben genomen
betreffende de eigendom, het beheer en het onderhoud.
2.Het beheer en het onderhoud der nieuw aangelegde of verbeterde
openbare wegen, waterlopen en kaden met de daartoe behorende
kunstwerken gaan over op de provincie Zuid-Holland of op de door haar
aangewezen beheerders of onderhoudsplichtigen op de tijdstippen waarop
de reconstructiecommissie aan de provincie Zuid-Holland of de op grond
van artikel 72, eerste lid, aangewezen beheerders of
onderhoudsplichtigen heeft verklaard dat de werken zijn voltooid.
Afdeling 9. Het plan van toedeling
Artikel 76
1.Zodra:
a. de processen-verbaal, bedoeld in de artikelen 52, 53 en 54
zijn opgemaakt, en
b. het plan van wegen en waterlopen en het landschapsplan
geheel zijn vastgesteld, en
c. het in het tweede lid van artikel 21 laatstbedoelde tijdstip
is verstreken,
gaat de reconstructie-commissie over tot het opmaken van het plan
van toedeling.
2.De reconstructie-commissie stelt op de door haar bepaalde plaats
en tijd de bekende belanghebbenden in de gelegenheid hun wensen ten
aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken.
Artikel 77
Het plan van toedeling houdt in:
1. de kavelindeling;
2. de toedeling der kavels;
3. de ingevolge artikel 20 gehandhaafde, opgeheven en gevestigde
pachtverhoudingen, onder vermelding van de in het derde lid van
artikel 20 bedoelde bepalingen inzake de duur en de verlengbaarheid
der pachtovereenkomst;
4. de in artikel 30 bedoelde regeling, opheffing of vestiging van
beperkte rechten, het recht van huur en de lasten, welke met
betrekking tot de onroerende zaken bestaan;
5. bepalingen omtrent de ingebruikneming.
Artikel 78
In het plan van toedeling kunnen met toestemming van hen, die bevoegd
zijn te beschikken, ten aanzien van niet in Midden-Delfland gelegen
onroerende zaken regelingen worden opgenomen betreffende grenswijziging,
burenrechten en erfdienstbaarheden.
Artikel 79
1.De reconstructiecommissie zet overeenkomstig het plan van
toedeling de grenzen der kavels uit op het terrein.
2.De reconstructiecommissie legt het plan van toedeling gedurende
een maand voor een ieder ter kosteloze inzage op een door de
reconstructiecommissie te bepalen plaats.
3.De reconstructie-commissie doet van de terinzagelegging tevoren
openbare kennisgeving op de wijze in artikel 42 van deze wet
voorgeschreven, alsmede bijzondere kennisgeving bij aangetekende brief
aan de bekende belanghebbenden.
4.De kennisgeving houdt mededeling in van de bevoegdheid tot
indienen van bezwaren.
5.Op het niet ontvangen van de bijzondere kennisgeving kan geen
beroep worden gedaan.
Artikel 80
Binnen veertien dagen na de laatste dag, waarop het in artikel 79
bedoelde plan van toedeling ter inzage heeft gelegen, kan iedere
belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren bij de reconstructie-commissie
indienen.
Artikel 81
1.Indien binnen de termijn en op de wijze, in het vorige artikel
bepaald, geen bezwaren zijn ingediend staat het plan van toedeling
vast. Hiervan wordt door de reconstructie-commissie proces-verbaal
opgemaakt.
2.Indien binnen de termijn en op de wijze, in het vorig artikel
bepaald, bezwaren zijn ingediend, onderzoekt de
reconstructie-commissie de bezwaren en tracht zij overeenstemming te
verkrijgen; voor zover overeenstemming wordt verkregen vinden de
bepalingen van het vorige lid overeenkomstige toepassing.
3.De reconstructie-commissie zendt zo spoedig mogelijk afschriften
van de processen-verbaal en van de ingediende bezwaarschriften aan de
rechter-commissaris en aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit.
Artikel 82
1.Indien geen overeenstemming is verkregen, bepaalt de
rechter-commissaris de tijd en plaats der bijeenkomst, waarop de
belanghebbenden bij de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor
hem kunnen verschijnen. De rechter-commissaris doet tevoren mededeling
aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan de
reconstructie-commissie en openbare kennisgeving in de Staatscourant.
2.Zij, die bezwaren hebben ingediend en de bekende belanghebbenden
bij die bezwaren worden door de rechter-commissaris bij aangetekende
brief opgeroepen om in persoon of bij schriftelijk gemachtigde de
bijeenkomst bij te wonen.
3.In de oproepingen wordt opmerkzaam gemaakt op het rechtsgevolg,
door de wet aan het niet bijwonen der bijeenkomst verbonden.
4.De bijeenkomst wordt niet gehouden dan nadat ten minste veertien
dagen na het verzenden der oproepingen zijn verstreken.
5.Op het niet ontvangen van de oproeping kan geen beroep worden
gedaan.
Artikel 83
1.Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder
voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de
griffier der rechtbank.
2.De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van
Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een of meer
vertegenwoordigers der reconstructie-commissie en de aan deze
toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
3.Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen verdaagt
de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere oproeping
zal worden gezonden.
4.Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde ter
zitting aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden
geacht die bezwaren te hebben ingetrokken. Daarvan wordt
proces-verbaal opgemaakt.
5.Het vorige lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die
binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief,
gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de
bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid
van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen
termijn aan deze aannemelijk maken.
6.Van het verhandelde maakt de rechter-commissaris proces-verbaal
op waarvan hij afschrift zendt aan Onze Minister van Landbouw, Natuur
en Voedselkwaliteit.
Artikel 84
1.Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de
rechter-commissaris de zaak naar een door hem te bepalen zitting van
de rechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding.
2.De rechtbank behandelt de zaken, betreffende het plan van
toedeling vóór elke andere, met uitzondering van die betreffende
onteigening.
Artikel 85
1.Ten dage dienende lichten zij, wier zaken verwezen zijn, hun
standpunt, hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde
mondeling toe.
2.De rechtbank hoort de vertegenwoordiger van Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een of meer vertegenwoordigers
van de reconstructie-commissie en de aan deze toegevoegde ingenieur
van het kadaster of diens plaatsvervanger.
3.Uiterlijk dertig dagen na het verhoor doet de rechtbank
uitspraak.
4.Indien deze uitspraak van invloed is op het plan van toedeling,
is de rechtbank bevoegd dit plan te wijzigen na de bij de wijziging
betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord.
5.Ten aanzien van de kosten van het geding vindt het in artikel 67
bepaalde overeenkomstige toepassing.
Artikel 86
Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch enige andere
voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de
procureur-generaal bij de Hoge Raad om zich in het belang der wet in
cassatie te voorzien.
Artikel 87
Wanneer ten gevolge van de behandeling van de bezwaren tegen de lijst
van rechthebbenden door de rechter wijzigingen in die lijst worden
aangebracht, alsmede, wanneer ingevolge het bepaalde in artikel 23
wijzigingen worden aangebracht in de registratie, bedoeld in artikel 21,
brengt de rechter de daardoor noodzakelijk geworden wijzigingen in het
plan van toedeling aan.
Artikel 88
Indien de reconstructiecommissie zulks verzoekt, wordt degene, aan
wie krachtens het plan van toedeling enige onroerende zaak in eigendom
of in gebruik toekomt, op bevelschrift van de rechter-commissaris
desnoods door middel van de sterke arm bij voorraad in de macht daarvan
gesteld.
Afdeling 10. De akte van toedeling
Artikel 89
1.Zodra het plan van toedeling vaststaat en de lijst van
rechthebbenden door de rechtbank is gesloten, maakt een door de
reconstructie-commissie aangewezen notaris de akte van toedeling op.
2.In de akte wordt opgenomen een kaart van Midden-Delfland met
aanwijzing van de kavels en de wegen en waterlopen.
3.In de akte worden voorts opgenomen de in artikel 30 bedoelde
regeling, opheffing of vestiging van beperkte rechten en van de lasten
welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan, met uitzondering
van de bepalingen betreffende geldelijke verrekeningen.
4.De omschrijving van de kavels, de wegen en de waterlopen, die op
de in het tweede lid bedoelde kaart zijn afgebeeld en die daarop
voorzien zijn van een nummer, geschiedt door vermelding van het nummer
waarmee zij op die kaart voorkomen. Artikel 20, eerste lid, van de
Kadasterwet is niet van toepassing voor zover het betreft het
vermelden van de aard en de plaatselijke aanduiding, zo deze er is,
van onroerende zaken.
5.In de akte van toedeling worden tevens vermeld de hypotheken en
de beslagen die door de inschrijving van de akte van toedeling niet
meer blijven bestaan.
6.Het bepaalde in de artikelen 18, eerste en vijfde lid, en 24,
tweede lid onder b, en vierde lid, tweede zin, van de Kadasterwet, is
van overeenkomstige toepassing op de akte van toedeling.
Artikel 90
1.De akte van toedeling wordt ondertekend door de
rechter-commissaris en de voorzitter en de secretaris van de
reconstructie-commissie.
2.Zij geldt als titel voor de daarin omschreven rechten. Door de
inschrijving van de akte in de openbare registers worden de daarin
omschreven onroerende zaken en beperkte rechten verkregen.
3.De bewaarder van het kadaster en de openbare registers tekent op
grond van de akte bij elke hypothecaire inschrijving,
onderscheidenlijk bij elke inschrijving van een beslag aan, dat de
hypotheek onderscheidenlijk het beslag in het vervolg zal rusten op de
in de akte aangewezen kavels, of gedeelten daarvan, dan wel op de
rechten waaraan die kavels of gedeelten daarvan zijn onderworpen.
4.De bewaarder van het kadaster en de openbare registers haalt
ambtshalve door de door de inschrijving van de akte van toedeling niet
meer bestaande inschrijvingen van de in artikel 89, vijfde lid,
bedoelde hypotheken en beslagen.
5.De bewaarder van het kadaster en de openbare registers zendt zo
spoedig mogelijk per brief aan elke eigenaar van, alsmede aan elke
beperkt gerechtigde met betrekking tot de onroerende zaak een
kennisgeving van het resultaat van de bijhouding van de
basisregistratie kadaster die op grond van de inschrijving van de akte
plaatsvindt. De brief vermeldt de dag van de verzending alsmede de in
de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens omtrent de
rechten, de rechthebbenden, als bedoeld in de Kadasterwet, de grootte
en de kadastrale aanduiding van de onroerende zaak, waarop de
kennisgeving betrekking heeft. Artikel 56b van de Kadasterwet is niet
van toepassing op de in de eerste zin bedoelde bijhouding.
Artikel 91
Na de inschrijving van de in artikel 89 bedoelde akte wordt hij, aan
wie daarbij enige onroerende zaak in eigendom of gebruik is toegedeeld,
desnoods op bevelschrift van de rechter-commissaris door middel van de
sterke arm, in de macht daarvan gesteld.
Afdeling 11. De tweede schatting en de lijst der geldelijke
regelingen
Artikel 92
1.De reconstructie-commissie geeft, op een tijdstip door haar te
bepalen, aan de schatters, bedoeld in artikel 48, opdracht tot het
schatten van:
a. de waardeveranderingen, bedoeld in de artikelen 9 en 10 voor
zover deze voor verrekening in aanmerking komen en daarmede bij de
schatting, bedoeld in artikel 49 nog geen rekening is gehouden;
b. de verandering van de ingevolge artikel 49 vastgestelde
waarde van iedere kavel als gevolg van de reconstructie;
c. zo nodig de gebouwen, werken en beplantingen;
d. zo nodig de waarde, voor zover deze bepaald wordt door
andere dan agrarische factoren.
2.Bij regeling van Onze Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de
schatting wordt verricht.
Artikel 93
De reconstructie-commissie gaat daarna zo spoedig mogelijk over tot
het opmaken van de lijst der geldelijke regelingen.
Artikel 94
De lijst der geldelijke regelingen houdt in:
1. de uitkomsten der schatting volgens artikel 92, alsmede de
daaruit voortvloeiende geldelijke verrekeningen ten aanzien van de
daarbij betrokken eigenaren;
2. de geldelijke verrekeningen, voortvloeiende uit de toepassing
van de artikelen 15, 16, 17 en 18;
3. de geldelijke verrekeningen, voortvloeiende uit de toepassing
van artikel 20;
4. de bepalingen der geldelijke gevolgen, bedoeld in artikel 30;
5. de krachtens artikel 46, zevende lid, uit te keren
schadevergoedingen;
6. andere toe te kennen schadevergoedingen;
7. de vergoedingen voor zaken welke in verband met de overgang
der onroerende zaken moeten worden verrekend.
Artikel 95
1.De lijst der geldelijke regelingen wordt door de
reconstructie-commissie gedurende een maand voor een ieder ter
kosteloze inzage gelegd op een door de reconstructie-commissie te
bepalen plaats.
2.Het derde tot en met het vijfde lid van artikel 79 zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 96
Binnen dertig dagen na de laatste dag, waarop de in artikel 95
bedoelde lijst van geldelijke regelingen ter inzage heeft gelegen, kan
iedere belanghebbende schriftelijk zijn bezwaren bij de
reconstructie-commissie indienen.
Artikel 97
Voor zover binnen de termijn en op de wijze in het vorige artikel
bepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat de lijst der geldelijke
regelingen vast. Daarvan maakt de reconstructie-commissie een
proces-verbaal op.
Artikel 98
1.De reconstructie-commissie onderzoekt de tijdig ingediende
bezwaren en tracht daaromtrent overeenstemming te bereiken.
2.Voor zover overeenstemming is verkregen vinden de bepalingen van
het vorige artikel overeenkomstige toepassing.
Artikel 99
Voor zover geen overeenstemming wordt verkregen, maakt de
reconstructie-commissie van het omtrent die bezwaren verhandelde
proces-verbaal op.
Artikel 100
De reconstructie-commissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift
van de lijst der geldelijke regelingen en van de in de artikelen 97, 98
en 99 bedoelde processen-verbaal aan de rechter-commissaris.
Artikel 101
1.Indien de rechter-commissaris een proces-verbaal, als bedoeld in
artikel 99, ontvangt, bepaalt hij terstond tijd en plaats van de
bijeenkomst, waarop de in het proces-verbaal vermelde bezwaren voor
hem zullen worden behandeld. Hij doet hiervan mededeling aan Onze
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan de
reconstructie-commissie.
2.Artikel 82, tweede, derde, vierde en vijfde lid, en artikel 83
zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 102
1.Voor zover overeenstemming wordt verkregen omtrent de lijst der
geldelijke regelingen dan wel het overeenkomstig het vierde lid van
artikel 83 bepaalde zich voordoet, staat de lijst vast.
2.Voor zover geschillen blijven bestaan, verwijst de
rechter-commissaris deze naar een door hem te bepalen zitting van de
rechtbank. Deze verwijzing vervangt de dagvaarding.
3.De rechtbank behandelt zaken, betreffende de lijst der geldelijke
regelingen voor elke andere, met uitzondering van die betreffende
onteigening.
Artikel 103
1.Ten dage dienende lichten zij, wier zaken verwezen zijn hun
standpunten hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde
mondeling toe.
2.De rechtbank hoort de vertegenwoordiger van Onze Minister van
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een of meer vertegenwoordigers
van de reconstructie-commissie en de aan deze toegevoegde ingenieur
van het kadaster of diens plaatsvervanger.
3.Uiterlijk dertig dagen na het in het tweede lid genoemde verhoor
doet de rechtbank uitspraak.
4.Indien de uitspraak van invloed is op de lijst van geldelijke
regelingen is de rechtbank bevoegd deze lijst te wijzigen na de bij
wijziging betrokken belanghebbenden daarover te hebben gehoord.
5.De lijst der geldelijke regelingen wordt door de rechtbank
gesloten.
6.Ten aanzien van de kosten van het geding vindt het in artikel 67
bepaalde overeenkomstige toepassing.
Artikel 104
Tegen de uitspraak van de rechtbank is geen verzet noch enige andere
voorziening toegelaten, onverminderd de bevoegdheid van de
procureur-generaal bij de Hoge Raad, om zich, in het belang der wet, in
cassatie te voorzien.
Artikel 105
De lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de rechter is
gesloten, geldt als titel voor de daarin omschreven vorderingen.
Afdeling 11a. Algemene wet bestuursrecht
Artikel 105a
De hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet
van toepassing ten aanzien van de bezwaren, bedoeld in de artikelen 22,
tweede lid, 51, eerste lid, 80 en 96, noch ten aanzien van het beroep,
bedoeld in artikel 27, tweede lid.
Afdeling 12. De kosten
Artikel 106
Ten laste van het Rijk komen alle kosten der reconstructie, voor
zover deze niet ingevolge de bepalingen van deze wet of krachtens
overeenkomst door anderen worden gedragen.
Artikel 107
1.Ter zake van de op grond van artikel 17 door de eigenaren
verschuldigde bedragen rust op de hun toegedeelde kavels onder de naam
van "reconstructierente" een schuldplichtigheid ten behoeve
van het Rijk.
2.De overige door de eigenaren verschuldigde bedragen kunnen, ter
keuze van de eigenaren, ineens worden voldaan dan wel in de
reconstructierente worden begrepen.
Artikel 108
De rente bedraagt zes ten honderd van het volgens artikel 107
verschuldigde bedrag.
Artikel 109 [Vervallen per 01-06-1990]
Artikel 110
De rente is verschuldigd over zesentwintig achtereenvolgende jaren,
te beginnen met het jaar volgende op dat, waarin de reconstructie in de
basisregistratie kadaster is opgenomen.
Artikel 111
1.Bij splitsing van een perceel wordt de rente van de nog niet
ingetreden jaren verdeeld naar verhouding van de grootte van die
percelen volgens de basisregistratie kadaster.
2.Wordt een perceel of een gedeelte van een perceel met andere
grond samengevoegd dan gaat de rente of het betreffende gedeelte van
de rente voor de nog niet ingetreden jaren op het door die
samenvoeging gevormde perceel over.
Artikel 112
1.De rente is verschuldigd door hem, die het genot heeft van het
perceel als bezitter, eigenaar of beperkt gerechtigde.
2.In geval van vruchtgebruik is de eigenaar verplicht de
vruchtgebruiker bij het eindigen van zijn vruchtgebruik te vergoeden
hetgeen deze, in verband met de vermindering van de waarde van de
rente, berekend volgens artikel 115, geacht moet worden voor aflossing
te hebben betaald.
3.In geval van het recht van opstal is de rente slechts
verschuldigd, voor zover zodanig recht niet betreft het leggen en
houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander.
Artikel 113
Het bedrag van de rente wordt door de zorg van het bestuur van de
Dienst voor het kadaster en de openbare registers bij ieder daaraan
onderworpen perceel in de basisregistratie kadaster opgenomen.
Artikel 114
1.De rente wordt geheven en ingevorderd door of vanwege Onze
Minister van Financiën.
2.De heffing en de invordering van de rente geschieden met
toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959,
301) en de Invorderingswet 1990 ( Stb. 221) als ware die rente een
rijksbelasting.
3.De rente wordt geheven bij wege van aanslag. Indien met
betrekking tot een zelfde perceel twee of meer personen renteplichtig
zijn kan de rente bij wege van één aanslag worden geheven ten name
van één van hen.
4.Bezwaar en beroep bedoeld in Hoofdstuk V van de Algemene wet
inzake rijksbelastingen kunnen niet zijn gegrond op de stelling dat
het op grond van artikel 107 verschuldigde bedrag ten onrechte of te
hoog is vastgesteld.
5.Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de
aanslag ten name van één renteplichtige is gesteld kan:
a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten
name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder
rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen;
b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij
meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen
op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders
renteplicht.
6.Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel b, kan bij overeenkomst
worden afgeweken.
Artikel 115
1.Vóór of op 1 juli van elk jaar kan de rente over de nog niet
ingetreden jaren worden afgekocht voor haar waarde op genoemde dag.
2.Ter berekening van die waarde wordt het over een jaar
verschuldigde bedrag geacht op de eerste juli van dat jaar te
verschijnen. De berekening geschiedt voorts naar de rentevoet van 35/8
ten honderd.
3.De verdere bepalingen omtrent de afkoop worden door Onze Minister
van Financiën vastgesteld.
Artikel 116
Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is belast met de
uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk.
Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Artikel 117
De medewerking van de bewaarder van het kadaster en de openbare
registers bij de uitvoering van deze wet geschiedt kosteloos.
Artikel 118
Na beëindiging der werkzaamheden draagt de rechtercommissaris alle
stukken, op de reconstructie betrekking hebbende, over aan Onze Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel 119
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 120
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 121
1.Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Reconstructiewet
Midden-Delfland.
2.Zij treedt in werking op een door Ons nader te bepalen tijdstip,
dat voor verschillende onderdelen van deze wet verschillend kan zijn.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 maart 1977
JULIANA
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
Gruijters
De Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk,
W. Meijer
De Minister van Landbouw en Visserij a.i.,
Boersma
De Minister van Financiën,
W. F. Duisenberg
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Westerterp
De Minister van Justitie,
Van Agt
Uitgegeven de tiende mei 1977
De Minister van Justitie,
Van Agt
Kaart
Midden-Delfland, gewijzigde gebiedsgrens
[Illustratie verwijderd]
|