| |
|
|
|
|
vorige
REGISTRATIEWET
1970
Tekst zoals deze geldt op
16 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Uitvoeringsbeschikking Registratiewet 1970
WET van 24 december 1970, houdende
regeling van de formaliteit van registratie van akten
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de
algemene herziening van de registratie- en de zegelbelasting wenselijk
is de formaliteit van registratie van akten bij een afzonderlijke wet te
regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onder registratie wordt verstaan het vermelden van de gehele of
gedeeltelijke inhoud van akten in registers welke worden gehouden door
daartoe door Onze Minister van Financiën aangewezen inspecteurs van de
rijksbelastingdienst.
Artikel 2
Onder akten worden niet alleen verstaan stukken, opgemaakt om tot
bewijs te dienen, maar ook huiselijke papieren, brieven, kaarten,
tekeningen en andere bescheiden.
Artikel 3
1. Akten van notarissen, welke niet zijn genoemd in artikel 4,
eerste lid, moeten binnen tien dagen na de dag waarop de akten zijn
opgemaakt, door die ambtenaren ter registratie worden aangeboden.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid kan, onder bij
regeling van Onze Minister van Financiën te stellen voorwaarden, in
plaats van de akte een elektronisch afschrift daarvan langs
elektronische weg worden aangeboden.
Artikel 4
1. Uiterste willen en de daarop of op omslagen daarvan gestelde
aantekeningen, andere akten welke uitsluitend uiterste
wilsbeschikkingen of de herroeping van uiterste wilsbeschikkingen
inhouden, zomede akten van bewaargeving, superscriptie of teruggaaf
van uiterste willen moeten door de notaris onder wie zij berusten, ter
registratie worden aangeboden binnen een maand na de dag waarop het
overlijden of de verklaring van vermoedelijk overlijden van de
beschikker te zijner kennis is gekomen, met dien verstande dat deze
termijn niet eerder aanvangt, dan met de dag, volgende op die waarop
de akten onder de notaris zijn komen te berusten.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van de in artikel 97 van
Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akten en van akten waarvan de
beschikkingen niet meer van kracht zijn op het tijdstip van het
overlijden of van de verklaring van vermoedelijk overlijden van de
beschikker.
Artikel 5
Andere akten dan zijn bedoeld in de artikelen 3 en 4, worden
geregistreerd, wanneer zij daartoe worden aangeboden.
Artikel 6
1. Op vordering van de inspecteur moet van een akte welke in
een vreemde taal is gesteld, worden overgelegd een letterlijke
vertaling in het Nederlands, voor overeenstemmend verklaard door een
beëdigd vertaler in de zin van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
Indien het een notariële akte betreft, kan de vertaling voor
overeenstemmend worden verklaard door de notaris die de akte heeft
opgemaakt.
2. Ten aanzien van een akte als is bedoeld in artikel 3 of 4,
doet de inspecteur van zijn vordering blijken door een op de akte te
stellen gedagtekende en ondertekende verklaring; de akte moet met de
vertaling weer worden ingeleverd binnen een maand na de dagtekening van
die verklaring.
3. Is niet voldaan aan het eerste of tweede lid, dan wordt de
aanbieding ter registratie geacht niet te hebben plaatsgehad.
Artikel 7
1. De notaris is verplicht een repertorium aan te houden,
waarin hij dagelijks de door hem opgemaakte akten inschrijft.
2. Het repertorium wordt binnen tien dagen na afloop van ieder
jaar door de notaris, dan wel zijn plaatsvervanger of opvolger ter
naziening ingeleverd bij de inspecteur.
Artikel 8
1. De notaris is gehouden aan de inspecteur of een door Onze
Minister van Financiën aangewezen andere ambtenaar van de
rijksbelastingdienst:
a. de door deze gevorderde gegevens en inlichtingen te verstrekken
welke van belang kunnen zijn om te beoordelen of aan de bepalingen van
deze wet is voldaan;
b. desgevorderd de onder hem berustende akten en registers ter
inzage te verstrekken ter plaatse waar zij zich bevinden;
c. toe te staan, afschriften van of uittreksels uit de onder letter
b bedoelde bescheiden te maken, dan wel die bescheiden voor ten
hoogste drie dagen tot nader onderzoek onder zich te nemen. De notaris
wordt desgevraagd in de gelegenheid gesteld een afschrift van of
uittreksel uit de bescheiden te maken.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van de in artikel 4,
eerste lid, genoemde akten, zolang de beschikkers in leven zijn.
3. Voldoening aan de bij het eerste lid omschreven verplichtingen
kan gevorderd worden op elke dag, met uitzondering van zaterdagen,
zondagen, algemeen erkende feestdagen in de zin van de Algemene
termijnenwet (Stb. 1964, 314) en de bij of krachtens artikel 3
van die wet daarmede gelijkgestelde dagen, mits tussen des voormiddags
negen uur en des namiddags vier uur.
4. Wordt de toegang tot de plaats, met inbegrip van een woning,
waar de akten en registers zich bevinden of redelijkerwijs vermoed
kunnen worden zich te bevinden, geweigerd, dan is de inspecteur of de in
het eerste lid bedoelde andere ambtenaar bevoegd zich die toegang met
behulp van de sterke arm te verschaffen.
Artikel 9
De notaris is bevoegd onder hem berustende akten welke niet zijn
genoemd in artikel 4, eerste lid, voor ten hoogste veertien dagen tegen
ontvangbewijs af te geven aan de inspecteur of de in artikel 8, eerste
lid, bedoelde andere ambtenaar.
Artikel 10
1. Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met
enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of
zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken
dan noodzakelijk is voor de uitvoering van enige wet
(geheimhoudingsplicht).
2. De geheimhoudingsplicht geldt niet indien:
a. enig wettelijk voorschrift tot de bekendmaking verplicht;
b. bij regeling van Onze Minister van Financiën is bepaald dat
bekendmaking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een
publiekrechtelijke taak van een bestuursorgaan;
c. bekendmaking plaatsvindt aan degene op wie de gegevens
betrekking hebben voorzover deze gegevens door of namens hem zijn
verstrekt.
3. In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid kan Onze
Minister van Financiën ontheffing verlenen van de geheimhoudingsplicht.
4. Aan degenen die partij zijn bij een akte, hun erfgenamen of
hun rechtverkrijgenden alsmede aan de openbare ambtenaar die de akte
heeft opgemaakt of ter registratie heeft aangeboden, zijn
plaatsvervanger of zijn opvolger, wordt ter zake van die akte
desgevraagd inzage verleend in de registers van registratie dan wel een
uittreksel uit die registers afgegeven.
Artikel 11
De Staat is aansprakelijk voor de schade wegens verlies of
beschadiging van een ingevolge deze wet onder een ambtenaar van de
rijksbelastingdienst berustende akte.
Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2008]
Artikel 13
Onze Minister van Financiën bepaalt:
a. aan welke ambtenaren van de rijksbelastingdienst de aanbieding
ter registratie moet geschieden en welke inspecteur bevoegd is ten
aanzien van de verplichtingen van notarissen;
b. de dagen en de uren waarop de kantoren voor het aanbieden van
akten ter registratie zijn geopend;
c. de inrichting van de registers van registratie en de wijze
waarop de registratie geschiedt;
d. de wijze waarop blijkt dat een akte is geregistreerd;
e. de inrichting en de wijze van bijhouding van het in artikel 7
bedoelde repertorium.
Artikel 14
1. Hij die niet voldoet aan een verplichting, hem bij of
krachtens de artikelen 3, 4, 7 of 13, letter e, opgelegd, wordt
gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2. De notaris die niet voldoet aan een verplichting, hem bij
artikel 8 opgelegd, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
categorie.
3. De notaris die, ingevolge artikel 8 desgevraagd gehouden
zijnde tot het verschaffen van gegevens of inlichtingen, onjuiste of
onvolledige gegevens of inlichtingen verstrekt, wordt gestraft met een
geldboete van de derde categorie.
4. De afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk IX van de Algemene wet
inzake rijksbelastingen zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15
1. Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen
tijdstip.
2. Zij kan worden aangehaald als: Registratiewet 1970.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 24 december 1970
JULIANA
De Staatssecretaris van Financiën,
F.H.M. Grapperhaus
Uitgegeven de negenentwintigste december 1970.
De Minister van Justitie a.i.,
H.K.J. Beernink
|
|
|