Nadere regelgeving:
- Besluit handelsstatistiek 1978
(vervallen)
WET van 19 juli 1950, houdende intrekking
van de Wet op het Statistiekrecht (Staatsblad 1932, No. 231) en
vervanging van de Statistiekwet (Staatsblad 1916, No. 175)
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede in
het kader van de verwezenlijking van een economische unie tussen
Nederland en de Belgisch-Luxemburgsche Economische Unie, de heffing van
het statistiekrecht af te schaffen en in verband daarmede nadere
voorzieningen te treffen ten behoeve van de statistiek van de in-, uit-
en doorvoer;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Nadere bepalingen omtrent aangiften die volgens de
wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, worden vereist
Artikel 1
1. Wij behouden Ons voor bij algemene maatregel van bestuur,
ten dienste van de statistiek van de in-, uit- en doorvoer, nadere
bepalingen vast te stellen omtrent de aangiften die volgens de
wettelijke bepalingen, bedoeld in de Douanewet, worden vereist.
2. De nadere bepalingen betreffen onder meer de aangifte van
soort, hoeveelheid en waarde, alsmede van land van herkomst en van
bestemming der goederen.
Artikel 2
1. De aangever is op vordering van de ambtenaar bij wie een
aangifte als bedoeld in artikel 1 wordt gedaan, verplicht deze
terstond inzage te verlenen van de bij de goederen behorende
vrachtbrieven, cognossementen of andere ladingspapieren.
2. Hij aan wie inzage van de in het vorige lid bedoelde
bescheiden wordt verzocht, wordt geacht die in zijn bezit te hebben,
tenzij het tegendeel aannemelijk is.
Artikel 3
De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane,
zijn bevoegd de volgende goederen te onderzoeken en daarvan de
hoeveelheid op te nemen:
a. binnengekomen goederen welke op regelmatige wijze zijn
aangebracht en aangegeven of op regelmatige wijze zijn aangebracht
onder geleide van een document voor communautair douanevervoer in de
zin van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het
communautair douanewetboek (PbEG L 302) voor zover die
goederen nog niet zijn vrijgegeven voor een van de
douanebestemmingen als bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a,
d of f van voornoemde verordening;
b. communautaire goederen die zijn aangegeven voor de
douaneregeling uitvoer en niet-communautaire goederen waarvoor,
nadat zij onder de douaneregeling actieve veredeling dan wel
tijdelijke invoer zijn geplaatst, een aangifte tot wederuitvoer is
gedaan in de zin van de in onderdeel a genoemde verordening.
Artikel 4
1. Hij die, voor zich zelf of voor een ander, een aangifte doet
als bedoeld is bij artikel 2, wordt gestraft met een geldboete van de
eerste categorie:
1°. indien de soort, het land van herkomst of het land van
bestemming van de goederen onjuist is aangegeven;
2°. indien de hoeveelheid of de waarde van de goederen meer dan
tien ten honderd te hoog of te laag is aangegeven;
3°. indien goederen op het tijdstip waarop zij worden geplaatst
onder de douaneregeling bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder a,
van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het
communautair douanewetboek (PbEG L 302) kennelijk een
buitenlandse bestemming hebben, zonder dat van die bestemming in de
aangifte melding is gemaakt;
4°. indien goederen zijn aangegeven voor de doauneregeling,
bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, onder h, van verordening
(EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12
oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG
L 302) kennelijk tevoren overeenkomstig artikel 4, onderdeel 16, onder
a, van voornoemde verordening in Nederland in het vrije verkeer
zijn gebracht, zonder dat daarvan in de aangifte melding is gemaakt.
2. Hij die niet voldoet aan een hem krachtens artikel 2 opgelegde
verplichting wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Artikel 5 [Vervallen per 01-10-1982]
Artikel 6 [Vervallen per 01-10-1982]
Artikel 7 [Vervallen per 01-10-1982]
Artikel 8 [Vervallen per 01-10-1982]
Artikel 9
Hij die voor goederen aangifte doet tot plaatsing onder het stelsel
van douane-entrepots dan wel aangifte doet met het oog op de
beëindiging van dat stelsel, wordt, indien de goederen niet
overeenkomstig de aangifte hun bestemming volgen, gestraft met geldboete
van de eerste categorie.
Artikel 10
De artikelen 4 en 9 zijn niet van toepassing, indien het feit
strafbaar is gesteld bij de wettelijke bepalingen, bedoeld in de
Douanewet, of indien ingevolge die bepalingen ter zake een
administratieve boete is belopen.
Artikel 11 [Vervallen per 01-01-1990]
Artikel 12
1. Hij die bij de toepassing
van dit hoofdstuk een vals of vervalst geschrift vertoont, doet
vertonen, overlegt of doet overleggen, wordt gestraft met een geldboete
van de tweede categorie.
2. Indien de schuldige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat
het geschrift vals of vervalst is, kan hij bovendien worden gestraft met
een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde
categorie.
3. Het bepaalde in de vorige leden van dit artikel is mede
toepasselijk op ieder, die zich buiten Nederland aan het daarin
omschrevene schuldig maakt.
Artikel 13
De artikelen 72, 73, 76, 77 en 80 tot en met 88b van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen vinden overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat waar in die artikelen wordt gesproken van
belastingwet daaronder mede wordt verstaan de Statistiekwet 1950.
Artikel 14
De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane,
bewaren het geheim omtrent hetgeen zij bij de uitvoering van dit
hoofdstuk leren kennen, voorzover mededeling daarvan voor de juiste
uitoefening van de hun opgedragen werkzaamheden niet vereist wordt.
Hoofdstuk II [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2005]
Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2005]
Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Artikel 23
Waar in andere wetten of besluiten in een of andere vorm wordt
verwezen naar de Statistiekwet (Staatsblad 1916, no. 175), wordt
die verwijzing geacht betrekking te hebben op deze wet.
Artikel 24
Deze wet, welke kan worden aangehaald onder de titel
"Statistiekwet 1950", treedt in werking met ingang van een
door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 19 Juli 1950
JULIANA
De Minister van Financiën,
P. Lieftinck
Uitgegeven de acht en twintigste Juli 1950
De Minister van Justitie,
Struycken
|