| |
|
|
|
|
vorige
STATUUT
VOOR HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
Tekst zoals deze geldt op
16 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Besluit instelling Kabinet van
de Gouverneur van Aruba
- Besluit instelling Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse
Antillen
(vervallen)
- Besluit
Reglement voor de Gouverneur van de Nederlandse Antillen
(vervallen)
- Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Curaçao
- Instellingsbesluit Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten
- Reglement
voor de Gouverneur van de Nederlandse Antillen
(vervallen)
- Voorlopige
regeling Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba
(vervallen)
WET van 28 October 1954, houdende
aanvaarding van een statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Preambule
Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba;
constaterende dat Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen in
1954 uit vrije wil hebben verklaard in het Koninkrijk der Nederlanden
een nieuwe rechtsorde te aanvaarden, waarin zij de eigen belangen
zelfstandig behartigen en op voet van gelijkwaardigheid de
gemeenschappelijke belangen verzorgen en wederkerig bijstand verlenen,
en hebben besloten in gemeen overleg het Statuut voor het Koninkrijk
vast te stellen;
constaterende dat de statutaire band met Suriname is beëindigd met
ingang van 25 november 1975 door wijziging van het Statuut bij rijkswet
van 22 november 1975, Stb. 617, PbNA 233;
overwegende dat Aruba uit vrije wil heeft verklaard deze rechtsorde
als land te aanvaarden;
hebben besloten in gemeen overleg het Statuut voor het Koninkrijk als
volgt nader vast te stellen.
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. Het Koninkrijk omvat de landen Nederland, Aruba, Curaçao en
Sint Maarten.
2. Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken elk deel uit van het
staatsbestel van Nederland. Voor deze eilanden kunnen regels worden
gesteld en andere specifieke maatregelen worden getroffen met het oog
op de economische en sociale omstandigheden, de grote afstand tot het
Europese deel van Nederland, hun insulaire karakter, kleine
oppervlakte en bevolkingsomvang, geografische omstandigheden, het
klimaat en andere factoren waardoor deze eilanden zich wezenlijk
onderscheiden van het Europese deel van Nederland.
Artikel 1a
De Kroon van het Koninkrijk wordt erfelijk gedragen door Hare
Majesteit Juliana, Prinses van Oranje-Nassau en bij opvolging door Hare
wettige opvolgers.
Artikel 2
1. De Koning voert de regering van het Koninkrijk en van elk der
landen. Hij is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.
2. De Koning wordt in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
vertegenwoordigd door de Gouverneur. De bevoegdheden, verplichtingen
en verantwoordelijkheid van de Gouverneur als vertegenwoordiger van de
regering van het Koninkrijk worden geregeld bij rijkswet of in de
daarvoor in aanmerking komende gevallen bij algemene maatregel van
rijksbestuur.
3. De rijkswet regelt hetgeen verband houdt met de benoeming en het
ontslag van de Gouverneur. De benoeming en het ontslag geschieden door
de Koning als hoofd van het Koninkrijk.
Artikel 3
1.Onverminderd hetgeen elders in het Statuut is bepaald, zijn
aangelegenheden van het Koninkrijk:
a. de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van
het Koninkrijk;
b. de buitenlandse betrekkingen;
c. het Nederlanderschap;
d. de regeling van de ridderorden, alsmede van de vlag en het
wapen van het Koninkrijk;
e. de regeling van de nationaliteit van schepen en het stellen
van eisen met betrekking tot de veiligheid en de navigatie van
zeeschepen, die de vlag van het Koninkrijk voeren, met
uitzondering van zeilschepen;
f. het toezicht op de algemene regelen betreffende de toelating
en uitzetting van Nederlanders;
g. het stellen van algemene voorwaarden voor toelating en
uitzetting van vreemdelingen;
h. de uitlevering.
2.Andere onderwerpen kunnen in gemeen overleg tot aangelegenheden
van het Koninkrijk worden verklaard.
Artikel 55 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1.De koninklijke macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk
uitgeoefend door de Koning als hoofd van het Koninkrijk.
2.De wetgevende macht wordt in aangelegenheden van het Koninkrijk
uitgeoefend door de wetgever van het Koninkrijk. Bij voorstellen van
rijkswet vindt de behandeling plaats met inachtneming van de artikelen
15 t/m 21.
Artikel 5
1.Het koningschap met de troonopvolging, de in het Statuut genoemde
organen van het Koninkrijk, de uitoefening van de koninklijke en de
wetgevende macht in aangelegenheden van het Koninkrijk worden voor
zover het Statuut hierin niet voorziet geregeld in de Grondwet voor
het Koninkrijk.
2.De Grondwet neemt de bepalingen van het Statuut in acht.
3.Op een voorstel tot verandering in de Grondwet, houdende
bepalingen betreffende aangelegenheden van het Koninkrijk, alsmede op
het ontwerp van wet, dat er grond bestaat een zodanig voorstel in
overweging te nemen, zijn de artikelen 15 t/m 20 van toepassing.
§ 2. De behartiging van de aangelegenheden van het Koninkrijk
Artikel 6
1. De aangelegenheden van het Koninkrijk worden in samenwerking van
Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten behartigd overeenkomstig de
navolgende bepalingen.
2. Bij de behartiging van deze aangelegenheden worden waar mogelijk
de landsorganen ingeschakeld.
Artikel 7
De raad van ministers van het Koninkrijk is samengesteld uit de door
de Koning benoemde ministers en de door de regering van Aruba, Curaçao
onderscheidenlijk Sint Maarten benoemde Gevolmachtigde Minister.
Artikel 8
1.De Gevolmachtigde Ministers handelen namens de regeringen van hun
land, die hen benoemen en ontslaan.
Zij moeten de staat van Nederlander bezitten.
2.De regering van het betrokken land bepaalt wie de Gevolmachtigde
Minister bij belet of ontstentenis vervangt.
Hetgeen in dit Statuut is bepaald voor de Gevolmachtigde Minister,
is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot zijn
plaatsvervanger.
Artikel 9
1.De Gevolmachtigde Minister legt, alvorens zijn betrekking te
aanvaarden, in handen van de Gouverneur een eed of belofte van trouw
aan de Koning en het Statuut af. Het formulier voor de eed of belofte
wordt vastgesteld bij algemene maatregel van rijksbestuur.
2.In Nederland vertoevende, legt de Gevolmachtigde Minister de eed
of belofte af in handen van de Koning.
Artikel 10
1. De Gevolmachtigde Minister neemt deel aan het overleg in de
vergaderingen van de raad van ministers en van de vaste colleges en
bijzondere commissies uit de raad over aangelegenheden van het
Koninkrijk, welke het betrokken land raken.
2. De regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn ieder
gerechtigd - indien een bepaald onderwerp haar daartoe aanleiding
geeft - naast de Gevolmachtigde Minister tevens een minister met
raadgevende stem te doen deelnemen aan het in het vorig lid bedoelde
overleg.
Artikel 11
1. Voorstellen tot verandering in de Grondwet, houdende bepalingen
betreffende aangelegenheden van het Koninkrijk, raken Aruba, Curaçao
en Sint Maarten.
2. Ten aanzien van de defensie wordt aangenomen, dat de defensie
van het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, zomede
overeenkomsten of afspraken betreffende een gebied, dat tot hun
belangensfeer behoort, Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten
raken.
3. Ten aanzien van de buitenlandse betrekkingen wordt aangenomen,
dat buitenlandse betrekkingen, wanneer belangen van Aruba, Curaçao of
Sint Maarten in het bijzonder daarbij betrokken zijn, dan wel wanneer
de voorziening daarin gewichtige gevolgen voor deze belangen kan
hebben, Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten raken.
4. De vaststelling van de bijdrage in de kosten, bedoeld in artikel
35, raakt Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten.
5. Voorstellen tot naturalisatie worden geacht Aruba, Curaçao en
Sint Maarten slechts te raken, indien het personen betreft, die
woonachtig zijn in het betrokken land.
6. De regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten kunnen
aangeven welke aangelegenheden van het Koninkrijk, behalve die, in het
eerste tot en met het vierde lid genoemd, hun land raken.
Artikel 12
1. Indien de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint
Maarten, onder aanwijzing van de gronden, waarop hij ernstige
benadeling van zijn land verwacht, heeft verklaard, dat zijn land niet
ware te binden aan een voorgenomen voorziening, houdende algemeen
bindende regelen, kan de voorziening niet in dier voege, dat zij in
het betrokken land geldt, worden vastgesteld, tenzij de verbondenheid
van het land in het Koninkrijk zich daartegen verzet.
2. Indien de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint
Maarten, ernstig bezwaar heeft tegen het aanvankelijk oordeel van de
raad van ministers over de eis van gebondenheid, bedoeld in het eerste
lid, dan wel over enige andere aangelegenheid, aan de behandeling
waarvan hij heeft deelgenomen, wordt op zijn verzoek het overleg, zo
nodig met inachtneming van een daartoe door de raad van ministers te
bepalen termijn, voortgezet.
3. Het hiervoren bedoeld overleg geschiedt tussen de
minister-president, twee ministers, de Gevolmachtigde Minister en een
door de betrokken regering aan te wijzen minister of bijzonder
gemachtigde.
4. Wensen meerdere Gevolmachtigde Ministers aan het voortgezette
overleg deel te nemen, dan geschiedt dit overleg tussen deze
Gevolmachtigde Ministers, een even groot aantal ministers en de
minister-president. Het tweede lid van artikel 10 is van
overeenkomstige toepassing.
5. De raad van ministers oordeelt overeenkomstig de uitkomst van
het voortgezette overleg. Wordt van de gelegenheid tot het plegen van
voortgezet overleg niet binnen de bepaalde termijn gebruik gemaakt,
dan bepaalt de raad van ministers zijn oordeel.
Artikel 12a
Bij rijkswet worden voorzieningen getroffen voor de behandeling van
bij rijkswet aangewezen geschillen tussen het Koninkrijk en de landen.
Artikel 13
1. Er is een Raad van State van het Koninkrijk.
2. Indien de regering van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, de wens
daartoe te kennen geeft, benoemt de Koning voor Aruba, Curaçao
onderscheidenlijk Sint Maarten, in de Raad van State een lid, wiens
benoeming geschiedt in overeenstemming met de Regering van het
betrokken land.
Zijn ontslag geschiedt na overleg met deze regering.
3. De staatsraden voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten nemen deel
aan de werkzaamheden van de Raad van State ingeval de Raad of een
afdeling van de Raad wordt gehoord over ontwerpen van rijkswetten en
algemene maatregelen van rijksbestuur, die in Aruba, Curaçao
onderscheidenlijk Sint Maarten, zullen gelden, of over andere
aangelegenheden, die overeenkomstig artikel 11 Aruba, Curaçao
onderscheidenlijk Sint Maarten raken.
4. Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen ten opzichte van
genoemde staatsraden voorschriften worden vastgesteld, welke afwijken
van de bepalingen van de Wet op de Raad van State.
Artikel 14
1. Regelen omtrent aangelegenheden van het Koninkrijk worden - voor
zover de betrokken materie geen regeling in de Grondwet vindt en
behoudens de internationale regelingen en het bepaalde in het derde
lid - bij rijkswet of in de daarvoor in aanmerking komende gevallen
bij algemene maatregel van rijksbestuur vastgesteld.
De rijkswet of de algemene maatregel van rijksbestuur kan het
stellen van nadere regelen opdragen of overlaten aan andere organen.
Het opdragen of het overlaten aan de landen geschiedt aan de wetgever
of de regering der landen.
2. Indien de regeling niet aan de rijkswet is voorbehouden, kan zij
geschieden bij algemene maatregel van rijksbestuur.
3. Regelen omtrent aangelegenheden van het Koninkrijk, welke niet
in Aruba, Curaçao of Sint Maarten gelden, worden bij wet of algemene
maatregel van bestuur vastgesteld.
4. Naturalisatie van personen, die woonachtig zijn in Aruba,
Curaçao of Sint Maarten, geschiedt bij of krachtens de rijkswet.
Artikel 15
1. De Koning zendt een ontwerp van rijkswet gelijktijdig met de
indiening bij de Staten-Generaal aan de vertegenwoordigende lichamen
van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
2. Bij een voordracht tot een voorstel van rijkswet, uitgaande van
de Staten-Generaal, geschiedt de toezending van het voorstel door de
Tweede Kamer terstond nadat het bij de Kamer aanhangig is gemaakt.
3. De Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten,
is bevoegd aan de Tweede Kamer voor te stellen een voordracht tot een
voorstel van rijkswet te doen.
Artikel 16
Het vertegenwoordigende lichaam van het land, waarin de regeling zal
gelden, is bevoegd vóór de openbare behandeling van het ontwerp in de
Tweede Kamer dit te onderzoeken en zo nodig binnen een daarvoor te
bepalen termijn daaromtrent schriftelijk verslag uit te brengen.
Artikel 17
1.De Gevolmachtigde Minister van het land, waarin de regeling zal
gelden, wordt in de gelegenheid gesteld in de kamers der
Staten-Generaal de mondelinge behandeling van het ontwerp van rijkswet
bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting aan de kamers te
verstrekken als hij gewenst oordeelt.
2.Het vertegenwoordigende lichaam van het land, waarin de regeling
zal gelden, kan besluiten voor de behandeling van een bepaald ontwerp
in de Staten-Generaal één of meer bijzondere gedelegeerden af te
vaardigen, die eveneens gerechtigd zijn de mondelinge behandeling bij
te wonen en daarbij voorlichting te geven.
3.De Gevolmachtigde Ministers en de bijzondere gedelegeerden zijn
niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergadering van
de kamers der Staten-Generaal hebben gezegd of aan haar schriftelijk
hebben overgelegd.
4.De Gevolmachtigde Ministers en de bijzondere gedelegeerden zijn
bevoegd bij de behandeling in de Tweede Kamer wijzigingen in het
ontwerp voor te stellen.
Artikel 18
1.De Gevolmachtigde Minister van het land, waarin de regeling zal
gelden, wordt vóór de eindstemming over een voorstel van rijkswet in
de kamers der Staten-Generaal in de gelegenheid gesteld zich omtrent
dit voorstel uit te spreken. Indien de Gevolmachtigde Minister zich
tegen het voorstel verklaart, kan hij tevens de kamer verzoeken de
stemming tot de volgende vergadering aan te houden. Indien de Tweede
Kamer nadat de Gevolmachtigde Minister zich tegen het voorstel heeft
verklaard dit aanneemt met een geringere meerderheid dan drie vijfden
van het aantal der uitgebrachte stemmen, wordt de behandeling
geschorst en vindt nader overleg omtrent het voorstel plaats in de
raad van ministers.
2.Wanneer in de vergadering van de kamers bijzondere gedelegeerden
aanwezig zijn, komt de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid aan de
door het vertegenwoordigende lichaam daartoe aangewezen gedelegeerde.
Artikel 19
De artikelen 17 en 18 zijn voor de behandeling in de verenigde
vergadering van de Staten-Generaal van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20
Bij rijkswet kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het
bepaalde in de artikelen 15 t/m 19.
Artikel 21
Indien, na gepleegd overleg met de Gevolmachtigde Ministers van
Aruba, Curaçao en Sint Maarten, in geval van oorlog of in andere
bijzondere gevallen, waarin onverwijld moet worden gehandeld, het naar
het oordeel van de Koning onmogelijk is het resultaat van het in artikel
16 bedoelde onderzoek af te wachten, kan van de bepaling van dat artikel
worden afgeweken.
Artikel 22
1.De regering van het Koninkrijk draagt zorg voor de afkondiging
van rijkswetten en algemene maatregelen van rijksbestuur. Zij
geschiedt in het land, waar de regeling zal gelden in het officiële
publikatieblad. De landsregeringen verlenen daartoe de nodige
medewerking.
2.Zij treden in werking op het in of krachtens die regelingen te
bepalen tijdstip.
3.Het formulier van afkondiging der rijkswetten en der algemene
maatregelen van rijksbestuur vermeldt, dat de bepalingen van het
Statuut voor het Koninkrijk zijn in acht genomen.
Artikel 23
1. De rechtsmacht van de Hoge Raad der Nederlanden ten aanzien van
rechtszaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten, alsmede op Bonaire,
Sint Eustatius en Saba, wordt geregeld bij rijkswet.
2. Indien de regering van Aruba, Curaçao of Sint Maarten dit
verzoekt, wordt bij deze rijkswet de mogelijkheid geopend, dat aan de
Raad een lid, een buitengewoon of een adviserend lid wordt toegevoegd.
Artikel 24
1. Overeenkomsten met andere mogendheden en met volkenrechtelijke
organisaties, welke Aruba, Curaçao of Sint Maarten raken, worden
gelijktijdig met de overlegging aan de Staten-Generaal aan het
vertegenwoordigende lichaam van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint
Maarten overgelegd.
2. Ingeval de overeenkomst ter stilzwijgende goedkeuring aan de
Staten-Generaal is overgelegd, kan de Gevolmachtigde Minister binnen
de daartoe voor de kamers der Staten-Generaal gestelde termijn de wens
te kennen geven dat de overeenkomst aan de uitdrukkelijke goedkeuring
van de Staten-Generaal zal worden onderworpen.
3. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing ten
aanzien van opzegging van internationale overeenkomsten, het eerste
lid met dien verstande, dat van het voornemen tot opzegging mededeling
aan het vertegenwoordigende lichaam van Aruba, Curaçao
onderscheidenlijk Sint Maarten wordt gedaan.
Artikel 25
1. Aan internationale economische en financiële overeenkomsten
bindt de Koning Aruba, Curaçao of Sint Maarten, niet, indien de
regering van het land, onder aanwijzing van de gronden, waarop zij van
de binding benadeling van het land verwacht, heeft verklaard, dat het
land niet dient te worden verbonden.
2. Internationale economische en financiële overeenkomsten zegt de
Koning voor wat Aruba, Curaçao of Sint Maarten betreft, niet op,
indien de regering van het land, onder aanwijzing van de gronden,
waarop zij van de opzegging benadeling van het land verwacht, heeft
verklaard, dat voor het land geen opzegging dient plaats te vinden.
Opzegging kan niettemin geschieden, indien het met de bepalingen der
overeenkomst niet verenigbaar is, dat het land van de opzegging wordt
uitgesloten.
Artikel 26
Indien de regering van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, de wens te
kennen geeft, dat een internationale economische of financiële
overeenkomst wordt aangegaan, welke uitsluitend voor het betrokken land
geldt, zal de regering van het Koninkrijk medewerken tot een zodanige
overeenkomst, tenzij de verbondenheid van het land in het Koninkrijk
zich daartegen verzet.
Artikel 27
1. Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden in een zo vroeg mogelijk
stadium betrokken in de voorbereiding van overeenkomsten met andere
mogendheden, welke hen overeenkomstig artikel 11 raken. Zij worden
tevens betrokken in de uitvoering van overeenkomsten, die hen aldus
raken en voor hen verbindend zijn.
2. Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten treffen een
onderlinge regeling over de samenwerking tussen de landen ten behoeve
van de totstandkoming van regelgeving of andere maatregelen die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van overeenkomsten met andere
mogendheden.
3. Indien de belangen van het Koninkrijk geraakt worden door het
uitblijven van regelgeving of andere maatregelen die noodzakelijk zijn
voor de uitvoering van een overeenkomst met andere mogendheden in een
van de landen, terwijl de overeenkomst pas voor dat land kan worden
bekrachtigd als de regelgeving of andere maatregelen gereed zijn, kan
een algemene maatregel van rijksbestuur, of indien nodig een rijkswet,
bepalen op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan die overeenkomst.
4. Indien de regelgeving of andere maatregelen ter uitvoering van
de betreffende overeenkomst door het land zijn getroffen, wordt de
algemene maatregel van rijksbestuur of de rijkswet ingetrokken.
Artikel 28
Op de voet van door het Koninkrijk aangegane internationale
overeenkomsten kunnen Aruba, Curaçao en Sint Maarten desgewenst als lid
tot volkenrechtelijke organisaties toetreden.
Artikel 29
1.Het aangaan of garanderen van een geldlening buiten het
Koninkrijk ten name of ten laste van een der landen geschiedt in
overeenstemming met de regering van het Koninkrijk.
2.De raad van ministers verenigt zich met het aangaan of garanderen
van zodanige geldlening, tenzij de belangen van het Koninkrijk zich
daartegen verzetten.
Artikel 30
1. Aruba, Curaçao en Sint Maarten verlenen aan de strijdkrachten,
welke zich op hun gebied bevinden, de hulp en bijstand, welke deze in
de uitoefening van hun taak behoeven.
2. Bij landsverordening worden regelen gesteld om te waarborgen,
dat de krijgsmacht van het Koninkrijk in Aruba, Curaçao en Sint
Maarten haar taak kan vervullen.
Artikel 31
1. Personen, die woonachtig zijn in Aruba, Curaçao en Sint
Maarten, kunnen niet dan bij landsverordening tot dienst in de
krijgsmacht dan wel tot burgerdienstplicht worden verplicht.
2. Aan de Staatsregeling is voorbehouden te bepalen, dat de
dienstplichtigen, dienende bij de landmacht, zonder hun toestemming
niet dan krachtens een landsverordening naar elders kunnen worden
gezonden.
Artikel 32
In de strijdkrachten voor de verdediging van Aruba, Curaçao en Sint
Maarten, zullen zoveel mogelijk personen, die in deze landen woonachtig
zijn, worden opgenomen.
Artikel 33
1.Ten behoeve van de verdediging geschiedt de vordering in eigendom
en in gebruik van goederen, de beperking van het eigendoms- en
gebruiksrecht, de vordering van diensten en de inkwartieringen niet
dan met inachtneming van bij rijkswet te stellen algemene regelen,
welke tevens voorzieningen inhouden omtrent de schadeloosstelling.
2.Bij deze rijkswet worden nadere regelingen waar mogelijk aan
landsorganen opgedragen.
Artikel 34
1.De Koning kan ter handhaving van de uit- of inwendige veiligheid,
in geval van oorlog of oorlogsgevaar of ingeval bedreiging of
verstoring van de inwendige orde en rust kan leiden tot wezenlijke
aantasting van belangen van het Koninkrijk, elk gedeelte van het
grondgebied in staat van oorlog of in staat van beleg verklaren.
2.Bij of krachtens rijkswet wordt de wijze bepaald, waarop zodanige
verklaring geschiedt, en worden de gevolgen geregeld.
3.Bij die regeling kan worden bepaald, dat en op welke wijze
bevoegdheden van organen van het burgerlijk gezag ten opzichte van de
openbare orde en de politie geheel of ten dele op andere organen van
het burgerlijk gezag of op het militaire gezag overgaan en dat de
burgerlijke overheden in het laatste geval te dezen aanzien aan de
militaire ondergeschikt worden. Omtrent het overgaan van bevoegdheden
vindt waar mogelijk overleg met de regering van het betrokken land
plaats. Bij die regeling kan worden afgeweken van de bepalingen
betreffende de vrijheid van drukpers, het recht van vereniging en
vergadering, zomede betreffende de onschendbaarheid van woning en het
postgeheim.
4.Voor het in staat van beleg verklaarde gebied kunnen in geval van
oorlog op de wijze, bij rijkswet bepaald, het militaire strafrecht en
de militaire strafrechtspleging geheel of ten dele op een ieder van
toepassing worden verklaard.
Artikel 35
1. Aruba, Curaçao en Sint Maarten dragen in overeenstemming met
hun draagkracht bij in de kosten, verbonden aan de handhaving van de
onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk, zomede in de
kosten, verbonden aan de verzorging van andere aangelegenheden van het
Koninkrijk, voor zover deze strekt ten gunste van Aruba, Curaçao
onderscheidenlijk Sint Maarten.
2. De in het eerste lid bedoelde bijdrage van Aruba, Curaçao of
Sint Maarten, wordt door de raad van ministers voor een begrotingsjaar
of enige achtereenvolgende begrotingsjaren vastgesteld.
Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande,
dat beslissingen worden genomen met eenparigheid van stemmen.
3. Indien de in het tweede lid bedoelde vaststelling niet tijdig
plaats heeft, geldt in afwachting daarvan voor de duur van ten hoogste
een begrotingsjaar de overeenkomstig dat lid voor het laatste
begrotingsjaar vastgestelde bijdrage.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing ten aanzien van de
kosten van voorzieningen, waarvoor bijzondere regelingen zijn
getroffen.
§ 3. Onderlinge bijstand, overleg en samenwerking
Artikel 36
Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten verlenen elkander hulp en
bijstand.
Artikel 36a [Vervallen per 10-10-2010]
Artikel 37
1. Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten zullen zoveel
mogelijk overleg plegen omtrent alle aangelegenheden, waarbij belangen
van twee of meer van de landen zijn betrokken. Daartoe kunnen
bijzondere vertegenwoordigers worden aangewezen en gemeenschappelijke
organen worden ingesteld.
2. Als aangelegenheden, bedoeld in dit artikel, worden onder meer
beschouwd:
a. de bevordering van de culturele en sociale betrekkingen
tussen de landen;
b. de bevordering van doelmatige economische, financiële en
monetaire betrekkingen tussen de landen;
c. vraagstukken inzake munt- en geldwezen, bank- en
deviezenpolitiek;
d. de bevordering van de economische weerbaarheid door
onderlinge hulp en bijstand van de landen;
e. de beroeps- en bedrijfsuitoefening van Nederlanders in de
landen;
f. aangelegenheden, de luchtvaart betreffende, waaronder
begrepen het beleid inzake het ongeregelde luchtvervoer;
g. aangelegenheden, de scheepvaart betreffende;
h. de samenwerking op het gebied van telegrafie, telefonie en
radioverkeer.
Artikel 38
1. Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten kunnen onderling
regelingen treffen.
2. In onderling overleg kan worden bepaald, dat zodanige regeling
en de wijziging daarvan bij rijkswet of algemene maatregel van
rijksbestuur wordt vastgesteld.
3. Omtrent privaatrechtelijke en strafrechtelijke onderwerpen van
interregionale of internationale aard kunnen bij rijkswet regelen
worden gesteld, indien omtrent deze regelen overeenstemming tussen de
regeringen der betrokken landen bestaat.
4. In het onderwerp van de zetelverplaatsing van rechtspersonen
wordt bij rijkswet voorzien. Omtrent deze voorziening is
overeenstemming tussen de regeringen der landen vereist.
Artikel 38a
De landen kunnen bij onderlinge regeling voorzieningen treffen voor
de behandeling van onderlinge geschillen. Het tweede lid van artikel 38
is van toepassing.
Artikel 39
1. Het burgerlijk en handelsrecht, de burgerlijke rechtsvordering,
het strafrecht, de strafvordering, het auteursrecht, de industriële
eigendom, het notarisambt, zomede bepalingen omtrent maten en
gewichten worden in Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten zoveel
mogelijk op overeenkomstige wijze geregeld.
2. Een voorstel tot ingrijpende wijziging van de bestaande
wetgeving op dit stuk wordt niet bij het vertegenwoordigende lichaam
ingediend - dan wel door het vertegenwoordigende lichaam in
behandeling genomen - alvorens de regeringen in de andere landen in de
gelegenheid zijn gesteld van haar zienswijze hieromtrent te doen
blijken.
Artikel 40
Vonnissen, door de rechter in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint
Maarten gewezen, en bevelen, door hem uitgevaardigd, mitsgaders grossen
van authentieke akten, aldaar verleden, kunnen in het gehele Koninkrijk
ten uitvoer worden gelegd, met inachtneming van de wettelijke bepalingen
van het land, waar de tenuitvoerlegging plaats vindt.
§ 4. De staatsinrichting van de landen
Artikel 41
1. Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten behartigen
zelfstandig hun eigen aangelegenheden.
2. De belangen van het Koninkrijk zijn mede een voorwerp van zorg
voor de landen.
Artikel 42
1. In het Koninkrijk vindt de staatsinrichting van Nederland
regeling in de Grondwet, die van Aruba, Curaçao en Sint Maarten in de
Staatsregelingen van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten.
2. De Staatsregelingen van Aruba, van Curaçao en van Sint Maarten
worden vastgesteld bij landsverordening. Elk voorstel tot verandering
van de Staatsregeling wijst de voorgestelde verandering uitdrukkelijk
aan. Het vertegenwoordigende lichaam kan het ontwerp van een zodanige
landsverordening niet aannemen dan met twee derden der uitgebrachte
stemmen.
Artikel 43
1.Elk der landen draagt zorg voor de verwezenlijking van de
fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de
deugdelijkheid van het bestuur.
2.Het waarborgen van deze rechten, vrijheden, rechtszekerheid en
deugdelijkheid van bestuur is aangelegenheid van het Koninkrijk.
Artikel 44
1. Een landsverordening tot wijziging van de Staatsregeling voor
wat betreft:
a. de artikelen, betrekking hebbende op de fundamentele
menselijke rechten en vrijheden;
b. de bepalingen, betrekking hebbende op de bevoegdheden van de
Gouverneur;
c. de artikelen, betrekking hebbende op de bevoegdheden van de
vertegenwoordigende lichamen van de landen;
d. de artikelen, betrekking hebbende op de rechtspraak,
wordt overgelegd aan de regering van het Koninkrijk. Zij treedt
niet in werking dan nadat de regering van het Koninkrijk haar
instemming hiermede heeft betuigd.
2. Een ontwerp-landsverordening betreffende de voorgaande
bepalingen wordt niet aan het vertegenwoordigende lichaam aangeboden,
noch bij een initiatief-ontwerp door dit lichaam in onderzoek genomen
dan nadat het gevoelen der regering van het Koninkrijk is ingewonnen.
Artikel 45
Wijzigingen in de Grondwet betreffende:
a. de artikelen, betrekking hebbende op de fundamentele
menselijke rechten en vrijheden;
b. de bepalingen, betrekking hebbende op de bevoegdheden van de
regering;
c. de artikelen, betrekking hebbende op de bevoegdheden van het
vertegenwoordigende lichaam;
d. de artikelen, betrekking hebbende op de rechtspraak,
worden - onverminderd het bepaalde in artikel 5 - geacht in de zin
van artikel 10 Aruba, Curaçao en Sint Maarten te raken.
Artikel 46
1.De vertegenwoordigende lichamen worden gekozen door de
ingezetenen van het betrokken land, tevens Nederlanders, die de door
de landen te bepalen leeftijd, welke niet hoger mag zijn dan 25 jaren,
hebben bereikt. Iedere kiezer brengt slechts één stem uit. De
verkiezingen zijn vrij en geheim. Indien de noodzaak daartoe blijkt,
kunnen de landen beperkingen stellen. Iedere Nederlander is
verkiesbaar met dien verstande, dat de landen de eis van
ingezetenschap en een leeftijdsgrens kunnen stellen.
2.De landen kunnen aan Nederlanders die geen ingezetenen van het
betrokken land zijn, het recht toekennen vertegenwoordigende lichamen
te kiezen, alsmede aan ingezetenen van het betrokken land die geen
Nederlander zijn, het recht vertegenwoordigende lichamen te kiezen en
het recht daarin gekozen te worden, een en ander mits daarbij
tenminste de vereisten voor ingezetenen die tevens Nederlander zijn,
in acht worden genomen.
Artikel 47
1. De ministers en de leden van het vertegenwoordigende lichaam in
de landen leggen, alvorens hun betrekking te aanvaarden, een eed of
belofte van trouw aan de Koning en het Statuut af.
2. De ministers en de leden van het vertegenwoordigende lichaam in
Aruba, Curaçao en Sint Maarten leggen de eed of belofte af in handen
van de vertegenwoordiger van de Koning.
Artikel 48
De landen nemen bij hun wetgeving en bestuur de bepalingen van het
Statuut in acht.
Artikel 49
Bij rijkswet kunnen regels worden gesteld omtrent de verbindendheid
van wetgevende maatregelen, die in strijd zijn met het Statuut, een
internationale regeling, een rijkswet of een algemene maatregel van
rijksbestuur.
Artikel 50
1. Wetgevende en bestuurlijke maatregelen in Aruba, Curaçao en
Sint Maarten, die in strijd zijn met het Statuut, een internationale
regeling, een rijkswet of een algemene maatregel van rijksbestuur, dan
wel met belangen, welker verzorging of waarborging aangelegenheid van
het Koninkrijk is, kunnen door de Koning als hoofd van het Koninkrijk
bij gemotiveerd besluit worden geschorst en vernietigd. De voordracht
tot vernietiging geschiedt door de raad van ministers.
2. Voor Nederland wordt in dit onderwerp voor zover nodig in de
Grondwet voorzien.
Artikel 51
1. Wanneer een orgaan in Aruba, Curaçao of Sint Maarten niet of
niet voldoende voorziet in hetgeen het ingevolge het Statuut, een
internationale regeling, een rijkswet of een algemene maatregel van
rijksbestuur moet verrichten, kan, onder aanwijzing van de
rechtsgronden en de beweegredenen, waarop hij berust, een algemene
maatregel van rijksbestuur bepalen op welke wijze hierin wordt
voorzien.
2. Voor Nederland wordt in dit onderwerp voor zover nodig in de
Grondwet voorzien.
Artikel 52
De landsverordening kan aan de Koning als hoofd van het Koninkrijk en
aan de Gouverneur als orgaan van het Koninkrijk met goedkeuring van de
Koning bevoegdheden met betrekking tot landsaangelegenheden toekennen.
Artikel 53
Indien Aruba, Curaçao of Sint Maarten de wens daartoe te kennen
geven, wordt het onafhankelijke toezicht op de besteding der
geldmiddelen overeenkomstig de begroting van Aruba, Curaçao
onderscheidenlijk Sint Maarten, door de Algemene Rekenkamer uitgeoefend.
In dat geval worden na overleg met de Rekenkamer bij rijkswet regelen
gesteld omtrent de samenwerking tussen de Rekenkamer en het betrokken
land. Alsdan zal de regering van het land op voordracht van het
vertegenwoordigende lichaam iemand kunnen aanwijzen, die in de
gelegenheid wordt gesteld deel te nemen aan de beraadslagingen over alle
aangelegenheden van het betrokken land.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 54
1. Bij wijziging van de Grondwet wordt artikel 1, tweede lid,
vervallen verklaard op het moment dat bij de Grondwet wordt voorzien
in de positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba binnen het
staatsbestel van Nederland.
2. Dit artikel vervalt indien onder toepassing van het voorgaande
lid artikel 1, tweede lid, vervallen wordt verklaard.
Artikel 55
1. Wijziging van dit Statuut geschiedt bij rijkswet.
2. Een voorstel tot wijziging, door de Staten-Generaal aangenomen,
wordt door de Koning niet goedgekeurd, alvorens het door Aruba,
Curaçao en Sint Maarten is aanvaard. Deze aanvaarding geschiedt bij
landsverordening.
Deze landsverordening wordt niet vastgesteld alvorens het ontwerp
door de Staten in twee lezingen is goedgekeurd. Indien het ontwerp in
eerste lezing is goedgekeurd met twee derden der uitgebrachte stemmen,
geschiedt de vaststelling terstond. De tweede lezing vindt plaats
binnen een maand nadat het ontwerp in eerste lezing is goedgekeurd.
3. Indien en voor zover een voorstel tot wijziging van het Statuut
afwijkt van de Grondwet, wordt het voorstel behandeld op de wijze, als
de Grondwet voor voorstellen tot verandering in de Grondwet bepaalt,
met dien verstande, dat de beide kamers in tweede lezing de
voorgestelde verandering bij volstrekte meerderheid der uitgebrachte
stemmen kunnen aannemen.
Artikel 56
Op het tijdstip van inwerkingtreding van het Statuut bestaande
autoriteiten, verbindende wetten, verordeningen en besluiten blijven
gehandhaafd totdat zij door andere, met inachtneming van dit Statuut,
zijn vervangen. Voor zover het Statuut zelf in enig onderwerp anders
voorziet, geldt de regeling van het Statuut.
Artikel 57
Wetten en algemene maatregelen van bestuur, die in de Nederlandse
Antillen golden, hebben de staat van rijkswet, onderscheidenlijk van
algemene maatregel van rijksbestuur, met dien verstande, dat zij, voor
zover zij ingevolge het Statuut bij landsverordening kunnen worden
gewijzigd, de staat hebben van landsverordening.
Artikel 57a
Bestaande rijkswetten, wetten, landsverordeningen, algemene
maatregelen van rijksbestuur, algemene maatregelen van bestuur en andere
regelingen en besluiten die in strijd zijn met een verandering in het
Statuut, blijven gehandhaafd, totdat daarvoor met inachtneming van het
Statuut een voorziening is getroffen.
Artikel 58
1.Aruba kan bij landsverordening verklaren dat het de rechtsorde
neergelegd in het Statuut ten aanzien van Aruba wil beëindigen.
2.Het voorstel van een zodanige landsverordening gaat bij indiening
vergezeld van een schets van een toekomstige constitutie, houdende
tenminste bepalingen inzake de grondrechten, regering,
vertegenwoordigend orgaan, wetgeving en bestuur, rechtspraak en
wijziging van de constitutie.
3.De Staten kunnen het voorstel niet goedkeuren dan met een
meerderheid van twee derden van de stemmen van het aantal zitting
hebbende leden.
Artikel 59
1.Binnen zes maanden nadat de Staten van Aruba het in artikel 58
genoemde voorstel hebben goedgekeurd wordt een bij landsverordening
geregeld referendum gehouden, waarbij de kiesgerechtigden voor de
Staten zich kunnen uitspreken over het goedgekeurde voorstel.
2.Het goedgekeurde voorstel wordt niet als landsverordening
vastgesteld dan nadat bij het referendum een meerderheid van het
aantal kiesgerechtigden voor het voorstel heeft gestemd.
Artikel 60
1.Na vaststelling van de landsverordening overeenkomstig de
artikelen 58 en 59 en goedkeuring van de toekomstige constitutie door
de Staten van Aruba met een meerderheid van ten minste twee derden van
de stemmen van het aantal zitting hebbende leden wordt overeenkomstig
het gevoelen van de regering van Aruba bij koninklijk besluit het
tijdstip van beëindiging van de in het Statuut neergelegde rechtsorde
ten aanzien van Aruba bepaald.
2.Dit tijdstip ligt ten hoogste een maand na de datum van
vaststelling van de constitutie. Deze vaststelling vindt plaats ten
hoogste een jaar na de datum van het in artikel 59 bedoelde
referendum.
Artikel 60a
1. De door de eilandsraden van Curaçao en Sint Maarten bij
eilandsverordening vastgestelde ontwerpen voor een Staatsregeling van
Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten, verkrijgen op het
tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen I en II van de Rijkswet
wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen de staat van Staatsregeling van Curaçao, onderscheidenlijk
van Sint Maarten, indien:
a. het gevoelen van de regering van het Koninkrijk is
ingewonnen voordat het ontwerp aan de betrokken eilandsraad is
aangeboden, onderscheidenlijk voordat een initiatiefontwerp door
de betrokken eilandsraad in onderzoek is genomen
b. het ontwerp door de betrokken eilandsraad met ten minste
twee derden van de uitgebrachte stemmen is aanvaard en
c. de regering van het Koninkrijk met het door de betrokken
eilandsraad vastgestelde ontwerp heeft ingestemd.
2. Indien een ontwerp door een eilandsraad is aanvaard met een
kleinere meerderheid dan twee derden van de uitgebrachte stemmen, dan
wordt voldaan aan de voorwaarde genoemd in het eerste lid, onder b,
indien de eilandsraad na de stemming over het ontwerp is ontbonden en
het ontwerp met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen
is aanvaard door de in verband met die ontbinding nieuw gekozen
eilandsraad.
3. Indien een ontwerp door een eilandsraad is aanvaard met een
kleinere meerderheid dan twee derden van de uitgebrachte stemmen en de
betrokken eilandsraad niet is ontbonden, dan wordt die eilandsraad
door de gezaghebber ontbonden. Het besluit tot ontbinding behelst de
uitschrijving van de verkiezing van een nieuwe eilandsraad binnen twee
maanden en de eerste samenkomst van de nieuwe eilandsraad binnen drie
maanden na de datum van het besluit tot ontbinding. Indien de nieuw
gekozen eilandsraad het ontwerp aanvaardt met een volstrekte
meerderheid van de uitgebrachte stemmen, wordt voldaan aan de
voorwaarde genoemd onder b van het eerste lid.
Artikel 60b
1. De door de eilandsraden van Curaçao en Sint Maarten bij
eilandsverordening vastgestelde ontwerp-landsverordeningen van
Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten, verkrijgen op het tijdstip
van inwerkingtreding van de artikelen I en II van de Rijkswet
wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen de staat van landsverordeningen van het land Curaçao,
onderscheidenlijk Sint Maarten.
2. De door het Bestuurscollege van Curaçao of Sint Maarten bij
eilandsbesluit of eilandsbesluit, houdende algemene maatregelen,
vastgestelde ontwerp-landsbesluiten onderscheidenlijk
ontwerp-landsbesluiten, houdende algemene maatregelen van Curaçao,
onderscheidenlijk Sint Maarten, verkrijgen op het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen I en II van de Rijkswet wijziging
Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen de
staat van landsbesluit, onderscheidenlijk landsbesluit, houdende
algemene maatregelen van Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten.
Artikel 60c
De Bestuurscolleges van Curaçao en Sint Maarten kunnen met elkaar en
één of meer regeringen van de landen van het Koninkrijk
ontwerp-onderlinge regelingen treffen die de staat van onderlinge
regeling in de zin van artikel 38, eerste lid, krijgen op het tijdstip
van inwerkingtreding van de artikelen I en II van de Rijkswet wijziging
Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen.
Artikel 61
Het Statuut treedt in werking op het tijdstip van de plechtige
afkondiging, nadat het bevestigd is door de Koning.
Alvorens de bevestiging geschiedt, behoeft het Statuut aanvaarding
voor Nederland op de wijze, in de Grondwet voorzien; voor Suriname en
voor de Nederlandse Antillen door een besluit van het
vertegenwoordigende lichaam.
Dit besluit wordt genomen met twee derden der uitgebrachte stemmen.
Wordt deze meerderheid niet verkregen, dan worden de Staten ontbonden en
wordt door de nieuwe Staten bij volstrekte meerderheid der uitgebrachte
stemmen beslist.
Artikel 62
[Vervallen]
|
|
|