WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de
inwerkingtreding van de Wet inkomstenbelasting 2001 noodzakelijk is de
voor het jaar 2001 geldende tarieven voor de loon- en inkomstenbelasting
vast te stellen;
dat het voorts wenselijk is maatregelen te nemen om de problematiek
van de armoedeval te verminderen; en
dat het met het oog op de verdere vergroening van het fiscale stelsel
wenselijk is de tarieven van de milieubelastingen aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001]
Artikel II
[Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964]
Artikel III
[Wijzigt de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de
volksverzekering]
Artikel IV
[Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering]
Artikel IVA
[Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994]
Artikel IVB
In afwijking van artikel 83 van de Wet op de
motorrijtuigenbelasting 1994 wordt teruggaaf van motorrijtuigenbelasting
verleend over tijdvakken die nog niet zijn aangevangen op 1 januari
2001 met betrekking tot motorrijtuigen, niet zijnde vrachtauto's. De
teruggaaf bedraagt het verschil tussen de betaalde belasting en de
belasting die is verschuldigd op grond van onderscheidenlijk de
artikelen 23, 24, 25, 25b en 47, eerste lid, van die wet.
Artikel V
1. De accijns voor sigaretten wordt met ingang van
1 januari 2001 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de
meest gevraagde prijsklasse sigaretten f 6,84 per 1000 stuks
hoger zal liggen dan het accijnsbedrag voor deze prijsklasse op
31 december 2000. Indien met ingang van 1 januari 2001 het
aldus berekende accijnsbedrag lager is dan het bedrag dat overeenkomt
met 57 percent van de kleinhandelsprijs van de meest gevraagde
prijsklasse sigaretten, berekend per 1000 stuks, geldt het
laatstbedoelde bedrag.
2. De accijns van rooktabak wordt met ingang van 1 januari
2001 zodanig verhoogd dat de totale accijns voor de meest gevraagde
prijsklasse rooktabak f 3,42 per kilogram hoger zal liggen dan het
accijnsbedrag voor deze prijsklasse op 31 december 2000.
3. Bij ministeriële regeling worden met ingang van
1 januari 2001 de tarieven van de accijns, bedoeld in artikel 35,
eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet op de accijns aangepast. De
aanpassing geschiedt zodanig dat voor sigaretten en rooktabak van de
meest gevraagde prijsklasse het specifieke gedeelte van de accijns 50%
bedraagt van de som van de totale accijns en de omzetbelasting. Daarbij
dient het bedrag van de totale accijns gelijk te blijven aan het bedrag
van de totale accijns dat na de verhoging van de accijns verschuldigd
zou zijn zonder de aanpassing. Bij de aanpassing vindt afronding plaats
van het specifieke gedeelte van de accijns op een veelvoud van vijf
centen en van het procentuele gedeelte van de accijns op honderdsten van
een percent.
Artikel VI
[Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag]
Artikel VII
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari
2001.
2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel
AC, eerste lid, in werking met ingang van 1 juli 2001 en werkt
terug tot en met 1 januari 2001.
3. De artikelen 10.1, 10.6 en 10.7 van de Wet inkomstenbelasting
2001 en artikel 11, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964
zijn niet van toepassing bij het begin van het kalenderjaar 2001.
4. Artikel VI, onderdelen B, C en H, vinden toepassing nadat
artikel 37a van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van
het kalenderjaar 2001 is toegepast, met dien verstande dat per
1 januari 2001 de aanpassing op grond van artikel 37a van de Wet
belastingen op milieugrondslag van de in de artikelen 9, eerste en derde
lid, 10, en 36i, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en zevende lid,
van die wet vermelde bedragen, geen toepassing vindt.
Artikel VIII
1. Ter zake van het bij het ingaan van 1 januari 2001
voorhanden hebben in een opslagplaats van halfzware olie, gasolie of
vloeibaar gemaakt petroleumgas als bedoeld in artikel 36b, onderdelen
a, b en c, van de Wet belastingen op milieugrondslag, wordt
regulerende energiebelasting geheven, die voor halfzware olie en
gasolie per 1000 L bij een temperatuur van 15° C gelijk is aan
f 104,45 respectievelijk f 105,50 en voor vloeibaar gemaakt
petroleumgas per 1000 kg gelijk is aan f 124,70.
Onder het voorhanden hebben wordt mede begrepen het vervoer naar een
opslagplaats.
2. Aan de regulerende energiebelasting, bedoeld in het eerste
lid, zijn niet onderworpen halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt
petroleumgas:
a. waarvoor het tijdstip waarop de regulerende energiebelasting,
bedoeld in artikel 36i, onderdelen a, b en c, verschuldigd wordt, is
gelegen op of na het in het eerste lid bedoelde tijdstip;
b. waarvoor een vrijstelling van accijns geldt.
3. Onder opslagplaats wordt verstaan elk gebouw of terrein waar
minerale oliën als bedoeld in het eerste lid voor commerciële
doeleinden voorhanden zijn. Opslagplaatsen in gebruik bij een zelfde
persoon worden te zamen als één opslagplaats beschouwd.
4. De regulerende energiebelasting, bedoeld in het eerste lid,
wordt geheven van de eigenaar van de in een opslagplaats voorhanden
minerale oliën en moet op aangifte worden voldaan.
5. In afwijking van artikel 10, tweede lid, van de Algemene wet
inzake rijksbelastingen, wordt uiterlijk de vijfde werkdag na de in het
eerste lid genoemde datum aangifte gedaan van de hoeveelheden van de aan
de regulerende energiebelasting, bedoeld in het eerste lid, onderworpen
onderscheiden minerale oliën.
6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot de aangifte.
7. De heffing van de regulerende energiebelasting, bedoeld in het
eerste lid, blijft achterwege indien de te heffen belasting niet meer
bedraagt dan f 200.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 14 december 2000
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
De Staatssecretaris van Financiën,
W.J. Bos
Uitgegeven de zevenentwintigste december 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals