Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 2 juli 2003 tot uitvoering van de
Verordening (EG) Nr.
44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000
betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de
tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG
L 12) (Uitvoeringswet EG-executieverordening)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat wetgeving nodig is ter
uitvoering van de Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de
Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke
bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in
burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder «de verordening»: de verordening
(EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de
rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van
beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PbEG L 12).
Artikel 2
1.Ten aanzien van het verlof tot tenuitvoerlegging, bedoeld in
artikel 38 van de verordening, zijn de artikelen 985 tot en met 991
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.
2.Het verlof tot tenuitvoerlegging, bedoeld in artikel 38 van de
verordening, wordt gevraagd bij verzoekschrift, dat in de Nederlandse
taal is gesteld, onverminderd artikel 7 van de Wet gebruik Friese taal
in het rechtsverkeer. Het wordt ingediend door een deurwaarder of
advocaat en houdt tevens in de keuze van een woonplaats binnen het
arrondissement van de rechtbank.
3.Onverminderd het bepaalde bij artikel 55, eerste lid, van de
verordening, wordt bij ongenoegzaamheid van de bij het verzoekschrift
overgelegde documenten aan de verzoeker de gelegenheid tot aanvulling
gegeven.
4.In afwijking van het gestelde in het tweede lid, tweede zin, is
de bijstand van een deurwaarder of advocaat niet vereist indien het
bedrag dat de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd,
moet voldoen in hoofdsom niet hoger is dan het bedrag, genoemd in
artikel 93, onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Is het eerstbedoelde bedrag uitgedrukt in een andere munteenheid dan
de euro, dan moet het worden omgerekend tegen de koers van de dag van
de indiening van het verzoek om verlof tot tenuitvoerlegging.
Artikel 3
1.Inwilliging van het verzoek, bedoeld in artikel 39, eerste lid,
van de verordening, door de voorzieningenrechter geschiedt in de vorm
van een eenvoudig verlof, dat op de overgelegde expeditie van de ten
uitvoer te leggen beslissing wordt gesteld.
2.De voorzieningenrechter veroordeelt de schuldenaar in de kosten
welke op de afgifte van het verlof zijn gevallen.
Artikel 4
1.De rechtbank van welke de voorzieningenrechter op het verzoek om
verlof tot tenuitvoerlegging heeft beschikt, neemt kennis van het
rechtsmiddel, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de verordening.
Artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van
toepassing.
2.[vervallen]
3.Het rechtsmiddel, bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de
verordening, moet, indien het wordt ingesteld door de verzoeker,
worden ingesteld binnen een maand na de dagtekening van de
beschikking, waarbij het verlof is geweigerd.
Artikel 5
Voor de toepassing van de Wet griffierechten burgerlijke zaken wordt
de bij een rechtsmiddel ingestelde vordering geacht geen eis tot
betaling van een bepaalde geldsom te zijn.
Artikel 5a
Deze wet is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke
beslissingen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de verordening (EG)
nr. 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000
betreffende insolventieprocedures (PbEG L 160).
Artikel 6
De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 57, vierde lid, van de
verordening, is de notaris die de authentieke akte heeft verleden of de
notaris die zijn protocol heeft overgenomen.
Artikel 6a
De artikelen 2–5 en 6 van deze wet strekken mede tot uitvoering van
het op 30 oktober 2007 te Lugano tot stand gekomen verdrag betreffende
de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van
beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocollen,
Verklaringen en Bijlagen (PBEU L 339) met dien verstande dat in deze
artikelen voor «de verordening» het in dit artikel genoemde verdrag
wordt gelezen.
Artikel 7
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 8
Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet EG-executieverordening.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 2 juli 2003
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de vijftiende juli 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|