Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 7 november 2002 tot uitvoering van de
Richtlijn 1999/70/EG
van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999 betreffende de door
het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake
arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het ter uitvoering van
Richtlijn 1999/70/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 juni 1999
betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten
raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd
noodzakelijk is de Nederlandse wetgeving aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt het Burgerlijk Wetboek]
Artikel II
1. Het maken van onderscheid tussen werknemers in de
arbeidsvoorwaarden op grond van het al dan niet tijdelijke karakter
van de arbeidsovereenkomst is verboden, tenzij een dergelijk
onderscheid objectief gerechtvaardigd is.
2. Een beding in strijd met het eerste lid is nietig.
3. De Commissie gelijke behandeling, genoemd in artikel 11 van de
Algemene wet gelijke behandeling, kan onderzoeken of een onderscheid
is of wordt gemaakt als bedoeld in het eerste lid. De artikelen 12,
13, 14, en 15 van de Algemene wet gelijke behandeling zijn van
overeenkomstige toepassing.
4. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 is niet van toepassing
op een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek.
Artikel III
In geval een natuurlijke persoon, rechtspersoon of bevoegd gezag een
ander onder zijn gezag arbeid laat verrichten, anders dan krachtens
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of ambtelijke aanstelling,
zijn de artikelen 649 en 657 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van
overeenkomstige toepassing.
Artikel IV
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 7 november 2002
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
K.L. Phoa
Uitgegeven de eenentwintigste november 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|