Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 2 december 1982, houdende bepalingen ter uitvoering van het
Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers,
alsmede met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van buitenlandse
werknemers
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is nadere
regels te stellen ter uitvoering van het vanwege Ons op 24 november 1977
te Straatsburg ondertekende Europees Verdrag inzake de rechtspositie van
migrerende werknemers (Trb. 1978, 70);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt onder het Verdrag verstaan, het op 24 november 1977
te Straatsburg ondertekende Europees Verdrag inzake de rechtspositie van
migrerende werknemers (Trb. 1978, 70).
Artikel 2
1. Als nationale instantie, bedoeld in artikel 11, derde lid,
van het Verdrag wordt aangewezen het Landelijk Bureau Inning
Onderhoudsbijdragen.
2. Van het formulier, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het
Verdrag wordt gebruik gemaakt in die gevallen dat daartoe in onderling
overleg van de in het vorige lid bedoelde instantie met de betreffende
instantie van een andere Verdragsluitende Partij of met de betreffende
instanties van andere Verdragsluitende Partijen, dan wel door Onze
Minister van Justitie wordt besloten.
3. Voor de uitvoering van dit Verdrag zijn van overeenkomstige
toepassing de artikelen 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van de Wet van 27 september
1961, Stb. 303, houdende uitvoering van het op 20 juni 1956 te
New York gesloten Verdrag inzake het verhaal in het buitenland van
uitkeringen tot onderhoud, evenwel met dien verstande dat voor
"verzendende instelling" alsmede voor "ontvangende
instelling" telkens wordt gelezen "Landelijk Bureau Inning
Onderhoudsbijdragen".
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld omtrent de wijze waarop het Landelijk Bureau Inning
Onderhoudsbijdragen de in dit artikel bedoelde taak zal uitvoeren.
Artikel 3 [Vervallen per 31-07-1993]
Artikel 4
1. Buitenlandse werknemers
die toestemming hebben verkregen om in Nederland te verblijven teneinde
hier te lande arbeid in loondienst te gaan verrichten en hun rechtmatig
in Nederland verblijvende gezinsleden hebben recht op rechtsbijstand op
de voet van de Wet op de rechtsbijstand. Op hen is het bepaalde in
artikel 855, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
niet van toepassing.
2. Werknemers en hun gezinsleden bedoeld in het eerste lid zijn
vrijgesteld van het stellen van zekerheid, als bedoeld in de artikelen
224, 353 en 414 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Artikel 5 [Vervallen per 01-01-1999]
Artikel 6
1. De artikelen 1, 3, 4 en 5
van deze wet treden in werking op de twintigste dag na die van de
dagtekening van het Staatsblad, waarin deze is geplaatst.
2. Artikel 2 van deze wet treedt in werking op een door Ons te
bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 2 december 1982
BEATRIX
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. de Koning
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
W.J. Deetman
Uitgegeven de eenentwintigste december 1982
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
|