WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er aanleiding is
voorzieningen te treffen ter uitvoering van de op 10 september 1964 te
Parijs ondertekende Overeenkomst inzake beslissingen tot verbetering van
akten van de burgerlijke stand, met Bijlagen, en artikel 29 van Boek 1
van het Burgerlijk Wetboek aan de in deze Overeenkomst vervatte regeling
aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt onder "de Overeenkomst" verstaan, de op
10 september 1964 te Parijs ondertekende Overeenkomst inzake
beslissingen tot verbetering van akten van de burgerlijke stand, met
Bijlagen (Trb. 1965, 89).
Artikel 2
De autoriteit, bevoegd tot het toezenden of ontvangen van stukken of
kennisgevingen als bedoeld in artikel 5 van de Overeenkomst, is Onze
Minister van Justitie.
Artikel 3
Als Nederlandse gerechtelijke autoriteit, bedoeld in artikel 4,
eerste lid, van de Overeenkomst wordt aangewezen de rechtbank, binnen
welker rechtsgebied de akte, waarop de beslissing tot verbetering
betrekking heeft, in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.
Artikel 4
Indien bij beschikking van de rechtbank of bevel van het openbaar
ministerie verbetering is gelast van fouten in akten van de burgerlijke
stand overeenkomstig artikel 2 van de Overeenkomst, zendt de ambtenaar
van de burgerlijke stand, nadat hij in het onder hem berustende register
de verbetering heeft aangebracht, een afschrift van de beschikking of
van het bevel en een afschrift van de door hem verbeterde akte aan Onze
Minister van Justitie.
Artikel 5
Onze Minister van Justitie zendt, behoudens het bepaalde in artikel
8, het afschrift van de in een andere der Overeenkomstsluitende Staten
op grond van artikel 2 van de Overeenkomst genomen beslissing tot
verbetering van een akte van de burgerlijke stand en het afschrift van
de verbeterde akte, zo nodig voorzien van door hem bezorgde vertalingen,
aan de ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie het register berust,
waarin de verbetering moet worden aangebracht.
Artikel 6
De ambtenaar van de burgerlijke stand voegt van de op grond van
artikel 2 van de Overeenkomst genomen beslissing tot verbetering een
latere vermelding toe aan de akte waarop de beslissing betrekking heeft.
Artikel 7
Een ingeschreven akte en een latere vermelding van een akte worden
ingevolge artikel 3 van de Overeenkomst verbeterd, doordat de ambtenaar
van de burgerlijke stand, aan wie een afschrift van de beslissing tot
verbetering en een afschrift van de verbeterde akte zijn overgelegd, een
latere vermelding in het onder hem berustende register opneemt. Meent
hij dat de verbetering buiten de werkingssfeer van de Overeenkomst valt
of zelf foutief is, dan zendt hij de stukken aan Onze Minister van
Justitie.
Artikel 8
Indien Onze Minister van oordeel is, dat de tenuitvoerlegging van de
verbetering op grond van artikel 4 van de Overeenkomst moet worden
geweigerd, stelt hij de hem toegezonden stukken in handen van het
openbaar ministerie.
Artikel 9
1. Op het verzoek van het openbaar ministerie tot weigering van
de tenuitvoerlegging beslist de rechtbank bij een met redenen omklede
beschikking.
2. De griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk
aanhangig was, zendt een afschrift van de beschikking, zodra deze in
kracht van gewijsde is gegaan, aan Onze Minister van Justitie.
Artikel 10
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 11
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag waarop de
Overeenkomst voor Nederland in werking treedt.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 17 februari 1972
JULIANA
De Minister van Justitie,
Van Agt
Uitgegeven de negende maart 1972
De Minister van Justitie,
Van Agt