WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
periode van het experiment budgetfinanciering, decentralisatie en
deregulering van de Wet Sociale Werkvoorziening verder te verlengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De onderdelen F, G en V van artikel I van de Wet van 28 september
1988, Stb. 1988, 440, gelden ook voor het jaar 1997, met dien verstande
dat voor de bepaling van het bedrag van de vergoeding, bedoeld in
artikel 40, eerste lid, van de Wet Sociale Werkvoorziening, over dat
jaar, artikel 41, tweede lid, van die wet toepassing vindt en dat voor
de toepassing van artikel 41, derde lid, van die wet, een percentage van
95 van de vergoeding over het jaar 1996 geldt.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het Staatsblad
waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 1996,
treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot
en met 1 januari 1997.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 19 december 1996
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager