Nadere regelgeving:
- Besluit bepaling
gehalten waarop wordt gewaarborgd overeenkomstig het Verdrag inzake
onderzoek en stempeling van edelmetalen werken
- Besluit verhoging grenzen waarborgen gouden en zilveren voorwerpen
WET van 24 december 1997, houdende regels
omtrent de waarborg van platina, gouden en zilveren werken (Waarborgwet
1986)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de
Waarborgwet 1986 opnieuw te doen vaststellen ten einde te kunnen voldoen
aan richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen
van 28 maart 1993 betreffende een informatieprocedure op het gebied van
normen en technische voorschriften (PbEG L 109);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Van de gehalten
Artikel 1
De gehalten der platina, gouden en zilveren werken, welke door
krachtens deze wet vastgestelde keurmerken worden gewaarborgd, zijn
bepaald:
voor platina werken op 950 duizendsten, met dien verstande dat in
platina alliages iridium als platina wordt beschouwd;
voor gouden werken op 916, 833, 750 en 585 duizendsten;
voor zilveren werken op 925, 835 en 800 duizendsten.
Artikel 2
De werken, tussen twee gehalten bevonden, worden op het laagst dier
beide gehalten gekeurmerkt.
Artikel 3
Werken, die in voltooide staat worden aangeboden en waarvan naar het
oordeel van een krachtens artikel 7 aangewezen waarborginstelling het
gehalte niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld, worden
gewaarborgd binnen een grens van twintig duizendsten.
Artikel 4
1.Indien werken bestaan uit onderdelen van onderscheidene edele
metalen als bedoeld in artikel 1, worden die onderdelen afzonderlijk
gewaarborgd.
2.Werken, die gedeeltelijk bestaan uit edele metalen als bedoeld in
artikel 1 en gedeeltelijk uit andere metalen, dan wel zijn opgevuld
met andere stoffen dan de in artikel 1 bedoelde edele metalen, worden
slechts gewaarborgd, indien zij voldoen aan door Onze Minister van
Economische Zaken te stellen eisen.
HOOFDSTUK II. DE VERPLICHTING TOT WAARBORGEN
Artikel 5
1.Aan waarborg zijn onderworpen platina, gouden en zilveren werken,
welke hier te lande worden vervaardigd, worden ingevoerd of uit het
bezit van anderen dan ondernemers in de handel worden gebracht, voor
zover de werken niet zijn voorzien van de vereiste stempelmerken.
2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op:
a. gouden en platina werken, waarvan de totale massa aan goud
en platina minder dan 0,5 gram bedraagt;
b. zilveren werken, waarvan de totale massa aan zilver minder
dan 1 gram bedraagt;
c. andere werken dan bedoeld onder a en b, voor zover deze
bestemd zijn om te worden uitgevoerd, en mits deze werken
afzonderlijk zijn opgeslagen in niet voor verkoop aan het publiek
bestemde ruimten.
3.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het tweede lid,
onder a en b, bedoelde grenzen worden verhoogd. Hierbij kunnen voor de
onderscheidene edele metalen verschillende grenzen worden vastgesteld.
Artikel 5a
1.De verplichting tot waarborging, bedoeld in artikel 5, eerste
lid, geldt niet voor werken, die in een lid-staat van de Europese Unie
of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende
de Europese Economische Ruimte door een onafhankelijke instelling zijn
voorzien van een gehalteteken, mits dat teken op grond van een aldaar
geldende wettelijke regeling wordt erkend en mits dat teken de aard
van het edelmetaal en het gehalte aan edelmetaal aanduidt.
2.Op de werken, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 47 tot
en met 47c van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5b
De verplichting tot waarborging, bedoeld in artikel 5, eerste lid,
geldt evenmin voor werken die in een staat, die is aangesloten bij het
in artikel 22 bedoelde verdrag, overeenkomstig dat verdrag zijn voorzien
van stempelmerken.
Artikel 6
1.Onze Minister van Economische Zaken kan vrijstelling verlenen van
het bepaalde in artikel 5, eerste lid.
2.Aan een vrijstelling kunnen beperkingen worden gesteld en
voorschriften worden verbonden.
Hoofdstuk IIA. Waarborginstellingen
Artikel 7
1. Onze Minister van Economische Zaken wijst een of meer
rechtspersonen aan, die tot taak hebben, met inachtneming van het bij
en krachtens deze wet bepaalde, aangeboden werken op hun gehalte aan
platina, goud, palladium en zilver te keuren en van stempelmerken te
voorzien.
2. Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid vindt slechts
plaats, indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende eisen
voldoet:
a. hij dient in staat te zijn de in het eerste lid bedoelde
taken naar behoren te vervullen;
b. de voorwaarden dienen aanwezig te zijn voor een zodanige
besluitvorming binnen de rechtspersoon, dat een onafhankelijke
vervulling van de in het eerste lid bedoelde taken zoveel mogelijk
is gewaarborgd.
3. Onze Minister kan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid
intrekken, indien de betrokken rechtspersoon daarom verzoekt, dan wel
indien deze rechtspersoon een of meer van de in het eerste lid
bedoelde taken naar het oordeel van Onze Minister niet naar behoren
vervult of niet meer voldoet aan de in het tweede lid gestelde eisen.
4. Van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid en van een
intrekking van die aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing
in de Staatscourant.
5. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een
waarborginstelling verstaan een krachtens het eerste lid aangewezen
rechtspersoon.
Artikel 7a
1.Het is een waarborginstelling verboden haar statuten te wijzigen,
tenzij de wijziging door Onze Minister van Economische Zaken is
goedgekeurd.
2.Onze Minister kan een goedkeuring als bedoeld in het eerste lid
slechts weigeren, indien de statuten na de wijziging onvoldoende
zouden zijn afgestemd op de in artikel 7, eerste en tweede lid,
bedoelde taken en eisen.
Artikel 7b
1.Een waarborginstelling vestigt één of meer kantoren voor de
uitvoering van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde taken.
2.Indien meer dan één kantoor wordt gevestigd, kan de
waarborginstelling de werkzaamheden van ieder kantoor beperken tot een
door haar vast te stellen gebied of categorie van werken. Een besluit
daartoe wordt door de waarborginstelling in de Staatscourant
bekendgemaakt.
Artikel 7c
1. Een waarborginstelling legt jaarlijks vóór 1 november de vanaf
1 februari daarop volgend te berekenen tarieven voor het onderzoek van
werken met het oog op het verkrijgen van stempelmerken als bedoeld in
artikel 9, eerste lid, en voor het plaatsen van deze merken ter
goedkeuring aan Onze Minister van Economische Zaken voor. Zij worden
na goedkeuring door de waarborginstelling in de Staatscourant
bekendgemaakt.
2. Onverminderd artikel 17 van de Kaderwet zelfstandige
bestuursorganen kan Onze Minister een goedkeuring als bedoeld in het
eerste lid weigeren indien de tarieven hoger zijn dan, uitgaande van
een redelijke toerekening van de aan het onderzoek en de stempeling
van de desbetreffende werken verbonden kosten, noodzakelijk is.
3. Het in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde besluit omtrent
goedkeuring wordt binnen 8 weken na verzending ter goedkeuring
bekendgemaakt.
4. Indien de vanaf 1 februari te berekenen tarieven niet vóór 1
januari daaraan voorafgaand zijn goedgekeurd, kan Onze Minister deze
tarieven zelf vaststellen.
5. Van een besluit tot vaststelling van tarieven als bedoeld in het
vierde lid wordt door Onze Minister mededeling gedaan door plaatsing
in de Staatscourant.
6. Een waarborginstelling kan de tarieven, bedoeld in het eerste
lid, gedurende het jaar waarvoor zij gelden, wijzigen. Een wijziging
van de tarieven wordt ter goedkeuring aan Onze Minister van
Economische Zaken voorgelegd. Het eerste lid, tweede volzin, alsmede
het tweede en derde lid zijn van toepassing.
Artikel 7d
Indien de begroting van een waarborginstelling niet vóór de aanvang
van het kalenderjaar, waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd, kan Onze
Minister die instelling machtigen uitgaven te doen uit die posten
waartegen hij geen bedenking heeft.
Artikel 7e
Indien Onze Minister van Economische Zaken meer dan één
rechtspersoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanwijst, kan hij
regels stellen ten behoeve van een goede coördinatie van de uitvoering
van de door die rechtspersonen te verrichten taken en werkzaamheden als
bedoeld in de artikelen 13, 18, 39, 47, 47a en 60.
Artikel 8
De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing, met
uitzondering van artikel 22 van die wet.
HOOFDSTUK III. VAN DE STEMPELMERKEN EN DE GEHALTEPROEF
Artikel 9
De stempeling der platina, gouden en zilveren werken, zowel in het
geval bij artikel 1 als in dat bij artikel 3 bedoeld, geschiedt met
stempels, omtrent welker vorm en gebruik Onze Minister van Economische
Zaken regels stelt.
Artikel 10
De in artikel 9 bedoelde stempelmerken zijn:
1°. het gehaltemerk;
2°. het merk tot aanwijzing van het waarborgkantoor, waar de
stempeling is geschied;
3°. het jaarlettermerk;
4°. het gewichtaanduidend merk voor werken, welke uit meer dan
een, niet voor afzonderlijke stempeling vatbare stukken bestaan.
Artikel 11
1.Werken, welke niet zonder gevaar van beschadiging gestempeld
kunnen worden, alsmede werken van bijzondere oudheidkundige of
kunstzinnige waarde, kunnen door de waarborginstelling, die het
onderzoek verricht, van de verplichting tot stempeling worden
vrijgesteld.
2.In het in het eerste lid bedoelde geval wordt ter zake van die
werken een schriftelijk bewijs verstrekt, dat een nauwkeurige
omschrijving van het desbetreffende werk inhoudt.
Artikel 12
1.Onverminderd de stempeling door een waarborginstelling, is elke
werkmeester verplicht alle uit zijn werkplaats voortkomende platina,
gouden en zilveren werken, met uitzondering van werken, die niet
zonder gevaar van beschadiging gestempeld kunnen worden, met de afslag
te merken van een eigen, overeenkomstig artikel 13 goedgekeurd,
stempel, waarvan hij zich te dien einde voorzien moet, en welke de
aanvangsletters van zijn naam benevens een bijzonder, door hem gekozen
onderscheidingsteken vertonen moet.
2.Dit merk, de verantwoordelijke vervaardiger van het werk
aanwijzende, draagt de naam van meesterteken.
3.Geen werkmeester mag een meesterteken aannemen, volkomen gelijk
aan dat van een zijner beroepsgenoten.
4.Het bepaalde in het eerste lid geldt niet, indien het
meesterteken ingevolge een tussen de werkmeester en de
waarborginstelling, aan welke de werken ter onderzoek zullen worden
aangeboden, gesloten overeenkomst, door de betrokken
waarborginstelling zal worden aangebracht.
Artikel 13
1.Het in artikel 12, eerste lid, bedoelde meesterteken behoeft de
goedkeuring van een waarborginstelling.
2.Het door de betrokken waarborginstelling ter zake van een
aanvraag om goedkeuring als bedoeld in het eerste lid berekende tarief
behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Economische Zaken. Dit
tarief wordt door de waarborginstelling in de Staatscourant
bekendgemaakt.
Artikel 14
De kornetten en snippelingen worden na elke gehalteproef aan de
aanbieder teruggegeven.
Artikel 15
1.Alvorens tot het onderzoek te worden toegelaten moeten de werken
tot een staat van voltooiing gebracht zijn, welke zowel tegen een
verandering van hun oorspronkelijke bestemming, als tegen een
beschadiging der stempeltekens bij de verdere bearbeiding, waarborgt.
Werken, waaraan zodanige beschadiging is toegebracht, zijn opnieuw aan
stempeling onderhevig.
2.Inlandse werken worden alleen tot het onderzoek toegelaten indien
zij, behoudens voor zover het werken betreft waarop artikel 11 of
artikel 12, vierde lid, van toepassing is, voorzien zijn van het
meesterteken en zij noch door polijsten, of op welke andere wijze ook,
zijn afgewerkt, noch van stenen of andere dergelijke versierselen zijn
voorzien; een en ander, tenzij naar het oordeel van de
waarborginstelling, aan welke de aanbieding geschiedt, bijzondere
redenen zulks onmogelijk dan wel onnodig maken.
Artikel 16
1.De werken, ter keuring aangeboden, moeten vergezeld gaan van een
ondertekend borderel, opgave inhoudende van metaalsoort, getal of
gewicht, en zo mogelijk gehalte.
2.Voor het borderel wordt gebruik gemaakt van door de
waarborginstelling, aan welke de werken worden aangeboden, tegen
kostprijs ter beschikking gestelde formulieren.
Artikel 17
1.De werken moeten steeds van verlengstukken voorzien zijn, ten
einde daarop het voor de proef benodigde metaal te kunnen insnijden,
tenzij bijzondere redenen, welker beoordeling aan de
waarborginstelling, aan welke de werken worden aangeboden, blijft
overgelaten, zulks onmogelijk dan wel onnodig maken.
2.Het blijft desniettemin de waarborginstelling vrijgelaten die
insnijding ook, althans voor een gedeelte, op het werk zelf te
verrichten.
Artikel 18
1.De platina, gouden en zilveren werken, bestemd om van de
gehaltetekenen te worden voorzien, en die na aaneenvoeging hunner
verschillende delen niet meer vatbaar zijn zouden voor een behoorlijk
onderzoek, worden bij losse gedeelten aan het essai onderworpen, en
van een door de waarborginstelling, die het onderzoek verricht,
vastgesteld herkenningsteken, dat het bevonden gehalte aanwijst,
voorzien. Later, in voltooide staat aan het kantoor teruggebracht,
worden zij, zonder opnieuw onderzocht te worden, op het door de
herkenningstekenen aangewezen gehalte gestempeld.
2.De herkenningstekenen, bedoeld in het eerste lid, worden door de
waarborginstelling, die deze heeft vastgesteld, in de Staatscourant
bekendgemaakt.
Artikel 19
1.Holle werken, draad- en knopwerk, en alle andere werken, waarvan
men het gehalte niet langs de gewone weg kan leren kennen, worden
onderzocht bij samensmelting van een of meerdere stukken, naar gelang
van de grootte der partij.
2.Zo dit onderzoek de juistheid der aangifte bevestigt, wordt de
waarde van het fatsoen der versmolten stukken de belanghebbende door
de waarborginstelling, die het onderzoek verricht, vergoed.
Artikel 20
1.Een waarborginstelling is bevoegd om, indien zij vermoedt dat de
platina, gouden en zilveren werken, waarvan stempeling op een der
wettelijke gehalten wordt verlangd, met ijzer, koper, hars of enige
andere stof opgevuld of op een bedekte wijze met soldeersel overladen
zijn, die werken door te snijden. Dit moet geschieden in aanwezigheid
van de aanbieder, tenzij deze te kennen heeft gegeven niet aanwezig te
willen zijn.
2.Blijkt het vermoeden juist, dan wordt degene die het werk ter
keuring heeft aangeboden medegedeeld, dat de werken of voorwerpen niet
tot de stempeling kunnen worden toegelaten.
3.In het tegenovergestelde geval wordt aan die aanbieder of houder
door de waarborginstelling, die het onderzoek heeft verricht, de
waarde van het fatsoen van het doorgesneden werk of voorwerp vergoed.
4.Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
opgevulde werken die voldoen aan krachtens artikel 4, tweede lid, ter
zake van die werken gestelde eisen.
Artikel 21
1.Wanneer ten aanzien van enig aan het wettelijk onderzoek
onderworpen platina, goud of zilverwerk een lager gehalte wordt
bevonden dan dat hetwelk in het borderel is opgegeven, kan op
verlangen van de aanbieder tot een tweede proef worden overgegaan.
2.Indien de tweede proef het op het borderel vermelde gehalte
bevestigt, is de aanbieder geen vergoeding verschuldigd voor de eerste
proef.
HOOFDSTUK IIIA. ONDERZOEK EN STEMPELING OVEREENKOMSTIG HET VERDRAG
INZAKE ONDERZOEK EN STEMPELING VAN EDELMETALEN WERKEN
Artikel 22
In dit hoofdstuk wordt onder verdrag verstaan het op 15 november 1972
te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake onderzoek en stempeling van
edelmetalen werken (Trb. 1991, 16).
Artikel 23
1. Op verzoek van de aanbieder verricht een waarborginstelling het
onderzoek en de stempeling van platina, gouden en zilveren werken, in
afwijking van hoofdstuk III, en van palladium werken, overeenkomstig
het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
2. Het eerste lid geldt niet, indien stempeling van een werk naar
het oordeel van de betrokken waarborginstelling niet mogelijk is
zonder gevaar voor beschadiging van dat werk.
Artikel 24
1.Waarborging van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde werken
geschiedt op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gehalten.
2.Artikel 3 is niet van toepassing op de krachtens het eerste lid
vastgestelde gehalten.
Artikel 25
1. Het gehalteonderzoek wordt verricht overeenkomstig de bij en
krachtens het verdrag bepaalde methoden en technieken.
2. De artikelen 14, 15, 16, 17, 18, 20, eerste, tweede en derde
lid, en 21 zijn van toepassing op platina, gouden en zilveren werken
en van overeenkomstige toepassing op palladium werken.
Artikel 25a
1.Op werken, ten aanzien waarvan een gehalte als bedoeld in artikel
24 is vastgesteld, en die voorts voldoen aan de vereisten, vervat in
bijlage I bij het verdrag, worden de navolgende stempelmerken
afgeslagen:
a. het in bijlage II bij het verdrag voor het desbetreffende
gehalte vastgestelde gehaltemerk;
b. het in artikel 10, onder 2°, bedoelde merk.
2.Stempeling als bedoeld in het eerste lid kan slechts geschieden
als door middel van gieten of afslaan op de desbetreffende werken een
meesterteken als bedoeld in artikel 12, tweede lid, of een invoerteken
als bedoeld in artikel 47a, eerste lid, alsmede een getal in arabische
cijfers, waarmee het gehalte van het werk in duizendsten wordt
aangegeven, zijn aangebracht.
3.Artikel 4 is niet van toepassing.
Artikel 25b
Artikel 7c is van overeenkomstige toepassing op het onderzoek en de
stempeling van werken overeenkomstig dit hoofdstuk.
Hoofdstuk IV. Van de ondernemers
Artikel 26
1. Ondernemer ten aanzien van deze wet is, al wie in de uitoefening
van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk uit platina, goud,
palladium of zilver bestaande voorwerpen vervaardigt, bewerkt, doet
vervaardigen of bewerken en al wie in de uitoefening van een beroep of
bedrijf met zodanige voorwerpen handel drijft. Onder handel drijven
als bedoeld in de vorige volzin wordt mede verstaan bemiddelen bij het
tot stand brengen van overeenkomsten van koop en verkoop van de in die
volzin genoemde voorwerpen.
2. Werklieden die in dienst van hun meester geheel of gedeeltelijk
uit platina, goud, palladium of zilver bestaande voorwerpen voor deze
vervaardigen of bewerken, zijn niet ondernemer.
Artikel 27 [Vervallen per 11-03-2002]
Artikel 28 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 29 [Vervallen per 11-03-2002]
Artikel 29a [Vervallen per 11-03-2002]
Artikel 30
1.Geen ondernemer mag enig voltooid platina, gouden of zilveren
werk, dat op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde moet
zijn gewaarborgd, in zijn bezit hebben of daarmee handel drijven,
tenzij dat werk is voorzien van de vereiste stempelmerken, dan wel,
indien het werk op grond van het bepaalde in artikel 11, eerste lid,
van stempeling is vrijgesteld, van het in het tweede lid van dat
artikel bedoelde schriftelijke bewijs.
2.De werken, tot persoonlijk gebruik van de ondernemer en zijn
gezin dienende, zijn hiervan niet uitgezonderd.
3.Het bepaalde in het eerste lid omtrent het in bezit hebben van
werken is niet van toepassing op de ondernemer, die de desbetreffende
werken minder dan vier weken in zijn bezit heeft, voor zover die
werken niet onder de aandacht van het publiek worden gebracht.
4.Onder stempelmerken als bedoeld in het eerste lid worden verstaan
alle merken, welke ingevolge wettelijke bepalingen op enig tijdstip
zijn aangewezen om de gehalten van platina, gouden en zilveren werken
te waarborgen, met uitzondering van de rijksstempelmerken voor
ongewaarborgd gehalte.
Artikel 31
Geen ondernemer mag andere dan de in artikel 30, eerste lid, bedoelde
werken in de handel brengen als platina, gouden of zilveren werken,
indien deze voorwerpen niet ten minste voldoen aan het op grond van
artikel 1 voor de desbetreffende voorwerpen geldende laagste gehalte.
Artikel 32 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 33 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 34 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 35
Het is verboden op platina, gouden en zilveren werken gelijkende
voorwerpen tezamen met gewaarborgde werken onder de aandacht van het
publiek te brengen, tenzij eerstgenoemde werken op duidelijke wijze van
de andere zijn onderscheiden.
Artikel 36
Het is verboden andere voorwerpen dan die, welke ten minste voldoen
aan het op grond van artikel 1 voor de desbetreffende voorwerpen
geldende laagste gehalte, onder de aandacht van het publiek te brengen
met gebruikmaking van de woorden edelmetaal, platina, goud of zilver, of
op zodanige andere wijze, dat daaruit redelijkerwijze moet worden
afgeleid, dat die voorwerpen beantwoorden aan de samenstelling van
platina, gouden en zilveren werken.
Artikel 37
De ondernemers moeten zorgen dat op voor het publiek toegankelijke
plaatsen alle op grond van artikel 60 vastgestelde formulieren
voorhanden zijn, en dat ten minste een van die formulieren duidelijk
zichtbaar aanwezig is.
Artikel 38 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 39
1.Een werkmeester mag door hem vervaardigde werken slechts van een
meesterteken van een andere werkmeester voorzien, indien hij hiervan
tevoren schriftelijk kennis heeft gegeven aan een waarborginstelling,
onder overlegging van een schriftelijk bewijs van toestemming van die
andere werkmeester.
2.Indien een werkmeester de toestemming tot gebruik van zijn
meesterteken als bedoeld in het eerste lid intrekt, geeft hij hiervan
terstond schriftelijk kennis aan een waarborginstelling.
Artikel 40 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 41 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 42 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 43 [Vervallen per 31-12-1997]
HOOFDSTUK V. VAN OPENBARE VERKOPINGEN EN BELEENBANKEN
Artikel 44
1.De notaris, griffier, deurwaarder of andere ambtenaar, te wiens
overstaan een openbare veiling plaats heeft, of, bij ontstentenis van
de zodanige, de bijzondere persoon, die de veiling of het toezicht
daarop houdt, draagt zorg dat de platina, gouden of zilveren werken,
niet voorzien van de vereiste stempeltekenen, niet in openbare veiling
komen of met die bestemming worden tentoongesteld.
2.Deze bepaling is mede van toepassing op de verkoping der
onafgeloste panden van beleenbanken.
Artikel 45 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 46
1.Van het houden ener openbare verkoping, waarin platina, gouden en
zilveren werken voorkomen, moet door de notaris, griffier, deurwaarder
of andere ambtenaar, te wiens overstaan zij zal gehouden worden, of,
bij ontstentenis van de zodanige, door de bijzondere persoon, die
dezelve of het toezicht daarover houden zal, ten minste drie dagen
tevoren aangifte worden gedaan bij de krachtens artikel 52 aangewezen
rechtspersoon.
2.Bij de aangifte, bedoeld in het eerste lid, worden vermeld de
naam, het adres en de hoedanigheid van de aangever, de naam en het
adres van degene die de verkoping organiseert, het adres van het
verkooplokaal en de tijdstippen van kijkdagen en verkopingen.
3.Bij verkopingen van beleenbanken of andere, die op vaste
tijdstippen gehouden worden, is een opgave dier tijdstippen en der
veranderingen, welke in de bepaling derzelve gebracht mochten worden,
voldoende.
Hoofdstuk VI. Van in-, uit- en doorvoer
Artikel 47
Alvorens ingevoerde platina, gouden en zilveren werken op een der
wettelijke gehalten te stempelen, voorziet de betrokken
waarborginstelling die werken, met uitzondering van die, welke niet
zonder gevaar van beschadiging gestempeld kunnen worden of die van
bijzondere kunstzinnige waarde zijn,
a. van een afslag van een stempel van de ondernemer voor wie de
werken bestemd zijn, of
b. op verzoek van de buitenlandse ondernemer, die de werken in
Nederland invoert, van diens meesterteken.
Artikel 47a
1.Het in artikel 47, onder a, bedoelde stempel draagt de naam van
invoerteken.
2.Geen ondernemer mag een invoerteken aannemen, volkomen gelijk aan
dat van een van zijn beroepsgenoten.
3.Tot het opslaan van het invoerteken moet de belanghebbende het
stempel in bewaring geven aan de in artikel 47 bedoelde
waarborginstelling.
4.Het invoerteken behoeft de goedkeuring van een
waarborginstelling.
5.Artikel 13, tweede lid, is ter zake van de in het vierde lid
bedoelde goedkeuring van overeenkomstige toepassing.
Artikel 47b
1.Het in artikel 47, onder b, bedoelde meesterteken moet de
aanvangsletters van de naam van de betrokken ondernemer vertonen,
alsmede een bijzonder, door hem gekozen onderscheidingsteken, of moet
een in het land van herkomst van de betrokken ondernemer door een
daartoe bevoegd orgaan erkend meesterteken zijn, dat de ondernemer
voldoende kan identificeren.
2.De artikelen 12, derde lid, 13 en 47a, derde lid, zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 47c
1.Het bepaalde in artikel 47 geldt niet:
a. voor werken die, voordat zij werden ingevoerd, reeds anders
dan ten behoeve van het drijven van handel in het bezit zijn
geweest van een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
b. in andere gevallen dan bedoeld onder a, voor werken die
voorzien zijn van een meesterteken van de buitenlandse ondernemer
die de werken in Nederland invoert.
2.Ter zake van het in het eerste lid, onder b, bedoelde
meesterteken zijn de artikelen 47b, eerste lid, 12, derde lid, en 13
van overeenkomstige toepassing.
Artikel 48 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 49 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 50 [Vervallen per 01-04-2008]
Artikel 51 [Vervallen per 31-12-1997]
Hoofdstuk VIA. Toezicht op de naleving
Artikel 52
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze wet zijn belast de werknemers van een door Onze
Minister van Economische Zaken aangewezen rechtspersoon, die daartoe
door die rechtspersoon zijn aangewezen.
2. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing, met
uitzondering van artikel 22 van die wet.
Artikel 52a
1. Een aanwijzing van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 52
vindt slechts plaats indien de betrokken rechtspersoon aan de volgende
eisen voldoet:
a. hij dient in staat te zijn het toezicht op de naleving van
het bepaalde bij of krachtens deze wet naar behoren te doen
uitoefenen;
b. de rechtspersoon is niet een krachtens artikel 7, eerste
lid, aangewezen rechtspersoon.
2. Onze Minister van Economische Zaken kan een aanwijzing van een
rechtspersoon intrekken indien deze daarom verzoekt, dan wel indien de
rechtspersoon naar het oordeel van Onze Minister niet meer voldoet aan
de in het eerste lid gestelde eisen.
3. Van een besluit tot aanwijzing van een rechtspersoon en van
intrekking van die aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing
in de Staatscourant.
Artikel 52b
1.Een besluit tot aanwijzing van een werknemer als bedoeld in
artikel 52 wordt door de aangewezen rechtspersoon aan Onze Minister
van Economische Zaken medegedeeld en in de Staatscourant geplaatst.
2.Onze Minister kan, indien de wijze van uitoefening van het
toezicht door een aangewezen werknemer daartoe naar zijn oordeel
aanleiding geeft, bepalen dat die aanwijzing dient te worden
ingetrokken.
Artikel 52c
1.Het is een aangewezen rechtspersoon als bedoeld in artikel 52
verboden haar statuten te wijzigen, tenzij de wijziging door Onze
Minister van Economische Zaken is goedgekeurd.
2.Onze Minister kan een goedkeuring als bedoeld in het eerste lid
slechts weigeren, indien de statuten na de wijziging onvoldoende
zouden zijn afgestemd op de in artikel 52a, eerste lid, bedoelde
eisen.
Artikel 52d [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel 54
1.De krachtens artikel 52, eerste lid, aangewezen werknemers zijn
bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen
te treden zonder toestemming van de bewoner.
2.Zo nodig oefenen zij de in artikel 5:18 van de Algemene wet
bestuursrecht genoemde bevoegdheid uit met behulp van de sterke arm.
Artikel 55
1. De krachtens artikel 52 aangewezen werknemers zijn bevoegd om,
ten aanzien van reeds in de handel aanwezige platina, gouden,
palladium en zilveren werken welke van een gehaltemerk zijn voorzien
en waarvan wordt vermoed dat zij met ijzer, koper, hars of enige
andere stof opgevuld of op een bedekte wijze met soldeersel overladen
zijn, die werken door te snijden. Dit moet geschieden in
tegenwoordigheid van de houder, tenzij deze te kennen heeft gegeven
niet aanwezig te willen zijn.
2. Blijkt het vermoeden juist, dan wordt de houder van het reeds in
de handel aanwezige werk medegedeeld, dat deze ten onrechte van een
gehaltemerk is voorzien en wordt het reeds aanwezige merk vernietigd.
3. In het tegenovergestelde geval wordt aan die houder de waarde
van het fatsoen van het doorgesneden werk vergoed.
4. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
opgevulde werken die voldoen aan krachtens artikel 4, tweede lid, ter
zake van die werken gestelde eisen.
Artikel 56 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 57 [Vervallen per 01-01-1998]
Hoofdstuk VIB. Informatie
Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2011]
Artikel 58a
Een waarborginstelling is verplicht de inlichtingen te verschaffen
die de krachtens artikel 52 aangewezen werknemers nodig achten voor de
uitvoering van hun taak.
Artikel 59
Een waarborginstelling is verplicht kosteloos aan een ieder
inlichtingen te geven over de betekenis van de verschillende
stempelmerken bedoeld in artikel 25a, eerste en tweede lid, en artikel
30, vierde lid, alsmede over de rijksstempelmerken van ongewaarborgd
gehalte.
Artikel 60
1. Een waarborginstelling stelt, in overleg met de betrokken
organisaties van ondernemers, een of meer formulieren vast waarop
krachtens wettelijke bepalingen vastgestelde stempelmerken, aangevende
het gehalte van platina, gouden, palladium of zilveren werken, met
toelichting staan afgebeeld.
2. De waarborginstelling, die een formulier als bedoeld in het
eerste lid heeft vastgesteld, doet hiervan mededeling in de
Staatscourant. In deze mededeling wordt omschreven welke stempelmerken
op het desbetreffende formulier staan afgebeeld.
3. De in het eerste lid bedoelde formulieren worden door een
waarborginstelling aan een ieder tegen kostprijs ter beschikking
gesteld.
Artikel 61 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 62 [Vervallen per 31-12-1997]
HOOFDSTUK VID. BEROEP
Artikel 63
Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een
belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven.
Artikel 64 [Vervallen per 31-12-1997]
Artikel 65 [Vervallen per 31-12-1997]
HOOFDSTUK VII. OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 66
Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de krachtens de
Waarborgwet 1986 (Stb. 1987, 39) vastgestelde regels en andere
besluiten op deze wet.
Artikel 67
De Waarborgwet 1986 (Stb. 1987, 39) wordt ingetrokken.
Artikel 68
1.Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met
uitzondering van hoofdstuk IIIA, dat in werking treedt op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
2.[Wijzigt deze wet]
Artikel 69
Deze wet wordt aangehaald als: Waarborgwet 1986.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Het Oude Loo, 24 december 1997
BEATRIX
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
A. van Dok-van Weele
Uitgegeven de dertigste december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|