WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels
inzake het recht op aanpassing van de arbeidsduur tot stand te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Algemene bepaling
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. werkgever: degene die een ander krachtens arbeidsovereenkomst
naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid laat
verrichten;
b. werknemer: de ander, bedoeld onder a.
Recht op aanpassing van de arbeidsduur
Artikel 2
1. De werknemer kan de werkgever verzoeken om aanpassing van de
uit zijn arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling
voortvloeiende arbeidsduur, indien de werknemer ten minste een jaar
voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van die aanpassing in
dienst is bij die werkgever. Voor de berekening van de termijn van een
jaar worden perioden waarin arbeid wordt verricht, die elkaar opvolgen
met een onderbreking van niet meer dan drie maanden samengeteld. De
vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op perioden waarin
voor verschillende werkgevers arbeid wordt verricht die ten aanzien
van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkanders
opvolger te zijn.
2. Voor militaire ambtenaren wordt het recht op aanpassing van de
arbeidsduur geregeld bij algemene maatregel van bestuur op voordracht
van Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid met gebruikmaking van onbezoldigd verlof in verband met
deeltijdarbeid.
3. Het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur wordt ten minste
vier maanden vóór het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing
schriftelijk bij de werkgever ingediend onder opgave van het tijdstip
van ingang, de omvang van de aanpassing van de arbeidsduur per week of,
als de arbeidsduur over een ander tijdvak is overeengekomen over dat
tijdvak en de gewenste spreiding van de uren over de week of het
anderszins overeengekomen tijdvak. De werknemer kan ten hoogste eenmaal
per twee jaren, nadat de werkgever een verzoek om aanpassing van de
arbeidsduur heeft ingewilligd of afgewezen, opnieuw een verzoek
indienen.
4. De werkgever pleegt overleg met de werknemer over diens
verzoek.
5. De werkgever willigt het verzoek van de werknemer om
aanpassing van de arbeidsduur in, voor zover het betreft het tijdstip
van ingang en de omvang van de aanpassing, tenzij zwaarwegende bedrijfs-
of dienstbelangen zich daartegen verzetten.
6. De werkgever stelt de spreiding van de uren vast
overeenkomstig de wensen van de werknemer. De werkgever kan de gewenste
spreiding van de uren wijzigen, indien hij daarbij een zodanig belang
heeft dat de wens van de werknemer daarvoor naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid moet wijken.
7. De beslissing op het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur
wordt door de werkgever schriftelijk aan de werknemer meegedeeld. Indien
de werkgever het verzoek niet inwilligt of de spreiding van de uren
vaststelt in afwijking van de wensen van de werknemer, wordt dit onder
schriftelijke opgave van de redenen meegedeeld.
8. Bij vermindering van de arbeidsduur is in ieder geval sprake
van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermindering
leidt tot ernstige problemen:
a. voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen
uren;
b. op het gebied van de veiligheid, of
c. van roostertechnische aard.
9. Bij vermeerdering van de arbeidsduur is in ieder geval sprake
van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermeerdering
leidt tot ernstige problemen:
a. van financiële of organisatorische aard;
b. wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk, of
c. omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting
daartoe ontoereikend is.
10. Indien de werkgever niet een maand voor het beoogde tijdstip
van ingang van de aanpassing op het verzoek heeft beslist, wordt de
arbeidsduur aangepast overeenkomstig het verzoek van de werknemer.
11. Uitsluitend ten aanzien van vermeerdering van de arbeidsduur
kan van dit artikel of een of meer onderdelen daarvan worden afgeweken
bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een
daartoe bevoegd bestuursorgaan dan wel, indien geen collectieve
arbeidsovereenkomst of regeling van toepassing is of terzake geen
bepaling bevat, indien de werkgever terzake schriftelijke
overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad of, bij het
ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging.
12. Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een
werkgever met minder dan 10 werknemers. Deze dient een regeling te
treffen met betrekking tot het recht van de werknemers op aanpassing van
de arbeidsduur.
13. Voor de toepassing van het elfde lid geldt een afwijkende
regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan of een
afwijkende regeling waaromtrent de werkgever schriftelijk
overeenstemming heeft bereikt met de ondernemingsraad, of bij het
ontbreken daarvan, met de personeelsvertegenwoordiging, voor vijf jaren
vanaf het tijdstip waarop die regeling ingaat, indien geen termijn van
ten hoogste vijf jaren is bepaald. Indien geen termijn is bepaald gaat
bij wijziging van de regeling waarvan de in de eerste zin bedoelde
afwijking deel uitmaakt binnen het in die zin bedoelde tijdvak, ten
aanzien van de afwijking een nieuw tijdvak in op het tijdstip van
inwerkingtreding van de wijziging.
Beëindiging arbeidsverhouding
Artikel 3
De werkgever kan de arbeidsverhouding van een werknemer niet
beëindigen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte
om aanpassing van de arbeidsduur heeft verzocht.
Evaluatiebepaling
Artikel 4
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt, in
overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Onze Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, binnen drie jaar na de
inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de
doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Inwerkingtreding
Artikel 5
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Citeertitel
Artikel 6
Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing arbeidsduur.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 19 februari 2000
BEATRIX
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.E. Verstand-Bogaert
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Peper
De Staatssecretaris van Defensie,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de eenentwintigste maart 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals