Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 6 mei 1971 tot aanpassing van de
daglonen, welke aan de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen krachtens de
Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering ten grondslag
liggen
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen
vast te stellen inzake een aanpassing van de daglonen, welke aan de
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen krachtens de Wet overgangsregeling
arbeidsongeschiktheidsverzekering ten grondslag liggen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen
besluiten wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Volksgezondheid;
b. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een
arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend krachtens de Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Artikel 2
Ten aanzien van degene, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering is
berekend naar een lager dagloon dan het dagloon, bedoeld in artikel 3,
wordt, indien en zolang hij aanspraak heeft op die
arbeidsongeschiktheidsuitkering over tijdvakken, liggende na 30 juni
1971, het in artikel 3 bedoelde dagloon aan zijn
arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag gelegd.
Artikel 3
1. Met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden wordt
overeenkomstig door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
te stellen regelen aan de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten
grondslag gelegd:
a. voor degene, die op 30 juni 1967 uitkering ontving op grond van
een door de bedrijfsvereniging getroffen verlengde ziekengeldregeling:
106 : 100 maal het dagloon, dat aan de berekening van die verlengde
ziekengelduitkering ten grondslag lag;
b. voor degene, die op 30 juni 1967 geen verlengde
ziekengelduitkering ontving: 106 : 100 maal het tot een bedrag per dag
herleide loon, dat op het formulier tot aanvraag van een
invaliditeitsrente krachtens de Invaliditeitswet of een bijslag
krachtens de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers werd vermeld als
zijn loon dan wel als het loon van een gelijksoortige werknemer;
c. voor degene, te wiens aanzien een gegeven als bedoeld onder a
of b ontbreekt: het tot een bedrag per dag herleide loon, dat
door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is gehanteerd
bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid dan wel het
tot een bedrag per dag herleide loon, dat de belanghebbende of een aan
hem gelijksoortige persoon ten tijde van het intreden van zijn
invaliditeit redelijkerwijs geacht kan worden gemiddeld te hebben
kunnen verdienen.
2. Indien het dagloon, dat aan de berekening van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering is dan wel op grond van het vorige lid
zou worden ten grondslag gelegd, is vastgesteld op het bedrag, bepaald
krachtens het eerste lid van artikel 9 van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering, zoals dat artikel luidde op 30 juni 1967, wordt dit dagloon
opnieuw vastgesteld met inachtneming van het in het vorige lid bepaalde
en van het in het eerste lid van artikel 17 van de Wet financiering
sociale verzekeringen bedoelde bedrag, eventueel verhoogd of verlaagd op
grond van artikel 18 van die wet.
3. Het met inachtneming van het bepaalde in de vorige leden
vastgestelde dagloon wordt verhoogd of verlaagd al naar gelang de
ontwikkeling van het indexcijfer der lonen in de periode, liggende
tussen het tijdstip, waarop dat dagloon geacht kan worden te zijn
berekend en de laatste herziening, welke de daglonen overeenkomstig het
bepaalde bij of krachtens artikel 15 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering in het algemeen hebben ondergaan of,
indien het hiervoor bedoelde tijdstip ligt vóór 1 juli 1967, zouden
hebben ondergaan indien de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
op dat eerdere tijdstip reeds in werking ware getreden.
4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd
ter uitvoering van het bepaalde in de vorige leden nadere en zo nodig
afwijkende regelen te stellen. Bij die regelen kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen o.m. loonklassen
vaststellen en daarbij aangeven, welk dagloon in die loonklassen aan de
berekening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag dient te
worden gelegd. Tevens kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen vaststellen op welk percentage de verhogingen of
verlagingen als bedoeld in het derde lid dienen te worden bepaald.
5. Indien het met inachtneming van het bepaalde in de vorige
leden vastgestelde dagloon méér dan zeven gulden uitgaat boven het
vóór de toepassing van die bepalingen aan de
arbeidsongeschiktheidsuitkering ten grondslag liggende dagloon wordt met
dat meerdere geen rekening gehouden.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kan het in het vijfde lid
genoemde bedrag met ingang van een daarbij vast te stellen datum worden
verhoogd indien de sociaal economische omstandigheden zulks naar Ons
oordeel mogelijk maken.
Artikel 4 [Vervallen per 01-01-1972]
Artikel 5
1. Voor zover in deze wet of
in haar uitvoeringsbesluiten daarvan niet wordt afgeweken vinden de
bepalingen van de Wet overgangsregeling
arbeidsongeschiktheidsverzekering en van haar uitvoeringsbesluiten met
inachtneming van de wijzigingen, welke de aard van het onderwerp
vordert, overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in deze wet en
haar uitvoeringsbesluiten vervatte regeling.
2. Het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van deze wet vindt geen
toepassing in de gevallen, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering, behoudens het
bepaalde bij en krachtens het tweede lid van dat artikel.
Artikel 6
Een herziening van het dagloon als bedoeld in artikel 3 vindt
ambtshalve plaats.
Artikel 7
1. Indien een belanghebbende zich met een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van het bepaalde
bij en krachtens deze wet te zijnen aanzien genomen beslissing niet
kan verenigen, kan hij die beslissing binnen een maand na de
verzending daarvan met het verzoek om een uitspraak voorleggen aan de
Commissie van Arbitrage, bedoeld in artikel 8, die een, partijen
bindende, uitspraak doet.
2. Ten aanzien van een beslissing als bedoeld in het vorige lid
blijft het bepaalde in Hoofdstuk VII van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering buiten toepassing.
Artikel 8
1. Er is een Commissie van Arbitrage, welke haar zetel heeft
ten kantore van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
2. De in het eerste lid bedoelde Commissie bestaat uit een
voorzitter en twee leden alsmede uit een plaatsvervangende voorzitter en
twee plaatsvervangende leden.
3. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter worden door
Onze Minister aangewezen op voordracht van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
4. Een lid en een plaatsvervangend lid worden aangewezen door de
organisaties van werkgevers als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de
Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen en een lid en een
plaatsvervangend lid door de organisaties van werknemers als bedoeld in
artikel 16, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk
en inkomen.
5. Aan de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende voorzitter
en de plaatsvervangende leden van de Commissie kan volgens door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te stellen regelen een
schadeloosstelling benevens een vergoeding voor reis- en verblijfkosten
worden toegekend.
6. Een uitspraak van de Commissie wordt schriftelijk ter kennis
van partijen gebracht.
7. Ieder is verplicht aan de Commissie of aan een daartoe door de
Commissie gemachtigd persoon de opgaven en inlichtingen te verstrekken,
welke van hem ten behoeve van de uitvoering van de taak van de Commissie
worden verlangd alsmede desgevraagd inzage te geven in boeken en andere
stukken voor zover deze betrekking hebben op de arbeid en het loon van
een persoon, die bij hem in dienstbetrekking dan wel op andere wijze te
zijnen behoeve arbeid heeft verricht.
8. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan met
betrekking tot de werkwijze van de Commissie nadere regelen stellen.
9. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen meer commissies als
bedoeld in het eerste lid, worden ingesteld.
Artikel 9
De aan de uitvoering van deze wet verbonden kosten komen ten laste
van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Artikel 10
Hetgeen nog ter uitvoering van deze wet nodig is wordt door Onze
Minister geregeld.
Artikel 11
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet aanpassing
daglonen Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering".
Artikel 12
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 juli 1971.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 6 mei 1971
JULIANA
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
B. Roolvink
Uitgegeven de eerste juni 1971
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak
|