WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
uitkeringen van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen
voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen
personeel te verlagen, waardoor een evenredige aanpassing plaatsvindt
aan de verlaging van de uitkeringspercentages van overeenkomstige
regelingen in de sociale verzekeringswetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. Ontslaguitkeringsregelingen:
- het Rijkswachtgeldbesluit 1959
- de Uitkeringsregeling 1966
- hoofdstuk I-H van het Rechtspositiebesluit WVO
- hoofdstuk I-H van het Rechtspositiebesluit WLW
- hoofdstuk I-H van het Rechtspositiebesluit KO/LO
- de Militaire wachtgeldregeling 1961
- de Premieregeling en aanvullende voorzieningen
beroepsmilitairen van de krijgsmacht 1982
- het Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering
- het Besluit aanvulling arbeidsongeschiktheidsuitkering
militairen
- het Koninklijk besluit van 23 november 1972 (Stb. 671,
wachtgeld herindeling gemeenten)
- het Koninklijk besluit van 23 november 1972 (Stb. 672,
uitkering herindeling gemeenten)
- een regeling, overeenkomende met de hiervoor genoemde
regelingen, getroffen door een publiekrechtelijk lichaam anders
dan het Rijk, ten behoeve van het personeel in dienst van dat
lichaam
- een regeling, betreffende aanspraken op uitkering bij
onvrijwillige werkloosheid, die is getroffen door een B 3-lichaam
als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet
privatisering ABP, dan wel door een privaatrechtelijk lichaam als
bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van die wet,
voor zover deze geen mindere aanspraken te dier zake verleent dan
de regeling overeenkomstig de voorschriften, neergelegd in de
artikelen 4 tot en met 19 van het koninklijk besluit van 4
december 1979 ( Stb. 769);
b. wachtgeld: hetgeen in de onder a genoemde regelingen
wordt verstaan onder wachtgeld of uitkering.
Hoofdstuk II. Aanpassing ontslaguitkeringen
Artikel 2
Voor de toepassing van de ontslaguitkeringsregelingen worden de in
die regelingen genoemde percentages, die de hoogte van het wachtgeld
aangeven en die hoger zijn dan 70, verlaagd met 10 procentpunten, met
dien verstande dat indien een aldus verkregen percentage lager uitkomt
dan 70, dat percentage op 70 wordt bepaald.
Artikel 3
Indien in de ontslaguitkeringsregelingen is bepaald dat het wachtgeld
gelijk is aan een in die regeling genoemde wedde, bezoldiging, salaris
of soortgelijke beloning, wordt voor de toepassing van die regeling het
bedrag van dat wachtgeld bepaald op 90% van bedoelde beloningen.
Artikel 4
Het bepaalde in de artikelen 2 en 3 is niet van toepassing op de in
ontslaguitkeringsregelingen opgenomen uitkering bij ziekte
onderscheidenlijk arbeidsongeschiktheid, noch op wachtgeld dat is
afgeleid van een in die regelingen bedoeld pensioen.
Artikel 5
Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op die
regelingen of bepalingen van algemene strekking in het kader van
reorganisatie-operaties, die ten doel hebben het effect van de in dit
hoofdstuk voorziene maatregelen te ontgaan, en die vσσr 18 september
1984 zijn overeengekomen.
Hoofdstuk III. Aanpassing arbeidsongeschiktheidsregelingen
Artikel 6
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 7
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 8
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Hoofdstuk IV. Toeslagen
Artikel 9
1. Op de wachtgelden, toegekend of toe te kennen krachtens de
in hoofdstuk II bedoelde ontslaguitkeringsregelingen, waarvan de
hoogte afhankelijk is van de gewijzigde uitkeringspercentages als
bedoeld in dat hoofdstuk, wordt met ingang van 1 januari 1985 of het
latere tijdstip waarop de wachtgeld is ingegaan, een toeslag verleend
van 3% van de in artikel 3 bedoelde wedde, bezoldiging, salaris of
soortgelijke beloning. De toeslag vervalt met ingang van het tijdstip
waarop het wachtgeld ook zonder de in artikel 2 bedoelde verlaging van
percentages zou worden vastgesteld aan de hand van een
uitkeringspercentage van 70 of minder.
2. De toeslag van 3%, genoemd in het eerste lid, wordt niet
verleend op de uitkering die wordt toegekend bij of krachtens het
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een
uitkering overeenkomstig de normen van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, toegekend op grond van een
ontslaguitkeringsregeling.
De ontslaguitkeringsregelingen worden met inachtneming van de
bepalingen van deze wet gewijzigd. Ter zake van de inwerkingtreding van
deze wijzigingen is het bepaalde in artikel 12 van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 12
Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste kalendermaand na
de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst, doch niet eerder dan met ingang van 1 januari 1985.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 1984
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Rietkerk
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen,
W.J. Deetman
De Staatssecretaris van Defensie,
W.K. Hoekzema
Uitgegeven de zevenentwintigste december 1984
De Minister van Justitie a.i.,
Rietkerk