WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
voorzieningen te treffen tot uitvoering van artikel 19, zevende lid, van
het op 18 oktober 1961 te Turijn gesloten Europees Sociaal Handvest (Trb.
1962, 3 en 1963, 90);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De werknemers die onderdaan zijn van een staat, welke partij is bij
het Europees Sociaal Handvest, en wettig op het grondgebied van
Nederland verblijven, zijn vrijgesteld van het stellen van zekerheid,
als bedoeld in de artikelen 224, 353 en 414 van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering voor zover het rechtsvorderingen en
verzoeken betreft in verband met artikel 19, leden 1-6 en 9 van het
Europees Sociaal Handvest.
Artikel 2
1. Aan werknemers, die onderdaan zijn van een staat welke
partij is bij het Europees Sociaal Handvest en wettig op het
grondgebied van Nederland verblijven, wordt rechtsbijstand verleend op
de voet van de Wet op de rechtsbijstand voor zover het
rechtsvorderingen en verzoeken betreft in verband met artikel 19,
leden 1-6 en 9 van het Europees Sociaal Handvest.
2. Het bepaalde in artikel 855, tweede lid, van het Wetboek van
Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing op de in het eerste
lid bedoelde werknemers.
Artikel 3
De werknemers die onderdaan zijn van een staat welke partij is bij
het Europees Sociaal Handvest en wettig op het grondgebied van Nederland
verblijven, doch aldaar geen vast verblijf hebben, kunnen niet op grond
van artikel 585 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden
gegijzeld voor zover het rechtsvorderingen en verzoeken betreft in
verband met artikel 19, leden 1-6 en 9 van het Europees Sociaal
Handvest.
Artikel 4
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te Lech, 8 maart 1980
JULIANA
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
Uitgegeven de twintigste maart 1980
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter