WET van 20 december 1984, houdende het achterwege laten van de
herziening van het wettelijk minimumloon, van de uitkeringen krachtens
een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en
pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 januari 1985, en per 1
juli 1985, alsmede het achterwege laten per 1 juli 1985 van de
herziening van de basiskinderbijslagbedragen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, in
verband met de uit de sociaal-economische situatie voortvloeiende
noodzaak tot beperking van de uitgaven in de collectieve sector, om de
herziening van het wettelijk minimumloon van de uitkeringen krachtens
een aantal sociale verzekeringswetten en van een aantal uitkeringen en
pensioenen krachtens enige andere wetten per 1 januari 1985 en 1 juli
1985 achterwege te laten, alsmede de herziening van de
basiskinderbijslagbedragen per 1 juli 1985 achterwege te laten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Per 1 januari 1985 en per 1 juli 1985 blijft de toepassing
van:
a. artikel 14, eerste lid, van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657);
b. artikel 15, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering (Stb. 1977, 492);
c. artikel 5a, eerste lid, van de Wet
Werkloosheidsvoorziening (Stb. 1964, 485);
d. artikel 9a, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering (Stb. 1966, 64);
e. artikel 18, eerste lid, van de Wet uitkeringen
vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1977, 494);
f. artikel 25, eerste lid, van de Wet uitkeringen
burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1984, 94);
g. artikel 31a, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen
1940-1945 (Stb. 1977, 493);
h. artikel 28a, eerste lid, van de Wet buitengewoon pensioen
zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1977, 495);
alsmede van het daaromtrent in de wet van 22 december 1983 (Stb.
674) bepaalde, achterwege.
2. In afwijking van de in het eerste lid genoemde artikelen wordt
bij de herziening per 1 januari 1986 uitgegaan van het procentuele
verschil tussen het indexcijfer der lonen op 31 oktober 1985 en 30 april
1985.
Artikel 2
1. Per 1 juli 1985 blijft de toepassing van artikel 13, tweede
lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (Stb. 1980, 1)
achterwege.
2. Voor de eerstvolgende toepassing van artikel 13, tweede lid,
van de Algemene Kinderbijslagwet met ingang van een na 1 juli 1985
gelegen datum, wordt onder "het prijsindexcijfer, waarop de laatste
herziening is gebaseerd" verstaan: het prijsindexcijfer van de
gezinsconsumptie over de maand april 1985.
Artikel 3
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1985.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 20 december 1984
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. de Koning
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L. de Graaf
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
J.P. van der Reijden
Uitgegeven de zevenentwintigste december 1984
De Minister van Justitie a.i.,
Rietkerk
|