WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een
wettelijke voorziening te treffen strekkende tot achterwegelating per 1
januari 1984 van de wijziging van rechtswege door indexering van de
bedragen voor levensonderhoud;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
1. In afwijking van hetgeen daaromtrent in artikel 402a
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald, blijft de wijziging
van rechtswege van de bedragen voor levensonderhoud per 1 januari 1984
achterwege.
2. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de kosten
ten behoeve van minderjarigen, welke volgens de artikelen 264, 273, 326,
derde lid, en 333, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en
volgens artikel 31 van de Beginselenwet voor de kinderbescherming ten
laste van de ouders komen.
Artikel II
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1984.
Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt
uitgegeven na 31 december 1983, treedt zij in werking met ingang van de
dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt
geplaatst, en werkt zij terug tot 1 januari 1984.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te Lech, 30 december 1983
BEATRIX
De minister van Justitie,
F. Korthals Altes
De staatssecretaris van Justitie,
V.N.M. Korte-van Hemel
Uitgegeven de dertigste december 1983
De minister van Justitie,
F. Korthals Altes