WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de
schulden van de Staat der Nederlanden, welke zijn ingeschreven in de
Grootboeken der Nationale Schuld als bedoeld in de Grootboekwet, worden
gebracht onder een administratief stelsel dat beter is afgestemd op de
huidige eisen van het maatschappelijk verkeer dan het stelsel van de
Grootboekwet.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de grootboeken: de Grootboeken der Nationale Schuld bedoeld in
de Grootboekwet;
b. de schuldregisters: de schuldregisters bedoeld in artikel 2;
c. Onze Minister: Onze Minister van Financiën.
Hoofdstuk 2. De schuldregisters
Artikel 2
Onze Minister draagt zorg voor het openen van schuldregisters,
bestemd voor de inschrijving van schulden van de Staat der Nederlanden
overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald.
Hoofdstuk 3. Beheer en inrichting van de schuldregisters
Artikel 3
Op de schuldregisters is de Wet van 30 november 1949, houdende
regelen nopens het beheer van schuldregisters voor geldleningen ten
laste van het Rijk (Stb. J 529), van toepassing.
Hoofdstuk 4. Overgangsbepalingen
Artikel 4
1. Na het tijdstip waarop deze wet in werking is getreden
vinden, behoudens overschrijving of afschrijving uit hoofde van deze
wet, geen boekingen meer plaats op rekeningen in de grootboeken.
2. De inschrijvingen in de grootboeken worden, naar gelang de
rechthebbenden op die inschrijvingen, derden die rechten kunnen doen
gelden op die inschrijvingen en beslagleggers zich aanmelden,
overgeschreven op rekeningen in de schuldregisters, dan wel omgezet in
schuldbewijzen aan toonder.
3. De rechten op inschrijvingen, rechten van derden op
inschrijvingen, beslagen op inschrijvingen en beslagen op rechten van
derden op inschrijvingen, verkregen onderscheidenlijk gelegd vóór het
tijdstip waarop deze wet in werking is getreden, worden beoordeeld naar
de tijdens de verkrijging van het recht respectievelijk de
inbeslagneming geldende bepalingen.
4. Gemeenten, ingevolge het bepaalde bij koninklijk besluit van
26 juli 1820, no. 74, belast met het beheer van inschrijvingen op naam
van voormalige gilden, worden geacht rechthebbenden op die
inschrijvingen te zijn.
5. De bepalingen in uiterste wilsbeschikkingen, akten van
onderbewindstelling, statuten en reglementen van rechtspersonen en
overeenkomsten, waarbij belegging in inschrijvingen in de grootboeken is
voorgeschreven, gelden, behoudens wijziging voor zover de wet die
toelaat, als bepalingen die belegging in geldleningen ten laste van het
Rijk voorschrijven.
6. Een voorwaarde of last als bedoeld in artikel 931 boek 4 BW,
welke dateert van vóór de inwerkingtreding van het Burgerlijk Wetboek
in 1838 en betrekking heeft op een of meer inschrijvingen in de
grootboeken, wordt voor niet geschreven gehouden.
Artikel 5
1. Rechthebbenden op inschrijvingen in de grootboeken, derden
die rechten kunnen doen gelden op inschrijvingen in de grootboeken en
degenen die beslag hebben gelegd op inschrijvingen in de grootboeken
of op rechten van derden op inschrijvingen in de grootboeken, dienen
zich binnen tien jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking is
getreden te melden.
2. Inschrijvingen gaan, indien de rechthebbenden op die
inschrijvingen zich gedurende de in het eerste lid genoemde periode niet
hebben aangemeld, na afloop van die periode van rechtswege over op de
Staat der Nederlanden.
3. Rechten van derden op inschrijvingen gaan, indien deze derden
zich gedurende de in het eerste lid genoemde periode niet hebben
aangemeld, na afloop van die periode van rechtswege over op de
rechthebbende op de inschrijving.
4. Beslagen op inschrijvingen of op rechten van derden op
inschrijvingen vervallen, indien de beslagleggers zich gedurende de in
het eerste lid genoemde periode niet hebben aangemeld, na afloop van die
periode van rechtswege.
Artikel 6
1. Onze Minister draagt zorg voor het openen van
tussenrekeningen bestemd voor de tijdelijke inschrijving van schulden
van de Staat der Nederlanden overeenkomstig hetgeen bij of krachtens
deze wet is bepaald.
2. Op de tussenrekeningen is de Wet van 30 november 1949,
houdende regelen nopens het beheer van schuldregisters voor geldleningen
ten laste van het Rijk (Stb. J 529), van toepassing.
Artikel 7
Is een inschrijving in de grootboeken noch bezwaard met een recht van
een derde, noch in beslag genomen en meldt de rechthebbende op die
inschrijving zich binnen de in artikel 5 genoemde periode, dan wordt de
inschrijving overgeschreven op een rekening in de schuldregisters op
naam van de rechthebbende of omgezet in schuldbewijzen aan toonder,
zulks ter keuze van de rechthebbende.
Artikel 8
1. Is een inschrijving in de grootboeken in beslag genomen,
meldt de rechthebbende op die inschrijving zich binnen de in artikel 5
genoemde periode en heeft de beslaglegger zich op dat moment nog niet
gemeld, dan wordt de inschrijving overgeschreven op een tussenrekening
op naam van de rechthebbende.
2. Meldt de beslaglegger zich binnen de in artikel 5 genoemde
periode en heeft de rechthebbende zich op dat moment nog niet gemeld,
dan wordt de inschrijving overgeschreven op een tussenrekening op naam
van de Staat der Nederlanden.
3. Melden de rechthebbende en de beslaglegger zich binnen de in
artikel 5 genoemde periode, dan wordt de inschrijving overgeschreven op
een rekening in de schuldregisters op naam van de rechthebbende of
omgezet in schuldbewijzen aan toonder.
Artikel 9
1. Is een inschrijving in de grootboeken bezwaard met een niet
in beslag genomen recht van een derde, meldt de rechthebbende zich
binnen de in artikel 5 genoemde periode en heeft de derde zich op dat
moment nog niet gemeld, dan wordt de inschrijving overgeschreven op
een tussenrekening op naam van de rechthebbende.
2. Meldt de derde zich binnen de in artikel 5 genoemde periode en
heeft de rechthebbende zich op dat moment nog niet gemeld, dan wordt de
inschrijving overgeschreven op een tussenrekening op naam van de Staat
der Nederlanden.
3. Melden de rechthebbende en de derde zich binnen de in artikel
5 genoemde periode, dan wordt de inschrijving overgeschreven op een
rekening in de schuldregisters op naam van de rechthebbende of omgezet
in schuldbewijzen aan toonder.
Artikel 10
1. Is een inschrijving in de grootboeken in beslag genomen en
bezwaard met een niet in beslag genomen recht van een derde, meldt de
rechthebbende zich binnen de in artikel 5 genoemde periode en heeft de
derde of de beslaglegger zich op dat moment nog niet gemeld, dan wordt
de inschrijving overgeschreven op een tussenrekening op naam van de
rechthebbende.
2. Meldt de beslaglegger of de derde zich binnen de in artikel 5
genoemde periode en heeft de rechthebbende zich op dat moment nog niet
gemeld, dan wordt de inschrijving overgeschreven op een tussenrekening
op naam van de Staat der Nederlanden.
3. Melden de rechthebbende, de beslaglegger en de derde zich
binnen de in artikel 5 genoemde periode, dan wordt de inschrijving
overgeschreven op een rekening in de schuldregisters op naam van de
rechthebbende of omgezet in schuldbewijzen aan toonder.
Artikel 11
1. Is de inschrijving in de grootboeken bezwaard met een in
beslag genomen recht van een derde, meldt de rechthebbende zich binnen
de in artikel 5 genoemde periode en heeft de derde of de beslaglegger
zich op dat moment nog niet gemeld, dan wordt de inschrijving
overgeschreven op een tussenrekening op naam van de rechthebbende.
2. Meldt de derde of de beslaglegger zich binnen de in artikel 5
genoemde periode en heeft de rechthebbende zich op dat moment nog niet
gemeld, dan wordt de inschrijving overgeschreven op een tussenrekening
op naam van de Staat der Nederlanden.
3. Melden de rechthebbende, de derde en de beslaglegger zich
binnen de in artikel 5 genoemde periode, dan wordt de inschrijving
overgeschreven op een rekening in de schuldregisters op naam van de
rechthebbende of omgezet in schuldbewijzen.
Artikel 12
1. Is een inschrijving in de grootboeken in beslag genomen en
bezwaard met een in beslag genomen recht van een derde, meldt de
rechthebbende zich binnen de in artikel 5 genoemde periode en heeft
degene die beslag gelegd heeft op de inschrijving, de derde of degene
die beslag gelegd heeft op het recht van de derde zich op dat moment
nog niet gemeld, dan wordt de inschrijving overgeschreven op een
tussenrekening op naam van de rechthebbende.
2. Meldt degene die beslag gelegd heeft op de inschrijving, de
derde of degene die beslag gelegd heeft op het recht van de derde zich
binnen de in artikel 5 genoemde periode en heeft de rechthebbende zich
op dat moment nog niet gemeld, dan wordt de inschrijving overgeschreven
op een tussenrekening op naam van de Staat der Nederlanden.
3. Melden de rechthebbende, degene die beslag heeft gelegd op de
inschrijving, de derde en degene die beslag heeft gelegd op het recht
van de derde zich binnen de in artikel 5 genoemde periode, dan wordt de
inschrijving overgeschreven op een rekening in de schuldregisters op
naam van de rechthebbende of omgezet in schuldbewijzen aan toonder.
Artikel 13
Is boeking van de inschrijving of een deel van de inschrijving op een
rekening in de schuldregisters overeenkomstig de artikelen 7 tot en met
12 niet mogelijk, dan worden, na afschrijving van de inschrijving of dat
deel van de inschrijving, schuldbewijzen aan toonder ter beschikking
gesteld.
Artikel 14
Krachtens de Grootboekwet uitgegeven schuldbewijzen aan toonder
kunnen worden ingeleverd tegen in- of bijschrijving van het bedrag van
deze schuldbewijzen op een rekening in de schuldregisters of afgifte van
schuldbewijzen aan toonder als bedoeld in artikel 13.
Artikel 15
1. Na het verstrijken van de in artikel 5 genoemde periode
worden de inschrijvingen op tussenrekeningen op naam van de
rechthebbenden overgeschreven op rekeningen in de schuldregisters op
naam van de rechthebbenden of omgezet in schuldbewijzen aan toonder.
2. Inschrijvingen op tussenrekeningen op naam van de Staat der
Nederlanden worden overgeschreven op rekeningen in de schuldregisters op
naam van de Staat der Nederlanden of omgezet in schuldbewijzen aan
toonder.
3. De tussenrekeningen worden gesloten.
Artikel 16
1. Na het verstrijken van de in artikel 5 genoemde periode
worden inschrijvingen in de grootboeken afgeschreven ten gunste van de
Staat der Nederlanden.
2. De grootboeken worden gesloten.
Artikel 17
De Grootboekwet en de wet van 12 april 1978 tot wijziging van de
Grootboekwet (Stb. 1978, 188) worden ingetrokken.
Hoofdstuk 5. Wijziging van andere wetten
Artikel 18
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving.]
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 19
De Grootboeken der Nationale Schuld, bedoeld in artikel 15 van de wet
van 14 mei 1814 tot herstel der nationale schuld en tot vinding der
fondsen benoodigd tot stijving van ’s Lands kas (Stb. 1814,
58), artikel 6 van de wet van 25 juni 1844 tot aflossing of verwisseling
van Nationale Schuld (Stb. 1844, 28), artikel 8 van de wet van 30
december 1895 tot conversie van drie en een half ten honderd in drie ten
honderd rentegevende Nationale Schuld (Stb. 1895, 236) en artikel
1 van de Wet van 31 december 1910 betreffende het aangaan van eene
geldleening ten laste van den Staat (Stb. 1910, 412) worden
gesloten.
Artikel 20
Het koninklijk besluit van 8 december 1814 houdende een reglement op
de inschrijving in het Grootboek der Nationale Schuld, ten gevolge der
wet van den 14den mei 1814 (Stb. 1814, 111), het koninklijk
besluit van 22 december 1814 arresterende een reglement op de
overschrijving van ingeschrevene kapitalen in het Grootboek der
Nationale Schuld (Stb. 1814, 113), het koninklijk besluit van 18
mei 1818 vaststellende het reglement op de rentebetaling der nationale
werkelijke rentegevende schuld (Stb. 1818, 24) en het koninklijk
besluit van 11 maart 1818, nr. 83 worden ingetrokken.
Artikel 21
Onze Minister stelt nadere regels voor de aanmelding, de inschrijving
van schulden op tussenrekeningen en in de schuldregisters, de afgifte
van schuldbewijzen aan toonder, de inlevering van krachtens de
Grootboekwet uitgegeven schuldbewijzen, de inrichting en het beheer van
de tussenrekeningen en de schuldregisters en de betaalbaarstelling van
de rente.
Artikel 22
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 23
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet administratie
grootboekschuld.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 4 oktober 1995
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de vierentwintigste oktober 1995
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager