Nadere regelgeving:
- Besluit overleg verkeer en
waterstaat 2004 (vervallen)
WET van 11 december 1996, houdende regels
betreffende advies en overleg over het beleid inzake verkeer en
waterstaat (Wet advies en overleg verkeer en waterstaat) ¹
1. Redactie: ingevolge artikel
3, onderdeel E, van de Wet Raad voor de leefomgeving en
infrastructuur is de Wet advies en overleg verkeer en
waterstaat met ingang van 11 februari 2012 voorzien van een nieuwe
citeertitel, luidende: Wet overleg verkeer en waterstaat.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de
Herzieningswet adviesstelsel wenselijk is de Raad voor verkeer en
waterstaat opnieuw in te stellen met handhaving van de bestaande
regeling van het overleg met betrekking tot het terrein van verkeer en
waterstaat;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
overlegorgaan: Overlegorgaan verkeer en waterstaat, bedoeld in
artikel 4.
Artikel 2 [Vervallen per 11-02-2012]
Artikel 3 [Vervallen per 11-02-2012]
Artikel 4
Er is een Overlegorgaan verkeer en waterstaat voor het voeren van
overleg over het beleid inzake verkeer en waterstaat.
Artikel 5
Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door
of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, worden in het
overlegorgaan beleidsvoornemens aan de orde gesteld met betrekking tot
onderdelen van het beleid inzake verkeer en waterstaat.
Artikel 6
In het overlegorgaan wordt door of namens Onze Minister en waar
daartoe aanleiding bestaat, door of namens Onze Ministers wie het mede
aangaat, overleg gevoerd met betrokkenen en hun organisaties.
Artikel 7
1. Onze Minister wijst de betrokkenen of hun organisaties aan, die
zich in het overlegorgaan kunnen doen vertegenwoordigen.
2. Waar daartoe aanleiding bestaat geschiedt de aanwijzing, bedoeld
in het eerste lid, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede
aangaat.
3. Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat
door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen andere
betrokkenen of organisaties dan de betrokkenen of organisaties,
bedoeld in het eerste lid, bij een vergadering van het overlegorgaan
worden betrokken, voor zover dat voor een goede invulling van het
overleg wenselijk is.
Artikel 8 [Vervallen per 06-06-2012]
Artikel 9
1. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat personen als
voorzitter van het overlegorgaan. Behoudens toepassing van het vijfde
lid, wordt het voorzitterschap van een overlegvergadering steeds door
een van deze personen bekleed.
2. De voorzitter heeft in het overlegorgaan zitting zonder last.
3. De benoeming geschiedt voor een periode van vier jaren.
4. Een voorzitter wordt bij voorkeur slechts eenmaal herbenoemd.
5. In bijzondere omstandigheden kan een overlegvergadering worden
voorgezeten door een andere persoon die door of namens Onze Minister
is aangewezen.
Artikel 10 [Vervallen per 06-06-2012]
Artikel 11
Het overlegorgaan komt bijeen, indien ten minste 5 van de betrokkenen
of hun organisaties, bedoeld in artikel 7, eerste lid, daarom verzoeken.
Artikel 12
De gezichtspunten van de in het overlegorgaan vertegenwoordigde
afzonderlijke betrokkenen of organisaties van hen, die resulteren uit
het gevoerde overleg, worden door dat orgaan schriftelijk ter kennis
gebracht van Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat, door
diens tussenkomst, van Onze Ministers wie het mede aangaat.
Artikel 13 [Vervallen per 06-06-2012]
Artikel 14 [Vervallen per 06-06-2012]
Artikel 15
1. Het overlegorgaan heeft een secretaris.
2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor het overlegorgaan
uitsluitend verantwoording schuldig aan het overlegorgaan.
3. Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.
4. De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van het
overlegorgaan.
5. Onze Minister stelt aan, bevordert, schorst en ontslaat, na
overleg met de voorzitters van het overlegorgaan, de secretaris. Onze
Minister stelt aan, bevordert, schorst en ontslaat, op voordracht van
de secretaris, de andere medewerkers.
Artikel 16 [Vervallen per 06-06-2012]
Artikel 17 [Vervallen per 06-06-2012]
Artikel 18
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.
Artikel 19
Deze wet wordt aangehaald als: Wet overleg verkeer en waterstaat.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 11 december 1996
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de negentiende december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|