WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vast
college van advies van het Rijk in te stellen op het terrein van de
veiligheid van het omgaan met gevaarlijke stoffen en dat het in verband
met artikel 79 van de Grondwet noodzakelijk is daartoe wettelijke
bepalingen vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Er is een Adviesraad gevaarlijke stoffen, hierna te noemen
de raad.
2. De raad bestaat uit een voorzitter en ten minste 8 en ten
hoogste 10 andere leden.
Artikel 2
De raad heeft tot taak de regering en de beide kamers der
Staten-Generaal te adviseren over beleid en wetgeving inzake technische
en technisch-organisatorische maatregelen ter voorkoming van ongevallen
en rampen als gevolg van het gebruik, de opslag, de productie en het
vervoer van gevaarlijke stoffen en ter beperking van de gevolgen van
dergelijke ongevallen en rampen.
Artikel 3
1. Indien voor de voorbereiding van een advies een specifieke
deskundigheid is vereist die niet reeds in voldoende mate in de raad
aanwezig is, kunnen in de door de raad in te stellen commissies, in
afwijking van artikel 16 van de Kaderwet adviescolleges, andere
personen dan leden van de raad zitting hebben. Het aantal personen van
buiten de raad bedraagt in een commissie ten hoogste vijf.
2. Op de in het eerste lid bedoelde commissieleden zijn de
artikelen 11 tot en met 14 van de Kaderwet adviescolleges van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat deze leden door de
raad worden benoemd, geschorst en ontslagen.
Artikel 4
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 5
Deze wet wordt aangehaald als: Wet Adviesraad gevaarlijke stoffen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 30 januari 2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
Uitgegeven de zesde maart 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner