WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een vast
college van advies voor de regering en de Staten-Generaal in te stellen
op het terrein van het wetenschaps- en het technologiebeleid en dat het
in verband met artikel 79 van de Grondwet noodzakelijk is daartoe
wettelijke bepalingen vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1. Instelling en omvang
1. Er is een Adviesraad voor het wetenschaps- en
technologiebeleid, hierna te noemen de raad.
2. De raad bestaat uit ten minste negen en ten hoogste twaalf
leden.
Artikel 2. Taak
1. De raad heeft tot taak de regering en de Staten-Generaal te
adviseren over het te voeren wetenschaps- en technologiebeleid in
nationaal en internationaal verband, daaronder begrepen de
wetenschappelijke en technologische informatieverzorging.
2. De raad heeft tevens tot taak op het verzoek van de Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verkenningen op het gebied van
wetenschap en technologie uit te voeren, dan wel deze te doen uitvoeren.
De raad stelt de resultaten van deze verkenningen in de vorm van
rapporten algemeen verkrijgbaar en brengt deze ter kennis van de
daarvoor in aanmerking komende instellingen op het gebied van wetenschap
en technologie.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien het
Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1
januari 1997, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en
werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 4. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet Adviesraad voor het wetenschaps-
en technologiebeleid 1997.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 30 januari 1997
BEATRIX
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
J.M.M. Ritzen
De Minister van Economische Zaken,
G.J. Wijers
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de twintigste februari 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager