| |
|
|
|
|
vorige
WET
ALGEMENE BEPALINGEN (Wet AB)
Tekst zoals deze geldt op
17 januari 2012
|
|
Nadere regelgeving:
- Besluit aanzegging deurwaarders in verband met Iraanse tegoeden
WET van 15 mei 1829, houdende algemeene bepalingen der wetgeving van
het Koningrijk
WIJ WILLEM, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van
Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.
Allen den genen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te
weten:
Alzoo Wij hebben in overweging genomen, dat de algemeene
bepalingen, vervat bij de wet van den 14den Juni 1822 (staatsblad
n°. 10), niet bij uitsluiting toepasselijk zijn op het
burgerlijk wetboek;
Dat daarenboven art. 1 over eene stoffe handelt, welke hare plaats
zal behooren te vinden in eene afzonderlijke wet;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal,
Hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan te
bepalen hetgeen volgt:
Artikel 1 [Vervallen per 17-02-1988]
Artikel 2 [Vervallen per 17-02-1988]
Artikel 3 [Vervallen per 01-01-1992]
Artikel 4
De wet verbindt alleen voor het toekomende en
heeft geene terugwerkende kracht.
Artikel 5
Eene wet kan alleen door eene latere wet, voor
het geheel of gedeeltelijk, hare kracht verliezen.
Artikel 6
De wetten betreffende de regten, den staat en
de bevoegheid der personen, verbinden de Nederlanders, ook wanneer
zij zich buiten ’s lands bevinden.
Artikel 7 [Vervallen per 01-05-2008]
Artikel 8
De strafwetten en de verordeningen van policie,
zijn verbindende voor allen die zich op het grondgebied van het
Koningrijk bevinden.
Artikel 9
Het burgerlijk regt van het Koningrijk is
hetzelfde voor vreemdelingen als voor de Nederlanders, zoo lange de
wet niet bepaaldelijk het tegendeel vaststelt.
Artikel 10
De vorm van alle handelingen wordt beoordeeld
naar de wetten van het land of de plaats alwaar die handelingen zijn
verrigt.
Artikel 11
De regter moet volgens de wet regt spreken:
hij mag in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet
beoordeelen.
Artikel 12
Geen regter mag bij wege van algemeene
verordening, dispositie of reglement, uitspraak doen in zaken welke
aan zijne beslissing onderworpen zijn.
Artikel 13
De regter die weigert regt te spreken, onder
voorwendsel van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid
der wet, kan uit hoofde van regtsweigering vervolgd worden.
Artikel 13a
De regtsmagt van den regter en de
uitvoerbaarheid van regterlijke vonnissen en van authentieke akten
worden beperkt door de uitzonderingen in het volkenregt erkend.
Artikel 14 [Vervallen per 01-01-1992]
Lasten en bevelen dat deze in het staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
kollegien en ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de naauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Brussel, den 15den Mei, des jaars 1829, en van Onze
regering het zestiende.
WILLEM
Van wege den Koning,
J.G. de Mey van Streefkerk
Uitgegeven den vijf en twintigsten Mei 1829
De Secretaris van Staat,
J.G. de Mey van Streefkerk
|
|
|