Nadere regelgeving:
- Besluit arbeidsbemiddeling
WET van 14 mei 1998, houdende regels voor
de niet-openbare arbeidsbemiddeling en het ter beschikking stellen van
arbeidskrachten (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
wettelijke regulering betreffende de niet-openbare arbeidsbemiddeling in
een aparte wet onder te brengen, omdat dit niet meer past bij de
regulering in de Arbeidsvoorzieningswet 1996, en dat de algemene
vergunningsplicht voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten
wordt afgeschaft, maar dat wel enige regulering op het terrein van het
ter beschikking stellen van arbeidskrachten dient te worden vastgelegd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
1. In deze wet en
de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
b. arbeidsbemiddeling: dienstverlening in de uitoefening van beroep
of bedrijf ten behoeve van een werkgever, een werkzoekende, dan wel
beiden, inhoudende het behulpzaam zijn bij het zoeken van
arbeidskrachten onderscheidenlijk arbeidsgelegenheid, waarbij de
totstandkoming van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht dan
wel een aanstelling tot ambtenaar wordt beoogd;
c. ter beschikking stellen van arbeidskrachten: het tegen
vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander
voor het onder diens toezicht en leiding, anders dan krachtens een met
deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid;
d. onderneming: de onderneming, bedoeld in de Wet op de
ondernemingsraden;
e. collectieve arbeidsovereenkomst: de collectieve
arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op
de collectieve arbeidsovereenkomst.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder
arbeidsbemiddeling niet verstaan: het openbaar maken van gegevens
betreffende werkzoekenden of arbeidsplaatsen door middel van drukpers,
radio, televisie of een ander communicatiemedium.
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, wordt onder ter
beschikking stellen van arbeidskrachten niet verstaan:
a. het ten behoeve van een geleverde zaak of tot stand gebracht
werk ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
b. het bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk ter beschikking
stellen van arbeidskrachten, die bij degene, die hen ter beschikking
stelt, ten behoeve van arbeid in diens onderneming in dienst zijn;
c. het ter beschikking stellen van arbeidskrachten voor het
verrichten van arbeid in een onderneming, die door dezelfde ondernemer
in stand wordt gehouden als die de arbeidskrachten ter beschikking
stelt.
Hoofdstuk 2. Arbeidsbemiddeling
Artikel 2 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 3. Verplichtingen arbeidsbemiddeling
1. Bij het verrichten van
arbeidsbemiddeling wordt geen tegenprestatie van de werkzoekende
bedongen.
2. Degene die arbeidsbemiddeling verricht en bekend is of
redelijkerwijs bekend kan zijn, dat in een bedrijf of onderneming, of
een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting
bestaat, bemiddelt niet in het plaatsen van werkzoekenden in dat bedrijf
of die onderneming, of het gedeelte daarvan, waar de werkstaking,
uitsluiting of bedrijfsbezetting heerst.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van het
eerste lid regels gesteld worden met betrekking tot bepaalde
categorieën werkzoekenden of werkgevers.
Artikel 4. Regels voor bepaalde categorieën werkzoekenden en
werkgevers
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld voor arbeidsbemiddeling van bepaalde categorieën van
werkzoekenden of werkgevers.
Artikel 5 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 6 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 7 [Vervallen per 01-09-2003]
Hoofdstuk 3. Ter beschikking stellen van arbeidskrachten
Artikel 8. Loonverhoudingsnorm
1. Degene die arbeidskrachten ter
beschikking stelt is aan deze arbeidskrachten loon en overige
vergoedingen verschuldigd overeenkomstig het loon en de overige
vergoedingen die worden toegekend aan werknemers, werkzaam in gelijke of
gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming bij welke de
terbeschikkingstelling plaats vindt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien in een
collectieve arbeidsovereenkomst, van toepassing op de onderneming die de
arbeidskracht ter beschikking stelt, of bij of krachtens wet is bepaald,
welk loon en overige vergoedingen degene, die arbeidskrachten ter
beschikking stelt, aan die arbeidskrachten verschuldigd is.
3. Het eerste lid is eveneens niet van toepassing, indien op de
onderneming bij welke de ter beschikkingstelling plaats vindt, een
collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is, die bepalingen bevat
op grond waarvan de werkgever zich ervan moet verzekeren dat aan
arbeidskrachten die aan zijn onderneming ter beschikking zijn gesteld
loon en overige vergoedingen worden betaald overeenkomstig de bepalingen
van die collectieve arbeidsovereenkomst.
Artikel 9. Verbod tegenprestatie arbeidskracht
Bij het ter beschikking stellen van arbeidskrachten wordt voor de
terbeschikkingstelling geen tegenprestatie bedongen van de
arbeidskracht, die ter beschikking wordt gesteld.
Artikel 10. Verbod ter beschikking stellen bij arbeidsconflict
Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt, stelt, voor zover
hem bekend is of redelijkerwijze bekend kan zijn dat in een bedrijf of
onderneming, of een gedeelte daarvan, een werkstaking, uitsluiting of
bedrijfsbezetting bestaat, geen arbeidskrachten ter beschikking voor het
verrichten van werkzaamheden in dat bedrijf of die onderneming of wel
dat gedeelte daarvan, waar de werkstaking, uitsluiting of
bedrijfsbezetting heerst.
Artikel 11. Informatie veiligheid
Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt verschaft aan degene
die ter beschikking wordt gesteld, informatie over de verlangde
beroepskwalificatie en verstrekt aan die persoon de beschrijving,
bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet,
voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt.
Artikel 12. Speciaal regime
1. Indien het belang van goede verhoudingen op de arbeidsmarkt
of het belang van de betrokken arbeidskrachten bescherming behoeven,
worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor een of
meer bepaalde sectoren van het bedrijfsleven of segmenten van de
arbeidsmarkt regels gesteld voor het ter beschikking stellen van
arbeidskrachten.
2. Ter bescherming van in het eerste lid genoemde belangen kan
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald worden, dat het
ter beschikking stellen van arbeidskrachten in een of meer bepaalde
sectoren van het bedrijfsleven of segmenten van de arbeidsmarkt slechts
is toegestaan met vergunning van Onze Minister.
Hoofdstuk 4. Onderzoek en toezicht
Artikel 13. Aanwijzing toezichthouders
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister
aangewezen ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 14. Bevoegdheden toezichthouders
De toezichthouders zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde
apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de
bewoner. Zij beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de
artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 15. Onderzoek op terrein van het ter beschikking stellen van
arbeidskrachten en arbeidsbemiddeling
Indien uit onderzoek naar de naleving van de hoofdstukken 2 of 3
blijkt, dat niet aan de daar genoemde artikelen wordt voldaan, doet Onze
Minister hiervan mededeling aan de betrokken arbeidskracht of
werkzoekende, voor zover het zijn aanspraken betreft, aan de betrokken
werkgever, aan degene die de arbeidsbemiddeling heeft verricht, aan de
ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en aan de daarvoor naar
zijn oordeel in aanmerking komende organisaties van werkgevers en
werknemers. De mededeling aan de ondernemingsraad of
personeelsvertegenwoordiging en aan organisaties van werkgevers en
werknemers bevat geen gegevens waaruit de identiteit van de in het
onderzoek betrokken werknemers of werkzoekenden kan worden afgeleid.
Hoofdstuk 5. Wijziging van andere wetten
Artikel 16. Aansprakelijkheid van inleners voor betaling premie
[Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering]
Artikel 17. Aansprakelijkheid van inleners voor betaling belasting
[Wijzigt de Invorderingswet 1990]
Artikel 18. Wijziging Wet op de economische delicten
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel 19. Wijziging Arbeidsvoorzieningswet en Invoeringswet
Arbeidsvoorzieningswet 1996
1. [Wijzigt de Arbeidsvoorzieningswet.]
2. [Wijzigt de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996.]
Hoofdstuk 6. Overige en slotbepalingen
Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2002]
Artikel 21 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 22 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 23. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze
wet, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de
effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 24. Tijdstip inwerkingtreding
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 25 [Vervallen per 01-09-2003]
Artikel 26. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet allocatie arbeidskrachten door
intermediairs.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 14 mei 1998
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert
Uitgegeven de vierde juni 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|