WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat
openbare verkopingen ook na intrekking van artikel 103 van de
Registratiewet 1917 ten overstaan van notarissen of deurwaarders zullen
plaatsvinden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Het is verboden openbare verkopingen bij opbod, bij opbod en afslag
of bij afslag van roerende zaken, met uitzondering van zaken,
toebehorende aan of beheerd door de Staat, provincies, gemeenten,
waterschappen, veenschappen, veenpolders of andere lichamen aan wie
krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend, te houden,
anders dan ten overstaan van notarissen of van deurwaarders bij de
rechterlijke colleges.
Artikel 2
1. De bepaling van artikel 1 is niet van toepassing op
verkopingen, welke gedurende ten minste zes weken van het jaar ten
minste eenmaal per week in hetzelfde gebouw of op het zelfde terrein
plaats hebben en waarbij uitsluitend voortbrengselen van een zelfde
tak van bedrijf worden verkocht alsmede op verkopingen van te velde
staande gewassen en op verkopingen door de strandvonder, bedoeld in de
artikelen 14 en 17 van de Wet op de strandvonderij.
2. Onze Minister van Justitie kan bepalen, dat de bepaling van
artikel 1 niet van toepassing is op de door hem aan te wijzen openbare
verkopingen bij afslag.
Artikel 3
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 4
Deze wet kan worden aangehaald als Wet ambtelijk toezicht bij
openbare verkopingen en treedt in werking op het tijdstip waarop artikel
103, tweede, derde en vierde lid van de Registratiewet 1917 vervalt.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 15 december 1971
JULIANA
De Minister van Justitie,
Van Agt
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1971
De Minister van Justitie,
Van Agt