WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een
regeling te treffen inzake het vervoer van zieken en
ongevalsslachtoffers, in het bijzonder voor zover dit geschiedt met
daarvoor ingerichte motorvoertuigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1.
Voor de toepassing van het bij of
krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;
de inspecteur: de op grond van een aanwijzing krachtens artikel 20
ter plaatse bevoegde inspecteur van het Staatstoezicht op de
volksgezondheid;
ambulance-auto: een in het bijzonder voor het vervoer van zieken en
ongevalsslachtoffers ingericht motorvoertuig;
ambulancevervoer: vervoer van zieken en ongevalsslachtoffers en hun
begeleiders met ambulance-auto's;
centrale post: een centrale post voor het ambulancevervoer als
bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet geneeskundige
hulpverlening bij ongevallen en rampen.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde
wordt onder ambulancevervoer niet verstaan:
a. vervoer met aan het Rijk toebehorende ambulance-auto's van
personen die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd;
b. vervoer met militaire ambulance-auto's, alsmede - voorzover dit
wordt verricht door daartoe bestemde diensten - vervoer in
buitengewone omstandigheden.
Artikel 2
1. Het is verboden ambulancevervoer te verrichten:
a. zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie waar
de centrale post is gelegen voor het gebied waarop de aanvrage
betrekking heeft;
b. zonder opdracht, in het gegeven geval verstrekt door degene die
belast is met de leiding van de in de vergunning aangewezen centrale
post.
2. De centrale posten zijn werkzaam voor de op grond van artikel
3 van de Brandweerwet 1985 bij algemene maatregel van bestuur aangewezen
gebieden.
Artikel 3 [Vervallen per 01-04-1996]
Artikel 4
1.
Gedeputeerde staten bepalen het aantal
ambulance-auto's, waarmede tenminste aan het ambulancevervoer moet en
ten hoogste mag worden deelgenomen, alsmede de spreiding hiervan.
2. Gedeputeerde staten stellen de inspecteur in de gelegenheid,
omtrent het ontwerp van regelen als in het eerste lid bedoeld alsmede
omtrent wijziging en intrekking daarvan, zijn zienswijze kenbaar te
maken.
3. Onze Minister kan ter zake van de in dit artikel opgedragen
taken beleidsregels geven.
Artikel 5 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 6 [Vervallen per 01-04-1996]
Artikel 7
1.
Ten aanzien van elke aanvrage om
ambulancevervoer beslist degene die is belast met de leiding van de
centrale post binnen welker gebied het aangevraagde vervoer aanvangt, of
ambulancevervoer nodig is, alsmede door wie en op welke wijze het zal
worden verricht. Zo nodig kan hij degene die met de leiding van een
andere centrale post is belast verzoeken een opdracht tot het verrichten
van het aangevraagde ambulancevervoer te verstrekken. Ingeval van
vervoer vanuit het buitenland wordt de beslissing genomen door degene
die is belast met de leiding van de in de vergunning van de vervoerder
aangewezen centrale post.
2. Een opdracht tot ambulancevervoer kan niet worden verstrekt
voor vervoer, aanvangend buiten het gebied waarvoor de centrale post is
ingesteld, behoudens in het geval, bedoeld in de tweede en derde volzin
van het eerste lid.
3. Bij de in het eerste lid bedoelde beslissing worden de regelen
in acht genomen, welke hieromtrent worden gesteld door het openbaar
lichaam, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet geneeskundige
hulpverlening bij ongevallen en rampen.
4. Een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van de
in het derde lid bedoelde regelen behoeft de goedkeuring van
gedeputeerde staten. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd
met het recht of het algemeen belang.
5. Alvorens te beslissen winnen gedeputeerde staten het advies in
van de inspecteur. Van een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt
door gedeputeerde staten mededeling gedaan aan de inspecteur door
toezending van een afschrift.
Artikel 8
Gedeputeerde staten bepalen, welke gegevens de aanvrage om een
vergunning dient te bevatten.
Artikel 9
Op de voorbereiding van een beschikking als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
toepassing.
Artikel 10
Een vergunning voor het verrichten van ambulancevervoer moet en mag
slechts worden geweigerd indien:
a. de verlening niet in overeenstemming zou zijn met de omvang
van de behoefte aan ambulancevervoer en de spreiding hiervan, zoals
deze zijn vastgesteld krachtens artikel 4;
b. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat niet of niet op de
juiste wijze gevolg zal worden gegeven aan de beslissingen van
degene die met de leiding van de centrale post is belast.
Artikel 11
1. Een vergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend,
indien nog niet aan al het krachtens artikel 4 bepaalde wordt voldaan.
2. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een
vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en
voorschriften kunnen worden gewijzigd of ingetrokken en nieuwe
voorschriften kunnen worden gesteld.
3. Bij overgang van een onderneming op rechtverkrijgenden onder
algemene titel gaat tevens de vergunning over op degene die de
onderneming voortzet.
Artikel 12
1. Een vergunning kan slechts worden ingetrokken:
a. op verzoek van de vergunninghouder;
b. indien niet meer wordt voldaan aan de regelen, gesteld krachtens
artikel 4, eerste lid;
c. indien gehandeld wordt in strijd met de vergunning of aan de
vergunning verbonden voorschriften;
d. indien niet of niet op de juiste wijze gevolg is gegeven aan de
beslissingen van degene die met de leiding van de centrale post is
belast.
2. De werking van de beschikking tot intrekking van de vergunning
wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien
beroep is ingesteld, op het beroep is beslist, tenzij bij de
bekendmaking van de beschikking wordt bepaald dat deze terstond van
kracht is.
Artikel 12a
Het College sanering zorginstellingen, bedoeld in de Wet toelating
zorginstellingen, kan subsidie verstrekken ter voorziening in de
financiële gevolgen van:
a. wijziging of opheffing van de vestigingsplaats van een
centrale post ingevolge artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet
geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;
b. sanering van ambulancevervoer ingeval een vergunning is
ingetrokken op grond van artikel 12, eerste lid.
De artikelen 17, eerste en vierde tot en met achtste lid, en 37,
laatste volzin, van de Wet toelating zorginstellingen zijn van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 13 [Vervallen per 01-07-2005]
Artikel 14 [Vervallen per 01-01-1994]
Artikel 15
1.
Indien in het gebied van een centrale
post met minder ambulance-auto's aan het ambulancevervoer wordt
deelgenomen dan is voorgeschreven krachtens artikel 4, eerste lid, doen
gedeputeerde staten hiervan mededeling in het provinciaal blad en in een
of meer dag- of nieuwsbladen die in de provincie verspreid worden.
2. Bij deze mededeling wordt tevens een termijn gesteld, na welke
het college of de colleges van burgemeester en wethouders van de
betrokken gemeente onderscheidenlijk gemeenten verplicht zijn in het
nodige ambulancevervoer te voorzien, indien binnen deze termijn niet
voldoende vergunningen zijn verleend.
3. Gedeputeerde staten doen mededeling aan het college of de
colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente
onderscheidenlijk gemeenten van het ontstaan van deze verplichting.
4. Bij de toepassing van de vorige leden wordt tevens bepaald,
binnen welke termijn het ambulancevervoer tot stand moet worden
gebracht.
Artikel 16 [Vervallen per 01-07-2004]
Artikel 17
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden
gesteld omtrent de inschakeling bij het vervoer van zieken en
ongevalsslachtoffers van andere vervoermiddelen dan ambulance-auto's.
Voor zover bij deze maatregel niet anders wordt bepaald, is het bij of
krachtens deze wet bepaalde van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17a
1. Onze Minister kan bepalen dat het bij of krachtens de
voorgaande artikelen bepaalde niet geldt met betrekking tot in zijn
besluit aangewezen ambulancevervoer of categorieën van
ambulancevervoer.
Artikel 18 [Vervallen per 01-01-1984]
Artikel 19
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden
gesteld betreffende het aan Onze Minister verstrekken van
documentatiegegevens welke van belang zijn voor een goede uitvoering van
deze wet.
Artikel 20
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister
aangewezen ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid,
alsmede de bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat of
bij besluit van gedeputeerde staten aangewezen ambtenaren.
2. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 20a
De in artikel 20 bedoelde ambtenaren beschikken niet over de
bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet
bestuursrecht.
Artikel 21
1. Handelen of nalaten in strijd met een voorschrift, gesteld
bij of krachtens de artikelen 2, eerste en tweede lid, 11, tweede lid,
tweede volzin en 19 wordt gestraft met geldboete van de tweede
categorie.
2. Het strafbare feit wordt beschouwd als overtreding.
Artikel 22 [Vervallen per 01-09-1976]
Artikel 23
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet ambulancevervoer.
Artikel 24
Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat
voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden gesteld.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 23 april 1971
JULIANA
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R.J.H. Kruisinga
Uitgegeven de vijftiende juni 1971
De Minister van Justitie,
C.H.F. Polak