Nadere regelgeving:
- Beleidsregels grote rivieren
- Beleidsregels incident management Rijkswaterstaat
WET van 14 november 1996, houdende
vaststelling van bepalingen betreffende waterstaatswerken in beheer bij
het Rijk (Wet beheer rijkswaterstaatswerken)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo wij in overweging genomen hebben dat de behoefte aan wettelijke
middelen ter bescherming van waterstaatswerken in beheer bij het Rijk en
ter verzekering van het doelmatig en veilig gebruik van die werken,
alsook de inzichten inzake hetgeen daaromtrent regeling dient te vinden
bij wet, zodanig zijn gewijzigd, dat het gewenst is daarvoor een nieuwe
wettelijke regeling vast te stellen;
Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder
waterstaatswerken: bij het Rijk in beheer zijnde wegen alsmede, voor
zover in beheer bij het Rijk, de daarin gelegen kunstwerken en hetgeen
verder naar zijn aard daartoe behoort.
Artikel 1a [Vervallen per 22-12-2009]
Artikel 1b [Vervallen per 22-12-2009]
Artikel 2
1. Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat gebruik te maken van een waterstaatswerk door anders dan
waartoe het is bestemd:
a. daarin, daarop, daaronder of daarover werken te maken of te behouden;
b. daarin, daaronder of daarop vaste stoffen of voorwerpen te storten,
te plaatsen of neer te leggen, of deze te laten staan of liggen.
2. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een
vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van
waterstaatswerken door of vanwege Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat in het kader van de aanleg, wijziging, verbetering of het
beheer van die waterstaatswerken of de regeling van het verkeer over die
waterstaatswerken.
Artikel 2a [Vervallen per 22-12-2009]
Artikel 3
1.Weigering, wijziging of intrekking van een vergunning, alsmede
toepassing van de artikelen 2, tweede lid, en 6 kan slechts geschieden
ter bescherming van waterstaatswerken en ter verzekering van het
doelmatig en veilig gebruik van die werken, met inbegrip van het belang
van verruiming of wijziging anderszins van die werken.
2.De in het eerste lid bedoelde besluiten kunnen mede strekken ter
bescherming van aan de waterstaatswerken verbonden belangen van andere
dan waterstaatkundige aard, doch enkel voor zover daarin niet is
voorzien door bij of krachtens een andere wet gestelde bepalingen.
Artikel 4
Van de aanvrager kunnen, volgens bij algemene maatregel van bestuur te
stellen regels, rechten worden geheven voor het in behandeling nemen van
aanvragen tot verlening of wijziging van een vergunning.
Artikel 5
1.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat aangewezen ambtenaren. De toezichthouder beschikt niet over
de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene
wet bestuursrecht.
2.Met de opsporing van de bij artikel 11 strafbaar gestelde feiten zijn,
onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de
ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Ministers van Verkeer en
Waterstaat en van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de
opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en
met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten
betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of
ondernomen door henzelf.
3.Van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt
mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 6
1. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan de toegang tot een
waterstaatswerk geheel of gedeeltelijk verbieden of beperken door een
daartoe strekkende bekendmaking, geplaatst bij het betrokken
waterstaatswerk, dan wel gedaan op een andere geschikte wijze.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik door het
openbaar verkeer.
Artikel 7
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot oplegging van een
last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet
gestelde verplichtingen.
Artikel 8 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 9
1.De kosten wegens schade, toegebracht aan waterstaatswerken, waarvoor
eigenaren of gebruikers van vaartuigen wettelijk aansprakelijk zijn,
worden door de op grond van artikel 5, eerste lid aangewezen ambtenaar
geraamd en vermeld in een proces-verbaal dat, zo mogelijk, aan de
schipper in afschrift wordt meegedeeld.
2.Indien het geraamde bedrag aan de betrokken ambtenaar niet tot
zekerheid wordt betaald of niet tot diens genoegen zekerheid wordt
gesteld voor betaling daarvan binnen redelijke termijn, is deze
ambtenaar bevoegd, desnoods met behulp van de sterke arm, het
voortzetten van de reis, het ondernemen van de terugtocht of het
aanvangen van een nieuwe reis te beletten.
3.Onverminderd het recht op volledige vergoeding van de schade, is het
Rijk bevoegd het betaalde bedrag aan te wenden tot herstel van de
schade. Indien blijkt dat de werkelijke kosten wegens schade minder
bedragen dan het betaalde bedrag, wordt het overschot, met de wettelijke
rente daarvan vanaf de dag der betaling, uitgekeerd aan degene die heeft
betaald.
Artikel 10
Een vergunning op grond van een of meer reglementen die zijn vastgesteld
krachtens de Wet van 28 februari 1891, tot vaststelling van bepalingen
betreffende 's Rijks waterstaatswerken (Stb. 69), alsmede een vergunning
op grond van de Rivierenwet wordt gelijkgesteld met een vergunning op
grond van deze Wet. Hetzelfde geldt ten aanzien van een ontheffing die
is verleend op grond van de Verkeerswet tegen lichtbebouwing.
Artikel 11
1. Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2 en 6 van
deze wet wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Artikel 12
[Wijzigt de Waterstaatswet 1900]
Artikel 13
[Wijzigt de Rivierenwet]
Artikel 14
De Wet van 28 februari 1891, tot vaststelling van bepalingen betreffende
's Rijks Waterstaatswerken (Stb. 69), wordt ingetrokken.
Artikel 15
De Verkeerswet tegen lintbebouwing wordt ingetrokken.
Artikel 16
[Wijzigt deze wet]
Artikel 17
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 18
Deze wet wordt aangehaald als: Wet beheer rijkswaterstaatswerken.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 14 november 1996
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|