WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, mede in verband met
de invoering van boek 8 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, wenselijk is
enige bepalingen van internationaal privaatrecht met betrekking tot het
zeerecht en het binnenvaartrecht vast te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onder recht waarnaar in de bepalingen van deze wet wordt verwezen,
worden verstaan de volgens dat recht geldende regels, met uitzondering
van regels van internationaal privaatrecht.
Artikel 2
Behoudens het in artikel 3 bepaalde, worden de vragen wie de eigenaar
is van een teboekstaand schip, welke zakelijke rechten daarop rusten,
welke de inhoud van het eigendomsrecht en de zakelijke rechten is en wat
als bestanddeel van het schip mede voorwerp van die rechten is,
beantwoord naar het recht van de Staat waar het schip teboekstond toen
het desbetreffende recht ontstond.
Artikel 3
1. Indien in Nederland in geval van faillissement of van
gerechtelijke uitwinning de opbrengst van een teboekstaand schip
gerechtelijk moet worden verdeeld, wordt de vraag of, en zo ja, tot
welke omvang, een daarbij geldend gemaakte vordering bestaat,
beantwoord naar het recht dat die vordering beheerst.
2. Of een vordering als bedoeld in het voorgaande lid bevoorrecht
is en welke de omvang, de rangorde en de gevolgen van dat voorrecht
zijn, wordt beslist naar het recht van de Staat waar het schip ten tijde
van de aanvang van het faillissement of de uitwinning teboek stond.
Evenwel wordt bij de bepaling van de rangorde van vorderingen slechts
aan die vorderingen voorrang toegekend boven door hypotheek gedekte
vorderingen, die ook naar Nederlands recht een zodanige voorrang
genieten.
3. Aan een vordering die naar het daarop toepasselijke recht niet
op het schip bevoorrecht is, wordt geen voorrang toegekend.
Artikel 4
1. De vraag of een partij bij een overeenkomst tot exploitatie
van een schip, of een persoon in haar dienst of anderszins te haren
behoeve werkzaam, dan wel een eigenaar van of belanghebbende bij
vervoerde of te vervoeren zaken, die buiten overeenkomst wordt
aangesproken, zich kan beroepen op een door hemzelf of door een ander
in de keten der exploitatie-overeenkomsten gesloten overeenkomst,
wordt beantwoord naar het recht dat op de buiten overeenkomst
ingestelde vordering van toepassing is.
2. Evenwel wordt in de verhouding tussen twee partijen bij
eenzelfde exploitatie-overeenkomst de in het voorgaande lid bedoelde
vraag beantwoord naar het recht dat op die overeenkomst van toepassing
is.
Artikel 5
1. Bij vervoer van zaken onder cognossement wordt de vraag of,
en zo ja, onder welke voorwaarden, naast degene die het cognossement
ondertekende of voor wie een ander het ondertekende, een derde als
vervoerder onder het cognossement verbonden of gerechtigd is, als ook
de vraag wie drager is van de uit het cognossement voortvloeiende
rechten en verplichtingen jegens de vervoerder, beantwoord naar het
recht van de Staat waarin de haven gelegen is, waar uit hoofde van de
overeenkomst moet worden gelost, ongeacht een door de partijen bij de
vervoerovereenkomst gedane rechtskeuze.
2. Evenwel worden de in het eerste lid bedoelde vragen beantwoord
naar het recht van de Staat waarin de haven van inlading gelegen is,
voor wat betreft de verplichtingen terzake van het ter beschikking
stellen van de overeengekomen zaken, de plaats, de wijze en de duur van
de inlading.
Artikel 6
Ongeacht het op de overeenkomst tot vervoer van zaken toepasselijke
recht, is het recht van de Staat waarin de haven gelegen is, waar de
zaken ter lossing worden aangevoerd van toepassing op de vragen:
a. of, en in hoeverre, de vervoerder een recht van retentie op de
zaken heeft, en
b. of, en met welke gevolgen, de vervoerder dan wel degene die
jegens de vervoerder recht heeft op aflevering van de zaken, bevoegd
is een gerechtelijk onderzoek te doen instellen naar de toestand
waarin de zaken worden afgeleverd en, indien verlies van of schade
aan de zaken of een gedeelte daarvan wordt vermoed, een gerechtelijk
onderzoek te doen instellen naar de oorzaken daarvan, waaronder
begrepen een begroting van de schade of het verlies.
Artikel 7
1. In dit artikel wordt onder aanvaring verstaan: de aanraking
van schepen met elkaar. Het heeft uitsluitend betrekking op
aansprakelijkheid voor schade door een aanvaring welke is veroorzaakt
door schepen en op schade welke is ontstaan aan die schepen of aan
opvarenden of zaken aan boord van die schepen. Voor de toepassing van
dit artikel wordt een schip als met een Staat verbonden beschouwd,
indien het door of vanwege die Staat teboek staat of van een zeebrief
of daarmee gelijk te stellen document is voorzien, dan wel bij gebreke
van elke teboekstelling, zeebrief of ander daarmee gelijk te stellen
document, toebehoort aan een onderdaan van die Staat.
2. Behoudens het bepaalde in de leden 3 en 4 hierna, is op de
aansprakelijkheid van een schip terzake van een aanvaring in de
binnenwateren of in de territoriale wateren van een Staat het recht van
die Staat van toepassing, en terzake van een aanvaring in volle zee het
recht van de Staat waar de vordering tot schadevergoeding wordt
ingesteld.
3. Indien de bij een aanvaring betrokken schepen met
verschillende Staten zijn verbonden die alle partij zijn bij eenzelfde
verdrag betreffende de aansprakelijkheid voor een aanvaring, of althans
het recht van al die Staten overeenkomt met de beginselen van een
zodanig verdrag, vinden de bepalingen van dat verdrag, onderscheidenlijk
de daarmee overeenstemmende bepalingen van het recht van die Staten
toepassing.
4. Indien bij een aanvaring slechts schepen betrokken zijn die op
dat tijdstip met eenzelfde Staat zijn verbonden, is het recht van die
Staat van toepassing. Deze regel geldt niet indien bij de aanvaring
uitsluitend binnenschepen betrokken zijn.
5. Bij het bepalen van de aansprakelijkheid wordt, ongeacht het
daarop toepasselijke recht, rekening gehouden met alle regels die ten
tijde van de aanvaring voor de navigatie ter plaatse golden.
6. Het op de aansprakelijkheid toepasselijke recht bepaalt in het
bijzonder:
a. de gronden van aansprakelijkheid;
b. de gronden voor ontheffing van aansprakelijkheid en elke
verdeling van aansprakelijkheid;
c. de aard van de voor vergoeding vatbare schade;
d. de omvang van schade;
e. wie uit eigen hoofde recht hebben op vergoeding van geleden
schade;
f. de aansprakelijkheid
- van de vertegenwoordigde voor gedragingen van zijn
vertegenwoordigers;
- voor gedragingen van personen in dienst van de aangesprokene of
anderszins te zijnen behoeve werkzame personen;
- van het schip of van de eigenaar of exploitant van het schip
voor gedragingen van een loods;
g. de mogelijkheid tot overdracht of overgang van het recht op
schadevergoeding;
h. de bewijslast en de kracht van vermoedens;
i. de termijn voor de verjaring of het verval van een aanspraak op
schadevergoeding, alsmede het tijdstip van aanvang van die termijn en
van zijn stuiting of schorsing.
Artikel 8
1. De rechten, genoemd in het op 19 juni 1948 te Genève tot
stand gekomen Verdrag betreffende de internationale erkenning van
rechten op luchtvaartuigen (Trb. 1952, 86), worden erkend onder
de voorwaarden en met de gevolgen in dat verdrag vermeld.
2. Deze erkenning werkt niet ten nadele van een beslagleggende
crediteur of van de koper ter executie, wanneer de vestiging of
overdracht van bedoelde rechten geschiedde door de geëxecuteerde,
terwijl hij kennis droeg van het beslag.
Artikel 9
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 18 maart 1993
BEATRIX
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Uitgegeven de dertigste maart 1993
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin