WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
bepalingen vast te stellen omtrent het nemen van maatregelen met
betrekking tot de bescherming van de bevolking tegen de gevolgen van
oorlogsgeweld;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
[Op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de
Intrekkingswet BB (Stb. 1986, 312) is de Wet bescherming
bevolking met ingang van 1 juli 1986 ingetrokken, met uitzondering van
de artikelen 4, tweede lid, 7 en 29, red.]
Artikel 4
1. [Vervallen]
2. Hij wijst in overeenstemming met Onze Minister wie het mede
aangaat ondernemingen en openbare nutsbedrijven aan, ter bescherming
waarvan hij bevelen kan geven op de voet van artikel 7.
Artikel 7
1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in het belang van
de bescherming van bedrijven, aangewezen op de voet van artikel 4,
tweede lid, bevelen geven aan ondernemingen en openbare nutsbedrijven.
2. Een bevel, als bedoeld in het vorige lid, wordt niet gegeven
dan in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat en na
overleg met de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen
centrale organisaties van ondernemers dan wel, indien het
overheidsbedrijven betreft, met de besturen dier bedrijven, tenzij zulks
in verband met de vereiste spoed niet kan geschieden. In dit laatste
geval wordt van het bevel onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister
wie het mede aangaat en aan de aangewezen organisaties of besturen.
Artikel 29
1. Overtreding van hetgeen krachtens artikel 5 of 7 door Ons of
Onze Minister van Binnenlandse Zaken, dan wel krachtens artikel 13
door de burgemeester of - bij toepassing van artikel 14 - door het
kringbestuur is bepaald, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste
twee maanden of geldboete van ten hoogste vijfduizend gulden.
2. Indien het feit is gepleegd in de tijd, waarin de bescherming
van de bevolking geheel of ten dele in staat van paraatheid is, worden
de in het vorige lid gestelde maxima verdubbeld.
3. Dit feit is een overtreding.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 10 Juli 1952.
JULIANA
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
W. Drees
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Beel
De Minister zonder Portefeuille,
Teulings
Uitgegeven de eerste Augustus 1952
De Minister van Justitie a.i.,
Beel