In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. halfgeleiderprodukt: de definitieve vorm of de
tussenvorm van een produkt;
1°. dat uit een lichaam bestaat, dat een laag
halfgeleidermateriaal en een of meer lagen geleidend, isolerend of
halfgeleidend materiaal bevat, waarbij elk van de lagen een
samenstelling heeft die in overeenstemming is met een vooraf
bepaald driedimensionaal patroon van het lichaam, en
2°. dat bestemd is om, uitsluitend of tezamen met andere
functies, een elektronische functie te vervullen.
b. topografie: een reeks samenhangende beelden, op
enigerlei wijze vastgelegd,
1°. die het driedimensionaal patroon van de lagen weergeven
waaruit het halfgeleiderprodukt is samengesteld, en
2°. waarin elk beeld het patroon of een gedeelte van het
patroon van een oppervlak van het halfgeleiderprodukt in enig
stadium van zijn vervaardiging voorstelt;
c. het bureau: het bureau, bedoeld in artikel 1 van de
Rijksoctrooiwet 1995;
d. het register: het door het bureau beheerde register
waarin depots ingevolge deze wet worden ingeschreven;
e. exploiteren: het verkopen, verhuren of het op andere
wijze in het verkeer brengen van exemplaren van de topografie of van
het halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat, dan wel het
aanbieden voor een van deze doeleinden. Voor de toepassing van de
artikelen 4, 7 en 13 wordt onder exploitatie niet verstaan
exploitatie die geschiedt onder de voorwaarde van vertrouwelijkheid,
mits deze voorwaarde alleen geldt tussen de desbetreffende
contractspartijen.
Artikel 2
De maker van een oorspronkelijke topografie van een
halfgeleiderprodukt heeft een uitsluitend recht op deze topografie.
Artikel 3
Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het
tot stand brengen van topografieën, wordt, tenzij anders is
overeengekomen, als de maker van de topografie aangemerkt degene, in
wiens dienst de topografie is tot stand gebracht.
Artikel 4
Buiten het geval, bedoeld in artikel 2, in samenhang met artikel 3,
komt het uitsluitend recht op een topografie mede toe aan de persoon die
een oorspronkelijke topografie, die nog niet elders in de wereld is
geëxploiteerd, voor het eerst in een van de lid-Staten van de Europese
Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst
betreffende de Europese Economische Ruimte met uitsluiting van anderen
exploiteert, mits deze exploitatie geschiedt met toestemming van degene
die de topografie heeft tot stand gebracht.
Artikel 5
1. Het uitsluitend recht op een topografie houdt de bevoegdheid
in om
a. de topografie te verveelvoudigen;
b. een halfgeleiderprodukt te vervaardigen waarin de topografie is
vervat;
c. een exemplaar van de topografie of het halfgeleiderprodukt
waarin de topografie is vervat, te exploiteren, dan wel voor een of
ander aan te bieden, in voorraad te hebben of in te voeren.
2. Het uitsluitend recht op een topografie kan tegenover derden
alleen worden uitgeoefend, nadat het depot van de topografie is
ingeschreven door het bureau.
Artikel 6
Is een exemplaar van de topografie of het halfgeleiderprodukt waarin
de topografie is vervat, in een van de lid-Staten van de Europese
Gemeenschappen of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst
betreffende de Europese Economische Ruimte door de houder van het
uitsluitend recht of met diens toestemming in het verkeer gebracht, dan
handelt de verkrijger niet in strijd met het uitsluitend recht op de
topografie door ten aanzien van deze topografie of dit
halfgeleiderprodukt de in artikel 5, eerste lid, onder c,
genoemde handelingen te verrichten.
Artikel 7
Het uitsluitend recht op een topografie vervalt, indien niet binnen
uiterlijk twee jaren na het tijdstip waarop een exemplaar van de
topografie of het halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat,
voor de eerste maal door de houder van het uitsluitend recht of met
diens toestemming in of buiten Nederland is geëxploiteerd, het depot
van de topografie heeft plaatsgevonden, mits dit depot door het bureau
in het register wordt ingeschreven.
Artikel 8
1. Het depot geschiedt door indiening van een aanvraag om
inschrijving, welke aanvraag vermeldt:
a. naam, adres en woonplaats van de maker, indien hij een ander is
dan de deposant;
b. een aanduiding van de topografie;
c. vergezeld is van tekeningen of afbeeldingen van de topografie;
d. de datum waarop een exemplaar van de topografie of het
halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat, voor de eerste
maal is geëxploiteerd, indien dit reeds heeft plaatsgevonden.
Bij de aanvraag kan een exemplaar van het halfgeleiderprodukt worden
overgelegd.
2. Bij het depot kan de deposant aangeven welke delen van de in
het vorige lid onder c genoemde stukken bedrijfsgeheimen bevatten
en niet ter kennis van derden kunnen worden gebracht, mits de
herkenbaarheid van de topografie gewaarborgd blijft.
3. De aanvraag en de bijgevoegde stukken zijn in het Nederlands
gesteld.
4. Indien de deposant of diens gevolmachtigde geen woonplaats in
Nederland heeft, is hij verplicht aldaar een correspondentie-adres aan
te geven alsmede elke wijziging daarvan ter kennis van het bureau te
brengen.
5. Bij het depot dient een bewijsstuk te worden overgelegd
waaruit blijkt, dat bij het bureau een bedrag is gestort overeenkomstig
een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tarief.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels ten
aanzien van het in dit artikel bepaalde worden gesteld.
Artikel 9
1. Het bureau vermeldt op de aanvraag als bedoeld in artikel 8,
eerste lid, de datum van het depot. Het schrijft het depot binnen vier
weken in het register in.
2. Het bureau schrijft het depot niet in, indien de in artikel 8,
onder d, bedoelde datum meer dan twee jaren voor de datum van het depot
ligt.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welke
wijze de inschrijving in het register plaatsvindt en welke gegevens
daarin worden vermeld.
Artikel 10
1. Het depot kan geen aanleiding geven tot enig onderzoek door
het bureau naar de inhoud van het depot.
2. Het bureau maakt de inschrijving van het depot zo spoedig
mogelijk openbaar in een door het bureau uit te geven blad.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels ten
aanzien van het in het tweede lid bepaalde worden gesteld.
Artikel 11
1. Een ieder kan vanaf de datum van de inschrijving van het
depot desverlangd kennisnemen van de inschrijving en van de op het
depot betrekking hebbende stukken alsmede een afschrift verkrijgen van
de inschrijving. Van de in artikel 8, tweede lid, genoemde stukken kan
kennis worden genomen, indien de houder van het uitsluitend recht
daartoe toestemming heeft gegeven. Voor de kennisneming zijn geen
kosten verschuldigd.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het
in het vorige lid bepaalde nadere regels worden gesteld en wordt het
voor het in het eerste lid bedoelde afschrift verschuldigde bedrag
vastgesteld.
Artikel 12
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 7 vervalt het
uitsluitend recht op een topografie door de doorhaling van de
inschrijving van het depot op verzoek of door het verstrijken van de
geldigheidsduur.
2. De houder van de inschrijving van het depot van een topografie
kan te allen tijde doorhaling van de inschrijving verzoeken. Indien uit
het register blijkt dat rechten aan derden zijn verleend, kan de
doorhaling slechts geschieden met hun toestemming.
Artikel 13
1. Het uitsluitend recht op een topografie vervalt door verloop
van tien jaren, te rekenen vanaf het einde van het kalenderjaar waarin
het depot heeft plaatsgevonden, of, indien dit eerder is, vanaf het
einde van het in het depot vermelde kalenderjaar waarin een exemplaar
van de topografie of het halfgeleiderprodukt waarin de topografie is
vervat, voor de eerste maal is geëxploiteerd.
2. Het uitsluitend recht op een topografie die niet
geëxploiteerd wordt en ten aanzien waarvan geen depot is verricht,
vervalt door verloop van vijftien jaren te rekenen vanaf het einde van
het kalenderjaar waarin de topografie is tot stand gebracht.
Artikel 14
1. Het uitsluitend recht op een topografie is vatbaar voor
gehele of gedeeltelijke overdracht of andere overgang. De levering van
het uitsluitend recht op een topografie geschiedt door een daartoe
bestemde akte.
2. Het uitsluitend recht op een topografie kan voorwerp van een
licentie zijn.
3. De overdracht de vestiging van een beperkt recht of de
licentie kan niet aan derden worden tegengeworpen dan nadat de akte in
het register is ingeschreven. De artikelen 8, derde tot en met zesde
lid, 9 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15
1. Als inbreuk op het uitsluitend recht op de topografie van
een halfgeleiderprodukt wordt niet beschouwd de verveelvoudiging van
de topografie welke uitsluitend dient voor gebruik in de privésfeer
voor niet-commerciële doeleinden, voor onderwijsdoeleinden of voor de
analyse van de topografie.
2. Ten aanzien van een door toepassing van de in het vorige lid
bedoelde analyse tot stand gebrachte oorspronkelijke topografie wordt
het verrichten van de in artikel 5 genoemde handelingen zonder
toestemming van degene die het uitsluitend recht heeft op de
geanalyseerde topografie, niet als inbreuk op het uitsluitend recht op
laatstgenoemde topografie beschouwd.
Artikel 16
1. De verkrijger te goeder trouw van een exemplaar van een
halfgeleiderprodukt waarin een topografie is vervat, dat noch door de
houder van het uitsluitend recht noch met diens toestemming in het
verkeer is gebracht, handelt niet in strijd met het uitsluitend recht
op deze topografie, indien hij zonder toestemming van de houder
daarvan ten aanzien van dit halfgeleiderprodukt de in artikel 5,
eerste lid, onder c, bedoelde handelingen verricht.
2. Zodra de in het vorige lid bedoelde verkrijger weet of behoort
te weten, dat exemplaren van het halfgeleiderprodukt waarin de
topografie is vervat, noch door de houder van het uitsluitend recht noch
met diens toestemming in het verkeer zijn gebracht, is hij slechts
bevoegd ten aanzien van de door hem te goeder trouw verkregen exemplaren
van het halfgeleiderprodukt zonder toestemming van de houder van het
uitsluitend recht de in artikel 5, eerste lid, onder c, bedoelde
handelingen te verrichten, indien hij aan laatstgenoemde een billijke
vergoeding betaalt.
3. Is een exemplaar van een halfgeleiderprodukt als bedoeld in
het tweede lid in een van de lid-Staten van de Europese Gemeenschappen
of in een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte in het verkeer gebracht met inachtneming van
het bepaalde in voornoemd lid, dan handelt de latere verkrijger niet in
strijd met het uitsluitend recht op de topografie door ten aanzien van
dit halfgeleiderprodukt de in artikel 5, eerste lid, onder c,
genoemde handelingen te verrichten.
Artikel 17
1. De houder van het uitsluitend recht op een topografie kan
dit recht handhaven jegens een ieder die, zonder daartoe gerechtigd te
zijn, een van de in artikel 5 genoemde handelingen verricht.
2. De rechter kan op vordering van de houder van het uitsluitend
recht, tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om
inbreuk op het recht van de houder te maken, bevelen de diensten die
worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken.
3. De voorzieningenrechter kan op vordering van de houder van het
uitsluitend recht tijdelijke voortzetting van de vermeende inbreuk op
dit recht toestaan onder de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld voor
vergoeding van de door de houder geleden schade. Onder dezelfde
voorwaarden kan de rechter voortzetting van de dienstverlening door de
tussenpersoon als bedoeld in het tweede lid toestaan.
4. Hij kan, in plaats van schadevergoeding, vorderen, dat de
gedaagde veroordeeld wordt de door de inbreuk genoten winst af te dragen
en dienaangaande rekening en verantwoording af te leggen; indien de
rechter evenwel van oordeel is, dat de omstandigheden van het geval tot
zulk een veroordeling geen aanleiding geven, zal hij de gedaagde tot
schadevergoeding kunnen veroordelen. In passende gevallen kan de rechter
de schadevergoeding vaststellen als een forfaitair bedrag.
5. De houder van het uitsluitend recht op een topografie kan de
vordering tot schadevergoeding of het afdragen van de winst ook namens
of mede namens licentienemers of pandhouders instellen, onverminderd de
bevoegdheid van deze laatsten in een al of niet namens hen of mede
namens hen door de houder van het uitsluitend recht op een topografie
ingestelde vordering tussen te komen om rechtstreeks de door hen geleden
schade vergoed te krijgen of om zich een evenredig deel van de door de
gedaagde af te dragen winst te doen toewijzen. Een zelfstandige
vordering kunnen licentienemers en pandhouders slechts instellen met
toestemming van de houder van het uitsluitend recht op de topografie.
Artikel 18
1. Het uitsluitend recht op een topografie geeft aan de
gerechtigde de bevoegdheid om exemplaren van de topografie of het
halfgeleiderprodukt, ten aanzien waarvan de in artikel 5 genoemde
handelingen zijn verricht in strijd met dit uitsluitend recht, als
zijn eigendom op te eisen dan wel onttrekking aan het handelsverkeer,
vernietiging of onbruikbaarmaking te vorderen. Teneinde tot
vernietiging of onbruikbaarmaking over te gaan, kan de gerechtigde de
afgifte van deze exemplaren vorderen.
2. De bevoegdheid om als zijn eigendom op te eisen, als bedoeld
in het eerste lid van dit artikel, bestaat eveneens ten aanzien van
gelden waarvan aannemelijk is dat zij zijn verkregen door of als gevolg
van inbreuk op het uitsluitend recht op een topografie. De bevoegdheid
tot vordering van de vernietiging of onbruikbaarmaking bestaat tevens
ten aanzien van de voorwerpen die rechtstreeks hebben gediend tot de
totstandbrenging van de in de vorige zin bedoelde voorwerpen.
3. De bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
betreffende beslag en executie tot afgifte van roerende zaken die geen
registergoederen zijn, zijn van toepassing. Bij samenloop met een ander
beslag gaat degene die beslag heeft gelegd krachtens dit artikel voor.
4. Tenzij anders is overeengekomen, heeft de licentienemer het
recht de in de vorige leden bedoelde bevoegdheden uit te oefenen, voor
zover deze strekken tot bescherming van de rechten waarvan de
uitoefening hem is toegestaan.
5. De bevoegdheid, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan niet
worden uitgeoefend ten aanzien van exemplaren van de topografie of het
halfgeleiderprodukt waarin de topografie is vervat, onder personen
berustende die niet in soortgelijke topografieën of
halfgeleiderprodukten handel drijven en deze uitsluitend tot eigen
gebruik hebben gekregen, tenzij door hen zelf inbreuk op het
desbetreffende uitsluitend recht op een topografie is gepleegd.
6. De maatregelen bedoeld in het eerste en tweede lid worden op
kosten van de gedaagde uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit
beletten.
7. Bij de beoordeling van de maatregelen die de gerechtigde of
diens licentienemer kan vorderen ingevolge de bevoegdheden, genoemd in
het eerste en tweede lid, houdt de rechter rekening met de noodzakelijke
evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gevorderde
maatregelen en met de belangen van derden.
8. De rechter kan op vordering van de houder van het uitsluitend
recht degene die inbreuk op diens recht heeft gemaakt, bevelen al
hetgeen hem bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van de
inbreukmakende topografie of het halfgeleiderproduct waarin de
inbreukmakende topografie is vervat, aan de houder mee te delen en alle
daarop betrekking hebbende gegevens aan deze te verstrekken. Onder
dezelfde voorwaarden kan dit bevel worden gegeven aan een derde die op
commerciële schaal inbreukmakende topografieën of
halfgeleiderproducten waarin de inbreukmakende topografie is vervat in
zijn bezit heeft of gebruikt, die op commerciële schaal diensten
verleent die bij de inbreuk worden gebruikt, of die door een van deze
derden is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, fabricage of
distributie van deze topografieën of halfgeleiderproducten of bij het
verlenen van deze diensten. Deze derde kan zich verschonen van het
verstrekken van informatie die bewijs zou vormen van deelname aan een
inbreuk op een recht van intellectuele eigendom door hem zelf of door de
andere in artikel 165, derde lid, Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering bedoelde personen.
Artikel 18a
De rechter kan op vordering van de houder van het uitsluitend recht
gelasten dat op kosten van degene die inbreuk op diens recht heeft
gemaakt passende maatregelen worden getroffen tot verspreiding van
informatie over de uitspraak.
Artikel 19
1. De rechtbank te 's-Gravenhage en de voorzieningenrechter van
die rechtbank in kort geding zijn in eerste aanleg bij uitsluiting
bevoegd voor alle vorderingen, ingesteld ingevolge artikel 17, alsmede
voor alle vorderingen welke worden ingesteld door een ander dan de
houder van het uitsluitend recht op een topografie ten einde te doen
vaststellen dat bepaalde, door hem verrichte handelingen niet strijdig
zijn met een uitsluitend recht op een topografie.
2. Zij zijn voorts bevoegd tot kennisneming van vorderingen of
verzoeken die gelijktijdig zijn ingediend met de in het vorige lid
bedoelde vorderingen en daarmee voldoende samenhang vertonen.
Artikel 20
In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, is
voor beroepen ingesteld tegen besluiten van het bureau omtrent de
inschrijving van een depot op grond van deze wet de rechtbank te
's-Gravenhage bevoegd.