Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 26 augustus 1981, houdende
regeling van de bezoldiging van de Nationale ombudsman en van de
substituut-ombudsmannen, en wijziging van een aantal wetten
WIJ BEATRIX, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze
zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er behoefte bestaat aan
een bijzondere voorziening tot onderzoek van de wijze waarop de
overheid zich in een bepaalde aangelegenheid jegens de burger heeft
gedragen en dat het in verband hiermede wenselijk is over te gaan
tot de instelling van het ambt van Nationale ombudsman en tot
wijziging van een aantal wetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Artikel 1
1. De
bezoldiging van de Nationale ombudsman wordt bepaald op
10.123,39 per maand en de bezoldiging van de substituut-ombudsman op
8919,86 per maand.
2. Het genot van
de bezoldiging vangt aan met de dag waarop de benoeming ingaat. De
bezoldiging wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van
het overlijden.
3. Indien Wij in
de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel een wijziging
aanbrengen en bepalen dat deze wijziging een algemeen karakter
draagt, brengen Wij bij algemene maatregel van bestuur met ingang
van de datum, waarop die wijziging ingaat, een overeenkomstige
wijziging aan in de bezoldiging van de ingevolge deze wet bezoldigde
functionarissen, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van
de in het eerste lid genoemde bedragen.
Artikel 2
De Nationale ombudsman en de
substituut-ombudsmannen ontvangen een vakantie-uitkering en een
eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke te dien
aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren, werkzaam bij de
departementen van algemeen bestuur, zijn of zullen worden
vastgesteld.
Artikel 2a
1. De
substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, derde lid, van de
Wet Nationale ombudsman is belast met de waarneming van het ambt
van de ombudsman, geniet voor de duur van de waarneming een
waarnemingstoelage tot de hoogte van het bedrag van de bezoldiging
van de ombudsman.
2. De
substituut-ombudsman die ingevolge artikel 10, eerste lid, van de
Wet Nationale ombudsman gedurende meer dan 30 dagen onafgebroken is
belast met de vervanging van de ombudsman, geniet voor de duur van
de vervanging een vervangingstoelage tot de hoogte van het bedrag
van de bezoldiging van de ombudsman.
Artikel 2b
1. Degene die
op grond van artikel 2, vijfde lid, of artikel 10, tweede of
vierde lid, van de Wet Nationale ombudsman, de ombudsman vervangt
respectievelijk het ambt van ombudsman waarneemt, geniet voor de
duur van de vervanging respectievelijk de waarneming, de
bezoldiging en de vakantie-uitkering die voor dit ambt zijn
vastgesteld.
2. Van degene
die krachtens artikel 2, vijfde lid, of artikel 10, zevende lid, van
de Wet Nationale ombudsman in een betrekking of lidmaatschap op
non-activiteit is gesteld, wordt de bezoldiging met inbegrip
eventueel van toelagen gedurende de periode van non-activiteit
ingehouden.
Artikel 3
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet
bezoldiging Nationale ombudsman.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriλle departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 26 augustus 1981
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
H. Wiegel
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
Uitgegeven de negenentwintigste september 1981
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
|