Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 17 december 1997, houdende regels
van internationaal privaatrecht met betrekking tot corporaties (Wet
conflictenrecht corporaties)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij de
wet regels te stellen houdende internationaal privaatrecht met
betrekking tot corporaties;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder
a. corporatie: vennootschappen, verenigingen, coöperaties,
onderlinge waarborgmaatschappijen, stichtingen en andere als
zelfstandige eenheid of organisatie naar buiten optredende lichamen
en samenwerkingsverbanden;
b. functionaris: hij die, zonder orgaan te zijn, krachtens het op
de corporatie toepasselijke recht en haar statuten of
samenwerkingsovereenkomst bevoegd is deze te vertegenwoordigen.
Artikel 2
Een corporatie die ingevolge de oprichtingsovereenkomst of akte van
oprichting haar zetel of, bij gebreke daarvan, haar centrum van optreden
naar buiten ten tijde van de oprichting, heeft op het grondgebied van de
Staat naar welks recht zij is opgericht, wordt beheerst door het recht
van die Staat.
Artikel 3
Het op een corporatie toepasselijke recht beheerst naast de
oprichting in het bijzonder de volgende onderwerpen:
a. het bezit van rechtspersoonlijkheid, of van de bevoegdheid
drager te zijn van rechten en verplichtingen, rechtshandelingen te
verrichten en in rechte op te treden;
b. het inwendig bestel van de corporatie en alle daarmee verband
houdende onderwerpen;
c. de bevoegdheid van organen en functionarissen van de
corporatie om haar te vertegenwoordigen;
d. de aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen en andere
functionarissen als zodanig jegens de corporatie;
e. de vraag wie naast de corporatie, voor de handelingen waardoor
de corporatie wordt verbonden aansprakelijk is uit hoofde van een
bepaalde hoedanigheid zoals die van oprichter, vennoot,
aandeelhouder, lid, bestuurder, commissaris of andere functionaris
van de corporatie;
f. de beëindiging van het bestaan van de corporatie.
Artikel 4
Indien een rechtspersoonlijkheid bezittende corporatie haar
statutaire zetel verplaatst naar een ander land en het recht van de
Staat van de oorspronkelijke zetel en dat van de Staat van de nieuwe
zetel op het tijdstip van de zetelverplaatsing het voortbestaan van de
corporatie als rechtspersoon erkennen, wordt haar voortbestaan als
rechtspersoon ook naar Nederlands recht erkend. Vanaf de
zetelverplaatsing beheerst het recht van de Staat van de nieuwe zetel de
in artikel 3 bedoelde onderwerpen, behoudens indien ingevolge dat recht
daarop het recht van de Staat van de oorspronkelijke zetel van
toepassing blijft.
Artikel 5
1. In afwijking in zoverre van het in de artikelen 2 en 3
bepaalde zijn de artikelen 138 en 149 van boek 2 van het Burgerlijk
Wetboek van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing op de
aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van een ingevolge
artikel 2 of artikel 4 door buitenlands recht beheerste corporatie die
in Nederland aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen is,
indien de corporatie in Nederland failliet wordt verklaard. Als
bestuurders zijn eveneens aansprakelijk degenen die met de leiding van
de in Nederland verrichte werkzaamheden zijn belast.
2. De rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken is
bevoegd tot de kennisneming van alle vorderingen uit hoofde van het
bepaalde in het eerste lid.
Artikel 5a
1. Het openbaar ministerie kan de rechtbank te Utrecht
verzoeken voor recht te verklaren dat het doel of de werkzaamheid van
een corporatie in strijd is met de openbare orde als bedoeld in
artikel 20 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. De verklaring werkt voor en tegen een ieder met ingang van de
eerste dag na de dag van de uitspraak. De verklaring wordt door de zorg
van de griffier geplaatst in de Staatscourant. Is de corporatie in het
handelsregister ingeschreven, dan wordt de verklaring aldaar eveneens
ingeschreven.
3. De rechter kan de in Nederland gelegen goederen van de
corporatie desverlangd onder bewind stellen. Artikel 22 van Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.
4. De in Nederland gelegen goederen van een corporatie ten
aanzien waarvan de rechter een verklaring voor recht als bedoeld in het
eerste lid heeft gegeven, worden vereffend door een of meer door hem te
benoemen vereffenaars. De artikelen 23 tot en met 24 van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5b
Een corporatie die niet is een Nederlandse rechtspersoon en is
vermeld in de lijst, bedoeld in artikel 2, derde lid, van Verordening
(EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december
2001 (PbEG L 344) of in Bijlage I van Verordening (EG) nr. 881/2002 van
de Raad van 27 mei
2002 (PbEG L 139) of is vermeld en met een ster aangemerkt in de Bijlage
bij het Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2001/931 van de Raad van 27 december
2001 (PbEG L 344) is van rechtswege verboden en niet bevoegd tot het
verrichten van rechtshandelingen.
Artikel 6
Deze wet laat onverlet hetgeen bepaald is bij de Wet op de formeel
buitenlandse vennootschappen.
Artikel 7
De Wet van 25 juli 1959, Stb. 256 houdende uitvoering van het op 1
juni 1956 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag nopens de erkenning van de
rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en
stichtingen wordt hierbij ingetrokken.
Artikel 8
[Wijzigt Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek]
Artikel 9
Deze wet wordt aangehaald als: Wet conflictenrecht corporaties.
Artikel 10
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 17 december 1997
BEATRIX
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Uitgegeven de drieëntwintigste december 1997
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|