WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het mede in verband met de
bekrachtiging van het op 8 september 1967 te Luxemburg tot stand gekomen
Verdrag inzake de erkenning van beslissingen betreffende de
huwelijksband (Trb. 1979, 130) en het op 1 juni 1970 te
's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de erkenning van
echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed (Trb. 1979, 131),
wenselijk is regelen te geven met betrekking tot het conflictenrecht
inzake de ontbinding van het huwelijk en scheiding van tafel en bed en
de erkenning van buiten het Koninkrijk verkregen ontbinding van het
huwelijk of scheiding van tafel en bed;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. Of ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed
kan worden gevorderd of verzocht en op welke gronden wordt bepaald
a. indien partijen een gemeenschappelijk nationaal recht hebben:
door dat recht;
b. indien een gemeenschappelijk nationaal recht ontbreekt: door het
recht van het land waarin partijen hun gewone verblijfplaats hebben;
c. indien partijen geen gemeenschappelijk nationaal recht hebben en
niet in hetzelfde land hun gewone verblijfplaats hebben: door
Nederlands recht.
2. Voor de toepassing van het voorgaande lid wordt met het
ontbreken van een gemeenschappelijk nationaal recht gelijk gesteld het
geval dat voor één van de partijen een werkelijke maatschappelijke
band met het land der gemeenschappelijke nationaliteit kennelijk
ontbreekt. In dat geval wordt het gemeenschappelijke nationale recht
nochtans toegepast, indien door partijen gezamenlijk een keuze voor dit
recht is gedaan of een dergelijke keuze van één van de partijen
onweersproken is gebleven.
3. Bezit een partij de nationaliteit van meer dan één land dan
geldt als zijn nationale recht het recht van dat land waarvan hij de
nationaliteit bezit, waarmede hij alle omstandigheden in aanmerking
genomen de sterkste band heeft.
4. Ongeacht de voorgaande leden wordt Nederlands recht toegepast,
indien door partijen gezamenlijk een keuze voor dit recht is gedaan of
een dergelijke keuze van één van de partijen onweersproken is
gebleven.
Artikel 2
1. Een buiten het Koninkrijk na een behoorlijke rechtspleging
verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed
wordt in Nederland erkend, indien zij is tot stand gekomen door de
beslissing van een rechter of andere autoriteit aan wie daartoe
rechtsmacht toekwam.
2. Een buiten het Koninkrijk verkregen ontbinding van het
huwelijk of scheiding van tafel en bed, die niet voldoet aan één of
meer van de voorwaarden in het vorige lid gesteld, wordt toch in
Nederland erkend, indien duidelijk blijkt dat de wederpartij in de
buitenlandse procedure uitdrukkelijk of stilzwijgend hetzij tijdens die
procedure heeft ingestemd met, hetzij zich na die procedure heeft
neergelegd bij de ontbinding van het huwelijk of de scheiding van tafel
en bed.
Artikel 3
Een ontbinding van het huwelijk buiten het Koninkrijk uitsluitend
door een eenzijdige verklaring van de man tot stand gekomen, wordt niet
erkend, tenzij
a. de ontbinding van het huwelijk in deze vorm overeenstemt met
de personele wet van de man;
b. de ontbinding ter plaatse waar zij geschiedde rechtsgevolg
heeft; en
c. duidelijk blijkt dat de vrouw uitdrukkelijk of stilzwijgend
met de ontbinding van het huwelijk heeft ingestemd of zich daarbij
heeft neergelegd.
Artikel 4
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte
van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst.
2. Deze wet is van toepassing op de erkenning van buitenlandse
beslissingen inzake ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel
en bed welke zijn tot stand gekomen na de dag van inwerkingtreding.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten,
colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven te Lage Vuursche, 25 maart 1981
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter
Uitgegeven de negende april 1981
De Minister van Justitie,
J. de Ruiter