Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 3 juli 1989 tot regeling van het
conflictenrecht inzake de geslachtsnaam en de voornaam, mede in verband
met de bekrachtiging van de Overeenkomst van München van 5 september
1980 inzake het recht dat van toepassing is op geslachtsnamen en
voornamen (Trb. 1981, 72)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het mede in verband met de
bekrachtiging van de op 5 september 1980 te München tot stand gekomen
Overeenkomst inzake het recht dat van toepassing is op geslachtsnamen en
voornamen, wenselijk is regelen te geven met betrekking tot het
conflictenrecht inzake de geslachtsnaam en de voornaam;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
1. De geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling worden
bepaald door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit
heeft. Onder recht zijn mede begrepen de regels van internationaal
privaatrecht. Uitsluitend voor de vaststelling van de geslachtsnaam en
de voornaam worden de omstandigheden waarvan deze afhangen beoordeeld
naar dat recht.
2. Bezit de betrokkene de nationaliteit van meer dan één Staat,
dan geldt het recht van dat land waarvan hij de nationaliteit heeft,
waarmee hij alle omstandigheden in aanmerking genomen de sterkste band
heeft.
Artikel 2
De geslachtsnaam en de voornaam van een persoon die de Nederlandse
nationaliteit heeft worden, ongeacht de vraag of hij nog een andere
nationaliteit heeft, bepaald door het Nederlandse interne recht. Dit
geldt ook indien vreemd recht van toepassing is op de familierechtelijke
betrekkingen waarvan het ontstaan of het tenietgaan gevolg kan hebben
voor de geslachtsnaam.
Artikel 3
Personen die de nationaliteit van meer dan één Staat bezitten,
kunnen de ambtenaar van de burgerlijke stand verzoeken aan hun
geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van de naam die zij
voeren in overeenstemming met het recht van een van die Staten, dat niet
is toegepast ingevolge artikel 1, tweede lid, of artikel 2 van deze wet.
Artikel 4
1. Ingeval van verandering van nationaliteit is het recht van de
Staat van de nieuwe nationaliteit van toepassing, daaronder begrepen
de regels van dat recht nopens de gevolgen van de
nationaliteitsverandering voor de naam.
2. De verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door een
vreemdeling brengt geen wijziging in diens geslachtsnaam en voornaam,
behoudens het bepaalde in artikel 5b, onder b, van deze wet en in de
artikelen 6, vijfde lid, en 12 van de Rijkswet op het
Nederlanderschap.
Artikel 5
1. De ambtenaar van de burgerlijke stand die bij het opstellen van
een akte waarin de geslachtsnaam en de voornaam van een vreemdeling
moeten worden opgenomen, in de onmogelijkheid verkeert om het recht te
kennen dat op de vaststelling van die namen toepasselijk is, past het
Nederlandse recht toe. Hij deelt zijn beslissing onverwijld mede aan
de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied
de akte in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.
2. De aldus opgemaakte akte kan met overeenkomstige toepassing van
artikel 24 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op verzoek van iedere
belanghebbende of het openbaar ministerie worden verbeterd. Het
verzoek van een belanghebbende wordt met toepassing van de Wet op de
rechtsbijstand van rechtswege kosteloos behandeld.
Artikel 5a
1. Indien de geslachtsnaam of de voornamen van een persoon ter
gelegenheid van de geboorte buiten Nederland zijn vastgelegd of als
gevolg van een buiten Nederland tot stand gekomen wijziging in de
persoonlijke staat zijn gewijzigd, een en ander met inachtneming van
ter plaatse geldende regels van internationaal privaatrecht, en zijn
neergelegd in een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door
een bevoegde instantie opgemaakte akte, worden de aldus vastgelegde of
gewijzigde geslachtsnaam of voornamen in Nederland erkend. De
erkenning kan niet wegens strijd met de openbare orde worden geweigerd
op de enkele grond dat een ander recht is toegepast dan uit de
bepalingen van deze wet zou zijn gevolgd.
2. Het bepaalde in het eerste lid laat onverlet de toepassing van
de artikelen 5b en 5c.
Artikel 5b
Ter zake van de toepassing van artikel 5 van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek geldt het volgende:
a. Indien een kind buiten Nederland rechtsgeldig is erkend of
gewettigd, door deze erkenning of wettiging in familierechtelijke
betrekkingen tot de vader is komen te staan en daarbij het
Nederlanderschap heeft verkregen of behouden, en indien de
geslachtsnaam van dat kind na de erkenning of de wettiging niet is
bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van artikel 5,
tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen de moeder
en de erkenner gezamenlijk alsnog, tot twee jaar na de erkenning of
de wettiging, verklaren welke van hun beider geslachtsnaam het kind
zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip van de erkenning of de
wettiging de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan kan het, tot
twee jaar na de erkenning of de wettiging, zelf alsnog verklaren of
het de geslachtsnaam van de vader of de moeder zal hebben.
b. Indien een kind dat tijdens zijn minderjarigheid door een
Nederlander is erkend of zonder erkenning door wettiging het kind
van een Nederlander is geworden, door optie het Nederlanderschap
verkrijgt en op het tijdstip van de optie tot zijn beide ouders in
familierechtelijke betrekkingen staat, kunnen de ouders ter
gelegenheid van de optie gezamenlijk verklaren welke van hun beider
geslachtsnamen het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip
van de optie de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan verklaart
het zelf of het de geslachtsnaam van de vader of moeder zal hebben.
c. Indien een kind als gevolg van een buiten Nederland
uitgesproken adoptie het Nederlanderschap heeft verkregen en indien
de geslachtsnaam van dat kind na de adoptie niet is bepaald met
inachtneming van een naamskeuze in de zin van artikel 5, derde lid,
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen de ouders alsnog, tot
twee jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan,
gezamenlijk verklaren welke van hun beider geslachtsnamen het kind
zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip waarop de uitspraak in
kracht van gewijsde gaat de leeftijd van zestien jaren bereikt, dan
kan het, tot twee jaar na dat tijdstip, zelf alsnog verklaren of het
de geslachtsnaam van de vader of de moeder zal hebben. De verklaring
wordt ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand
afgelegd.
d. De in artikel 5, vierde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek bedoelde verklaring houdende naamskeuze kan voor de geboorte
van het kind worden afgelegd indien ten minste een van de ouders op
het tijdstip van de verklaring het Nederlanderschap bezit.
e. Indien een buiten Nederland geboren kind door geboorte in
familierechtelijke betrekking tot de beide ouders staat en het
Nederlanderschap bezit, en indien de geslachtsnaam van dat kind in
de geboorteakte niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze
in de zin van artikel 5, vierde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek, kunnen de ouders gezamenlijk alsnog, tot twee jaar na de
geboorte, verklaren welke van hun beider geslachtsnamen het kind zal
hebben.
f. Indien het vaderschap van een kind buiten Nederland
rechtsgeldig is vastgesteld en dat kind daardoor het
Nederlanderschap heeft verkregen of behouden, en indien de
geslachtsnaam van dat kind na de vaststelling van het vaderschap
niet is bepaald met inachtneming van een naamskeuze in de zin van
artikel 5, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, kunnen
de moeder en de man wiens vaderschap gerechtelijk is vastgesteld
gezamenlijk alsnog, tot twee jaar na het tijdstip waarop de
gerechtelijke beslissing houdende vaststelling van het vaderschap in
kracht van gewijsde gaat, gezamenlijk verklaren welke van hun beider
geslachtsnamen het kind zal hebben. Heeft het kind op het tijdstip
waarop de beslissing houdende vaststelling van het vaderschap in
kracht van gewijsde gaat, de leeftijd van zestien jaar bereikt, dan
kan het, tot twee jaar na dat tijdstip, zelf alsnog verklaren of het
de geslachtsnaam van de vader of de moeder zal hebben.
Artikel 5c
In de gevallen, bedoeld in artikel 5b, onder a, c, e en f, kan de
verklaring houdende naamskeuze worden afgelegd ten overstaan van iedere
ambtenaar van de burgerlijke stand. In het geval, bedoeld in artikel 5b,
onder b, wordt de verklaring houdende naamskeuze afgelegd ten overstaan
van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar de optie
voor het Nederlanderschap in ontvangst wordt genomen.
Artikel 6
1. De bepalingen van deze wet zijn niet van rechtswege van
toepassing op de geslachtsnamen en voornamen die voorkomen in akten
van de burgerlijke stand, die in de registers zijn opgenomen vóór de
dag van haar inwerkingtreding.
2. De vermelding van de geslachtsnamen en de voornamen in akten van
de burgerlijke stand als bedoeld in het eerste lid wordt op verzoek
van een belanghebbende in overeenstemming met de bepalingen van deze
wet gewijzigd. Heeft het verzoek betrekking op een vreemdeling, dan
moet de wijziging blijken uit een door een bevoegde autoriteit van het
land waarvan hij de nationaliteit bezit opgemaakt stuk.
3. De in het tweede lid bedoelde wijzigingen worden in de daarvoor
in aanmerking komende akten van de burgerlijke stand aangebracht door
de toevoeging van een latere vermelding.
Artikel 7
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet conflictenrecht namen.
Artikel 8
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage, 3 juli 1989
BEATRIX
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
Uitgegeven de dertiende juli 1989
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes
|