Nadere regelgeving:
- Besluit documentatie vennootschappen
- Uitvoeringsbesluit Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van
terrorisme
WET van 8 mei 2003, houdende regels over
de documentatie van vennootschappen (Wet documentatie vennootschappen)
¹
1. Redactie: ingevolge artikel
II, onderdeel J, van de Wet van 7 juli 2011, Stb. 2011, 280,
is de Wet documentatie vennootschappen voorzien van een nieuwe
citeertitel, luidende: Wet controle op rechtspersonen.
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
documentatie van gegevens over vennootschappen te regelen ten behoeve
van de afgifte van verklaringen van geen bezwaar door de Minister van
Justitie op grond van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het
gebruik van bedoelde gegevens ten behoeve van de voorkoming en
bestrijding van het misbruik van vennootschappen, waaronder het plegen
van misdrijven en overtredingen van financieel-economische aard door of
door middel van vennootschappen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
b. registratie: de verzameling van gegevens die verwerkt worden
ten behoeve van het doeleinde beschreven in artikel 2, eerste lid;
c. gegeven: een persoonsgegeven als bedoeld in artikel 1, onder
a, van de Wet bescherming persoonsgegevens en elk ander gegeven dat
verband houdt met het bestuur van een vennootschap;
d. risicomelding: verstrekking uit de registratie die een
constatering van een verhoogd risico op misbruik van een
rechtspersoon bevat en waarvan de risicoanalyse, die bestaat uit
gegevens uit de registratie die in samenhang worden gepresenteerd,
onderdeel is;
e. rechtspersoon:
1°. naamloze vennootschap, besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid, coöperatie, onderlinge
waarborgmaatschappij, vereniging met volledige
rechtsbevoegdheid, stichting, Europese naamloze vennootschap,
Europese coöperatieve vennootschap, Europees economisch
samenwerkingsverband, die de statutaire zetel in Nederland
heeft; en
2°. onderneming die toebehoort aan een buitenlandse
rechtspersoon die een hoofd- of nevenvestiging in Nederland
heeft als bedoeld in artikel 5, onderdeel d, van de
Handelsregisterwet 2007;
f. vaste gebruiker: de instantie of persoon met een
publiekrechtelijke taak die is aangewezen conformartikel 6, tweede
lid.
Artikel 2
1. Onze Minister controleert rechtspersonen met het oog op de
voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen, waaronder
het plegen van misdrijven en overtredingen van financieel-economische
aard door of door middel van deze rechtspersonen.
2. Onze Minister verwerkt gegevens in de registratie met het oog op
het in het eerste lid genoemde doel.
3. De gegevens, bedoeld in het tweede lid, kunnen worden gebruikt
voor het doen van een risicomelding over een rechtspersoon.
Artikel 2a
1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de
rijksbelastingdienst verstrekken op zijn verzoek aan Onze Minister de
gegevens die deze behoeft ter uitvoering van de taak, bedoeld in
artikel 2, eerste lid.
2. De gegevensverstrekking ingevolge het eerste lid geschiedt
kosteloos.
Paragraaf 2. Bronnen van de registratie
Artikel 3
1. In de registratie kunnen, met het oog op het in artikel 2,
eerste lid, bedoelde doeleinde, gegevens worden opgenomen die
afkomstig zijn van:
a. het handelsregister;
b. de dossiers ten behoeve van de uitvoering van de artikelen
138, tiende lid, 50a, 53a, 248, tiende lid en 300a van Boek 2 van
het Burgerlijk Wetboek;
c. de in artikel 1, onderdeel g, van de Wet politiegegevens
bedoelde bestuursorganen, voorzover het politiegegevens betreft;
d. openbare informatie.
2. Tevens kunnen in de registratie daartoe gegevens worden
opgenomen, indien de daarop van toepassing zijnde wetgeving dat
toestaat die afkomstig zijn van:
a. de Justitiële Informatiedienst;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
c. Onze Minister van Financiën, voorzover het gegevens betreft
die verwerkt worden door de rijksbelastingdienst;
d. een regionaal politiekorps, het Korps landelijke
politiediensten en de Koninklijke marechaussee, die worden
verwerkt met het oog op de politietaak, bedoeld in de artikelen 2
en 6, eerste lid, van de Politiewet 1993;
e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
bestuursorganen, toezichthouders en diensten of personen, belast
met de opsporing van strafbare feiten;
f. het college van burgemeesters en wethouders van een
gemeente, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens
worden verwerkt door de gemeentelijke dienst die is belast met de
uitvoering van de Wet gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens.
3. Op verstrekkingen uit het handelsregister als bedoeld in het
eerste lid, onder a, aan de registratie is artikel 28, derde lid, van
de Handelsregisterwet 2007 van toepassing.
4. De gegevensverstrekking ingevolge het eerste lid, onder b, c en
d en ingevolge het tweede lid, geschiedt kosteloos voorzover het
overheidsorganen betreft, voorzover bij of krachtens de wet niet
anders is bepaald.
Paragraaf 3. De inhoud van de registratie
Artikel 4
1. In de registratie worden gegevens opgenomen over de oprichters,
de aandeelhouders, de commissarissen, de leden – voor zover deze
bestuurlijke functies vervullen –, de bestuurders en de
vertegenwoordigers van een rechtspersoon.
2. In de registratie kunnen gegevens worden opgenomen over andere
personen die het beleid van de rechtspersoon bepalen of mede kunnen
bepalen.
3. In de registratie kunnen gegevens worden opgenomen over de
echtgenoot, geregistreerd partner of levensgezel, de ouders, kinderen
en kleinkinderen van de in het eerste en tweede lid bedoelde personen,
indien dat nodig is in verband met de analyse van het
bestuurdersnetwerk van de rechtspersoon.
4. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke
categorieën gegevens over de personen als bedoeld in het eerste tot
en met derde lid kunnen worden opgenomen.
5. In de registratie kunnen verwijzingen worden opgenomen over:
a. de bronnen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, c en
d, en het tweede lid, teneinde verdere gegevens voor het doel van
de registratie te kunnen opvragen en
b. de vaste gebruikers, opdat Onze Minister gegevens kan
verstrekken ter gelegenheid van een wijziging in de registratie.
Paragraaf 4. Het verstrekken van gegevens uit de registratie
Artikel 5
1. Onze Minister kan uit eigen beweging of desgevraagd, ter
uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in
individuele gevallen risicomeldingen doen aan bij algemene maatregel
van bestuur aan te wijzen bestuursorganen, diensten, toezichthouders
en andere personen, belast met de opsporing van strafbare feiten,
onderscheidenlijk het toezicht op de naleving van wetgeving.
2. Gegevens over de echtgenoot, geregistreerd partner of
levensgezel, de ouders, kinderen en kleinkinderen van de in artikel 4,
eerste en tweede lidbedoelde personen worden alleen in een
risicomelding opgenomen, indien dat nodig is voor de onderbouwing van
die risicomelding.
3. Een ieder die krachtens deze wet de beschikking krijgt over
gegevens met betrekking tot een derde die zijn neergelegd in een
risicomelding is verplicht tot geheimhouding daarvan, tenzij bij
algemene maatregel van bestuur mededeling wordt toegestaan.
4. Van het doen van een risicomelding wordt aantekening gehouden.
Deze aantekening wordt gedurende twee jaren bewaard.
5. Het bestuursorgaan dat een risicomelding ontvangt, kan gedurende
twee jaren gebruik maken van die melding.
6. Indien binnen de in het vierde lid bedoelde gebruikstermijn geen
gebruik is gemaakt van de risicomelding, verwijdert het ontvangende
bestuursorgaan na ommekomst van deze termijn de risicomelding uit zijn
administratie.
Artikel 6
1. Onze Minister kan uit eigen beweging of desgevraagd ter
uitvoering van de inartikel 2, eerste lid, bedoelde taak in
individuele gevallen gegevens die in de registratie zijn opgenomen
verstrekken aan:
a. de vaste gebruikers, die deze in verband met de uitoefening
van hun taak behoeven, over de personen ten aanzien van wie zij
zulks kenbaar hebben gemaakt;
b. aan een persoon die met de opsporing van strafbare feiten is
belast, wanneer uit de gegevens zelf een redelijk vermoeden
voortvloeit dat een bepaalde persoon een strafbaar feit heeft
begaan.
c. andere instanties of personen met een publiekrechtelijke
taak die deze in verband met de uitoefening van hun taak behoeven.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke
instanties of personen met een publiekrechtelijke taak als vaste
gebruikers worden aangemerkt alsmede voor welk doeleinde.
3. Indien verstrekking van persoonsgegevens uit de registratie
plaatsvindt aan de in het eerste lid, onder c, genoemde andere
instanties of personen, wordt van die verstrekking en het doeleinde
daarvan aantekening gehouden. De aantekening wordt gedurende vijf
jaren bewaard.
4. Ten behoeve van een verkennend onderzoek als bedoeld in artikel
126gg van het Wetboek van Strafvordering kunnen de gegevens uit de
registratie worden verstrekt of anderszins verwerkt in samenhang met
een andere verzameling van persoonsgegevens, zonder beperking tot het
individuele geval voor zover dit noodzakelijk is voor dat onderzoek.
Artikel 7
1. Onze Minister kan ter uitvoering van de in artikel 2, eerste
lid, bedoelde taak in individuele gevallen ten behoeve van het doen
van een risicomelding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, desgevraagd
of uit eigen beweging gegevens verstrekken die afkomstig zijn van:
a. de Justitiële Informatiedienst;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
c. een regionaal politiekorps, het Korps landelijke
politiediensten en de Koninklijke marechaussee.
2. In afwijking van artikel 67, eerste lid, van de Algemene wet
inzake rijksbelastingen, artikel 67, eerste lid, van de
Invorderingswet 1990 en artikel 10, eerste lid, van de Registratiewet
1970 kan Onze Minister ter uitvoering van de in artikel 2, eerste lid,
bedoelde taak in individuele gevallen ten behoeve van een
risicomelding desgevraagd of uit eigen beweging gegevens verstrekken
die afkomstig zijn van de rijksbelastingdienst.
3. Voor andere doelen dan genoemd in het eerste en tweede lid
worden geen gegevens verstrekt die afkomstig zijn van:
a. de Justitiële Informatiedienst;
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
c. een regionaal politiekorps, het Korps landelijke
politiediensten en de Koninklijke marechaussee;
d. Onze Minister van Financiën, voorzover het gegevens betreft
die verstrekt worden door de rijksbelastingdienst;
e. bestuursorganen en diensten die met de opsporing van
strafbare feiten of met het toezicht op financiële instellingen
zijn belast, als bedoeld inartikel 3, tweede lid, onder e.
Artikel 8
1.Uit de registratie kunnen gegevens worden verstrekt aan
instanties in een ander land, die aldaar een publiekrechtelijke
functie vervullen die verband houdt met het doel van de registratie.
2.Indien in dat land geen passend niveau van bescherming van
persoonsgegevens als bedoeld in artikel 76 van de Wet bescherming
persoonsgegevens aanwezig is, kunnen persoonsgegevens slechts worden
verstrekt in het geval dat aan nader bij algemene maatregel van
bestuur te stellen eisen is voldaan.
Paragraaf 5. Het verwijderen van gegevens uit de registratie
Artikel 9
1. Persoonsgegevens worden uit de registratie verwijderd uiterlijk
acht jaren na ontbinding van de rechtspersoon met betrekking tot welke
zij in de registratie zijn opgenomen.
2. Er vindt ten minste eenmaal per jaar een onderzoek plaats naar
de noodzaak om de opname van de in artikel 4 bedoelde gegevens in de
registratie en de inartikel 4, vierde lid, bedoelde verwijzingen, te
handhaven. Indien de noodzaak is komen te vervallen, worden de
gegevens en de verwijzingen, uit de registratie verwijderd.
Paragraaf 6. Wijzigingen in andere regelingen
Artikel 10
[Wijzigt Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek]
Artikel 11
[Wijzigt de Wet politieregisters]
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 12
Onze Minister brengt jaarlijks een openbaar verslag uit over het
functioneren van de registratie, onder vermelding van het aantal malen
dat gegevens verstrekt zijn aan instanties of personen als bedoeld in
artikel 5, derde lid, alsmede onder aanduiding van de instanties en
personen en de doeleinden van de verstrekking.
Artikel 13
Onze Minister van Justitie zendt binnen twee jaren na de
inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de
doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Artikel 14
Deze wet wordt aangehaald als: Wet controle op rechtspersonen.
Artikel 15
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst,
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 8 mei 2003
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de twintigste mei 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|