WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel II
[Wijzigt de Ambtenarenwet.]
Artikel III
[Wijzigt de Kieswet.]
Artikel IV
[Wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen.]
Artikel IVa
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel V
1. De in artikel I, onderdeel MMMM, bedoelde verordeningen
worden vastgesteld vσσr de vaststelling van de begroting over het
jaar 2004, doch uiterlijk op 15 november 2003. De in dit
onderdeel bedoelde accountantsverklaring en het in dit onderdeel
bedoelde verslag van bevindingen voldoen met ingang van het jaar 2004
aan de in dit onderdeel gestelde eisen.
2. De in artikel I, onderdelen I en NNNN, bedoelde verordeningen,
de in artikel I, onderdelen D, N en DD, bedoelde gedragscodes en de in
artikel I, onderdelen QQQ en SSS bedoelde regels worden vastgesteld
binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze onderdelen.
3. De raad kan besluiten de in het tweede lid genoemde termijn
voor de vaststelling van de in artikel I, onderdeel NNNN, bedoelde
verordening en de in artikel I, onderdelen D, N en DD, bedoelde
gedragscodes met ten hoogste een jaar te verlengen.
Artikel VI
1. De ambtenaar die op de dag voorafgaand aan de datum van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel WWW, werkzaam is op basis
van een aanstelling door de raad, wordt met ingang van bedoelde datum
van inwerkingtreding geacht te zijn aangesteld door het college.
2. De door de raad op grond van de artikelen 125, 125c en 134 van
de Ambtenarenwet vastgestelde voorschriften die op de dag voorafgaand
aan de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel WWW, gelden,
worden met ingang van bedoelde datum van inwerkingtreding geacht te zijn
vastgesteld door het college.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de
secretaris.
Artikel VIa
De in artikel I, onderdeel II, bedoelde rekenkamer of
rekenkamerfunctie wordt ingesteld voor 1 januari 2006.
Artikel VIb
1. De in artikel I, onderdeel ZZ, bedoelde griffier wordt
benoemd voor 7 maart 2003.
2. Met ingang van de datum waarop de in artikel I, onderdeel ZZ,
bedoelde griffier wordt benoemd, wordt de secretaris geacht te zijn
aangesteld door het college en worden de door de raad op grond de
artikelen 125, 125c en 134 van de Ambtenarenwet vastgestelde
voorschriften ten aanzien van de secretaris geacht te zijn vastgesteld
door het college.
3. Tot de datum waarop de griffier wordt benoemd, staat de
secretaris de raad en de door hem ingestelde commissies bij de
uitoefening van hun taak terzijde en blijft de door de raad vastgestelde
instructie op de secretaris van toepassing.
Artikel VII
1. Commissies die zijn ingesteld op grond van artikel 82 van de
Gemeentewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel KK, en waaraan voor deze
datum bevoegdheden zijn overgedragen, kunnen deze bevoegdheden tot
uiterlijk de datum van inwerkingtreding van het bij koninklijke
boodschap van 17 juli 2003 ingediende voorstel van wet houdende
aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering
gemeentebestuur (Kamerstukken 28 995) blijven uitoefenen of, bij
eerdere opheffing van de commissie, tot de datum van opheffing, met
inachtneming van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk V van de
Gemeentewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan bedoelde
datum van inwerkingtreding.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een commissie als
bedoeld in artikel 87 van de Gemeentewet zoals dat luidde onmiddellijk
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
OO, noch op zijn dagelijks bestuur.
Artikel VIIa
Commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, zoals dat
luidt met ingang van de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel LL,
voldoen uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van dit onderdeel aan
de in artikel 84 gestelde eisen.
Artikel VIII
Artikel 91 van de Gemeentewet zoals dat luidde onmiddellijk
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
TT, blijft van toepassing op vaste commissies van advies aan het college
van burgemeester en wethouders of aan de burgemeester die zijn ingesteld
voor deze datum, tot de dag van eerste samenkomst van de bij de
periodieke verkiezing van 2002 gekozen leden van de raad.
Artikel VIIIa
1. Voor zover bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke
regelingen en bij of krachtens de Kaderwet bestuur in verandering bij
of krachtens de Gemeentewet gestelde regels van toepassing zijn
verklaard, blijven de bij of krachtens de Gemeentewet gestelde regels
zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan de datum van
inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 186 tot
en met 213 van de Gemeentewet en de krachtens deze artikelen
vastgestelde regels.
Artikel VIIIb
Tot en met de jaarrekening over het jaar 2003 blijven de artikelen
198 tot en met 201 van de Gemeentewet, zoals die luidden onmiddellijk
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de Wet dualisering
gemeentebestuur, op de vaststelling van de jaarrekening van toepassing.
Artikel IX
[Wijzigt deze wet.]
Artikel X
1. [Wijzigt deze wet.]
2. [Wijzigt de Gemeentewet, de Provinciewet en de
Waterschapswet.]
Artikel Xa
Onze Minister zendt vσσr 1 januari 2005 aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Artikel XI
De tekst van de Gemeentewet wordt in het Staatsblad geplaatst.
Artikel XII
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In het koninklijk besluit
wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke
referendumwet.
2. Bij koninklijk besluit kan ten aanzien van gemeenten waar op
6 maart 2002 geen stemming voor de verkiezing van de leden van de
raad plaatsvindt, een ander tijdstip worden vastgesteld waarop deze wet
in werking treedt. Daarbij kan voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan het tijdstip van inwerkingtreding verschillend worden
vastgesteld.
Artikel XIII
Deze wet wordt aangehaald als: Wet dualisering gemeentebestuur.