WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het provinciebestuur te
dualiseren;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
[Wijzigt de Provinciewet.]
Artikel II
[Wijzigt de Ambtenarenwet.]
Artikel III
1. In afwijking van artikel F 1, eerste lid, van de Kieswet
vindt in 2003 de kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van
provinciale staten plaats op maandag 27 januari.
2. In afwijking van artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet
treden de leden van provinciale staten in 2003 af met ingang van
donderdag 20 maart.
Artikel IV
[Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.]
Artikel V
[Wijzigt de Gemeentewet.]
Artikel VI
Vervallen
Artikel VII
1. De in artikel I, onderdelen BBBB en CCCC, bedoelde
verordeningen worden vastgesteld vσσr de vaststelling van de
begroting over het jaar 2004, doch uiterlijk op 15 november 2003.
2. De in artikel I, onderdelen L en DDDD, bedoelde verordeningen,
de in artikel I, onderdelen F, R en EE, bedoelde gedragscodes en de in
artikel I, onderdelen GGG en III, bedoelde regels worden vastgesteld
binnen een jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet.
3. Provinciale staten kunnen besluiten de termijn, bedoeld in het
tweede lid, voor de vaststelling van de in artikel I, onderdeel DDDD,
bedoelde verordening en de in artikel I, onderdelen F, R en EE, bedoelde
gedragscodes met ten hoogste een jaar te verlengen.
Artikel VIII
De in artikel I, onderdeel JJ, bedoelde rekenkamer wordt ingesteld,
onderscheidenlijk regels betreffende uitoefening van de
rekenkamerfunctie worden vastgesteld, vσσr 1 januari 2005.
Artikel IX
1. De in artikel I, onderdeel SS, bedoelde griffier wordt
benoemd binnen een jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze
wet.
2. Tot de datum waarop de griffier wordt benoemd, staat de
secretaris provinciale staten en de door hen ingestelde commissies bij
de uitoefening van hun taak terzijde en blijft de door provinciale
staten vastgestelde instructie op de secretaris van toepassing.
Artikel X
1. De in artikel I, onderdeel CCCC, bedoelde
accountantsverklaring en het in dit onderdeel bedoelde verslag van
bevindingen voldoen met ingang van het jaar 2004 aan de in of
krachtens dit onderdeel gestelde eisen.
2. Tot en met de jaarrekening over het jaar 2003 blijven de
artikelen 202 tot en met 206 van de Provinciewet, zoals die luidden
onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van artikel
I van deze wet, van toepassing op de vaststelling van de jaarrekening.
Artikel XI
1. De ambtenaar die op de dag voorafgaand aan de datum van
inwerkingtreding van artikel I van deze wet werkzaam is op basis van
een aanstelling door provinciale staten, wordt met ingang van deze
datum geacht te zijn aangesteld door gedeputeerde staten.
2. De door provinciale staten op grond van de artikelen 125, 125c
en 134 van de Ambtenarenwet vastgestelde voorschriften die op de dag
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet
gelden worden met ingang van deze datum geacht te zijn vastgesteld door
gedeputeerde staten.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de
ambtenaar die door provinciale staten voorafgaande aan de datum van
inwerkingtreding van artikel I van deze wet is benoemd om hen met ingang
van deze datum als griffier te ondersteunen dan wel om met ingang van
deze datum op de griffie werkzaam te zijn.
Artikel XII
Commissies die zijn ingesteld op grond van artikel 80 van de
Provinciewet zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van
inwerkintreding van artikel I van deze wet en waaraan voor deze datum
bevoegdheden zijn overgedragen, kunnen deze bevoegdheden tot uiterlijk
twee jaar na deze datum blijven uitoefenen of, bij eerdere opheffing van
de commissie, tot de datum van opheffing, met inachtneming van het
bepaalde bij of krachtens hoofdstuk V van de Provinciewet zoals dat
luidde onmiddellijk voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding.
Artikel XIII
Commissies als bedoeld in artikel 82 van de Provinciewet, zoals dat
luidt met ingang van de inwerkingtreding van artikel I van deze wet,
voldoen uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I van
deze wet aan de in artikel 82 van de Provinciewet gestelde eisen.
Artikel XIV
Artikel 89 van de Provinciewet zoals dat luidde onmiddellijk
voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet
blijft van toepassing op vaste commissies van advies aan gedeputeerde
staten of aan de commissaris van de Koning die zijn ingesteld voor deze
datum, tot de dag van eerste samenkomst van de bij de periodieke
verkiezing van 2003 gekozen leden van provinciale staten.
Artikel XV
1. Voor zover bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke
regelingen bij of krachtens de Provinciewet gestelde regels van
toepassing zijn verklaard, blijven de bij of krachtens de Provinciewet
gestelde regels zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan de
datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet, van toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 190 tot
en met 219 van de Provinciewet en de krachtens deze artikelen
vastgestelde regels.
Artikel XVI
Op besluiten van provinciale staten die zijn genomen op grond van
artikel 151 van de Provinciewet, zoals dat luidde onmiddellijk
voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven de
artikelen 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 26 van de Tijdelijke
referendumwet, zoals deze artikelen luidden onmiddellijk voorafgaande
aan de datum van inwerkingtreding van artikel I van deze wet, van
toepassing.
Artikel XVIA
[Wijzigt deze wet.]
Artikel XVII
Onze Minister zendt voor 1 januari 2006 aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Artikel XVIII
Vervallen.
Artikel XIX
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In het koninklijk besluit
wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke
referendumwet.
2. Indien het Staatsblad waarin het koninklijk besluit tot
inwerkingtreding wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 november 2002,
wordt in dit koninklijk besluit bepaald dat artikel III in werking
treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin het koninklijk besluit wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1
december 2002.
Artikel XX
Deze wet wordt aangehaald als: Wet dualisering provinciebestuur.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 16 januari 2003
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
Uitgegeven de zeventiende januari 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner