WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is om een
wettelijke regeling te treffen met betrekking tot de toekenning van
vergoedingen aan publiekrechtelijke en met een publiekrechtelijk lichaam
gelijkgestelde lichamen terzake van schaden tengevolge van de op 31
Januari/1 Februari 1953 plaats gehad hebbende stormvloed;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder stormvloedschade: elke schade, welke
binnen Nederland als gevolg van overstromingen tengevolge van de op 31
Januari/1 Februari 1953 plaats gehad hebbende stormvloed is toegebracht
aan goederen, met dien verstande, dat daaronder niet wordt begrepen
schade, welke zich openbaart na een door Ons voor een gebied vastgesteld
tijdstip. Dit tijdstip zal tenminste vijf jaar na het droogvallen van
het desbetreffende gebied liggen.
Artikel 2
Voor de vergoeding van schaden tengevolge van de op 31 Januari/1
Februari 1953 plaats gehad hebbende stormvloed is de Wet Financiering
Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen van overeenkomstige toepassing,
behoudens de volgende afwijkingen:
a. waar in die wet wordt gesproken van oorlogsschade wordt
hiervoor gelezen stormvloedschade;
b. artikel 1, sub a, en de artikelen 11 tot en met 13, 16
en 17 dier wet zijn niet van toepassing;
c. in artikel 14 dier wet wordt in plaats van de woorden
"schaden tengevolge van de oorlog en de bezetting"
gelezen: schaden tengevolge van de op 31 Januari/1 Februari 1953
plaats gehad hebbende stormvloed.
Artikel 3
Deze wet, welke kan worden aangehaald onder de titel "Wet
Financiering Stormvloedschade Publiekrechtelijke Lichamen", treedt
in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 30 Juli 1953.
JULIANA
De Minister van Financiën,
Van de Kieft
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Beel
De Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting,
H. Witte
De Minister van Verkeer en Waterstaat a.i.,
H. Witte
De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
a.i.,
C. Staf
Uitgegeven de achttiende Augustus 1953
De Minister van Justitie a.i.,
Beel