Nadere regelgeving:
- Geen
WET van 27 april 1994, houdende
maatregelen gericht op een goede financiėle basis voor de privatisering
van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds en reparatie van de
invaliditeitspensioenen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
voorwaarden te scheppen voor de privatisering van het Algemeen
burgerlijk pensioenfonds en dat daartoe maatregelen dienen te worden
getroffen die leiden tot een gezonde financiėle basis voor die
privatisering, onder gelijktijdige invoering van een aantal inhoudingen
in verband met de sociale zekerheid van het overheidspersoneel, en dat
voorts de sociale partners in de overheidssector reparatie van de
invaliditeitspensioenen gewenst achten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
§ 1. Algemeen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. AAW: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet;
b. ABP: het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, bedoeld in
artikel L 1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
c. Abp-wet: de Algemene burgerlijke pensioenwet;
d. ambtelijk inkomen: het ambtelijk inkomen, bedoeld in
artikel C 1 van de Abp-wet;
e. ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in de artikelen B 1, B 2
en B 3 van de Abp-wet, alsmede degene die ambtenaar is ingevolge
de krachtens artikel B 7, onderdeel b, van de Abp-wet gestelde
regels;
f. Amp-wet: de Algemene militaire pensioenwet;
g. Centrale Commissie: de Centrale Commissie voor
Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 105
van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
h. deelnemer: de ambtenaar, de wachtgelder en degene die een
herplaatsingstoelage ontvangt;
i. deeltijdfactor: de deeltijdfactor, bedoeld in artikel A
1a, tweede en derde lid, van de Abp-wet;
j. [vervallen;]
k. herplaatsingstoelage: de herplaatsingstoelage, bedoeld in
artikel K 5 van de Abp-wet;
l. loon:
1°. voor zover het betreft paragraaf 4, het loon zoals
bepaald in artikel 22;
2°. voor zover het betreft paragraaf 5, het loon zoals
bepaald in artikel 28;
m. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
n. uitbetalingstermijn: een periode van een maand of vier
weken, waarin het ambtelijk inkomen dan wel het loon is
ontvangen dan wel verondersteld wordt te zijn ontvangen;
o. [vervallen;]
p. Vut-wet: de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd
uittreden;
q. wachtgelder: de ontslagen ambtenaar aan wie een wachtgeld,
bedoeld in artikel A 1, onderdeel i, van de Abp-wet, is
toegekend of een ingevolge artikel A 4 van die wet met wachtgeld
gelijkgestelde uitkering, en die op grond daarvan ambtenaar is
in de zin van die wet;
r. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
s. [vervallen;]
t. werkgever: ieder gezag of bestuur dat bevoegd is tot
aanstelling of indienstneming en ontslag van een
overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP dan
wel, indien het een gewezen overheidswerknemer betreft die de
leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, de instantie die
het loon of het ambtelijk inkomen van de gewezen
overheidswerknemer betaalt en voor de toepassing van de
paragrafen 4 en 5 de Stichting tot verzorging van de pensioenen
van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van
Oranje-Nassau voor zover het personeel betreft van de
Koninklijke Hofhouding, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van
de Wet gevolgen privatisering ABP voor het personeel van de
Koninklijke Hofhouding;
u. werknemer:
1°. voor zover het betreft de paragrafen 4 en 8, de
werknemer zoals bepaald in artikel 22;
2°. voor zover het betreft paragraaf 5, de werknemer
zoals bepaald in artikel 28;
3°. voor zover het betreft paragraaf 6, de werknemer
zoals bepaald in artikel 33.
§ 2. De financiering van het ABP
Artikel 2 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 3 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 4 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 5 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 6 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 7 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 8 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 9 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 10 [Vervallen per 25-04-1997]
§ 3. Het Vut-fonds en de financiering daarvan
Artikel 11 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 12 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 13 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 14 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 15 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 16 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 17 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 18 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 19 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 20 [Vervallen per 08-07-1994]
§ 4 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 21 [Vervallen per 16-01-1998]
Artikel 21a [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 21b [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 21c [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 21d [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 22 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 23 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 24 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 25 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 26 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 26a [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 26a* [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 26b [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 27 [Vervallen per 01-01-1998]
§ 5
Artikel 28
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. loon: het loon, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 1,
paragraaf 1, van de Wet financiering sociale verzekeringen;
b. werknemer: voor zover geen werknemer in de zin van de
Ziektewet en de Werkloosheidswet:
1°. de overheidswerknemer in de zin van de Wet
privatisering ABP;
2°. de militair ambtenaar, bedoeld in artikel 1,
eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931,
tenzij hij aanspraak heeft op zakgeld of voor eerste
oefening onder de wapenen is;
3°. degene die voorzitter of lid van een waterschap
is, of van een ander publiekrechtelijk lichaam;
4°. degene die behoort tot het personeel van de
Koninklijke Hofhouding, bedoeld in artikel 1, onderdeel b,
van de Wet gevolgen privatisering ABP voor het personeel
van de Koninklijke Hofhouding.
2. In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:
a. loon:
1°. een uitkering, militair pensioen, of doorbetaling
van bezoldiging als bedoeld in het vierde lid;
2°. een aan de militair ambtenaar, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b, onder 2°, na diens ontslag toe
te kennen herplaatsingstoelage;
3°. en de inhouding, bedoeld in artikel 31;
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt voor de
toepassing van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde ten
aanzien van de werknemer die een deeltijdbetrekking vervult dan
wel uit een deeltijdbetrekking een WAO-uitkering of uitkering, als
bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, onder 3°, ontvangt, onder
loon verstaan: het in het eerste lid bedoelde loon, gedeeld door
de deeltijdfactor, onderscheidenlijk de deeltijdfactor die gold
voor de oorspronkelijke betrekking.
4. Onder werknemer wordt in deze paragraaf mede verstaan:
a. de in het eerste lid bedoelde werknemer wiens
dienstverhouding of functievervulling als zodanig is
geėindigd en die daaraan recht ontleent op:
1°. een pensioen ingevolge de bij of krachtens de
Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen ter
zake van wettelijke en bovenwettelijke
arbeidsongeschiktheid, alsmede arbeidsongeschiktheid met
dienstverband, met uitzondering van dat gedeelte van het
pensioen waarvan de hoogte wordt bepaald door invaliditeit
met dienstverband;
2°. een uitkering op grond van een
ontslaguitkeringsregeling anders dan in verband met
vrijwillig vervroegd uittreden, functioneel
leeftijdsontslag, of de toepassing van de Uitkeringswet
gewezen militairen;
b. de gewezen overheidswerknemer die na beėindiging van
zijn dienstverband, in verband met ziekte recht heeft op
doorbetaling van zijn bezoldiging.
5. Degene die politiek ambtsdrager is als bedoeld in de
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, alsmede degene die
een functie vervult ter zake waarvan die wet bij of krachtens wet
van overeenkomstige toepassing is verklaard, is als zodanig,
respectievelijk in die functie, geen werknemer in de zin van deze
paragraaf.
6. Voor degene, bedoeld in het eerste lid en in het vierde lid,
onderdeel a, onder 3°, eindigt het werknemerschap met ingang van
de eerste dag van de maand volgende op die waarin hij de leeftijd
van 65 heeft bereikt.
7. Voor degene, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, onder
1° en 2°, eindigt het werknemerschap met ingang van de eerste
dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
Artikel 29
De heffingsgrondslag waarnaar de inhouding ingevolge de
bepalingen van deze paragraaf plaatsvinden, is het loon dat de
werknemer in een uitbetalingstermijn van dezelfde werkgever heeft of
geacht wordt te hebben ontvangen, met dien verstande dat de
heffingsgrondslag, herleid naar een jaarbedrag, niet meer kan
bedragen dan het bedrag dat wordt verkregen door het bedrag, bedoeld
in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale
verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag, te
vermenigvuldigen met 261.
Artikel 30 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 31
1. De werkgever houdt op het loon van de werknemer een
inhouding inzake werkloosheid in, ter grootte van een percentage
van de heffingsgrondslag dat overeenkomt met het premiedeel dat op
grond van artikel 86, eerste lid, van de Werkloosheidswet wordt
vastgesteld door Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid, voor zover dat premiedeel ten laste wordt
gebracht van de werknemer in de zin van die wet.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de inhouding inzake
werkloosheid over het loon uit een deeltijdbetrekking: het met de
deeltijdfactor vermenigvuldigde percentage, bedoeld in het eerste
lid, van de heffingsgrondslag.
3. Bij ministeriėle regeling kunnen nadere regels worden
gesteld over de in het eerste lid bedoelde inhouding.
Artikel 32 [Vervallen per 01-03-1996]
Artikel 32a [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 32b [Vervallen per 01-01-1998]
§ 6. Aanpassing van salarissen
Artikel 33
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. bezoldigingsregelingen: de regelingen betreffende de
beloning van de werknemer, bedoeld in onderdeel c;
b. salarissen: de bedragen, vermeld in de bijlagen van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, dan wel
hetgeen daarmee overeenkomt in de andere
bezoldigingsregelingen, met uitzondering van de bezoldiging
volgens de tabel, behorende bij het Besluit herziening
bezoldiging militairen zeemacht 1954, en van de wedde eerste
oefening in de zin van de Regeling inkomsten militairen landen
luchtmacht 1969;
c. werknemer:
1°. degene die in burgerlijke overheidsdienst is;
2°. degene die in dienst is van een instelling als
bedoeld in artikel B 2 van de Abp-wet;
3°. de ambtenaar die in dienst is van een instelling
als bedoeld in artikel B 3 van de Abp-wet;
4°. de militair die wordt bezoldigd volgens de schaal
behorende bij het Besluit herziening bezoldiging
militairen zeemacht 1954, of die weddegenietend is in de
zin van de Regeling inkomsten militairen land- en
luchtmacht 1969;
5°. degene die voorzitter of lid is van het dagelijks
bestuur van een waterschap of van een ander
publiekrechtelijk lichaam, en als zodanig geen werknemer
is in de zin van de Ziektewet, de WAO en de
Werkloosheidswet.
2. Degene die politiek ambtsdrager is als bedoeld in de
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, alsmede degene die
een functie vervult ter zake waarvan die wet bij of krachtens wet
van overeenkomstige toepassing is verklaard, is als zodanig,
respectievelijk in die functie, geen werknemer in de zin van deze
paragraaf.
Artikel 34
1. De salarissen worden met ingang van 1 januari 1995 aangepast
met het percentage zoals dat in kolom 2 van de bij deze wet
behorende tabel I is opgenomen achter de daarbij in kolom 1
genoemde salarisgrenzen, met inachtneming van de bij een algemene
salariswijziging voor de desbetreffende bezoldigingsregeling
gebruikelijke aanpassingsmethode.
2. Indien met ingang van 1 januari 1995 tevens een algemene
salariswijziging plaatsvindt, wordt de daaruit voortvloeiende
wijziging van de salarissen eerst aangebracht nadat uitvoering is
gegeven aan de salarisaanpassing, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 35
1. De aanpassing van de salarissen ingevolge artikel 34, is
geen algemene bezoldigingswijziging als bedoeld in de artikelen A
8 van de Abp-wet en L 1 van de Amp-wet.
2. In afwijking van artikel 2, derde lid, van de Vut-wet wordt
de volgens het eerste en tweede lid van dat artikel vastgestelde
bezoldiging met ingang van 1 januari 1995 gewijzigd overeenkomstig
de salarisaanpassing, bedoeld in artikel 34.
3. De berekeningsgrondslagen van uitkeringen op grond van een
ontslaguitkeringsregeling die zijn afgeleid van de laatstelijk
genoten bezoldiging, worden gewijzigd overeenkomstig de
salarisaanpassing, bedoeld in artikel 34.
Artikel 36
De wijziging van het ambtelijk inkomen, bedoeld in artikel C 1
van de Abp-wet, en van de pensioengrondslag, bedoeld in artikel C 1
van de Amp-wet, die het gevolg is van de salarisaanpassing, bedoeld
in artikel 34, wordt buiten beschouwing gelaten voor de toepassing
van de bepalingen van die pensioenwetten betreffende de
pensioenberekening, voor zover dat ambtelijk inkomen,
onderscheidenlijk die pensioengrondslag betrekking heeft op de
pensioenberekening ter zake van diensttijd voor 1 januari 1995.
Artikel 37
De in verband met het in deze paragraaf bepaalde nadere
vaststelling van bedragen en nader te stellen regels werken terug
tot en met 1 januari 1995.
§ 7. Financiėle aanspraken en verplichtingen van het ABP
Artikel 38 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 39 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 40 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 41 [Vervallen per 08-07-1994]
Artikel 42 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 43 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 43a [Vervallen per 01-01-2002]
Paragraaf 8
Artikel 44 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 45 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 46 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 47 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 48 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 49 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 50 [Vervallen per 01-01-1996]
Artikel 51 [Vervallen per 01-01-1998]
Artikel 52 [Vervallen per 01-01-1996]
§ 9. Wijzigingen van de Abp-wet
Artikel 53
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 54
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 55
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
§ 10. Wijzigingen van de Algemene militaire pensioenwet
Artikel 56
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 57
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 58
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
§ 11. Wijziging en intrekking van andere wetten
Artikel 59
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 60
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 61
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 62
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 63
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 64
De volgende wetten worden ingetrokken:
a. de Inhoudingswet overheidspersoneel 1982;
b. de wet van 20 februari 1986, houdende voorlopige verlaging
van de verschuldigde pensioenbijdrage als bedoeld in de Algemene
burgerlijke pensioenwet in verband met verlaging van de
invaliditeitspensioenen per 1 januari 1985 (Stb. 88).
§ 12. Overgangsrecht en slotbepalingen
Artikel 65
De ministeriėle regeling, bedoeld in artikel 31, derde lid,
wordt tot stand gebracht in overeenstemming met de Raad voor het
Overheidspersoneelsbeleid.
Artikel 66
De militair, bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b,
onder 2°, is met ingang van 1 januari 1995 maandelijks een premie,
bijdrage of vergoeding verschuldigd, waarvan de grootte dezelfde is
als het vut-bijdrageverhaal dat zou zijn ingehouden op het loon,
indien het een overheidswerknemer in de zin van artikel 2 van de Wet
privatisering ABP betrof die werkzaam is binnen de sector Defensie.
De doelstelling en de wijze van inhouding of verrekening van die
premie, bijdrage of vergoeding worden vastgesteld bij algemene
maatregel van bestuur.
Artikel 67
1. Ten aanzien van betalingen na 1 januari 1995 van ambtelijk
inkomen onderscheidenlijk loon dat betrekking heeft op tijd voor
die datum, in verband met nabetaling of herberekening van
ambtelijk inkomen of loon, zijn de paragrafen 2, 3, 4 en 5,
alsmede de desbetreffende nadere regels, van toepassing, tenzij
het betreft:
a. betalingen van ambtelijk inkomen of loon dat reeds voor
1 januari 1995 vorderbaar en inbaar was;
b. de in artikel 74 bedoelde uitbetaling van
vakantie-uitkering.
2. De in het eerste lid bedoelde betalingen worden, voor zover
het loon betreft als bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf
1, van de Wet financiering sociale verzekeringen, verhoogd met
1,86 procent.
Artikel 68
Voor de toepassing van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene
wet bestuursrecht wordt een beslissing van het bestuur van het ABP
ingevolge het bepaalde in paragraaf 2 en artikel 80 van deze wet,
van het bestuur van het Vut-fonds ingevolge het bepaalde in
paragraaf 3 van deze wet, of van het bestuur van het FAOP ingevolge
het bepaalde in paragraaf 4 van deze wet, gelijkgesteld met een
besluit.
Artikel 69
Artikel A 8 van de Abp-wet en artikel L 1 van de Amp-wet, zoals
deze artikelen luidden op 31 december 1994, blijven van toepassing
ten aanzien van wijzigingen in de bezoldiging van het rijkspersoneel
voor die datum.
Artikel 70
1. In afwijking van artikel B 7 van de Abp-wet, zoals dat
ingevolge deze wet is komen te luiden, blijft genoemd artikel,
zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van
artikel 53, onderdeel C, van deze wet, van kracht ten aanzien van
diensttijd voor die dag.
2. In de ministeriėle regeling, bedoeld in artikel B 7 van de
Abp-wet, kan tot uiterlijk 1 augustus 1994 tevens worden bepaald
dat personen of groepen van personen geen ambtenaar zijn uit
hoofde van de korte duur van hun dienstverhouding.
Artikel 71 [Vervallen per 25-04-1997]
Artikel 72
1. De pensioenbijdrage, bedoeld in artikel C 3, tweede lid, van
de Abp-wet, over het jaar 1993 wordt, behoudens vermindering uit
anderen hoofde, verminderd met 8,85 procent van de som der
bijdragegrondslagen.
2. In afwijking van artikel C 6, tweede lid, van de Abp-wet,
beloopt de wachtgeldtijdbijdrage over het jaar 1993, de helft of
een vierde van het ingevolge het eerste lid voor 1993 geldende
percentage van de pensioenbijdrage, al naar gelang de met recht op
wachtgeld doorgebrachte tijd voor de helft dan wel voor een vierde
gedeelte als diensttijd meetelt.
Artikel 73
1. De pensioenbijdrage, bedoeld in artikel C 3, tweede lid, van
de Abp-wet, over het jaar 1994 wordt, behoudens vermindering uit
anderen hoofde, verminderd met 9,8 procent van de som der
bijdragegrondslagen.
2. Bij ministeriėle regeling kunnen nadere regels worden
gesteld omtrent de wijze van betaling van de pensioenbijdrage over
het jaar 1994.
3. Artikel 72, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 74
1. De organen, bedoeld in artikel A 1, onderdeel d, van de
Abp-wet, zijn pensioenbijdrage verschuldigd over de
vakantie-uitkering die betrekking heeft op enig tijdvak in het
jaar 1994 en die de ambtenaar, in verband met de regeling inzake
het tijdstip van uitbetaling van die uitkering, eerst na dat jaar
heeft of geacht wordt te hebben ontvangen.
2. De pensioenbijdrage over de in het eerste lid bedoelde
vakantieuitkering bedraagt 9,65 procent en wordt door de organen
voldaan in de maand volgende op die waarin de ambtenaar deze
uitkering ontvangt of geacht wordt te hebben ontvangen.
3. Ten aanzien van de pensioenbijdrage, bedoeld in het tweede
lid, is het Verhaalsbesluit Algemene burgerlijke pensioenwet,
zoals dat luidde op 31 december 1994, van toepassing.
Artikel 75
In afwijking van artikel D 1 van de Abp-wet, zoals dat ingevolge
deze wet is komen te luiden, blijft het derde lid van genoemd
artikel, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel F, van deze wet, van
kracht ten aanzien van diensttijd tussen 30 september 1986 en de
datum van die inwerkingtreding, onverminderd artikel III, onderdeel
B, van de wet van 3 juli 1986, tot wijziging van de Algemene
burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegpensioenwet met betrekking tot
aanspraken van deelgerechtigden die de leeftijd van 25 jaar nog niet
hebben bereikt (Stb. 393).
Artikel 76
1. De artikelen D 1 en D 2 van de Abp-wet, zoals deze artikelen
luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel
53, onderdelen F en G, van deze wet, blijven van toepassing ten
aanzien van de belanghebbende die op het vorenbedoelde tijdstip
tijd als bedoeld in artikel D 1, tweede lid, onderdeel a, van de
Abp-wet, niet zijnde tijd als bedoeld in artikel D 2, derde lid,
van die wet, zoals deze artikelen luidden op het vorenbedoelde
tijdstip, mede als diensttijd in de zin van de Abp-wet in
aanmerking zou kunnen doen brengen.
2. Zodra de belanghebbende dit wenst kan hij om overname
verzoeken van de in het eerste lid bedoelde tijd.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de
belanghebbende die op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding
van artikel 53, onderdelen F en G, van deze wet ambtenaar is, het
verzoek, bedoeld in het tweede lid, uitsluitend indienen tot
uiterlijk twee jaar na het tijdstip van die inwerkingtreding.
4. Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt gedaan,
wordt daarvan door het bestuur van het ABP mededeling gedaan aan
de Minister van Defensie.
5. Indien een pensioen wordt toegekend ingevolge de Abp-wet
waarbij tijd, bedoeld in het eerste lid, mede als voor pensioen
geldende tijd in aanmerking is genomen, wordt daarvan door het
bestuur van het ABP mededeling gedaan aan de Minister van
Defensie.
6. Binnen drie maanden na ontvangst van de in het vijfde lid
bedoelde mededeling draagt de Minister van Defensie de actuariėle
tegenwaarde van het uitzicht op pensioen dat ingevolge de Amp-wet
is opgebouwd door degene op wie die mededeling betrekking heeft,
over aan het ABP.
Artikel 77
1. Artikel D 2 van de Amp-wet, zoals dat artikel luidde op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 56, onderdeel
B, van deze wet, blijft van toepassing ten aanzien van de
belanghebbende die:
a. op het vorenbedoelde tijdstip voor pensioen geldende
tijd in de zin van de Abp-wet mede als diensttijd in de zin
van de Amp-wet in aanmerking zou kunnen doen brengen;
b. op het vorenbedoelde tijdstip voor pensioen geldende
tijd in de zin van het eerste lid, onderdeel b, onder 3° en
4°, van dat artikel, zonder dat deze mede als diensttijd in
de zin van de Abp-wet in aanmerking zou kunnen komen, mede als
diensttijd in de zin van de Amp-wet in aanmerking zou kunnen
doen brengen;
c. tijd, zonder dat deze mede als diensttijd in de zin van
de Abp-wet in aanmerking zou kunnen komen, heeft doorgebracht
in een betrekking in de Nederlandse Antillen of Aruba in de
zin van de overheidspensioenregelingen van die landen, hetzij
in vaste dienst, hetzij in ononderbroken tijdelijke dienst van
ten minste twaalf maanden dan wel in tijdelijke dienst die
onmiddellijk is gevolgd door vaste dienst.
2. Zodra de belanghebbende dit wenst kan hij om overname
verzoeken van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde tijd.
3. In het geval dat op verzoek van de belanghebbende toepassing
wordt gegeven aan het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde
artikel D 2 van de Amp-wet, wordt daarvan door de Minister van
Defensie mededeling gedaan aan het bestuur van het ABP.
4. Indien een pensioen wordt toegekend ingevolge de Amp-wet
waarbij in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde tijd mede als
voor pensioen geldende tijd in aanmerking is genomen, wordt
daarvan door de Minister van Defensie mededeling gedaan aan het
bestuur van het ABP.
5. Binnen drie maanden na ontvangst van de in het vierde lid
bedoelde mededeling draagt het bestuur van het ABP de actuariėle
tegenwaarde van het uitzicht op pensioen dat ingevolge de Abp-wet
is opgebouwd door degene op wie die mededeling betrekking heeft,
over aan de Minister van Defensie.
Artikel 78
1. In afwijking van artikel F 6 van de Abp-wet is de middelsom
van berekeningsgrondslagen voor de dienstlijn die uitsluitend door
toepassing van artikel F 1a, tweede lid, eindigt voor 1 januari
1995:
a. wanneer de dienstlijn die begint na 31 december 1994,
eindigt in 1995, het gemiddelde van de berekeningsgrondslagen
over 1993 en 1994, onderscheidenlijk de berekeningsgrondslag
over 1994;
b. wanneer de dienstlijn die begint na 31 december 1994,
eindigt in 1996, het gemiddelde van de berekeningsgrondslagen
over 1994 en 1995, nadat de berekeningsgrondslag over 1995 is
vermenigvuldigd met de debruteringsfactor, bedoeld in artikel
F 6, zesde lid, van de Abp-wet, zoals dat artikel ingevolge
deze wet is komen te luiden.
2. Bij toepassing van het eerste lid is de middelsom van
berekeningsgrondslagen voor de dienstlijn die begint na 31
december 1994:
a. wanneer die dienstlijn eindigt in 1995, gelijk aan het
bedrag van de middelsom, bedoeld in het eerste lid, onderdeel
a, nadat deze is gedeeld door de debruteringsfactor, bedoeld
in artikel F 6, zesde lid, van de Abp-wet, zoals dat artikel
ingevolge deze wet is komen te luiden;
b. wanneer die dienstlijn eindigt in 1996, gelijk aan het
gemiddelde van de berekeningsgrondslagen over 1994 en 1995,
nadat de berekeningsgrondslag over 1994 is gedeeld door de in
onderdeel a bedoelde debruteringsfactor.
Artikel 79
1. De bepalingen inzake de invaliditeitspensioenen ingevolge de
Abp-wet en de pensioenen ingevolge de Amp-wet uit hoofde van
ziekten en gebreken, zoals deze van toepassing waren op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U,
van deze wet, blijven van toepassing ten aanzien van:
a. degene die op die dag reeds een dergelijk pensioen
ontvangt;
b. degene die:
1°. op 25 januari 1993 wegens ziekte verhinderd is
zijn dienst te verrichten dan wel na die datum binnen
dertig dagen na afloop van een dergelijke verhindering
opnieuw als zodanig verhinderd is, en
2°. in verband daarmee nadien wegens blijvende
ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking
recht heeft op een dergelijk pensioen, en
3°. geheel of gedeeltelijk algemeen invalide is in de
zin van artikel F 8a, tweede lid, van de Abp-wet,
onderscheidenlijk geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt
is in de zin van artikel E 6 van de Amp-wet.
c. degene aan wie na de inwerkingtreding van artikel 53,
onderdeel U, van deze wet een dergelijk pensioen wordt
toegekend naar aanleiding van een reeds voor die
inwerkingtreding ontstaan recht daarop;
d. degene die op de dag voorafgaande aan de
inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet
recht heeft op een herplaatsingswachtgeld als bedoeld in
artikel K 4, tweede lid, van de Abp-wet dan wel een
herplaatsingstoelage als bedoeld in artikel K 4, vierde lid,
van die wet.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde
belanghebbenden is artikel F 8f van de Abp-wet onderscheidenlijk
artikel E 6, zesde lid, van de Amp-wet van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat daarbij onder het
invaliditeitspensioen dan wel arbeidsongeschiktheidspensioen
tevens wordt begrepen de toeslag, bedoeld in:
a. artikel F 9a van de Abp-wet;
b. artikel F 7a van de Amp-wet;
c. artikel 10 van de in artikel 60 genoemde wet,
zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet.
Artikel 80
1. Degene die:
a. op of na 1 augustus 1993 in dienst is van een lichaam,
als bedoeld in de artikelen B 1, B 2 of B 3 van de Abp-wet,
b. geen ambtenaar is vanwege de omstandigheid dat hij voor
niet langer dan zes maanden in dienst is genomen, dan wel
vanwege de geringe omvang van zijn werkzaamheden, bedoeld in
artikel B 7 van de Abp-wet, zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel
C, van deze wet, en
c. tijdens het vorenbedoeld dienstverband voor ten minste
15 procent arbeidsongeschikt is geworden en in verband daarmee
een uitkering ingevolge de WAO ontvangt,
heeft recht op een aanvulling van zijn WAO-uitkering
overeenkomstig artikel F 8f, eerste en tweede lid, van de Abp-wet,
voor zover die uitkering niet reeds tot het in de laatstbedoelde
bepalingen bedoelde niveau wordt aangevuld op grond van de op hem
van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden of de door hem gesloten
arbeidsovereenkomst.
2. De in het eerste lid bedoelde aanvulling wordt door het
bestuur van het ABP aan de belanghebbende op diens verzoek
toegekend.
3. De belanghebbende aan wie een aanvulling, bedoeld in het
eerste lid, is toegekend, is verplicht het bestuur van het ABP
terstond mededeling te doen van wijziging of beėindiging van de
WAO-uitkering die hij ontvangt, alsmede van wijziging of
beėindiging van aanvullende uitkeringen die hij ontvangt
ingevolge de op hem van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden of de
door hem gesloten arbeidsovereenkomst. De voorgaande volzin is
niet van toepassing op de wijziging van het bedrag van de
WAO-uitkering ingevolge de toepassing van artikel 15 van de WAO.
4. Het bestuur van het ABP wijzigt de toegekende aanvulling,
bedoeld in het eerste lid, of trekt deze in, indien de mededeling,
bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geeft.
5. Het bestuur van het ABP is bevoegd de aanvulling, bedoeld in
het eerste lid, geheel of gedeeltelijk in te trekken, indien de
belanghebbende niet of niet tijdig voldoet aan de ingevolge het
derde lid op hem rustende verplichting.
6. De aanvullingen die op grond van dit artikel zijn toegekend,
komen ten laste van het ABP.
Artikel 81
1. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel
53, onderdeel U, van deze wet ambtenaar is en die kiest voor de
verlaging van het pensioenbijdrageverhaal, bedoeld in artikel F
8f, derde lid, van de Abp-wet, dient voor 1 december 1994 zijn
keuze op de voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
2. Degene die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, maar
voor 1 januari 1995 ambtenaar wordt, dient de in het eerste lid
bedoelde keuze terstond bij de aanvang van de dienstverhouding
waaraan die hoedanigheid wordt ontleend, op de voorgeschreven
wijze kenbaar te maken.
3. Ten aanzien van degene op wie het eerste of tweede lid van
toepassing is, gaat de verlaging van het pensioenbijdrageverhaal,
bedoeld in artikel F 8f van de Abp-wet, in per 1 januari 1995.
4. In afwijking van het eerste lid en van artikel F 8f van de
Abp-wet wordt degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel 53, onderdeel U, van deze wet ambtenaar is en de leeftijd
van 58 jaar reeds heeft bereikt, met ingang van 1 januari 1995 in
aanmerking gebracht voor de in artikel F 8f, derde lid, van de
Abp-wet bedoelde verlaging van het pensioenbijdrageverhaal, met
behoud van de aanspraak op de aanvulling, bedoeld in het eerste
lid van dat artikel.
Artikel 82
1. Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel
56, onderdeel I, van deze wet beroepsmilitair of gewezen
beroepsmilitair is in de zin van de Amp-wet, en die kiest voor de
verlaging van de pensioenbijdrage, bedoeld in artikel F 6c, tweede
lid, van de Amp-wet, dient voor 1 december 1994 zijn keuze op de
voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
2. Degene die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, maar
voor 1 januari 1995 beroepsmilitair in de zin van de Amp-wet
wordt, dient de in het eerste lid bedoelde keuze terstond bij de
aanvang van de dienstverhouding waaraan die hoedanigheid wordt
ontleend, op de voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
3. Ten aanzien van degene op wie het eerste of tweede lid van
toepassing is, gaat de verlaging van de pensioenbijdrage, bedoeld
in artikel F 6c van de Amp-wet, in per 1 januari 1995.
4. In afwijking van het eerste lid en van artikel F 6c van de
Amp-wet wordt degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel 56, onderdeel I, van deze wet beroepsmilitair of gewezen
beroepsmilitair is in de zin van de Amp-wet en de leeftijd van 58
jaar reeds heeft bereikt, met ingang van 1 januari 1995 in
aanmerking gebracht voor de in artikel F 6c, tweede lid, van de
Amp-wet bedoelde verlaging van de pensioenbijdrage, met behoud van
de aanspraak op de aanvulling, bedoeld in artikel E 6, zesde lid,
van die wet.
Artikel 83
1. Degene die ingevolge de Abp-wet een invaliditeitspensioen
ontvangt, niet zijnde een pensioen als bedoeld in artikel F 12 van
die wet, en wiens pensioen niet is berekend met toepassing van
artikel F 1a, tweede lid, van de Abp-wet, heeft recht op een
toeslag ter grootte van een percentage van dat pensioen, welk
percentage in kolom 2 van de bij deze wet behorende tabel II is
opgenomen achter de daarbij in kolom 1 genoemde pensioengrenzen.
2. Artikel 39, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Wanneer het invaliditeitspensioen met toepassing van de
artikelen J 18, J 19 of J 20 van de Abp-wet een vermindering heeft
ondergaan, wordt de toeslag berekend over het aldus verminderde
pensioen.
4. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene
wiens invaliditeitspensioen ingevolge artikel F 9, negende lid,
van de Abp-wet, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel U, van deze wet, 80
procent bedraagt van het bedrag dat overeenkomt met het tot een
jaarbedrag herleide maximumsalaris volgens schaal 1 van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 vermeerderd
met de daarbij behorende vakantie-uitkering.
Artikel 84
1. De gewezen militair, die als zodanig een pensioen ter zake
van arbeidsongeschiktheid ingevolge de bij of krachtens de
Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen ontvangt op
basis van een pensioengrondslag die is vastgesteld over een
periode die geheel is gelegen voor het jaar 1995, heeft recht op
een toeslag ter grootte van een percentage van dat pensioen, welk
percentage in kolom 2 van de bij deze wet behorende tabel II is
opgenomen achter de daarbij in kolom 1 genoemde pensioengrenzen.
2. Wanneer het invaliditeitspensioen met toepassing van de bij
of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde
bepalingen ter zake van samenloop met andere inkomsten een
vermindering heeft ondergaan, wordt de toeslag berekend over het
aldus verminderde pensioen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van degene
wiens pensioen wegens ziekten of gebreken ingevolge artikel F 6,
zevende lid, van de Amp-wet, zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 56, onderdeel I,
van deze wet 80 procent bedraagt van het bedrag dat overeenkomt
met het tot een jaarbedrag herleide maximum-salaris volgens schaal
1 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984
vermeerderd met de daarbij behorende vakantie-uitkering.
Artikel 85
In afwijking van artikel F 12 van de Abp-wet, zoals dat ingevolge
deze wet is komen te luiden, blijft het eerste lid van genoemd
artikel, zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel 53, onderdeel F, van deze wet, van
kracht ten aanzien van diensttijd tussen 30 september 1986 en de
datum van die inwerkingtreding, onverminderd artikel III, onderdeel
B, van de wet van 3 juli 1986, tot wijziging van de Algemene
burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegpensioenwet met betrekking tot
aanspraken van deelgerechtigden die de leeftijd van 25 jaar nog niet
hebben bereikt (Stb. 393).
Artikel 86
Ten aanzien van degene die ingevolge de Abp-wet of de Amp-wet
nabestaanden- of wezenpensioen heeft verkregen voor 1 januari 1995,
wordt diensttijd waarnaar het pensioen is of geacht wordt te zijn
berekend en die niet daadwerkelijk in dienstverhouding is
doorgebracht, voor zover nodig medebegrepen onder diensttijd gelegen
voor die datum.
Artikel 87
De pensioenen die ingevolge de artikelen J 1a en J 2a van de
Abp-wet, zoals deze luidden op 31 december 1994, dan wel ingevolge
de artikelen J 1a en J 2a van de Abp-wet, zoals deze luidden op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet invoering
franchisesysteem, zijn beperkt, worden met ingang van 1 januari 1995
nader vastgesteld.
Artikel 88
De pensioenen die ingevolge de artikelen J 1a en J 2a van de
Amp-wet, zoals deze luidden op 31 december 1994, dan wel ingevolge
de artikelen J 1a en J 2a van de Amp-wet, zoals deze luidden op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet invoering
franchisesysteem militaire pensioenen, zijn beperkt, worden met
ingang van 1 januari 1995 nader vastgesteld.
Artikel 89
Voor de toepassing van artikel K 5, tweede lid, van de Abp-wet
wordt het ambtelijk inkomen uit de oorspronkelijke betrekking, voor
zover dat inkomen betrekking had of kan worden geacht betrekking te
hebben gehad op een tijdvak gelegen voor 1 januari 1995, aangepast
overeenkomstig de aanpassing van de salarissen ingevolge artikel 34
van deze wet.
Artikel 90
In afwijking van artikel 6, tweede lid, van de Vut-wet bedraagt
de uitkering voor de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, onderdeel
i, van die wet, wiens vut-uitkering is ingegaan voor 1 januari 1995,
het in het eerstbedoelde artikel vermelde percentage van de, met het
percentage zoals dat in kolom 2 van de bij deze wet behorende tabel
III is opgenomen achter de daarbij in kolom 1 genoemde
bezoldigingsgrenzen, verminderde bezoldiging. Een en ander met dien
verstande dat de in artikel 6, derde lid, van die wet gegeven
garantie inzake een minimum inkomen onverkort van toepassing is.
Artikel 91
Artikel 10 van de wet van 20 december 1984, houdende aanpassing
van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en
arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel,
onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel, (Stb.
657) blijft van toepassing ten aanzien van de
invaliditeitspensioenen, bedoeld in artikel 79, eerste lid.
Artikel 92
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van
de kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst voor zover het betreft:
a. paragraaf 1;
b. paragraaf 4, met uitzondering van artikel 26;
c. paragraaf 8;
d. paragraaf 9, met uitzondering van artikel 53, de
onderdelen B, E, H, L, N, V, onder 4 tot en met 6, Z, AA, EE
tot en met HH, en MM;
e. paragraaf 10, met uitzondering van artikel 56, de
onderdelen H, L, N, O, Q, onder 4, 5 en 6, R, onder 2, T, U,
V, W, IJ, Z, AA en BB;
f. paragraaf 11, met uitzondering van de artikelen 59, de
onderdelen B en E, 62 en 64;
g. paragraaf 12, met uitzondering van de artikelen 78, 83,
84, 89 en 90.
2. Deze wet treedt voor het overige in werking met ingang van 1
januari 1995.
3. Artikel 72 werkt terug tot en met 1 januari 1993.
4. De artikelen 53, onderdeel I, onder 1, 63, 79, tweede lid,
en 80 werken terug tot en met 1 augustus 1993.
5. De artikelen 53, onderdeel M, en 73 werken terug tot en met
1 januari 1994.
6. Indien het bij koninklijke boodschap van 17 mei 1993
ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Algemene
burgerlijke pensioenwet en andere overheidspensioenwetten
(reparatie overheidspensioenen; Kamerstukken II 1992/93, 23 155,
nrs. 1-2) tot wet wordt verheven en gelijktijdig met een of meer
onderdelen van deze wet in werking treedt, wordt dat onderdeel of
worden die onderdelen geacht in werking te zijn getreden na
eerstbedoelde wet.
Artikel 93
Deze wet wordt aangehaald als: Wet financiėle voorzieningen
privatisering ABP.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 27 april 1994
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
E. van Thijn
De Minister van Defensie,
A.L. ter Beek
De Minister van Financiėn,
W. Kok
Uitgegeven de negenentwintigste april 1994
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
Bijlage 1 bij Wet financiėle
voorzieningen privatisering ABP Tabel I zoals bedoeld in artikel 34
(bruteringstabel)
|
nrs. |
kolom 1 van |
tot en met |
kolom 2 percentage |
|
1 |
0 |
2168 |
4,84 |
|
2 |
2168,01 |
2193 |
4,71 |
|
3 |
2193,01 |
2218 |
4,58 |
|
4 |
2218,01 |
2243 |
4,51 |
|
5 |
2243,01 |
2268 |
4,44 |
|
6 |
2268,01 |
2293 |
4,39 |
|
7 |
2293,01 |
2317 |
4,34 |
|
8 |
2317,01 |
2343 |
4,36 |
|
9 |
2343,01 |
2368 |
4,38 |
|
10 |
2368,01 |
2393 |
4,28 |
|
11 |
2393,01 |
2417 |
4,18 |
|
12 |
2417,01 |
2444 |
4,09 |
|
13 |
2444,01 |
2470 |
3,99 |
|
14 |
2470,01 |
2498 |
3,95 |
|
15 |
2498,01 |
2526 |
3,91 |
|
16 |
2526,01 |
2561 |
3,87 |
|
17 |
2561,01 |
2596 |
3,82 |
|
18 |
2596,01 |
2636 |
3,79 |
|
19 |
2636,01 |
2764 |
3,75 |
|
20 |
2764,01 |
2811 |
3,87 |
|
21 |
2811,01 |
2857 |
3,98 |
|
22 |
2857,01 |
2903 |
3,97 |
|
23 |
2903,01 |
2949 |
3,96 |
|
24 |
2949,01 |
2995 |
3,90 |
|
25 |
2995,01 |
3040 |
3,84 |
|
26 |
3040,01 |
3085 |
3,80 |
|
27 |
3085,01 |
3129 |
3,75 |
|
28 |
3129,01 |
3173 |
3,68 |
|
29 |
3173,01 |
3216 |
3,60 |
|
30 |
3216,01 |
3260 |
3,58 |
|
31 |
3260,01 |
3303 |
3,56 |
|
32 |
3303,01 |
3347 |
3,52 |
|
33 |
3347,01 |
3391 |
3,47 |
|
34 |
3391,01 |
3435 |
3,40 |
|
35 |
3435,01 |
3479 |
3,32 |
|
36 |
3479,01 |
3523 |
3,31 |
|
37 |
3523,01 |
3566 |
3,30 |
|
38 |
3566,01 |
3608 |
3,27 |
|
39 |
3608,01 |
3650 |
3,23 |
|
40 |
3650,01 |
3695 |
3,19 |
|
41 |
3695,01 |
3739 |
3,15 |
|
42 |
3739,01 |
3831 |
3,14 |
|
43 |
3831,01 |
3879 |
3,10 |
|
44 |
3879,01 |
3926 |
3,05 |
|
45 |
3926,01 |
3973 |
3,03 |
|
46 |
3973,01 |
4019 |
3,01 |
|
47 |
4019,01 |
4068 |
3,18 |
|
48 |
4068,01 |
4116 |
3,35 |
|
49 |
4116,01 |
4136 |
3,34 |
|
50 |
4136,01 |
4209 |
3,33 |
|
51 |
4209,01 |
4256 |
3,22 |
|
52 |
4256,01 |
4303 |
3,10 |
|
53 |
4303,01 |
4350 |
3,07 |
|
54 |
4350,01 |
4396 |
3,04 |
|
55 |
4396,01 |
4443 |
3,05 |
|
56 |
4443,01 |
4489 |
3,06 |
|
57 |
4489,01 |
4535 |
3,01 |
|
58 |
4535,01 |
4580 |
2,95 |
|
59 |
4580,01 |
4627 |
2,83 |
|
60 |
4627,01 |
4674 |
2,71 |
|
61 |
4674,01 |
4735 |
2,58 |
|
62 |
4735,01 |
4797 |
2,44 |
|
63 |
4797,01 |
4858 |
2,30 |
|
64 |
4858,01 |
4899 |
2,22 |
|
65 |
4899,01 |
4939 |
2,13 |
|
66 |
4939,01 |
4980 |
2,05 |
|
67 |
4980,01 |
5020 |
1,96 |
|
68 |
5020,01 |
5061 |
1,88 |
|
69 |
5061,01 |
5090 |
1,83 |
|
70 |
5090,01 |
5118 |
1,78 |
|
71 |
5118,01 |
5147 |
1,73 |
|
72 |
5147,01 |
5175 |
1,68 |
|
73 |
5175,01 |
5204 |
1,63 |
|
74 |
5204,01 |
5233 |
1,58 |
|
75 |
5233,01 |
5261 |
1,54 |
|
76 |
5261,01 |
5312 |
1,36 |
|
77 |
5312,01 |
5364 |
1,18 |
|
78 |
5364,01 |
5415 |
0,99 |
|
79 |
5415,01 |
5466 |
0,80 |
|
80 |
5466,01 |
5515 |
0,63 |
|
81 |
5515,01 |
5563 |
0,46 |
|
82 |
5563,01 |
5612 |
0,28 |
|
83 |
5612,01 |
5660 |
0,10 |
|
84 |
5660,01 |
5709 |
0,00 |
|
85 |
5709,01 |
5757 |
-0,10 |
|
86 |
5757,01 |
5806 |
-0,20 |
|
87 |
5806,01 |
6048 |
-0,30 |
|
88 |
6048,01 |
6765 |
-0,40 |
|
89 |
6765,01 |
7308 |
-0,50 |
|
90 |
7308,01 |
7945 |
-0,60 |
|
91 |
7945,01 |
8639 |
-0,70 |
|
92 |
8639,01 |
999999 |
-0,90 |
Bijlage 2 bij Wet financiėle
voorzieningen privatisering ABP Tabel II zoals bedoeld in de
artikelen 83 en 84 (correctie IP)
|
nrs. |
kolom 1 van |
tot en met |
kolom 2 percentage |
|
1 |
0 |
2357 |
4,38 |
|
2 |
2357,01 |
2394 |
4,18 |
|
3 |
2394,01 |
2430 |
3,96 |
|
4 |
2430,01 |
2505 |
3,84 |
|
5 |
2505,01 |
2578 |
3,75 |
|
6 |
2578,01 |
2650 |
3,60 |
|
7 |
2650,01 |
2721 |
3,56 |
|
8 |
2721,01 |
2794 |
3,47 |
|
9 |
2794,01 |
2866 |
3,32 |
|
10 |
2866,01 |
2938 |
3,36 |
|
11 |
2938,01 |
3007 |
3,58 |
|
12 |
3007,01 |
3081 |
3,74 |
|
13 |
3081,01 |
3156 |
3,93 |
|
14 |
3156,01 |
3235 |
4,07 |
|
15 |
3235,01 |
3311 |
4,31 |
|
16 |
3311,01 |
3391 |
4,44 |
|
17 |
3391,01 |
3468 |
4,46 |
|
18 |
3468,01 |
3545 |
4,59 |
|
19 |
3545,01 |
3622 |
4,68 |
|
20 |
3622,01 |
3699 |
4,81 |
|
21 |
3699,01 |
3774 |
4,86 |
|
22 |
3774,01 |
3851 |
4,99 |
|
23 |
3851,01 |
4003 |
5,21 |
|
24 |
4003,01 |
4170 |
5,35 |
|
25 |
4170,01 |
4335 |
5,53 |
|
26 |
4335,01 |
4504 |
5,72 |
|
27 |
4504,01 |
4663 |
5,88 |
|
28 |
4663,01 |
4823 |
6,01 |
|
29 |
4823,01 |
4983 |
5,84 |
|
30 |
4983,01 |
5130 |
5,80 |
|
31 |
5130,01 |
5278 |
5,75 |
|
32 |
5278,01 |
5352 |
5,60 |
|
33 |
5352,01 |
5425 |
5,45 |
|
34 |
5425,01 |
5574 |
5,41 |
|
35 |
5574,01 |
5650 |
5,31 |
|
36 |
5650,01 |
5725 |
5,21 |
|
37 |
5725,01 |
5873 |
5,07 |
|
38 |
5873,01 |
5910 |
4,93 |
|
39 |
5910,01 |
5947 |
4,79 |
|
40 |
5947,01 |
5984 |
4,65 |
|
41 |
5984,01 |
6021 |
4,51 |
|
42 |
6021,01 |
6042 |
4,34 |
|
43 |
6042,01 |
6063 |
4,17 |
|
44 |
6063,01 |
6084 |
4,00 |
|
45 |
6084,01 |
6105 |
3,83 |
|
46 |
6105,01 |
6126 |
3,66 |
|
47 |
6126,01 |
6147 |
3,49 |
|
48 |
6147,01 |
6169 |
3,35 |
|
49 |
6169,01 |
6214 |
3,20 |
|
50 |
6214,01 |
6259 |
3,05 |
|
51 |
6259,01 |
6304 |
2,90 |
|
52 |
6304,01 |
6348 |
2,76 |
|
53 |
6348,01 |
6442 |
2,60 |
|
54 |
6442,01 |
6487 |
2,50 |
|
55 |
6487,01 |
6531 |
2,39 |
|
56 |
6531,01 |
6709 |
2,36 |
|
57 |
6709,01 |
6887 |
2,49 |
|
58 |
6887,01 |
6986 |
2,43 |
|
59 |
6986,01 |
7078 |
2,39 |
|
60 |
7078,01 |
7266 |
2,30 |
|
61 |
7266,01 |
7460 |
2,25 |
|
62 |
7460,01 |
7658 |
2,18 |
|
63 |
7658,01 |
7896 |
2,07 |
|
64 |
7896,01 |
8142 |
1,95 |
|
65 |
8142,01 |
8396 |
1,83 |
|
66 |
8396,01 |
8659 |
1,73 |
|
67 |
8659,01 |
8929 |
1,69 |
|
68 |
8929,01 |
9209 |
1,57 |
|
69 |
9209,01 |
9498 |
1,49 |
|
70 |
9498,01 |
9795 |
1,47 |
|
71 |
9795,01 |
10102 |
1,44 |
|
72 |
10102,01 |
10419 |
1,37 |
|
73 |
10419,01 |
10747 |
1,27 |
|
74 |
10747,01 |
11086 |
1,19 |
|
75 |
11086,01 |
11446 |
1,06 |
|
76 |
11446,01 |
11805 |
0,93 |
|
77 |
11805,01 |
12572 |
0,80 |
|
78 |
12572,01 |
12845 |
0,69 |
|
79 |
12845,01 |
13118 |
0,58 |
|
80 |
13118,01 |
99999 |
0,46 |
Bijlage 3 bij Wet financiėle
voorzieningen privatisering ABP Tabel III zoals bedoeld in artikel
90 (correctie VUT)
|
nrs. |
kolom 1 van |
tot en met |
kolom 2 percentage |
|
1 |
0 |
3311 |
3,73 |
|
2 |
3311,01 |
3410 |
3,76 |
|
3 |
3410,01 |
3506 |
3,79 |
|
4 |
3506,01 |
3599 |
3,78 |
|
5 |
3599,01 |
3695 |
3,86 |
|
6 |
3695,01 |
3790 |
3,88 |
|
7 |
3790,01 |
3883 |
3,85 |
|
8 |
3883,01 |
3979 |
3,92 |
|
9 |
3979,01 |
4069 |
3,94 |
|
10 |
4069,01 |
4166 |
3,96 |
|
11 |
4166,01 |
4267 |
4,03 |
|
12 |
4267,01 |
4370 |
4,04 |
|
13 |
4370,01 |
4471 |
4,08 |
|
14 |
4471,01 |
4594 |
4,25 |
|
15 |
4594,01 |
4697 |
4,29 |
|
16 |
4697,01 |
4791 |
4,13 |
|
17 |
4791,01 |
4892 |
4,15 |
|
18 |
4892,01 |
4996 |
4,21 |
|
19 |
4996,01 |
5092 |
4,17 |
|
20 |
5092,01 |
5185 |
4,01 |
|
21 |
5185,01 |
5277 |
3,87 |
|
22 |
5277,01 |
5368 |
3,73 |
|
23 |
5368,01 |
5468 |
3,58 |
|
24 |
5468,01 |
5568 |
3,43 |
|
25 |
5568,01 |
5669 |
3,32 |
|
26 |
5669,01 |
5769 |
3,21 |
|
27 |
5769,01 |
5815 |
3,06 |
|
28 |
5815,01 |
5861 |
2,91 |
|
29 |
5861,01 |
5907 |
2,76 |
|
30 |
5907,01 |
5951 |
2,60 |
|
31 |
5951,01 |
5993 |
2,45 |
|
32 |
5993,01 |
6035 |
2,30 |
|
33 |
6035,01 |
6077 |
2,15 |
|
34 |
6077,01 |
6119 |
2,01 |
|
35 |
6119,01 |
6211 |
1,85 |
|
36 |
6211,01 |
6303 |
1,69 |
|
37 |
6303,01 |
6512 |
1,76 |
|
38 |
6512,01 |
6698 |
1,72 |
|
39 |
6698,01 |
6890 |
1,77 |
|
40 |
6890,01 |
7084 |
1,83 |
|
41 |
7084,01 |
7277 |
1,88 |
|
42 |
7277,01 |
7370 |
1,81 |
|
43 |
7370,01 |
7466 |
1,83 |
|
44 |
7466,01 |
7659 |
1,87 |
|
45 |
7659,01 |
7853 |
1,91 |
|
46 |
7853,01 |
8038 |
1,86 |
|
47 |
8038,01 |
8280 |
1,91 |
|
48 |
8280,01 |
8408 |
1,93 |
|
49 |
8408,01 |
8529 |
1,95 |
|
50 |
8529,01 |
8763 |
1,90 |
|
51 |
8763,01 |
9005 |
1,94 |
|
52 |
9005,01 |
9139 |
1,96 |
|
53 |
9139,01 |
9265 |
1,99 |
|
54 |
9265,01 |
9502 |
1,83 |
|
55 |
9502,01 |
9764 |
1,87 |
|
56 |
9764,01 |
10034 |
1,90 |
|
57 |
10034,01 |
10357 |
1,94 |
|
58 |
10357,01 |
10691 |
1,98 |
|
59 |
10691,01 |
11035 |
2,02 |
|
60 |
11035,01 |
11392 |
2,06 |
|
61 |
11392,01 |
11759 |
2,09 |
|
62 |
11759,01 |
12139 |
2,13 |
|
63 |
12139,01 |
12531 |
2,17 |
|
64 |
12531,01 |
12934 |
2,20 |
|
65 |
12934,01 |
13352 |
2,23 |
|
66 |
13352,01 |
13782 |
2,26 |
|
67 |
13782,01 |
14227 |
2,29 |
|
68 |
14227,01 |
14687 |
2,32 |
|
69 |
14687,01 |
15662 |
2,37 |
|
70 |
15662,01 |
16704 |
2,43 |
|
71 |
16704,01 |
999999 |
2,47 |
|