Hij die ter
uitvoering van een wettelijk voorschrift mondeling een eed, belofte of
bevestiging moet afleggen, is bevoegd in plaats van de wettelijk
voorgeschreven woorden de daarmede in de Friese taal overeenkomende
woorden uit te spreken, tenzij de woorden van de eed, belofte of
bevestiging bij de Grondwet of mede bij de Grondwet zijn vastgesteld.
2. In het geval, bedoeld in het voorgaande lid, treden:
a. indien een eed wordt afgelegd, voor de woorden: "Zoo
waarlijk helpe mij God Almachtig" in de plaats de woorden:
"Sa wier helpe my God Almachtich";
b. indien een belofte wordt afgelegd, voor de woorden: "Dat
beloof ik" in de plaats de woorden: "Dat űnthjit ik",
en indien een bevestiging wordt afgelegd, voor de woorden: "Dat
verklaar ik" in de plaats de woorden: "Dat ferklearje
ik".
Artikel 2
In alle gevallen, waarin iemand op een terechtzitting, welke gehouden
wordt in de provincie Fryslân, van ambtswege het woord voert, dan wel
verplicht is zich aan een verhoor te onderwerpen of bevoegd is het woord
te voeren, is hij bevoegd zich te bedienen van de Friese taal.
Artikel 3
Indien tijdens het onderzoek ter terechtzitting in een strafzaak een
verdachte of getuige zich op de voet van artikel 2 wil bedienen van het
Fries, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft, indien
hij zulks wenselijk acht, dat bijstand wordt verleend door een tolk. De
artikelen 260, eerste lid, en 276, eerste en vierde lid, van het Wetboek
van Strafvordering is van toepassing.
Artikel 4
Indien tijdens een terechtzitting in een civiele zaak een partij,
belanghebbende of getuige zich op de voet van artikel 2 wil bedienen van
het Fries, bepaalt de rechter die de leiding heeft van de zitting,
indien hij zulks wenselijk acht, dat bijstand wordt verleend door een
tolk, mits de rechtsgang daardoor naar zijn oordeel niet onnodig wordt
vertraagd.
Artikel 4a
De rechter kan bepalen dat de vergoeding aan de tolk die ingevolge
artikel 4 is opgetreden ten laste van het Rijk komt. Het bij of
krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde is van overeenkomstige
toepassing.
Artikel 5
Indien tijdens het onderzoek ter zitting in een bestuursrechtelijke
zaak een partij of getuige zich op de voet van artikel 2 wil bedienen
van het Fries, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft,
indien hij zulks wenselijk acht, dat bijstand wordt verleend door een
tolk, mits de rechtsgang daardoor naar zijn oordeel niet onnodig wordt
vertraagd.
Artikel 6
1. Hetgeen in het Fries is gesproken wordt, indien het in het
proces-verbaal wordt opgenomen, in die taal vermeld. De rechter kan
bepalen dat een vertaling in het Nederlands wordt gemaakt.
2. Indien naar het oordeel van de rechter opneming van het
gesprokene in het Fries in redelijkheid niet kan worden gevergd, wordt
het in het Nederlands in het proces-verbaal opgenomen en wordt daarin
aangetekend dat het Fries is gebezigd.
Artikel 7
1. In strafzaken, civiele zaken en bestuursrechtelijke zaken
die aanhangig zijn bij een in de provincie Fryslân gevestigd gerecht,
mogen processtukken, met uitzondering van dagvaardingen en
telasteleggingen in strafzaken, in het Fries worden gesteld.
2. Indien dat voor een goede beoordeling van het stuk wenselijk
is, kan de rechter ambtshalve of op verzoek van een van de andere bij de
zaak betrokkenen verlangen, dat een vertaling in het Nederlands wordt
toegevoegd.
Artikel 7a
De rechter kan bepalen dat de kosten van de vertaling van
processtukken in civiele zaken als bedoeld in artikel 7 ten laste van
het Rijk komen. Het bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken
bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
1. Indien stukken of opgaven, welke ingevolge wettelijk
voorschrift in openbare registers moeten worden ingeschreven, in de
Friese taal zijn gesteld, wordt daarnevens de overlegging gevorderd
van letterlijke vertalingen in het Nederlands, vervaardigd en voor
overeenstemmend verklaard door een voor de Friese taal als bevoegd
toegelaten beëdigde vertaler of, indien de inschrijving betrekking
heeft op een notariële akte, door de notaris, die de akte heeft
verleden.
2. De vertalingen worden ingeschreven in plaats van de in de
Friese taal gestelde stukken of opgaven, welke aan het register blijven
gehecht. Voorts wordt met de vertalingen gehandeld op dezelfde wijze als
anders ten aanzien van die stukken of opgaven zou moeten geschieden.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid worden akten van de
burgerlijke stand zowel in het Fries als in het Nederlands opgemaakt.
4. Het bepaalde in het eerste tot en met derde lid is van
toepassing, tenzij bij de wet anders is bepaald.
Artikel 9
In alle gevallen, waarin een ontwerp van een akte de goedkeuring
behoeft van een rechter, kan de definitieve akte in de Friese taal
worden opgemaakt, mits daaronder wordt gesteld een verklaring van een
voor de Friese taal als bevoegd toegelaten beëdigde vertaler waaruit
blijkt, dat de akte een getrouwe vertaling is van het door de rechter
goedgekeurde ontwerp. Wordt de akte notarieel verleden, dan kan de
verklaring van de beëdigde vertaler worden vervangen door een
verklaring van de notaris, die de akte verlijdt.
Artikel 10
Op vordering van ’s Rijks ambtenaar moet bij een akte, welke in de
Friese taal is gesteld en welke hem ter registratie wordt aangeboden,
worden gevoegd een letterlijke vertaling in het Nederlands vervaardigd
en voor overeenstemmend verklaard door een voor de Friese taal als
bevoegd toegelaten beëdigde vertaler of, indien de registratie
betrekking heeft op een notariële akte, door de notaris, die de akte
heeft verleden. Artikel 6, tweede en derde lid, van de Registratiewet
1970 zijn van overeenkomstige toepassing.