WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is regelen te
stellen betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging van uitspraken en
beschikkingen, die ingevolge het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de
Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap voor Atoomenergie kunnen worden tenuitvoergelegd;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
De aanvraag tot het doen aanbrengen van de formule tot gedwongen
tenuitvoerlegging van uitspraken en beschikkingen, die ingevolge het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie kunnen worden
ten uitvoer gelegd, wordt in Nederland gericht tot Onze Minister van
Justitie.
Artikel 2
1. De aanvragende partij zendt aan Onze Minister van Justitie
haar aanvraag en een exemplaar van de uitspraak of beschikking.
2. De uitspraak of beschikking moet in de vorm van een
authentieke expeditie worden toegezonden. Indien bij het bestaan van
authentieke teksten in meer dan één taal is bepaald, dat de tekst van
de uitspraak of beschikking in een bepaalde taal ingeval van onderlinge
tegenspraak beslissend is, dient de toezending van een authentieke
expeditie in die taal te geschieden.
3. Voorzover deze stukken niet in de Nederlandse taal zijn
gesteld, moet tevens een exemplaar in het Nederlands of een Nederlandse
vertaling worden bijgevoegd, die door een bevoegd functionaris van de
Instelling, waarvan de uitspraak of beschikking afkomstig is, of door
een overeenkomstig de Nederlandse bepalingen beëdigd vertaler voor
eensluidend is verklaard.
4. Onze voornoemde Minister zendt de genoemde stukken onverwijld
aan de Griffier van de Hoge Raad der Nederlanden.
5. Deze griffier geeft, binnen een week na de ontvangst van de
stukken, na accoordbevinding van de authenticiteit van de expeditie, aan
de expeditie de vorm van een grosse. Hij doet zulks door de volgende
formule aan het hoofd, ter zijde of aan het slot van de expeditie te
plaatsen: "In naam der Koningin", gevolgd door de vermelding
van de dagtekening en van zijn functie en door zijn handtekening. Indien
is bepaald, dat de tekst van de uitspraak of beschikking in een bepaalde
taal ingeval van onderlinge tegenspraak beslissend is, moet de formule
worden geplaatst op de in die taal gestelde authentieke expeditie.
6. De griffier geeft de grosse onverwijld af aan de in lid 1
bedoelde partij.
7. De grosse heeft dezelfde kracht als de grosse van een
burgerlijk vonnis in Nederland gewezen en kan mitsdien worden ten
uitvoer gelegd op de voet en de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering, ten aanzien van de tenuitvoerlegging van zodanig vonnis
voorgeschreven.
8. Op de uitgifte van tweede of verdere grossen is artikel 231,
tweede en derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van
overeenkomstige toepassing.
9. Geschillen over de tenuitvoerlegging worden gebracht voor de
rechter van de plaats van tenuitvoerlegging.
Artikel 3
Genoemde Griffier houdt in een afzonderlijk register aantekening van
al hetgeen hij ingevolge deze wet ontvangt, verricht en afgeeft.
Artikel 4
Griffierechten zijn ter zake van de toepassing van deze wet niet
verschuldigd.
Artikel 5
Onze Minister van Justitie zendt een exemplaar van alle gegevens, die
hij van de in genoemde Verdragen bedoelde Instellingen ontvangt ter
verificatie van de authenticiteit van expedities van genoemde uitspraken
en beschikkingen, onverwijld aan de Griffier van de Hoge Raad der
Nederlanden.
Artikel 5a
De gedwongen tenuitvoerlegging van uitspraken en beschikkingen, die
ingevolge het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor
Kolen en Staal kunnen worden ten uitvoer gelegd, en die zijn genomen voor
23 juli 2002, vindt plaats overeenkomstig deze wet.
Artikel 6
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 24 Februari 1955
JULIANA
De Minister van Justitie,
L.A. Donker
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J.W. Beyen
De Minister zonder Portefeuille,
J. Luns
De Minister van Economische Zaken,
J. Zijlstra
Uitgegeven de vierde Maart 1955
De Minister van Justitie,
L.A. Donker