WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de
gemeentelijke indeling van Noordwest-Overijssel te herzien;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1. In deze wet wordt onder "datum van herindeling"
verstaan de eerste dag van de vierde kalendermaand na de datum van
inwerkingtreding van deze wet.
2. Waar in deze wet wordt gesproken van overgaand of toegevoegd
gebied, wordt daaronder verstaan gebied van een gemeente, dat deel gaat
uitmaken van een nieuwe gemeente, welke bij deze wet wordt gevormd.
Hoofdstuk II. Gemeentelijke herindeling
Artikel 2
1. Met ingang van de datum van herindeling worden de gemeenten
Blankenham, Blokzijl, Giethoorn, Kuinre, Oldemarkt, Steenwijk,
Steenwijkerwold, Vollenhove en Wanneperveen opgeheven.
2. Met ingang van de datum van herindeling worden gevormd de
nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede, van welke de
grenzen zijn omschreven in onderscheidenlijk de artikelen 3, 4 en 5.
3. Waar in dit hoofdstuk wordt gesproken over "de nieuwe
rijksweg" wordt daarmede bedoeld de rijksweg 10, zoals aangegeven
op de rijkswaterstaatskaart nr. 62.013.
Artikel 3
De nieuwe gemeente Steenwijk wordt als volgt begrensd: van het punt
van samenkomst van de grenzen der gemeenten Nijeveen, Wanneperveen en
Steenwijkerwold volgt de grens de gemeentegrens tussen enerzijds de
gemeente Steenwijkerwold en anderzijds de gemeenten Wanneperveen en
Giethoorn tot de oostelijke grens van het perceel, kadastraal bekend
gemeente Giethoorn, sectie G, nr. 1610. Vandaar in noordwestelijke
richting naar de zuidwestelijke grens van het perceel, kadastraal bekend
gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 935. Langs de zuidwestelijke
grens van dit perceel in noordwestelijke richting en deze grens
verlengen tot het snijpunt met de zuidoostelijke grens van het perceel,
kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 664 (Hesselinkdijk).
Vervolgens langs de westelijke grens van de Hesselinkdijk (percelen
kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nrs. 664 en 833)
in algemeen noordelijke richting tot het snijpunt met de zuidelijke
grens van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 910. Vanuit dit snijpunt in westelijke richting langs de
zuidelijke grens van de percelen, kadastraal bekend gemeente
Steenwijkerwold, sectie P, nrs. 910 en 878 tot het meest noordwestelijke
hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 713. Dit hoekpunt verbinden met het noordoostelijke
hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 711. Daarna de zuidelijke grens van het perceel,
kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 879 en sectie
M, nr. 1587 in westelijke richting tot de grens tussen de gemeenten
Steenwijkerwold en Oldemarkt. Vervolgens deze gemeentegrens in algemeen
noordoostelijke richting volgend tot de grens tussen de provinciën
Friesland en Overijssel. Vandaar, verder gaande in aanvankelijk
noordoostelijke richting deze provinciale grens (de gemeente
Weststellingwerf enerzijds en de gemeente Steenwijkerwold anderzijds),
de grens tussen de provinciën Drenthe en Overijssel (gemeenten Vledder,
Havelte en Nijeveen enerzijds en gemeente Steenwijkerwold anderzijds)
tot het punt van uitgang.
Artikel 4
De nieuwe gemeente IJsselham wordt als volgt begrensd: van het
snijpunt van de eigendomsgrens van de nieuwe rijksweg met de grens van
de gemeente Blokzijl in noordoostelijke richting langs de zuidelijke
eigendomsgrens van de nieuwe rijksweg tot waar deze grens de westelijke
grens van de ruilverkavelingsweg naar Nederland snijdt. Deze westelijke
grens in zuidelijke richting volgend en deze grens verlengen tot het
verlengde de zuidelijke grens van het perceel, kadastraal bekend
gemeente Blokzijl, sectie E, nr. 805 (Steenwijkerweg) snijdt. Daarna in
algemeen oostelijke richting de zuidelijke grens van deze weg, de
percelen, kadastraal bekend gemeente Blokzijl, sectie E, nrs. 805 en
801, tot het snijpunt van de grens tussen de gemeenten Blokzijl en
Steenwijkerwold. De grens van het perceel, kadastraal bekend gemeente
Blokzijl, sectie E, nr. 801, in oostelijke richting verlengen tot dit
verlengde de grens van het perceel, kadastraal bekend gemeente
Steenwijkerwold, sectie O, nr. 1904 ontmoet. Daarna de zuidelijke grens
van de Steenwijkerweg (perceel kadastraal bekend gemeente
Steenwijkerwold, sectie O, nr. 1904) tot aan de Wetering. Dit snijpunt
verbinden met het snijpunt van de Wetering met het zuidwestelijk
hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 1261 en voorts de zuidelijke grens van dit perceel (Steenwijkerweg)
en vervolgens de zuidelijke grens van de percelen, kadastraal bekend
gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 1267, gemeente Giethoorn, sectie
G, nr. 1674. Daarna de zuidoostelijke en zuidelijke grens van de
bermsloot langs de Hooidijk (perceel kadastraal bekend gemeente
Giethoorn, sectie G, nr. 1609) tot de oostelijke grens van het perceel,
kadastraal bekend gemeente Giethoorn, sectie G, nr. 1610. In
noordwestelijke richting naar de zuidwestelijke grens van het perceel,
kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 935. Langs de
zuidwestelijke grens van dit perceel in noordwestelijke richting en deze
grens verlengen tot het snijpunt met de zuidoostelijke grens van het
perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 664 (Hesselinkdijk).
Vervolgens langs de westelijke grens van de Hesselinkdijk (percelen
kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nrs. 664 en 833)
in algemeen noordelijke richting tot het snijpunt met de zuidelijke
grens van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 910. Vanuit dit snijpunt in westelijke richting langs de
zuidelijke grens van de percelen, kadastraal bekend gemeente
Steenwijkerwold, sectie P, nrs. 910 en 878 tot het meest noordwestelijke
hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 713. Dit hoekpunt verbinden met het noordoostelijke
hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 711. Daarnaast de zuidelijke grens van het perceel,
kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 879 en sectie
M, nr. 1587 in westelijke richting tot de grens tussen de gemeenten
Steenwijkerwold en Oldemarkt. Vervolgens deze gemeentegrens in algemeen
noordoostelijke richting volgend tot de grens tussen de provinciën
Friesland en Overijssel. Vandaar, afbuigend in noordwestelijke richting,
de grens tussen de provinciën Friesland en Overijssel (de gemeenten
Weststellingwerf en Lemsterland enerzijds en de gemeenten Oldemarkt,
Blankenham en Kuinre anderzijds) tot de grens van de gemeente
Noordoostpolder en vandaar de grens tussen enerzijds de gemeente
Noordoostpolder en anderzijds de gemeenten Kuinre, Blankenham en
Blokzijl tot het punt van uitgang.
Artikel 5
De nieuwe gemeente Brederwiede wordt als volgt begrensd: van het
snijpunt van de eigendomsgrens van de nieuwe rijksweg met de grens van
de gemeente Blokzijl in noordoostelijke richting langs de zuidelijke
eigendomsgrens van de nieuwe rijksweg tot waar deze grens de westelijke
grens van de ruilverkavelingsweg naar Nederland snijdt. Deze westelijke
grens in zuidelijke richting volgend en deze grens verlengen tot het
verlengde de zuidelijke grens van het perceel, kadastraal bekend
gemeente Blokzijl, sectie E, nr. 805 (Steenwijkerweg) snijdt. Daarna in
algemeen oostelijke richting de zuidelijke grens van deze weg, de
percelen, kadastraal bekend gemeente Blokzijl, sectie E, nrs. 805 en
801, tot het snijpunt van de grens tussen de gemeenten Blokzijl en
Steenwijkerwold. De grens van het perceel, kadastraal bekend gemeente
Blokzijl, sectie E, nr. 801, in oostelijke richting verlengen tot dit
verlengde de grens van het perceel, kadastraal bekend gemeente
Steenwijkerwold, sectie O, nr. 1904 ontmoet. Daarna de zuidelijke grens
van de Steenwijkerweg (perceel kadastraal bekend gemeente
Steenwijkerwold, sectie O, nr. 1904) tot aan de Wetering. Dit snijpunt
verbinden met het snijpunt van de Wetering met het zuidwestelijke
hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Steenwijkerwold,
sectie P, nr. 1261 en voorts de zuidelijke grens van dit perceel (Steenwijkerweg)
en vervolgens de zuidelijke grens van de percelen, kadastraal bekend
gemeente Steenwijkerwold, sectie P, nr. 1267, gemeente Giethoorn, sectie
G, nr. 1674. Daarna de zuidoostelijke en zuidelijke grens van de
bermsloot langs de Hooidijk (perceel kadastraal bekend gemeente
Giethoorn, sectie G, nr. 1609) tot de oostelijke grens van het perceel,
kadastraal bekend gemeente Giethoorn, sectie G, nr. 1610. Vandaar,
aanvankelijk in noordoostelijke richting doorgaande, de grens tussen de
gemeente Steenwijkerwold enerzijds en de gemeenten Giethoorn en
Wanneperveen anderzijds tot de grens tussen de provinciën Drenthe en
Overijssel. Voorts in ongeveer zuid-oostelijke richting deze provinciale
grens (de gemeenten Nijeveen en Meppel enerzijds en de gemeente
Wanneperveen anderzijds). Daarna de grens tussen de gemeenten Staphorst
en Zwartsluis enerzijds en de gemeente Wanneperveen anderzijds en
vervolgens de grens tussen de gemeenten Zwartsluis, Genemuiden en
Noordoostpolder enerzijds en de gemeenten Vollenhove en Blokzijl tot het
punt van uitgang.
Hoofdstuk III. Rechtskracht voorschriften en uitoefening bevoegdheden
Artikel 6
1. De op de dag, voorafgaande aan de datum van herindeling,
voor een overgaand gebied geldende gemeentelijke voorschriften
behouden gedurende twee jaren na die datum voor dat gebied hun
rechtskracht, voor zover deze voorschriften door het bevoegde gezag
der gemeente, naar welke dat gebied is overgegaan, niet eerder voor
dat gebied vervallen worden verklaard.
2. Het bevoegde gezag der nieuwe gemeenten is verplicht, binnen
twee jaren na de datum van herindeling te bepalen, welke van de in het
eerste lid bedoelde gemeentelijke voorschriften voor het gehele gebied
der nieuwe gemeenten zullen gelden.
3. Indien het bevoegde gezag van een nieuwe gemeente krachtens
het tweede lid een gemeentelijk voorschrift voor het gebied dier
gemeente geldend heeft verklaard, brengt het gemeentebestuur dit op de
ter plaatse gebruikelijke wijze ter openbare kennis.
4. In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid
worden de op de dag, voorafgaande aan de datum van herindeling,
vastgestelde structuurplannen en onherroepelijk goedgekeurde
bestemmingsplannen, alsmede de onherroepelijk goedgekeurde regelingen en
voorschriften, welke ingevolge artikel 10, eerste lid, van de
Overgangswet ruimtelijke ordening en volkshuisvesting worden geacht
bestemmingsplannen te zijn in de zin van de Wet op de Ruimtelijke
Ordening, met betrekking tot een toegevoegd gebied, voor de toepassing
van laatstgenoemde wet en de Woningwet geacht te zijn vastgesteld door
het bevoegde gezag van de gemeente, naar welke dit gebied is overgegaan,
en behouden zij hun rechtskracht zolang het bevoegde gezag niet anders
bepaalt.
Artikel 7
1. De instructies voor de secretaris en de ontvanger van de op
te heffen gemeenten Steenwijk, Oldemarkt en Vollenhove gelden
onderscheidenlijk voor de secretaris en, voor zoveel nodig, voor de
ontvanger van de nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede,
tot zij door andere zijn vervangen.
2. De reglementen van orde voor de vergaderingen van de raden en
van de colleges van burgemeester en wethouders van de op te heffen
gemeenten Steenwijk, Oldemarkt en Vollenhove gelden onderscheidenlijk
voor de nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede, tot zij
door andere zijn vervangen.
Artikel 8
1. De organen en ambtenaren der nieuwe gemeenten Steenwijk,
IJsselham en Brederwiede oefenen met ingang van de datum van
herindeling mede de bevoegdheden uit, welke bij de in heteerste lid
van artikel 6 bedoelde voorschriften zijn toegekend aan
overeenkomstige organen en ambtenaren van de gemeente, van welke
gebied deel gaat uitmaken van de nieuwe gemeenten.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien en voorzover
bevoegdheden krachtens een gemeenschappelijke regeling in het
toegevoegde gebied ingevolge het bepaalde in artikel 9, tweede lid
blijven uitgeoefend door andere organen en ambtenaren.
3. De bevoegdheid tot het heffen en invorderen van bestaande
gemeentelijke belastingen over een belastingjaar, dat vóór de datum
van herindeling is aangevangen, in een overgaand gebied komt met ingang
van die datum toe aan de organen en de ambtenaren van de gemeente,
waaraan dat gebied is toegevoegd.
Artikel 9
1. Gemeenschappelijke regelingen, waaraan uitsluitend wordt
deelgenomen door twee of meer der op te heffen gemeenten, vervallen
met ingang van de datum van herindeling. De besturen van de nieuwe
gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede treffen in verband
hiermede de nodige voorzieningen. Op het daarbij betrokken personeel
zijn de bepalingen van Hoofdstuk VI van overeenkomstige toepassing.
2. De overige gemeenschappelijke regelingen, waaraan bij deze
gemeentelijke herindeling betrokken gemeenten deelnemen, blijven, mede
voor overgaand gebied, ongewijzigd van kracht totdat toepassing is
gegeven aan het vierde of vijfde lid van dit artikel.
3. De gemeenten, op het grondgebied waarvan ten gevolge van het
bepaalde in het vorige lid een gemeenschappelijke regeling van kracht
wordt, worden geacht mede aan deze regeling deel te nemen. Deze
gemeenten treden met betrekking tot het overgaande gebied voor de
toepassing van deze gemeenschappelijke regeling in de plaats van de
gemeenten, waarvan het betrokken gebied op de dag, voorafgaande aan de
datum van herindeling deel uitmaakte.
4. De besturen van de gemeenten, die aan een gemeenschappelijke
regeling, als in het tweede lid bedoeld, deelnemen of geacht worden deel
te nemen, treffen binnen zes maanden na de datum van de herindeling met
toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen de ingevolge de
herindeling nodige voorzieningen. Zij kunnen daarbij afwijken van de
bepalingen van de gemeenschappelijke regeling met betrekking tot
wijziging en opheffing van de regeling en het toe- en uittreden van
deelnemers. De in de eerste volzin genoemde termijn kan door
Gedeputeerde Staten van Overijssel, of, zo de regeling uitsluitend
tussen burgemeesters is gesloten, door Onze Commissaris in die
provincie, met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
5. Indien de voorzieningen, bedoeld in het vorige lid, niet
binnen de daarvoor gestelde termijn zijn getroffen, kan dit geschieden
door Gedeputeerde Staten van Overijssel of, zo de regeling uitsluitend
tussen burgemeesters is gesloten, door Onze Commissaris in die
provincie.
6. De leden van bij gemeenschappelijke regeling ingestelde
organen, aangewezen door de besturen van de in het tweede lid bedoelde
gemeenten blijven in deze organen zitting hebben, totdat de na de datum
van herindeling bevoegde gemeentebesturen, zo nodig met afwijking van
hetgeen in de gemeenschappelijke regeling ten aanzien van de
zittingsduur is bepaald, in de aanwijzing hebben voorzien.
7. Tegen een besluit van Gedeputeerde Staten van Overijssel of
van Onze Commissaris, genomen krachtens het vijfde lid, kunnen de
betrokken gemeentebesturen binnen dertig dagen, te rekenen van de dag
van verzending van het besluit, bij Ons voorziening vragen.
8. Indien bij de gemeenschappelijke regeling mede niet in de
provincie Overijssel gelegen gemeenten zijn betrokken, treden Wij voor
de toepassing van dit artikel in de plaats van Gedeputeerde Staten van
Overijssel, onderscheidenlijk Onze Commissaris in die provincie.
Hoofdstuk IV. Overgang rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen
Artikel 10
1. Onverminderd het bepaalde in het volgende lid gaan op de
datum van herindeling alle rechten, lasten, verplichtingen en
bezittingen van de op te heffen gemeenten Steenwijk en Steenwijkerwold
over op de nieuwe gemeente Steenwijk; van de op te heffen gemeenten
Blankenham, Kuinre en Oldemarkt op de nieuwe gemeente IJsselham; van
de op te heffen gemeenten Blokzijl, Giethoorn, Vollenhove en
Wanneperveen op de nieuwe gemeente Brederwiede, zonder dat daarvoor
een nadere akte wordt gevorderd. Onder rechten, lasten, verplichtingen
en bezittingen, in dit lid bedoeld, worden mede begrepen die
betreffende wettelijke procedures dan wel rechtsgedingen, waarbij de
op te heffen gemeenten betrokken zijn.
2. Op de datum van de herindeling gaan alle rechten, lasten,
verplichtingen en bezittingen van de op te heffen gemeenten Blokzijl,
Giethoorn en Steenwijkerwold, daaronder begrepen die betreffende
wettelijke procedures dan wel rechtsgedingen, waarbij die gemeenten
betrokken zijn, betrekking hebbende op of gelegen in gebied van die op
te heffen gemeenten, dat deel gaat uitmaken van onderscheidenlijk de
nieuwe gemeenten IJsselham en Brederwiede, over op onderscheidenlijk
laatstgenoemde gemeenten, zonder dat daarvoor een nadere akte wordt
gevorderd.
3. Ten aanzien van de in de vorige leden begrepen onroerende
zaken zal verandering in de tenaamstelling in de kadastrale leggers
plaatshebben. Gedeputeerde Staten van Overijssel doen de daartoe nodige
opgave aan de desbetreffende hypotheekbewaarder.
Artikel 11
1. Indien in verband met het bepaalde in het vorige artikel een
verrekening tussen de betreffende gemeenten dient plaats te hebben,
bepalen Gedeputeerde Staten van Overijssel, de besturen van die
gemeenten gehoord, het bedrag en de wijze van betaling daarvan.
2. Op een verzoek om verrekening, als bedoeld in het vorige lid,
beslissen Gedeputeerde Staten niet afwijzend, dan na de besturen van de
daarbij betrokken gemeenten te hebben gehoord.
3. Tegen een besluit van Gedeputeerde Staten, als bedoeld in de
vorige leden, kan het bestuur van elke daarbij betrokken gemeente binnen
dertig dagen, te rekenen van de dag van verzending van het besluit, bij
Ons voorziening vragen.
Artikel 12
1. Ten behoeve van de voortzetting van het comptabel beheer
kunnen Gedeputeerde Staten van Overijssel, de besturen van de
betrokken gemeenten gehoord, aanwijzingen geven, welke door die
besturen in acht genomen moeten worden.
2. Indien een gemeentebestuur zich met de gegeven aanwijzingen
niet kan verenigen, kan dit bestuur binnen dertig dagen, te rekenen van
de dag van verzending van deze aanwijzingen, bij Ons voorziening vragen.
Artikel 13
1. De uitkeringen, welke door het rijk, de provincie of
gemeenten over de vóór de datum van herindeling aangevangen
boekingstijdvakken, dienstjaren of uitkeringsjaren zijn verschuldigd
aan de op te heffen gemeenten, worden gedaan aan de nieuwe gemeente
Steenwijk voor de op te heffen gemeenten Steenwijk en Steenwijkerwold;
aan de nieuwe gemeente IJsselham voor de op te heffen gemeenten
Blankenham, Kuinre en Oldemarkt; aan de nieuwe gemeente Brederwiede
voor de op te heffen gemeenten Blokzijl, Giethoorn, Vollenhove en
Wanneperveen.
2. De uitkeringen, welke op de datum van herindeling over de in
het eerste lid bedoelde boekingstijdvakken, dienstjaren of
uitkeringsjaren door de op te heffen gemeenten aan het rijk, de
provincie of gemeenten zijn verschuldigd, worden gedaan door de nieuwe
gemeenten overeenkomstig de in het vorige lid vermelde onderscheiding.
3. Ten aanzien van de in de vorige leden genoemde uitkeringen en
van de in het derde lid van artikel 8 bedoelde gemeentelijke belastingen
heeft tussen de betrokken gemeenten onderling geen verrekening plaats.
Artikel 14
1. Indien de nieuwe gemeente Steenwijk en de N.V.
IJsselcentrale binnen drie jaren na de datum van herindeling niet tot
overeenstemming zijn gekomen over een aan een doelmatige
elektriciteitsvoorziening in de provincie Overijssel beantwoordende
regeling omtrent beider belangen bij de elektriciteitsvoorziening in
de gebieden, welke met het grondgebied van de opgeheven gemeente
Steenwijk worden samengevoegd, treffen Gedeputeerde Staten van
Overijssel zodanige regeling. Gedeputeerde Staten gaan daarbij uit van
de op de dag, voorafgaande aan de datum van herindeling, bestaande
rechtspositie van elk der partijen ten aanzien van de gebieden,
waarvoor zij gerechtigd zijn elektriciteit te leveren.
2. Alvorens Gedeputeerde Staten een regeling, als bedoeld in het
eerste lid, vaststellen, plegen zij daaromtrent overleg met partijen.
Hoofdstuk V. Verkiezing vertegenwoordigende lichamen
Artikel 15
1. Burgemeester en wethouders der op te heffen gemeenten
Blankenham en Kuinre zenden aan burgemeester en wethouders der op te
heffen gemeente Oldemarkt; burgemeester en wethouders der op te heffen
gemeenten Wanneperveen zenden aan burgemeester en wethouders der op te
heffen gemeente Vollenhove, een afschrift van of een uittreksel uit
het kiezersregister van hun gemeenten betreffende de in dit register
op de in het derde lid bedoelde datum voorkomende personen, die op die
datum in hun gemeente werkelijke woonplaats hebben.
2. Burgemeester en wethouders der op te heffen gemeente
Steenwijkerwold zenden aan burgemeester en wethouders der op te heffen
gemeenten Steenwijk, Oldemarkt en Vollenhove; burgemeester en wethouders
der op te heffen gemeenten Blokzijl en Giethoorn zenden aan burgemeester
en wethouders der op te heffen gemeenten Oldemarkt en Vollenhoven een
afschrift van of een uittreksel uit het kiezersregister van hun
gemeente, betreffende de in dat register op de in het derde lid bedoelde
datum voorkomende personen, die op die datum in het gedeelte van hun
gemeente, dat naar onderscheidenlijk de nieuwe gemeenten Steenwijk,
IJsselham en Brederwiede; IJsselham en Brederwiede overgaat, werkelijke
woonplaats hebben.
3. De toezending, in de vorige leden bedoeld, geschiedt op een
door Gedeputeerde Staten van Overijssel te bepalen datum.
4. Indien van de in het vorige lid bedoelde datum af tot de dag
van kandidaatstelling bedoeld in het eerste lid van artikel 16,
veranderingen optreden in een kiezersregister ten aanzien van personen,
die werkelijk woonplaats hebben of verkrijgen in de gemeente of het deel
van de gemeente, waarop een afschrift of een uittreksel, als in het
eerste en tweede lid bedoeld, betrekking heeft, worden deze
veranderingen terstond ter kennis gebracht van burgemeester en
wethouders van de gemeente, aan wie het afschrift of het uittreksel is
gezonden. Deze brengen die veranderingen in het afschrift of uittreksel
aan.
Artikel 16
1. De kandidaatstelling en de stemming voor de verkiezing van
de leden van de raden van de nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en
Brederwiede geschieden op de dagen door Gedeputeerde Staten van
Overijssel te bepalen, met dien verstande, dat de stemming vóór de
datum van herindeling plaatsvindt.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde verkiezing kunnen
Gedeputeerde Staten van Overijssel besluiten tot afwijking van de in
artikel G 3 der Kieswet bedoelde termijnen inzake registratie van namen
en aanduidingen van politieke groeperingen.
3. De krachtens het eerste lid te kiezen raden der nieuwe
gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede zullen bestaan uit het
door Gedeputeerde Staten van Overijssel, met overeenkomstige toepassing
van artikel 5 der gemeentewet, te bepalen aantal leden.
4. Het kiezersregister voor de in het eerste lid bedoelde
verkiezing van de leden van de raden der nieuwe gemeenten Steenwijk,
IJsselham en Brederwiede wordt geacht te zijn samengesteld uit het
kiezersregister van onderscheidenlijk de op te heffen gemeenten
Steenwijk, Oldemarkt en Vollenhove, nadat daarvan zijn afgevoerd,
onderscheidenlijk daaraan zijn toegevoegd de personen, die voorkomen op
de ingevolge het eerste en tweede lid van artikel 15 door burgemeester
en wethouders van deze gemeenten ontvangen afschriften van of
uittreksels uit het kiezersregister van een gemeente, zoals deze
afschriften of uittreksels luiden na toepassing van het vierde lid van
artikel 15.
5. Het indelen in stemdistricten voor de in het eerste lid
bedoelde verkiezing van het gebied der nieuwe gemeenten Steenwijk,
IJsselham en Brederwiede, het benoemen van de leden en de
plaatsvervangende leden van de hoofdstembureaus en het benoemen van de
leden en de plaatsvervangende leden van de stembureaus voor deze
verkiezing, geschieden vóór een door Gedeputeerde Staten van
Overijssel te bepalen datum door burgemeester en wethouders van
onderscheidenlijk de op te heffen gemeenten Steenwijk, Oldemarkt en
Vollenhove.
6. Artikel H 17 van de Kieswet blijft bij de in het eerste lid
bedoelde verkiezing buiten toepassing.
7. Voor zover met betrekking tot de verkiezing van de leden van
de raden der nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede
ingevolge enig wettelijk voorschrift medewerking moet worden verleend
door de raad, door burgemeester en wethouders of door de burgemeester,
geschiedt dit door de raad, burgemeester en wethouders of de
burgemeester van onderscheidenlijk de op te heffen gemeenten Steenwijk,
Oldemarkt en Vollenhove.
8. Het onderzoek van de geloofsbrieven van de leden van de raden
der nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede geschiedt
vóór een door Gedeputeerde Staten van Overijssel te bepalen datum door
de raad van onderscheidenlijk de op te heffen gemeenten Steenwijk,
Oldemarkt en Vollenhove.
9. De eerste vergadering van de raden der nieuwe gemeenten
Steenwijk, IJsselham en Brederwiede wordt gehouden op de eerste werkdag
volgende op de datum van herindeling. In deze vergadering worden de
wethouders benoemd.
10. De leden van de krachtens dit artikel gekozen raden van de
nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede, benevens de door
die raden gekozen wethouders, hebben zitting tot de eerste dinsdag in
september 1974.
Artikel 17
Voor toepassing van artikel 21 der gemeentewet ten aanzien van het
lidmaatschap van de krachtens het eerste lid van artikel 16 te kiezen
raden van de nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede,
worden onder ingezetenen verstaan zij, die hun werkelijke woonplaats
hebben in het gebied, dat met ingang van de datum van herindeling het
grondgebied van onderscheidenlijk die gemeenten vormt.
Hoofdstuk VI. Rechtspositie van ambtenaren en het overige personeel
Artikel 18
Met ingang van de datum van herindeling zijn de secretarissen en de
ontvangers van de in het eerste lid van artikel 2 genoemde op te heffen
gemeenten eervol uit hun ambt ontslagen.
Artikel 19
Met ingang van de datum van herindeling gaan de onderwijzers,
werkzaam aan de openbare lagere scholen, alsmede de leidsters, verbonden
aan de openbare kleuterscholen, welke zijn gevestigd in het gebied van
de op te heffen gemeenten, over in dienst van de nieuwe gemeente,
waartoe het gebied, waarin de school is gelegen, gaat behoren, op
dezelfde voet als waarop en ook overigens in dezelfde rechtstoestand als
waarin zij op de dag, voorafgaande aan die datum, werkzaam waren. Deze
bepaling is van overeenkomstige toepassing op de rectoren, directeuren,
leraren en overig personeel, bedoeld in artikel 38 van de Wet op het
voortgezet onderwijs, verbonden aan de gemeentelijke, ingevolge genoemde
wet bekostigde, scholen welke zijn gevestigd in het gebied van de op te
heffen gemeenten.
Artikel 20
1. Met ingang van de datum van herindeling gaan de overige in
dienst van de op te heffen gemeenten werkzame ambtenaren in dezelfde
rang, op dezelfde voet en ook overigens in dezelfde rechtstoestand
voorlopig over in dienst van:
a. de nieuwe gemeente Steenwijk, voor zover de ambtenaren van de op
te heffen gemeenten Steenwijk en Steenwijkerwold betreft;
b. de nieuwe gemeente IJsselham, voor zover de ambtenaren van de op
te heffen gemeenten Blankenham, Kuinre en Oldemarkt betreft;
c. de nieuwe gemeente Brederwiede, voor zover de ambtenaren van de
op te heffen gemeenten Blokzijl, Giethoorn, Vollenhove en Wanneperveen
betreft.
De eden of beloften, in verband met hun ambt door deze ambtenaren
afgelegd, worden geacht mede op die voorlopige dienstvervulling
betrekking te hebben. Voor de toepassing van dit artikel worden onder
ambtenaren mede begrepen personen in dienst van de op te heffen
gemeenten op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam.
2. Binnen zes maanden na de datum van herindeling neemt het
bevoegde gezag in de nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en
Brederwiede ten aanzien van de in het vorige lid onder a, b
en c bedoelde ambtenaren één van de volgende beslissingen:
A. dat, en in welke rang en op welke voet hij in dienst van de
nieuwe gemeente blijft;
B. dat hij eervol wordt ontslagen.
3. Een beslissing als bedoeld onder B van het vorige lid wordt
slechts genomen, indien niet beschikbaar is een functie of samenstel van
functies welke in verband met de persoonlijkheid en omstandigheden van
de betrokkene passend kan worden geacht en welke hem ten minste een
bezoldiging oplevert als aan zijn functie of samenstel van functies in
de gemeente of gemeenten, in welker dienst hij op de dag, voorafgaande
aan de datum van herindeling, werkzaam was, laatstelijk was verbonden,
ongeacht kindertoelage onderscheidenlijk kinderbijslag.
4. Voor het bepalen van de bezoldiging van de ambtenaar, die door
toepassing van het tweede lid in dienst van de nieuwe gemeente blijft,
wordt ten aanzien van hem ten minste de salarispositie in aanmerking
genomen, welke in de gemeente of gemeenten, in welker dienst hij op de
dag, voorafgaande aan de datum van herindeling, werkzaam was, voor de
berekening van zijn bezoldiging zou hebben gegolden.
Artikel 21
Het bevoegde gezag van de nieuwe gemeente regelt binnen zes maanden
na de datum van herindeling voor zoveel nodig de rechtstoestand met
inbegrip van de bezoldiging van de in dienst van die gemeente werkzame
personen. Tot aan de vaststelling van deze regeling blijft voor de in
artikel 19 bedoelde onderwijzers en leidsters, voor het in dat artikel
bedoelde personeel, verbonden aan de gemeentelijke, ingevolge de wet op
het voortgezet onderwijs bekostigde, scholen en voor de in artikel 20,
tweede lid, sub A, bedoelde ambtenaren gelden de regeling van de
rechtstoestand, welke voor hen laatstelijk gold in de gemeente, in
welker dienst zij op de dag, voorafgaande aan de datum van herindeling,
werkzaam waren.
Artikel 22
Uiterlijk dertig dagen vóór de datum van herindeling benoemen
Gedeputeerde Staten van Overijssel met ingang van die datum een
tijdelijke secretaris en een tijdelijke functionaris, belast met de taak
van een ontvanger, van de nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en
Brederwiede. Deze benoemingen gelden tot de dag, waarop overeenkomstig
de gemeentewet in de vervulling van deze functies is voorzien.
Artikel 23
1. De ambtenaren in vaste en in tijdelijke dienst, mits dit
laatste dienstverband ten minste vijf jaren heeft geduurd en de
aanstelling niet is geschied in een betrekking van kennelijk
tijdelijke aard, die ten gevolge van deze wet worden of zijn
ontslagen, hebben ten laste van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting
aanspraak op wachtgeld volgens bij algemene maatregel van bestuur te
stellen regelen.
2. Voor hem, die benoemd is in een tijdelijke functie, als
bedoeld in artikel 22, gaat het recht op wachtgeld in op de dag, nadat
zijn benoeming in die functie is vervallen.
Artikel 24
De ambtenaren in tijdelijke dienst, wier dienstverband minder dan
vijf jaren heeft geduurd dan wel van kennelijk tijdelijke aard was,
alsmede de personen in dienst op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
recht, die ten gevolge van deze wet worden of zijn ontslagen
onderscheidenlijk wier dienstverband ingevolge deze wet wordt
beëindigd, hebben ten laste van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting
aanspraak op uitkering volgens bij algemene maatregel van bestuur te
stellen regelen.
Artikel 25
Indien een bij deze wet betrokken gemeente is aangesloten bij een
intercommunale regeling "Instituut Ziektekostenvoorziening
Ambtenaren", wordt met betrekking tot de deelnemers in het
instituut, die recht hebben op wachtgeld of een uitkering krachtens
artikel 23 of artikel 24 van deze wet, voor de duur van dit recht het
aandeel van deze gemeente in de bijdrage, welke aan het instituut
verschuldigd is, ten laste gebracht van Hoofdstuk VII van de
rijksbegroting.
Artikel 26
Aan de ambtenaren, die door toepassing van artikel 20 naar een nieuwe
gemeente overgaan en daardoor genoopt zijn te verhuizen, wordt door die
gemeente een tegemoetkoming verleend op de voet van het
Verplaatsingskostenbesluit 1962.
Artikel 27
1. Voor de burgemeester, de secretaris en de ontvanger van de
op te heffen gemeenten, die benoemd worden tot onderscheidenlijk
burgemeester, secretaris of ontvanger van de nieuwe gemeente, wordt
bepaald:
a. hun overeenkomstig de desbetreffende bezoldigingsregeling vast
te stellen bezoldiging voor de betrekking, waarin zij in de nieuwe
gemeente worden benoemd;
b. de bezoldiging, welke zij krachtens de op de dag, voorafgaande
aan de datum van herindeling, voor hen geldende bezoldigingsregeling
in de betrekking, onderscheidenlijk betrekkingen van burgemeester,
secretaris en ontvanger genoten, een en ander met dien verstande, dat
het bepaalde in artikel 4, onder b, van het
Rijkswachtgeldbesluit 1959 van overeenkomstige toepassing is.
2. Indien en zolang de in het vorige lid onder a bedoelde
bezoldiging lager is dan die, bedoeld onder b, genieten de in het
vorige lid bedoelde personen een persoonlijke toelage, gelijk aan het
verschil. Deze, door de nieuwe gemeente uit te betalen toelage, wordt
als deel hunner bezoldiging aangemerkt en komt ten laste van Hoofdstuk
VII der rijksbegroting.
Hoofdstuk VII. Voorzieningen in verband met de toepassing van enkele
administratieve wetten
Artikel 28
1. Voor zover de vaststelling, bedoeld in artikel 55ter,
eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, van de Lager-onderwijswet
1920 voor de openbare scholen, gelegen in gebied van een op te heffen
gemeente, op de datum van herindeling voor enig op die datum
verstreken jaar, onderscheidenlijk vijfjarig tijdvak, nog niet heeft
plaatsgehad, geschiedt zij door de raad van de nieuwe gemeente naar de
grondslagen, die in de opgeheven gemeenten golden.
2. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing indien de
vaststelling, bedoeld in artikel 103, tweede lid, en artikel 103bis,
onderscheidenlijk artikel 103, derde lid, van de Lager-onderwijswet 1920
voor in het gebied van een op te heffen gemeente gelegen bijzondere
scholen voor enig op de datum van herindeling verstreken jaar,
onderscheidenlijk vijfjarig tijdvak, nog niet heeft plaats gehad. De
hieruit voortvloeiende inkomsten of uitgaven komen ten bate of ten laste
van de nieuwe gemeente.
Artikel 29
1. Voor zover de vaststelling, bedoeld in artikel 47, eerste
lid, onderscheidenlijk tweede lid, van de Kleuteronderwijswet voor de
openbare scholen, gelegen in gebied van een op te heffen gemeente, op
de datum van herindeling voor enig op die datum verstreken jaar,
onderscheidenlijk vijfjarig tijdvak, nog niet heeft plaatsgehad,
geschiedt zij door de raad van de nieuwe gemeente naar de grondslagen
die in de opgeheven gemeente golden.
2. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing indien de
vaststelling, bedoeld in artikel 75, derde lid, van de
Kleuteronderwijswet voor in het gebied van een op te heffen gemeente
gelegen bijzondere scholen voor enig op de datum van herindeling
verstreken jaar, onderscheidenlijk vijfjarig tijdvak, nog niet heeft
plaats gehad. De hieruit voortvloeiende inkomsten of uitgaven komen ten
bate of ten laste van de nieuwe gemeente.
Artikel 30
Voor de scholen, gelegen in een nieuwe gemeente, geldt als het
bedrag, bedoeld in artikel 55bis, eerste lid, van de
Lager-onderwijswet 1920 voor het jaar van herindeling, indien de datum
van herindeling ligt op of na 1 maart, het hoogste van de bedragen, die
de gemeenten, waartoe de openbare lagere scholen van deze gemeente
vóór de datum van herindeling behoorden, ingevolge artikel 55bis,
eerste lid, voor dat jaar hebben vastgesteld of krachtens het tweede lid
van dat artikel geacht worden te hebben vastgesteld. Indien de datum van
herindeling ligt vóór 1 maart geldt voor het jaar van herindeling het
hoogste van de bedragen, die in het voorafgaande jaar hebben gegolden.
Artikel 31
1. Voor het op de datum van herindeling lopende vijfjarige
tijdvak wordt voor de extra-vergoeding, bedoeld in artikel 101, vierde
lid, der Lager-onderwijswet 1920, het bedrag der overschrijding
berekend naar de som van enerzijds de gemiddelden der per leerling
omgerekende bedragen der overschrijding, zoals deze door de gemeenten,
waartoe de in de nieuwe gemeente gelegen openbare lagere scholen
vóór het jaar van herindeling behoorden, ingevolge artikel 55ter
, eerste lid, der Lager-onderwijswet 1920 voor de vóór het jaar van
herindeling vallende jaren van dat vijfjarige tijdvak zijn vastgesteld
en anderzijds de per leerling omgerekende bedragen der overschrijding
gedurende de resterende jaren van dat vijfjarige tijdvak.
2. Bij de toepassing van artikel 73, derde lid, van de
Kleuteronderwijswet voor het op de datum van herindeling lopende
vijfjarige tijdvak wordt ten behoeve van de besturen van de in de nieuwe
gemeente Steenwijk gelegen bijzondere kleuterscholen voor de
extra-vergoeding het bedrag der overschrijding berekend naar de som van
enerzijds de gemiddelden der per lokaal en per kleuter omgerekende
bedragen der overschrijding, zoals deze door de gemeenten, waartoe de in
de nieuwe gemeente Steenwijk gelegen openbare kleuterscholen vóór het
jaar van herindeling behoorden, ingevolge artikel 47, eerste lid, der
Kleuteronderwijswet voor de vóór het jaar van herindeling vallende
jaren van dat vijfjarige tijdvak zijn vastgesteld en anderzijds de per
lokaal en per kleuter omgerekende bedragen der overschrijding gedurende
de resterende jaren van dat vijfjarige tijdvak.
3. De in de nieuwe gemeenten IJsselham en Brederwiede gelegen
bijzondere kleuterscholen worden voor de toepassing van artikel 73,
derde lid, van de Kleuteronderwijswet met ingang van het jaar van
herindeling geacht in deze gemeenten te zijn gesticht.
Artikel 32
De raad van de nieuwe gemeente stelt voor het jaar, waarin de datum
van herindeling valt, het getal wekelijkse lesuren vast, bedoeld in
artikel 101bis, eerste lid, van de Lager-onderwijswet 1920,
indien de datum van herindeling ligt vóór 1 maart. Is de datum van
herindeling een latere datum, dan blijven de reeds vastgestelde getallen
van kracht en vindt de vaststelling van de aan de besturen van de
bijzondere scholen uit te keren vergoeding voor beloning van
vakonderwijzers plaats als had geen herindeling plaats gevonden. Zijn in
het laatstgenoemde geval op de datum van herindeling de vorenbedoelde
wekelijkse lesuren nog niet vastgesteld, dan vindt deze vaststelling
alsnog plaats door de raad van de nieuwe gemeente.
Artikel 33
De kinderen, die op de dag, voorafgaande aan de datum van
herindeling, waren ingeschreven als leerlingen van een openbare lagere
school, onderscheidenlijk openbare kleuterschool in een op te heffen
gemeente worden vanaf die datum op dezelfde voorwaarden tot die school
toegelaten, ongeacht het gebied waarin zij wonen of waarin de school is
gelegen.
Artikel 34
1. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en in artikel 35
gaan de archieven der op te heffen gemeenten Steenwijk en
Steenwijkerwold over naar de nieuwe gemeente Steenwijk, die der op te
heffen gemeenten Blankenham, Kuinre en Oldemarkt naar de nieuwe
gemeente IJsselham en die der op te heffen gemeenten Blokzijl,
Giethoorn, Vollenhove en Wanneperveen naar de nieuwe gemeente
Brederwiede.
2. Alle kadastrale en andere stukken, uitsluitend betrekking
hebbende op het van de gemeente Steenwijkerwold naar de nieuwe gemeente
Brederwiede; van de gemeente Steenwijkerwold naar de nieuwe gemeente IJsselham, van de gemeente Blokzijl naar de nieuwe gemeente IJsselham en
van de gemeente Giethoorn naar de nieuwe gemeente IJsselham overgaande
gebied, gaan met ingang van de datum van herindeling over naar
onderscheidenlijk die nieuwe gemeenten.
3. De besturen van de nieuwe gemeenten Brederwiede en IJsselham
hebben van de datum van herindeling af het recht te allen tijde
kosteloos inzage te nemen van de gemeentearchieven van de nieuwe
gemeente Steenwijk onderscheidenlijk de nieuwe gemeente Brederwiede en
Steenwijk en op kosten van hun gemeente afschriften van of uittreksels
uit de zich in die archieven bevindende stukken te vorderen, voor zover
deze mede betrekking hebben op naar hun gemeente overgegaan gebied van
de gemeente Steenwijkerwold onderscheidenlijk de gemeenten Blokzijl,
Giethoorn en Steenwijkerwold.
Artikel 35
1. Het deel van het tot het bevolkingsregister van een gemeente
behorende persoons- en woningregister, hetwelk betrekking heeft op de
personen en woningen, welke op de datum van herindeling in een andere
gemeente gevestigd of gelegen zijn, wordt door burgemeester en
wethouders van eerstbedoelde gemeente op die datum gezonden aan
burgemeester en wethouders van die andere gemeente.
2. Het in het vorige lid bedoeld deel van het woningregister
wordt binnen drie weken door burgemeester en wethouders van
laatstbedoelde gemeente, nadat daarvan afschrift is gehouden,
teruggezonden aan burgemeester en wethouders van eerstbedoelde gemeente,
waar het, gescheiden van het woningregister, wordt bewaard.
Artikel 36
Kosten van bijstand als bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van de
Algemene Bijstandswet ten behoeve van personen, die op of vóór de
datum van herindeling woonachtig zijn of geweest zijn in gebied, dat
deel gaat uitmaken van een nieuwe gemeente, komen met ingang van die
datum ten laste van die nieuwe gemeente.
Artikel 37
1. Met betrekking tot zaken, de dienstplicht betreffende, met
inbegrip van de mobilisatieuitkeringen, vinden de voorschriften, door
of namens Onze Minister van Defensie gegeven ter zake van verhuizing,
overeenkomstige toepassing ten aanzien van de overgang van personen
van een gemeente naar een andere gemeente krachtens deze wet.
2. Met betrekking tot zaken, de noodwachtplicht betreffende,
vinden de voorschriften door Onze Minister van Binnenlandse Zaken
gegeven ter zake van verhuizing, overeenkomstige toepassing ten aanzien
van de overgang van personen van een gemeente naar een andere gemeente
krachtens deze wet.
Artikel 38
1. Burgemeester en wethouders der nieuwe gemeenten Steenwijk,
IJsselham en Brederwiede maken binnen twee jaren na de datum van
herindeling overeenkomstig de bepalingen van de Wegenwet een ontwerp
van een nieuwe legger der wegen op en zenden dit ter vaststelling aan
Gedeputeerde Staten van Overijssel. Zolang deze nieuwe legger niet is
vastgesteld, wordt de legger der wegen van een nieuwe gemeente geacht
te zijn samengesteld uit de leggers der wegen van de op te heffen
gemeenten, een en ander voor zover het gebied daarvan deel gaat
uitmaken van die nieuwe gemeente.
2. Hetgeen in de nieuwe legger is vermeld treedt, na de
onherroepelijke vaststelling, in de plaats van hetgeen omtrent de daarin
opgenomen wegen is vermeld in de leggers en wijzigingsleggers van de op
te heffen gemeenten.
Artikel 39
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 40
Deze wet is niet van invloed op de bevoegdheid van de rechter en op
die van procureurs van partijen met betrekking tot zaken, op de dag,
voorafgaande aan de datum van herindeling, voor enig gerecht aanhangig.
Artikel 41
De notaris ter standplaats de gemeente Oldemarkt zal van de datum van
herindeling af worden aangemerkt te zijn notaris ter standplaats
Oldemarkt (gemeente IJsselham).
Artikel 42
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 43
De in artikel 2, eerste lid, van de Brandweerwet genoemde termijn van
drie jaar vangt voor de nieuwe gemeenten aan op de datum van
herindeling.
Artikel 44
Binnen twee jaar na de datum van herindeling berichten de raden van
de nieuwe gemeenten Steenwijk, IJsselham en Brederwiede aan Gedeputeerde
Staten van Overijssel gemotiveerd, of en zo ja op welke wijze uitvoering
is gegeven aan de artikelen 61-64f der gemeentewet.
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Artikel 45
Geschillen omtrent de toepassing van deze wet, waarvan de beslissing
niet aan anderen is opgedragen, worden door Ons beslist.
Artikel 46
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden
geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten,
Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 15 juni 1972
JULIANA
De Minister van Binnenlandse Zaken,
W.J. Geertsema
Uitgegeven de vijfde september 1972
De Minister van Justitie,
Van Agt