WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is ter
uitvoering van Richtlijn nr 97/5/EG van het Europees parlement en de
Raad van 27 januari 1997, PbEG L 43/25, regels te geven met
betrekking tot de dienstverlening op het gebied van grensoverschrijdende
overmakingen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Definities
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt
verstaan onder:
a. lid-staat: een Staat die lid is van de Europese Unie alsmede
een Staat, niet zijnde een lid-staat van de Europese Unie, die
partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte;
b. grensoverschrijdende overmaking: een transactie waarbij
ingevolge de opdracht van een cliënt een betalingsverkeerinstelling
of een buitenlandse instelling een geldbedrag luidende in een valuta
van de lid-staten of in euro's en met een waarde van maximaal €
50 000, op een rekening bij een onderneming of instelling in
een andere lid-staat ten behoeve van een begunstigde ter beschikking
stelt;
c. betalingsverkeerinstelling: een onderneming of instelling die
in Nederland gevestigd is en die in het kader van haar werkzaamheden
grensoverschrijdende overmakingen uitvoert;
d. bemiddelende instelling: een onderneming of instelling die in
Nederland is gevestigd, niet zijnde de betalingsverkeerinstelling
van een opdrachtgever of van een begunstigde, die bij de uitvoering
van een grensoverschrijdende overmaking betrokken is;
e. buitenlandse instelling: een onderneming of instelling die
gevestigd is in een lid-staat, niet zijnde Nederland, en die in het
kader van haar werkzaamheden grensoverschrijdende overmakingen
uitvoert;
f. buitenlandse bemiddelende instelling: een onderneming of
instelling, niet zijnde de buitenlandse instelling van een
opdrachtgever of van een begunstigde, die gevestigd is in een
lid-staat, niet zijnde Nederland, die bij de uitvoering van een
grensoverschrijdende overmaking betrokken is;
g. opdrachtgever: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet
zijnde een betalingsverkeerinstelling, een bemiddelende instelling,
buitenlandse instelling of een buitenlandse bemiddelende instelling,
die opdracht geeft tot het uitvoeren van een grensoverschrijdende
overmaking;
h. begunstigde: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie
het met de overmaking overeenkomende geldbedrag ter beschikking
wordt gesteld op een rekening waarover hij kan beschikken;
i. datum van aanvaarding: datum van vervulling van alle
voorwaarden die door een betalingsverkeerinstelling zijn gesteld
voor de uitvoering van een opdracht tot een grensoverschrijdende
overmaking;
j. werkdag: een dag waarop een betalingsverkeerinstelling, een
bemiddelende instelling, buitenlandse instelling of een buitenlandse
bemiddelende instelling die geacht wordt werkzaamheden te verrichten
ten behoeve van de uitvoering van een grensoverschrijdende
overmaking bedrijfsmatig open is voor het publiek;
k. de verordening: Verordening (EG) nr. 2560/2001 van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 december
2001 betreffende grensoverschrijdende betalingen in euro (PbEG L
344).
Hoofdstuk II. Informatieverstrekking betreffende grensoverschrijdende
overmakingen
Artikel 2
De betalingsverkeerinstelling verstrekt aan haar cliënten die als
opdrachtgever of als begunstigde betrokken zijn bij of het voornemen
hebben tot een grensoverschrijdende overmaking, in een bevattelijke vorm
schriftelijk en eventueel langs elektronische weg, informatie over de
voorwaarden voor grensoverschrijdende overmakingen. De informatie
behelst, onverminderd hetgeen in de verordening, indien van toepassing,
bepaald is:
a. een opgave van de termijn die bij het uitvoeren van een
grensoverschrijdende overmaking nodig is om de rekening van de
instelling van de begunstigde met het geld te crediteren alsmede het
tijdstip waarop die termijn aanvangt;
b. een opgave van de termijn die bij ontvangst van een bedrag uit
een grensoverschrijdende overmaking nodig is om de rekening van de
begunstigde te crediteren;
c. de berekeningswijze van alle door de cliënt aan de
betalingsverkeerinstelling te betalen provisies en kosten en de
eventuele tarieven;
d. de valutadatum, voor zover de betalingsverkeerinstelling een
valutadatum hanteert;
e. een opgave van de klachten- en beroepsprocedures die voor de
cliënt als opdrachtgever of de begunstigde openstaan, en van de
wijze waarop hij daartoe toegang heeft; en
f. de gegevens aan de hand waarvan de toe te passen wisselkoers
wordt bepaald.
Artikel 3
1. Een betalingsverkeerinstelling verstrekt na het uitvoeren
van een grensoverschrijdende overmaking of het ontvangen van een
bedrag uit een grensoverschrijdende overmaking de opdrachtgever dan
wel de begunstigde, tenzij deze daar uitdrukkelijk van afziet, in een
bevattelijke vorm schriftelijk en eventueel langs elektronische weg,
informatie over de grensoverschrijdende overmaking. De informatie
behelst, onverminderd hetgeen in de verordening, indien van
toepassing, bepaald is:
a. een mededeling aan de hand waarvan de cliënt kan vaststellen om
welke grensoverschrijdende overmaking het gaat;
b. het oorspronkelijke bedrag van de grensoverschrijdende
overmaking;
c. het bedrag van alle door de cliënt verschuldigde provisies en
kosten; en
d. de valutadatum indien deze door de betalingsverkeerinstelling
wordt toegepast.
2. Indien een opdrachtgever bepaald heeft dat de kosten
betreffende de grensoverschrijdende overmaking geheel of gedeeltelijk
voor rekening van de begunstigde moeten komen, wordt de begunstigde door
de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde daarvan in kennis
gesteld.
3. Indien bij het uitvoeren van een grensoverschrijdende
overmaking of het ontvangen van een bedrag uit een grensoverschrijdende
overmaking het overgemaakte bedrag door de betalingsverkeerinstelling
van de opdrachtgever dan wel de begunstigde is omgewisseld in een andere
valuta, deelt deze haar opdrachtgever dan wel begunstigde de daarbij
toegepaste wisselkoers mee.
Hoofdstuk III. Verplichtingen betreffende grensoverschrijdende
overmakingen
Paragraaf 1. Verplichtingen van een betalingsverkeerinstelling inzake
de inhoud van een overeenkomst tot het uitvoeren van een
grensoverschrijdende overmaking
Artikel 4
De betalingsverkeerinstelling die een overeenkomst met een cliënt
aangaat met betrekking tot een grensoverschrijdende overmaking waarvan
de specificaties nauwkeurig omschreven zijn, moet zich op verzoek van
die cliënt verbinden ten aanzien van:
a. een termijn die voor het uitvoeren van de overmaking of voor
het crediteren van de rekening van de cliënt met het uit een
grensoverschrijdende overmaking ontvangen bedrag nodig is; en
b. de met de overeenkomst verband houdende provisies en de
kosten, uitgezonderd de toe te passen wisselkoers.
Paragraaf 2. Verplichtingen van de betalingsverkeerinstelling ter
uitvoering van een grensoverschrijdende overmaking
Artikel 5
1. Een betalingsverkeerinstelling die een opdracht tot een
grensoverschrijdende overmaking heeft aanvaard draagt er zorg voor dat
de rekening van de buitenlandse instelling van de begunstigde binnen
de termijn die met de opdrachtgever is overeengekomen of, wanneer geen
termijn is overeengekomen, binnen vijf werkdagen volgend op de datum
van aanvaarding van de opdracht tot de grensoverschrijdende
overmaking, wordt gecrediteerd.
2. Indien de in lid 1 bedoelde termijn niet wordt nagekomen,
heeft de opdrachtgever recht op een vergoeding van zijn
betalingsverkeerinstelling.
3. De vergoeding bedoeld in het tweede lid, bedraagt de
wettelijke rente op het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking
over de periode tussen het einde van de overeengekomen termijn of,
wanneer geen termijn is overeengekomen, het einde van de vijfde werkdag
volgend op de datum van aanvaarding van de opdracht tot de
grensoverschrijdende overmaking en de datum waarop de rekening van de
buitenlandse instelling van de begunstigde met het bedrag wordt
gecrediteerd.
4. Vergoeding uit hoofde van de voorgaande leden is niet
verschuldigd, indien de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever
aantoont dat de vertraging aan de opdrachtgever te wijten is.
5. De uit de voorgaande leden voortvloeiende rechten en
bevoegdheden komen aan de opdrachtgever toe, onverminderd al zijn andere
rechten en bevoegdheden.
Paragraaf 3. Verplichtingen van een betalingsverkeerinstelling die
een bedrag uit een grensoverschrijdende overmaking ontvangt
Artikel 6
1. Een betalingsverkeerinstelling dient een uit een
grensoverschrijdende overmaking ontvangen bedrag aan de begunstigde
ter beschikking te stellen binnen de met de begunstigde overeengekomen
termijn of, wanneer geen termijn is overeengekomen, voor het einde van
de werkdag volgend op de dag waarop de rekening van de
betalingsverkeerinstelling van de begunstigde met het bedrag is
gecrediteerd.
2. Indien de in lid 1 bedoelde termijn niet wordt nagekomen,
heeft de begunstigde recht op een vergoeding van zijn
betalingsverkeerinstelling.
3. De vergoeding bedoeld in het tweede lid bedraagt de wettelijke
rente op het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking over de
periode tussen het einde van de in lid 1 bedoelde termijn en de datum
waarop de rekening van de begunstigde met het bedrag is gecrediteerd.
4. Vergoeding uit hoofde van de voorgaande leden is niet
verschuldigd, indien de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde
aantoont dat de vertraging aan de begunstigde te wijten is.
5. De uit de voorgaande leden voortvloeiende rechten en
bevoegdheden komen aan de begunstigde toe, onverminderd al zijn andere
rechten en bevoegdheden.
Paragraaf 4. Verplichtingen van een bemiddelende instelling
Artikel 7
1. Indien een grensoverschrijdende overmaking niet binnen de
termijn die voortvloeit uit artikel 5, eerste lid, is uitgevoerd, en
dit te wijten is aan een bemiddelende instelling, heeft de
betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever of buitenlandse
instelling van de opdrachtgever recht op een vergoeding van de
bemiddelende instelling.
2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid, bedraagt de
wettelijke rente op het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking
over de periode tussen het einde van de termijn bedoeld in artikel 5,
eerste lid, en de datum waarop de rekening van de
betalingsverkeerinstelling of de buitenlandse instelling van de
begunstigde met het bedrag wordt gecrediteerd.
3. De uit de voorgaande leden voortvloeiende rechten en
bevoegdheden komen aan de bij de uitvoering van de grensoverschrijdende
overmaking betrokken instellingen toe, onverminderd al hun andere
rechten en bevoegdheden.
Hoofdstuk IV. Uitvoering overeenkomstig de instructies
Paragraaf 1. Uitvoering van de opdracht tot een grensoverschrijdende
overmaking door een betalingsverkeerinstelling overeenkomstig de
instructies
Artikel 8
1. De betalingsverkeerinstelling van een opdrachtgever is
verplicht, na aanvaarding van een opdracht tot een
grensoverschrijdende overmaking, de grensoverschrijdende overmaking
voor het volledige bedrag daarvan uit te voeren, met dien verstande
dat indien de opdrachtgever uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat
de kosten van de grensoverschrijdende overmaking geheel of
gedeeltelijk voor rekening van de begunstigde moeten komen, de
betalingsverkeerinstelling deze kosten op dat bedrag in mindering mag
brengen.
2. De betalingsverkeerinstelling van een opdrachtgever is, indien
zij, danwel een bemiddelende instelling of een buitenlandse bemiddelende
instelling, in strijd met lid 1 een bedrag in mindering heeft gebracht
op het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking, verplicht om, op
verzoek van de opdrachtgever, het in mindering gebrachte bedrag zonder
enige inhouding, en zonder kosten in rekening te brengen, aan de
begunstigde over te maken, tenzij de opdrachtgever verlangt dat hij voor
dat bedrag wordt gecrediteerd en onverminderd enige andere vordering.
Paragraaf 2. Uitvoering overeenkomstig de instructies door een
betalingsverkeerinstelling die een bedrag uit een grensoverschrijdende
overmaking ontvangt
Artikel 9
1. De betalingsverkeerinstelling van een begunstigde is
verplicht, na aanvaarding van een bedrag uit een grensoverschrijdende
overmaking, de rekening van de begunstigde voor het volledige bedrag
daarvan te crediteren met dien verstande dat indien de opdrachtgever
uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat de kosten van de
grensoverschrijdende overmaking geheel of gedeeltelijk voor rekening
van de begunstigde moeten komen, de betalingsverkeerinstelling van de
begunstigde deze kosten op dat bedrag in mindering mag brengen. De
betalingsverkeerinstelling van een begunstigde is, onverminderd enige
andere vordering, verplicht elk door hem in strijd met de instructies
van de opdrachtgever in mindering gebracht bedrag, zonder kosten in
rekening te brengen, alsnog ter beschikking van de begunstigde te
stellen.
2. Niettegenstaande het eerste lid kunnen de
betalingsverkeerinstelling van de begunstigde en de begunstigde
overeenkomen dat de kosten terzake van het beheer van een rekening ten
laste worden gebracht van de begunstigde. Het in rekening brengen van
deze kosten kan evenwel niet door de betalingsverkeerinstelling worden
aangevoerd als reden om de haar bij het eerste lid opgelegde
verplichtingen niet na te komen.
Paragraaf 3. Uitvoering overeenkomstig de instructies door een
bemiddelende instelling
Artikel 10
1. Een bemiddelende instelling is verplicht, na aanvaarding van
de opdracht tot bemiddeling bij een grensoverschrijdende overmaking,
het volledige van haar opdrachtgever verkregen bedrag over te maken,
met dien verstande dat indien haar opdrachtgever uitdrukkelijk te
kennen heeft gegeven dat de kosten van de grensoverschrijdende
overmaking geheel of gedeeltelijk voor rekening van de begunstigde
moeten komen, de bemiddelende instelling deze kosten op dat bedrag in
mindering mag brengen.
2. Een bemiddelende instelling die in strijd met lid 1 een bedrag
in mindering brengt, is verplicht het in mindering gebrachte bedrag
zonder enige inhouding en zonder kosten in rekening te brengen aan haar
opdrachtgever dan wel, indien haar opdrachtgever daarom vraagt, aan de
begunstigde over te maken of te doen overmaken.
Hoofdstuk V. Verplichtingen indien de rekening van de begunstigde
niet met het overeengekomen bedrag wordt gecrediteerd
Afdeling 1. Retourneringsverplichtingen
Paragraaf 1. Retourneringsverplichtingen van een
betalingsverkeerinstelling van een opdrachtgever
Artikel 11
1. Indien, na aanvaarding van de opdracht tot een
grensoverschrijdende overmaking door de betalingsverkeerinstelling, de
rekening van de buitenlandse instelling van de begunstigde niet met
het overeengekomen bedrag wordt gecrediteerd, is de
betalingsverkeerinstelling van een opdrachtgever, onverminderd enige
andere vordering, verplicht op verzoek van de opdrachtgever de
rekening van de opdrachtgever te crediteren voor het bedrag van de
grensoverschrijdende overmaking vermeerderd met:
a. de wettelijke rente op het bedrag van de grensoverschrijdende
overmaking over de periode tussen de datum van aanvaarding van de
opdracht tot de grensoverschrijdende overmaking en de datum van
creditering; en
b. het bedrag van de met de grensoverschrijdende overmaking verband
houdende provisies en kosten die door de opdrachtgever zijn betaald.
2. De in lid 1 bedoelde bedragen worden ter beschikking van de
opdrachtgever gesteld binnen een termijn van veertien werkdagen na de
datum waarop de opdrachtgever daartoe een verzoek heeft ingediend,
tenzij de rekening van de buitenlandse instelling van de begunstigde
inmiddels met het met de overmakingsopdracht overeenkomende bedrag
gecrediteerd is.
3. Het in het eerste lid bedoelde verzoek mag niet worden
ingediend vóór het verstrijken van de tussen de opdrachtgever en diens
betalingsverkeerinstelling voor de uitvoering van de
grensoverschrijdende overmaking overeengekomen termijn of, wanneer geen
termijn is overeengekomen, het verstrijken van de in artikel 5, eerste
lid, bedoelde termijn.
4. De in het eerste lid genoemde verplichting is niet van
toepassing indien een grensoverschrijdende overmaking niet tot stand is
gekomen ingevolge niet-uitvoering van de grensoverschrijdende overmaking
door een bemiddelende instelling of buitenlandse bemiddelende instelling
die is gekozen door de buitenlandse instelling van de begunstigde.
Paragraaf 2. Terugbetalingsverplichting van een bemiddelende
instelling
Artikel 12
1. Indien, na aanvaarding van de opdracht tot bemiddeling bij
een grensoverschrijdende overmaking door een bemiddelende instelling,
de rekening van de betalingsverkeerinstelling of buitenlandse
instelling van een begunstigde niet met het daarmee overeenkomende
bedrag wordt gecrediteerd, is de bemiddelende instelling verplicht op
verzoek van de betalingsverkeerinstelling of buitenlandse instelling
het bedrag van die overmaking, inclusief de aan de opdracht verbonden
kosten en de wettelijke rente op het bedrag van de
grensoverschrijdende overmaking over de periode tussen de datum van
aanvaarding van de opdracht tot bemiddeling bij een
grensoverschrijdende overmaking en de datum van creditering, zonder
kosten in rekening te brengen, weer ter beschikking te stellen aan de
betalingsverkeerinstelling of buitenlandse instelling die haar de
opdracht tot bemiddeling bij die overmaking heeft gegeven. Indien de
grensoverschrijdende overmaking niet tot stand is gekomen ingevolge
foutieve of onvolledige instructies van de betalingsverkeerinstelling
of buitenlandse instelling, moet de bemiddelende instelling al het
mogelijke doen om het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking
weer ter beschikking van deze instellingen te stellen.
2. De in lid 1 genoemde verplichting is niet van toepassing
indien een grensoverschrijdende overmaking niet naar behoren tot stand
is gekomen ingevolge niet-uitvoering van de grensoverschrijdende
overmaking door een bemiddelende instelling of buitenlandse bemiddelende
instelling die is gekozen door de betalingsverkeerinstelling of
buitenlandse instelling van de begunstigde. In dat geval is de
bemiddelende instelling in afwijking van het eerste lid verplicht het
bedrag aan de betalingsverkeerinstelling of buitenlandse instelling van
de begunstigde ter beschikking te stellen.
Afdeling 2. Uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de
retourneringsverplichting
Artikel 13
Indien een grensoverschrijdende overmaking niet tot stand is gekomen
ingevolge niet-uitvoering van de grensoverschrijdende overmaking door
een bemiddelende instelling of buitenlandse bemiddelende instelling die
is gekozen door de betalingsverkeerinstelling van de begunstigde, is de
betalingsverkeerinstelling van de begunstigde verplicht het met de
grensoverschrijdende overmaking overeenkomende bedrag ter beschikking
van de begunstigde te stellen.
Artikel 14
1. Indien de creditering van een rekening van de instelling van
de begunstigde met het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking
niet tot stand is gekomen ingevolge foutieve of onvolledige
instructies van de opdrachtgever aan zijn betalingsverkeerinstelling,
of ingevolge niet-uitvoering van de overmaking door een bemiddelende
instelling of buitenlandse bemiddelende instelling die uitdrukkelijk
door de opdrachtgever is gekozen, zijn in afwijking van de
verplichtingen die ingevolge de artikelen 11 en 12 op hen zouden
rusten, de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever en de bij
de transactie betrokken bemiddelende instellingen slechts verplicht al
het mogelijke te doen om het bedrag van de overmaking terug te
betalen.
2. Wanneer het bedrag bedoeld in het eerste lid, is
terugverkregen door de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever,
is deze betalingsverkeerinstelling verplicht de opdrachtgever voor dat
bedrag te crediteren.
3. Het bedrag bedoeld in het tweede lid, mag worden verminderd
met de voor de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever en de bij
de transactie betrokken bemiddelende instellingen aan de
terugverkrijging verbonden kosten, mits deze worden gespecificeerd.
Hoofdstuk VI. Overmacht
Artikel 15
Betalingsverkeerinstellingen en bemiddelende instellingen die bij de
uitvoering van een grensoverschrijdende overmaking zijn betrokken, zijn
vrijgesteld van de bij deze wet opgelegde verplichtingen indien er
sprake is van overmacht. Onder overmacht wordt in deze wet verstaan
abnormale en onvoorziene omstandigheden die onafhankelijk zijn van de
wil van degene die zich erop beroept en waarvan de gevolgen ondanks alle
voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden.
Hoofdstuk VII. Geschillen
Artikel 16
1. De betalingsverkeerinstellingen dragen zorg voor de
invoering van een geschillencommissie voor de regeling van geschillen
tussen een opdrachtgever en zijn instelling en tussen een begunstigde
en zijn instelling.
2. Bij koninklijk besluit kan, indien de verplichting bedoeld in
het eerste lid leidt tot overeenstemming over een regeling voor een
gezamenlijke geschillencommissie, worden bepaald, dat alle
betalingsverkeerinstellingen als bedoeld in het eerste lid verplicht
zijn aan de uitvoering van die regeling mede te werken.
3. Bij koninklijk besluit kan, indien de verplichting bedoeld in
het eerste lid niet leidt tot de instelling van een geschillencommissie
of indien de bestaande geschillencommissie wordt ontbonden, dan wel
indien de regeling bedoeld in het tweede lid, waaromtrent
overeenstemming is bereikt, niet de instemming van Onze Minister heeft,
een regeling als bedoeld in het tweede lid worden ingevoerd, nadat de
betalingsverkeerinstellingen in de gelegenheid zijn gesteld hun gevoelen
omtrent de inhoud van de regeling voor de in te voeren
geschillencommissie kenbaar te maken.
4. De geschillencommissie regelt tevens geschillen tussen een
opdrachtgever in de zin van de verordening en zijn instelling alsmede
geschillen tussen een begunstigde in de zin van de verordening en zijn
instelling, voor zover deze geschillen betrekking hebben op het in de
verordening bepaalde.
Hoofdstuk VIII. Overige artikelen
Artikel 17
Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, kan van het bij of krachtens
deze wet bepaalde ten nadele van een opdrachtgever of begunstigde niet
worden afgeweken.
Artikel 18
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 19
Deze wet wordt aangehaald als: Wet grensoverschrijdende
betaaldiensten.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 12 november 1998
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de tweeëntwintigste december 1998
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals